Posts tonen met het label over schrijven of schrijver zijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label over schrijven of schrijver zijn. Alle posts tonen

vrijdag 11 februari 2022

De massagesalon van Thomas Heerma van Voss

Fijn kort verhaal. Het neemt me mee naar die kamer met het uitzicht op de massagesalon. Ik kan me het invullen van de korte levensbeschrijvingen van de bezoekers door de ik-persoon goed voorstellen. Het is ook nog eens een mooi en creativiteit vragend alternatief voor naar een scherm staren. Ik houd van zijn oog voor detail in de taal, dat hij nadenkt over de fouten / onregelmatigheden in de tekst van de prijslijst. En dan heeft hij ook nog oog voor het ondernemerschap van de eigenaar. Toch schiet er ook door mijn hoofd: is dit een rare jongeman? Wat vind ik dan raar? Dat het erop lijkt dat hij zijn leven beperkt tot het kijken naar die massagesalon en zijn schrijfsels over de bezoekers. Maar, denk ik dan, het is een kort verhaal, misschien is het een momentopname.

De taal is helder, niet opvallend. Hij geeft er wel mooie observaties mee weer, ook over andere dingen dan schrijven, maar ik kom toch uit bij een citaat over schrijven:

"Als ik naar buiten ga, zal ik zien wat er allemaal niet klopt, ik zal ontdekken hoeveel van mijn notities nergens op slaan, hoe vruchteloos mijn verzonnen verhalen zijn, maar zolang ik blijf liggen bepaal ik de waarheid."


Uit: De derde persoon

woensdag 21 juli 2021

De heilige schrijver

 "... wie hier niet kan schrijven hoeft het nergens te proberen. De heilige zelf is betrapt op dat geheimzinnigste van alle momenten, dat van de inspiratie. Hij houdt zijn pen in de lucht, het licht stroomt naar binnen, hij hoort hoe de woorden zich vormen en weet al bijna hoe hij ze op zal schrijven, een seconde later, als Carpaccio weg is, doopt hij zijn pen in de inkt van de inktvis en schrijft de zin die nu in alle bibliotheken van de wereld in een van zijn boeken bewaard is."


Uit: Venetië - De leeuw, de stad en het water van Cees Nooteboom (2018)
(pagina 31)

vrijdag 9 april 2021

Life imitates art van L.H. Wiener

In deze column beschrijft Wiener drie keer hoe hij zijn kat begraaft. Of het zal wel een poes zijn, aangezien het beestje 'Lolita' heet. Hij begraaft haar in eerste instantie op de plek die ze volgens hem zelf uitkiest als laatste rustplaats, in een lange bloembak. Als het verhaal van de dood van Lolita op zichzelf zou staan, is die bloembak best literair te verwerken. Maar het stond voor Wiener niet op zichzelf, of in ieder geval kreeg het overlijden en de uitvaart een plek in zijn boek In zee gaat niets verloren. Het boek vroeg om een echte uitvaart, op zee. Dus beschreef hij die. En vervolgens moest ze blijkbaar ook echt op die manier uitgevaren worden. 

Wiener gebruikt prachtig toepasselijke woorden en geeft een inkijkje in zijn schrijverschap. Of het een echt inkijkje is, weet je nooit helemaal zeker. Ik denk het wel, in ieder geval zo echt als Wiener het wil laten zijn. Hoe dan ook, het is een mooi verhaal in een bundel met meer mooie verhalen of columns. Lezen dus! Het boek waar hij naar verwijst staat inmiddels ook op mijn lijstje.

Uit: De zoete inval van L.H. Wiener (2020)

maandag 8 juni 2020

Een Afrikaans verhaal van Roald Dahl

Een luguber verhaal zoals Dahl het zo goed kan schrijven. Geen bijzondere twist zoals wel vaak in andere verhalen van Dahl. Je ziet op een gegeven moment wat er waarschijnlijk gaat komen en dat maakt het spannend. Want zou  het echt? En hoe precies?

Het is een verhaal in een verhaal en ik snap de functie daarvan niet zo goed. Niet om afstand te nemen van het lugubere, want voordat we bij dit verhaal komen wordt al even de hals van een giraf doorgesneden met een vliegtuigvleugel. Per ongeluk, dat wel, maar de schrijver lijkt het niet nodig te vinden om afstand tot nare beelden te scheppen.

Heel kort gaat het over schrijven:
"Hij wist niets van de foefjes met woorden die schrijvers gebruiken, die ze moeten gebruiken ..."

Het verhaal komt uit de bundel 'Over en sluiten'

Het verhaal; spoilers ahead

Een jager (uit Kenia) meldt zich bij de RAF in Nairobi en begint zijn opleiding. Hij snijdt tijdens zijn opleiding per ongeluk de hals van een giraf door met een vleugel van zijn vliegtuig terwijl hij is afgeleid door een sabelantilope.

Later heeft hij weer pech en moet hij een noodlanding maken bij een oude man. De oude man vertelt hem een verhaal, dat hij bij terugkomst opschrijft. Twee weken later gaat het echt mis en komt hij om. De verteller, zijn vriend, vindt het verhaal en vertelt het:

De knecht van de oude man breekt de rug van de hond van de man. De man is woest. Later wordt er 's nachts melk gestolen van de koe. De oude man komt erachter dat dat door een slang wordt gedaan. Hij vertelt de knecht dat de dief een slimme jongen is, die ze alleen kunnen grijpen als hij zich dichtbij de koe ingraaft. Als de slang dichtbij is gekomen, roept de oude man de knecht. De knecht komt overeind, wordt aangevallen door de slang en sterft. De oude man laat de slang rustig de melk drinken.

Uit: Over en Sluiten (1946) van Roald Dahl

zaterdag 25 april 2020

Op reis van Remco Campert en Willem van Malsen

Fijn klein verhaaltje met wat humor.

Campert beschrijft hoe hij met Van Malsen een reis maakt. De reis zelf is het doel. Hij beschrijft hoe ze af en toe wat pech hebben onderweg: hij haalt zijn been open, voor de eerste nacht vinden ze geen onderdak, dat soort dingen, niets dramatisch. Hij beschrijft ook dat ze prachtige dingen zien en goede gesprekken hebben, bijvoorbeeld over de zin van het leven of eigenlijk het ontbreken daarvan.

Regelmatig merkt Campert op dat hij hoopt dat Van Malsen iets tekent.

Het stukje over de grens vind ik wel mooi. Misschien wel omdat wij grensovergangen niet meer op die manier meemaken:

" 's Middags werden we bij een grens afgezet door een bestelwagen met tweedehands televisietoestellen. Terwijl Willem bleekjes toekeek moest ik op bevel van de dienstdoende douanier mijn rugzak legen. Er werd natuurlijk geen contrabande in aangetroffen en ik kon de spullen weer inpakken, wat een vervelend karwei was waarbij niemand me hulp verleende. Na dit onaangename oponthoud liepen we de grens over en het stappen over de denkbeeldige lijn gaf mij toch een opwindend gevoel."

Bijzondere woordkeuzes:
'Brooddronken schooljongen'
'Contrabande' in bovenstaand citaat.
'Plekten' in "Ook plekten er door tijd en weer gehavende schuren ... " Blijkbaar een werkwoord dat 'een plek hebben' aanduidt.
'Wolengewemel'
'Toeristenransel' voor rugzak.

Het verhaal eindigt de vroege ochtend na de tweede nacht als ze in de berm zitten nadat ze zijn gevlucht uit de herberg waar ze overnachtten omdat de herbergier Willem (Van Malsen) betrapte met zijn dochter. Campert had er al op geanticipeerd dus alle spullen zijn keurig mee gekomen.

Campert en Van Malsen waren echt bevriend. Of ze deze reis samen hebben gemaakt weet ik niet. Maakt ook niet uit.






zondag 8 maart 2020

Tot nul herleid van Bruno Asselbergh

Gezien het onderwerp durf ik het bijna niet te zeggen. Ik vond het bijna niks. Het is een rottig verhaal, zielig. Ik heb het met de hoofdpersoon te doen, maar heel spontaan komt dat gevoel niet op.

Nergens werd ik aan het denken gezet. Op geen enkel moment wilde ik naar een personage schreeuwen: "Doe het niet!", of "Kom op!", of iets dergelijks. Soms wel bijna, maar dan ebde het weer weg.

 Bestel Tot nul herleid bij je lokale boekhandel of via deze link

De houtzagerij, het kippenhok, de plekken waar hij zich wel prettig voelt: ik snap ze niet, ze roepen niets bij me op. De afwezige warmte en liefde, en de moeder die dan toch moet huilen als hij met de bus gaat. Het is te weinig voor mij.

Wie is oom Jean? De man die hem steeds helpt, maar verder zo vlak blijft als een onbeschreven vel papier. Ook Filip blijft eigenlijk die bange jongen die niet gezien wil worden en die op wraak zint door iets beter te doen dan anderen en zo gezien te worden. Misschien is dat wel mooi hoor.

De honger naar kennis. Jean deelt zijn kennis met Filip maar lijkt ook gewoon een luisteraar (volgeling?) te zoeken. Eén keer wordt, in negatieve zin, aangestipt dat zijn grootmoeder ook altijd alles wilde weten. En verder?

Ik heb het wel in één ruk uitgelezen. Het is bijna flauw om te zeggen, maar ik denk echt dat het ook te maken heeft met de te grote regelafstand. Je bent zo een bladzijde verder en dan kun je net zo goed de volgende bladzijde ook nog even lezen. Toch is dat niet het enige. Ergens zit een belofte, die maakt dat je het uit wil lezen.

Misschien zit het in Filips oog voor architectuur en zijn omgeving. De kariatiden natuurlijk en:

Hij herinnerde zich een dag dat de regen met bakken naar beneden viel en hoe hij verwonderd had gekeken naar die waterspuwende draken en hoe hij tegen zijn moeder had gezegd: "Wat een schoon beeld!" En hoe zij dat beeld had neergehaald door droogweg te zeggen: "Ja, anders wordt de gevel vochtig."

Dit vind ik een fijn stukje. Ik zie de draken voor me met continue onstuimige waterstromen uit hun bek. Het beeld wordt wreed gestoord door moeder en de woordkeus 'droogweg' om het daarna zo mogelijk nog erger te maken met het bagatelliserende 'vochtig'.

Of het stukje waarin beschreven wordt wat hij ziet als hij in het park is. Een treffende beschrijving, gevolgd door: Hij zag en hoorde het allemaal, omdat hij altijd en overal op zijn hoede was. Auw. Met niet lang daarna een passage die een glimlach ontlokt. Zo'n passage waarvan ik bijna riep "Doe daar dan iets mee!"
Voor hem stond een marmeren beeld van Leopold II met het achterhoofd in de richting van de uivormige bekroning van een kerktoren bergop. Hij verplaatste zich tot die ui precies op de kop van de koning kwam te liggen. Bij koningen hoort nu eenmaal een kroon, zei hij, verbaasd over zichzelf.

Dit soort stukjes kan ik niet meer vinden aan het einde van het boek en daarmee lost het voor mij zijn belofte niet in. Dat vind ik jammer.

vrijdag 28 februari 2020

De heilige van Martin Michael Driessen

Lekker boek, met heerlijke taal, pakkend verhaal en veel zelfspot. De opening knalt er al direct in, heilig, hels, nieuwsgierigmakend. Ik moest al snel denken aan Owen Meany, ook arrogant en (vermeend) heilig.

Ik werd regelmatig op het verkeerde been en aan het denken gezet.

Achteraf denk ik dat mijn totale ongevoeligheid voor de begrippen goed en kwaad destijds al een grote rol hebben gespeeld. Ik was het het geheel niet vooringenomen en hield van alles en van iedereen ...

Na die eerste zin denk ik: fout. Na de tweede denk ik: lief. En dan beginnen de radertjes in mijn hoofd harder te draaien. Dit thema, deze tegenstelling, goed en kwaad, komt steeds terug, meestal andersom trouwens. Steeds als ik denk: nu is hij echt goed bezig, haalt hij dat weer onderuit.


Het verhaal voert me mee, gewoon lekker stoere avonturen, ook al zijn ze dan vaak fout: van zich voordoend als de beste vriend van een gesneuvelde verloofde, via assisteren bij wetenschappelijke ontdekkingen tot moordende struikrover die zijn robinhood-achtige intenties eigenlijk slechts één keer waarmaakt. Vervolgens wordt hij van matroos assistent en redder bij een soort ontdekkingsreis per zeilschip. Tot slot wordt hij veroordeeld voor zijn misdaden als struikrover en belandt hij in de gevangenis waar hij zich ontwikkelt tot heilige, waarbij hij werkelijk goede dingen lijkt te doen, maar ook nare middelen niet schuwt om de voorzienigheid een handje te helpen. Of hij werkelijk heilig wordt verklaard, is maar de vraag, even los van het feit dat het überhaupt een roman in de categorie fictie is. Toch loopt het verhaal met deze heiligheid mooi rond. Een heerlijk verhaal toch?
Dat de verteller het verhaal ook regelmatig afvalt, doet daar niets aan af. Dat maakt het op een andere laag weer interessant. Het avontuur is op bijna elke pagina overweldigend en dan zegt hij doodleuk:

Ik weet nog niet of die episode een plaats krijgt in dit narratief, dat per slot van rekening bedoeld is als een relaas van de geschiedenis van mijn ziel, en niet als een avonturenroman.

Bovendien krijg je af en toe verschillende versies van wendingen in het verhaal voorgeschoteld. Zo had het kunnen gaan, staat er dan. Overigens krijg je dat inkijkje in zijn ziel wel degelijk, al weet ik nooit wanneer het 'echt' is.

De taal is bij tijd en wijle bombastisch (en dat heeft zo zijn invloed op mij, getuige deze zin). Ook daar wordt onomwonden mee gespeeld:

Leen mij uw pen, o Chateaubriand en Rousseau, en ook gij, Millevoye of Constant, opdat ik de mooiste reis van mijn leven waardig kan bezingen. Leen mij de kleuren van uw fantasie, maak mij geestdriftig en bevlogen als ik vertel van die laatste eenentwintig dagen die mij nog scheidden van het meisje van mijn dromen! Maar mooischrijverij is helaas niet mijn forte, en de voorgaande zinnen heb ik dus ergens gestolen.

Iets dergelijks gebruikt hij een eind verder in het verhaal en ook deze herhaling benoemt hij.
Mooischrijverij is hoe dan ook in mijn ogen wel degelijk een forte van de auteur. Er staan veel schitterende zinsdelen en zinnen in en die zijn echt niet geleend, al schuwt hij de clichés niet.

Ik vraag me af of hij in dit kader af en toe uitglijdt, bijvoorbeeld als hij twee keer vlak achter elkaar 'leunen tegen de deurstijl' gebruikt om zijn beschrijving van een gemoedstoestand kracht bij te zetten. Of is dit een subtieler spel? De eerste keer gaat het over hemzelf en leunt hij tegen de deurpost omdat hij duizelig is door een combinatie van bevangenheid door schoonheid en gewoonweg honger. Bovendien komt de houding hem goed uit voor zijn toneelspel als brenger van slecht nieuws. Vlak daarna leunt de schoonheid en het slachtoffer van zijn toneelstuk verdrietig tegen een deurstijl. Ook de puurheid van dit verdriet haalt hij min of meer onderuit door te wijzen op de aandacht die ze zoekt en krijgt (maar is dat zijn verfoeilijke gedachte of ook echt haar drijfveer?).

Dit is daarmee ook een voorbeeld van hoe hij steeds weer laat zien (of de lezer doet geloven?) goed te zijn, oog te hebben voor het mooie en het lieve, en ook steeds weer het romantische eraf haalt door iets slechts te doen of ontnuchterends te zeggen. Slechts af en toe doet hij echt iets goeds zonder bijbedoelingen of zonder er achteraf zoveel mogelijk voordeel voor zichzelf uit proberen te halen, zoals het opvangen van het vallende meisje. Zijn uiteindelijke heiligverklaring (of niet) is food for thought. In echte wonderen heb ik nooit geloofd, wel in mooie intenties, maar hoe zit dat hier?

Een paar korte notities:
Mooi, niet cliché vind ik het dat hij sneeuw als beklemmend omschrijft in plaats van, nou ja, wat je meestal tegenkomt, een zachte deken of iets dergelijks. Natuurlijk zijn er meer voorbeelden.
Dag na dag werd ingelijfd door het verleden, mijn toekomst slonk.

Het boek zit vol humor die ruimschoots opweegt tegen de kleine flauwigheden.

Ik zie ook verbinding met het heden: zoals hij gaat kijken naar het slagveld na afloop van de gevechten doet me denken aan ramptoerisme.

Doordat ontdekkingen en enkele wetenschappers ook een plek hebben in deze roman, vind ik hem extra interessant.

Kortom: ik vind het een heerlijk en veelzijdig boek. Soms spannend qua opzet en soms helemaal niet (zoals wanneer hij aankondigt dat zaken anders zullen lopen dan gedacht). Het zit zo in elkaar dat ík niet weet of hij soms stillistisch uitglijdt of te flauw is qua inhoud en opzet. En daarom komt hij er voor mij mee weg, als het al zo zou zijn.

maandag 9 oktober 2017

Ik laat mijn boeken liever niet signeren

Waarom zou je een boek laten signeren? Ik ben niet zo enthousiast over door auteurs gesigneerde boeken.


Persoonlijk

Ik vind het leuk als ik een boek krijg en iemand schrijft er iets persoonlijks voorin. Dat maakt het boek uniek. Het is een goede herinnering aan aan de gelegenheid en het aardige gebaar toen je het boek kreeg, soms gaat het ook in op de band die je met de gever hebt. Dat voegt iets toe en maakt het waardevol.

Productiemachine

Een handtekening van de auteur voegt niet echt iets toe. Zijn naam staat al een paar keer op en in het boek. Het is ook weinig persoonlijk. Hoezeer een auteur ook zo’n best doet, soms maakt hij zelfs een kort praatje, hij moet toch altijd vragen hoe je heet en hoe je dat schrijft. “Met een i en twee ennen.” “Voor Marianne” schrijft hij dan met daaronder een zwierige handtekening, en als je meerdere boeken van de betreffende auteur hebt, doet hij dat drie, vier keer achter elkaar, als een een soort productiemachine. “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -, “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -, “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -, “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -.    

"Voor ..." versus gekocht

Hoezo voor? Heeft hij het speciaal voor jou geschreven? Eerlijker zou zijn "Geschreven voor Marianne en 49.999 andere lezers”. En dan nog een keer: hoezo voor? De kans is groot dat je het boek zojuist hebt gekocht, ervoor hebt betaald. De reclame-boekenlegger van de boekhandel waar hij zit te signeren zit er nog in, evenals het pin-bonnetje. “Gekocht door Marianne, een van mijn 50.000 lezers”. Als hij werkelijk dat aantal boeken verkoopt, heb je er waarschijnlijk ook nog voor in de rij moeten staan, en heeft de auteur dezelfde vriendelijke blik, vraag, én zwierige handtekening voor al degenen voor en achter jou.
Het kan trouwens ook wel iets minder cru dan mijn suggestie van zojuist: “Leuk dat je mijn boek gekocht hebt.” En dan eventueel, afhankelijk van wat voor boek het is, bijvoorbeeld bij een spannend boek: “Ik wens je veel spannende momenten.”

Herinnering

Natuurlijk kan die seriematig geproduceerde handtekening ook een herinnering oproepen. Bijvoorbeeld aan hoe de schrijver in de lezing voor de signeersessie lachend vertelde over het ene hoofdstuk dat hij in een dronken bui geestdriftig had geschreven, ervan overtuigd dat hij het beste stuk ooit had geschreven, wat hij de volgende dagen uiteraard volledig moest herschrijven, al was het alleen maar vanwege de tikfouten, blijkbaar kun je ook schrijven met een dubbele tong. “Dubbele vinger” noemde hij het. Leuke herinnering.

De kunst van het weglaten

Donderdag (een tijdje geleden) was ik bij een literair café met Frank Westerman. Op het laatste moment had ik toch maar het boek wat ik van hem heb van de plank gehaald en onder mijn arm meegenomen, nog niet wetende of ik het wel zou willen laten signeren. Tijdens het interview raakte Westermans bevlogenheid me. Ik vroeg of hij nooit eens in de verleiding kwam om een gebeurtenis in te kleuren, er iets bij te halen waarvan je niet zeker weet of het gebeurd is, maar wat haast wel zo moet zijn en het verhaal completer maakt. Hij keek me aan en zei: “Nee, de waarheid is zo fantastisch,” zijn ogen begonnen te glinsteren, “er is zoveel om mee te werken, er is zoveel.” Hij liet zich door zijn eigen voorbeelden meeslepen, vertelde enthousiast over ontdekkingen die hij gedaan had, en gaf ook nog een oplossing voor als hij iets niet heeft kunnen vinden wat hij wel had willen achterhalen (“benoemen”). Hij eindigde met een brede glimlach met iets als “Je moet het gewoon niet doen, het komt niet in me op, er is zoveel, het is juist de kunst van het weglaten, niet erbij verzinnen.

Liefde

Na afloop van het interview stond ik een wijntje te drinken met vrienden, het is per slot van rekening een literair café. Ze moedigden me aan om m’n handtekening te gaan halen, denkende dat ik daar te verlegen voor was. Nou ben ik soms best verlegen (soms ook niet), maar ik had dus andere twijfels. Ondertussen had ik, aangestoken door zijn geestdrift en verleid door de titel ‘Ingenieurs van de ziel’, mijn tweede Westerman aangeschaft. Ik stond dus met twee boeken in mijn hand te twijfelen.
Toen bedacht ik iets: ik zou hem laten kiezen, ik zou hem vragen één van de boeken te signeren. Niet hemelschokkend revolutionair, maar het voorkomt in ieder geval het productiewerk. Westerman moest even nadenken, vooral omdat het een ongebruikelijke vraag was denk ik. Hij koos ‘Een woord, een woord’, “omdat dat dichterbij staat.” Hij vroeg mijn naam, de spelling, schreef “Voor …” maakte nog een aardige opmerking over mijn ex libris en zette met rode pen de zwierige handtekening. Hij maakte het af met datum en plaats, nog een extraatje ten opzichte van de standaard. Ik ben er tevreden over. Mijn exemplaar van ‘Ingenieurs van de ziel’ zal voor altijd het boek blijven dat hij niet signeerde, en beide boeken zullen mij herinneren aan zijn enthousiaste liefde voor de waarheid en voor de kunst van het weglaten van feiten (en handtekeningen) die overbodig blijken.





maandag 4 september 2017

Het is maar bloed van Jerry Hormone

'Het is maar bloed', ik heb er lekker in zitten lezen en de verhalen vermaakten me prima, ondanks dat ik niet van bloed en grof taalgebruik houd. Het valt wel mee hoor op de schaal van grofheid, maar ik ben op dat gebied gevoelig. Dus liever 'bips' in plaats van 'kont', 'poep' in plaats van 'stront', en 'vrijen' in plaats van 'neuken'. Overigens best mogelijk dat ik het te zijig had gevonden als hij die 'nettere' woorden had gebruikt. Zo ben ik dan ook wel weer.

Hormone schrijft met humor tragische verhalen. Lekker down-to-earth conversaties en beschrijvingen, alsof je er zomaar naast had kunnen staan. De meeste hoofdpersonen komen op mij over als onzekere jonge mannen die niet voor zichzelf opkomen. Een aantal verhalen had zo in de Viva kunnen staan, maar dan met een vrouw als hoofdpersoon, en gevolgd door commentaar van een zelfhulpcoach die vertelt hoe ze weerbaarder kan (en móet) worden.

'Roald-Dahlachtig' had ik in een recensie gelezen. En inderdaad, een aantal verhalen heeft dat zeker. Licht lugubere of absurde wendingen, goed gedoseerd.

Ik kocht het boek omdat Jerry bij ons zijn nummer voor de Piet Paaltjens-cd kwam opnemen. Het maakte me nieuwsgierig. Ik ben bevredigd.





maandag 2 mei 2016

Geachte heer M. van Herman Koch

Niet helemaal mijn boek dit. Ik denk dat Koch ook niet zozeer mijn schrijver is. Ik heb het boek wel uitgelezen. Het verhaal is best spannend en het leest ook lekker weg dus dat is het niet. Ik heb me ook wel vermaakt, maar het is voor mij gewoon geen topboek.

Misschien omdat alles zo dik aangezet wordt:
- leraren zijn vreselijk en sneu, allemaal
- de schrijver waar het over gaat is middelmatig en ver voorbij zijn hoogtepunt
- allerlei punten over schrijver zijn en het schrijverswereldje

Het wordt allemaal uitentreuren herhaald en heel expliciet benoemd. Ik denk dat ik het gewoon leuker vind om het te ontdekken. Ik vind het bevredigender om ergens tijdens het lezen me te realiseren: 'hee, dit is waar het eigenlijk (ook) over gaat.'

Er zitten ook wel wat platgetreden paden in. Dat een film bij een boek conflicteert met de voorstelling die een lezer maakt, is niet een heel verrassend inzicht. Hoort misschien bij het schetsen van de wereld van de schrijver, maar ik heb het liever subtieler.

Dat het verhaal vanuit verschillende perspectieven verteld wordt, vind ik wel leuk. Wat zijn de verschillen? Wat is beleving? Wat is speculatie? Wat is 'feitelijk'?
Zoals ik al schreef, heeft het ook iets spannends, iets whodunnit-achtigs. Ik wil graag weten wat er nou precies gebeurd is met die leraar. Wie heeft wat gedaan en wie weet wat? Ook zit er iets dreigends in vanuit Herman richting de schrijver en/of zijn vrouw en dochtertje. Dat maakt het onderhoudend, dat je toch door wil lezen.

Waar ik enerzijds niet zo van houd is als de schrijver zijn eigen excuus voor iets wat hij doet/wat gebeurt aanvoert. In dit geval:
"In een roman was dit onmogelijk geweest. ... In een roman zou dit ronduit ongeloofwaardig zijn. Te veel toeval. Toeval ondermijnt de geloofwaardigheid van een verhaal." Ja duh, als dit je excuus is om iets heel toevalligs op te voeren, lekker makkelijk.
Anderzijds vind ik het zeker een interessant thema: hoeveel toeval kun je in een roman hebben? Er moeten toevalligheden en bijzonderheden in zitten, anders hoef je er geen boek over te schrijven, of wordt het ten minste erg lastig om het interessant te maken voor lezers zoals ik (ik kan bijvoorbeeld erg weinig met 'Het Bureau' niet heel literair verantwoord van me, maar het is zo.). Maar als er te veel in zit, haak ik af. Waar ligt die grens? Kun je dat beïnvloeden? Hij komt er nog een paar keer op terug in het boek, en dat vind ik dus boeiend.
Hij doet dat ook met het feit dat twee personages (de schrijver en het vriendje) dezelfde voornaam hebben. Dat vond ik wel een grappig feitje. Gebeurt in het echte leven natuurlijk best vaak en zie je inderdaad niet zo vaak in een roman. Interessant is dat de auteur zijn eigen voornaam hiervoor gebruikt: Herman

Verder worden dingen niet afgemaakt
In het begin schrijft Herman: "Ja, het gaat beter met me. Toen ik vanochtend naar u keek, terwijl u haar met haar bagage de taxi in hielp, kon ik zowaar een glimlach niet onderdrukken." Nergens in het boek heb ik gelezen in wat voor zin het slecht met Herman is gegaan. Ik kan me er wel wat bij voorstellen, dat het niet goed met je gaat als je beschuldigd wordt van het laten verdwijnen van je leraar, als ook je vriendinnetje aan je twijfelt. Maar dat had ik me ook wel kunnen voorstellen zonder dat zinnetje.

Of bijvoorbeeld Stella. Mij wordt niet duidelijk waarom het een punt is dat ze in het perspectief van Herman wel wordt opgevoerd en in het perspectief van de schrijver niet. Misschien heb ik het gemist hoor. Misschien is dit zoiets wat juist heel subtiel is (wat een boek voor mij interessant maakt), maar dat ik niet scherp genoeg ben om het te ontdekken.

Zoiets heb ik ook met de zwarte-doos-passages. Ik kan er net niets mee.

Wat ik prikkelend (irritant en interessant: irrisant) vind, is dat Herman een plan heeft met de schrijver, maar dat het geen vastomlijnd plan is. Dat maakt het dreigend, zwakt de dreiging meteen weer af, of toch niet (want impulsief kunnen er rare dingen gebeuren). Dat zet ook weer aan het denken over wat hij destijds wel en niet heeft gedaan met die leraar.

Klein punt maar wel stom: de kever op de omslag is rood, terwijl de enige kever die in het boek voorkomt creme-kleurig is. Kan een knipoog naar het boek-en-film-punt zijn, maar slaat dan de plank mis, omdat dit niets met verbeelding te maken heeft.



Het verhaaltje:
Een schrijver (Herman M.) heeft een boek geschreven naar aanleiding van de verdwijning van een leraar (Landzaat) en de omstandigheden waarin dat gebeurde: hij was bij zijn ex-vriendinnetje (Laura) en haar nieuwe vriendje (Herman) (leerlingen van hem) langs gegaan en is daar verdwenen. Het boek was destijds een bestseller.
Jaren later blijkt de schrijver zonder dat hij het weet boven het bewuste vriendje te zijn gaan wonen. Het vriendje vertelt in het boek een deel van zijn versie van het verhaal, en volgt de schrijver en zijn vrouw met meer dan gemiddelde belangstelling.

zondag 12 april 2015

Het verdwijnen van Robbert van Robbert Welagen

Mijn Boekenweekboek van dit jaar. Een dikke zeven krijgt het van mij. Dat het geen acht of hoger is, heeft te maken met mijn hoge verwachtingen. Het stond in de Dikke Steinz als aanrader als je ‘Ritulen’ een goed boek vindt. Ik snap de link die gelegd wordt een beetje, hoewel ik eerder de link leg met ‘Het volgende verhaal’ van Nooteboom. In de Dikke Steinz staat overigens niet dat het net zo goed is als ‘Rituelen’. Maar dat verwacht ik dan toch een beetje, en dat is het  -voor mij-  niet. Geeft niet, een dikke zeven betekent dat ik lekker gelezen heb.
Hoge verwachtingen dus, en nog een klein puntje: Als je uitgebreid voorbereidingen treft om later te kunnen vertrekken, is dat volgens mij niet halsoverkop vertrekken. Ook niet als het moment niet vantevoren vaststaat en er min of meer van het ene op het andere moment besloten wordt om nu (de volgende ochtend) echt te vertrekken. Het boek begint met het plan om ‘halsoverkop’ vertrekken en de ik-figuur vind ook dat hij dat doet. ‘Plan’ en ‘halsoverkop’ passen niet bij elkaar, en daar heb ik dan het hele boek een beetje last van.
Goed, genoeg over waarom het geen 8 of hoger is. Het is verder een heerlijk boek. Lekker droog geschreven, qua taal en qua humor. Met af en toe uitstapjes naar iets bloemrijkere taal, precies op het juiste moment toegepast. Hij gebruikt het om het leven te beschrijven waarin hij na het verdwijnen uit zijn eigen leven en wat omzwervingen terecht is gekomen. Het klinkt allemaal heel idyllisch en net als je dat hebt gedacht, ontkent de ik-figuur het. Terug naar de droge taal, en nog eens goed nadenken.

En dat is het tweede wat ik fijn vind aan het boek. Het zet je aan het denken: over je wensen, over je leven, over wat je nodig hebt, over relaties. Het maakt dat ik zijn andere boeken ook wil lezen. Toch geen slechte tip van de Dikke Steinz.

vrijdag 18 april 2014

De ziener van Simon Vestdijk

Intrigerend. Hoewel Le Roy een vreemde vogel is en dingen doet waardoor hij niet sympathiek overkomt, leef je toch een beetje met hem mee.


Later leef je meer met Dick mee. Waarom gaat hij naar juffrouw Rappange toe? Hij lijkt het zelf lang ook niet te weten. En pas als hij het aan zijn moeder vertelt, komt hij erachter. Of misschien was het daarvoor wel niet zo. Hij vertelt het aan zijn moeder om er vanaf te zijn, hij verzint het min of meer. Het blijkt daardoor waar te worden. Juffrouw Rappange doet het eerst dan ook af als onzin, maar het maakt hem niet uit of hij misschien verliefd is op de situatie of omdat hij het nou eenmaal een keer gezegd heeft.
Vervolgens blijkt Le Roy ook een grote rol gespeeld te hebben, én blijkt hij, in ieder geval in dit geval, meer een ziener te zijn dan een voyeur. Een erg betrokken ziener, die er alles aan doet om zijn gedachten werkelijkheid te laten worden, niet ten koste van anderen, maar de hoofdrolspelers zouden juist gelukkig worden.
Op een gegeven moment vergelijkt Le Roy zichzelf met God. En niet expliciet, zou je ook de vergelijking met een schrijver kunnen maken. Hij bedenkt immers wat er met de personages moet gebeuren en laat dat vervolgens ook gebeuren.
Le Roy woont nog bij zijn moeder, die weduwe is, en zijn zus. Erg veel lijken ze niet om elkaar te geven. Le Roy is vooral bezig met de schijn ophouden tegenover die twee.

Het lijkt ook een soort aanklacht tegen de bekrompen maatschappij. De hele affaire begint pas echt als er geroddeld wordt en mn juffouw Rappange zich ertegen wil verzetten. Dick gedraagt zich in tegenstelling tot zijn broer Rick met wie hij vaak over een kam geschoren wordt als een heer.

zaterdag 5 april 2014

Journaal 1939 van Menno ter Braak

Dagboek dat begint op 3 sept 1939, de dag van de oorlogsverklaring van Chamberlain. Biedt nieuwe en tot nadenkende inzichten. Had me nooit zo scherp gerealiseerd dat veel mensen die WOII hebben meegemaakt ook WOI bewust hebben meegemaakt. Ik realiseer me weer eens dat ik eigenlijk weinig weet over de aanloop. Terwijl dat toch interessante kennis is als je herhaling wil voorkomen.

(citaten niet op volgorde)
"Radio: vóór het moment, dat misschien voor jaren over het lot van Europa beslist, Chamberlains oorlogsverklaring hedenmorgen, spreekt een juffrouw over groente in blik en draait men een stuk opera af. Terwijl Ch. spreekt, op andere stations concert."
"Eén gevoel alles overheerschend: te blijven leven tot Hitler hangt. Dit zonder eenig bijgevoel van wraakzucht. Ik haat dat individu niet, ik veracht het niet eens, maar het moet worden uitgeroeid. Daarna kan men verder zien."

"‘Voor de toekomst vechten’: een leuze, die onzinnig is voor het individu, dat niet weet, of het deel zal hebben aan die toekomst. Er is geen enkel compromis mogelijk tusschen de collectieve leuzen en de wanhoop van het individu, dat zich realiseert, opgeofferd te worden voor een ‘idee’. Sjestow"

"Iedere lust tot definitief styleeren ontbreekt sedert het begin van de chantage met Polen, ... Zelfs geen lust in schrijven; typen is minder ‘litterair’."
(Vanaf p. 12 is het manuscript in handschrift ipv getypt, CR)

"Denk ik, onder het lukraak schrijven van dit journaal, toch soms aan een lezer? Ongetwijfeld; ik constateer het aan bepaalde ‘arrangementen’. Maar deze lezer is op een aangenaam verren afstand, d.w.z. zoo vriendschappelijk dichtbij, dat hij om zoo te zeggen deze improvisaties meeschrijft."
"... na stankvrij te zijn gemaakt door een middel dat wel evenmin zal bestaan als de Blitzkrieg."

De eeuwige andere van Ina Boudier-Bakker

Een boek dat mij medium intrigeert. Veel personen met weining onderscheid tussen hoofdpersonen en bijfiguren. Een verhaal of twee te veel wat mij betreft. Ik heb dan heldere en eenduidige aanduiding nodig. Maar 'Alice' wordt ook 'freule' en 'Tan' genoemd, en van mevrouw Van Doorn blijkt een van de tijdelijke bewoners te zijn, en 'De Eenzame' blijkt dan weer niet Egidius, terwijl Egidius minstens zo eenzaam en zonderling is (volgens mij).
De setting/het verhaal is eigenlijk meer decor voor het neerzetten van haar personages heb ik het idee. Wat mij licht onrealistisch voorkomt is dat iemand die alleen op zijn landgoed woont 2 dienstbodes en een keukenmeid heeft, maar wel zeer tegen zijn zin huisjes op zijn landgoed verhuurt aan onbekenden.


De schrijfster behandelt met het gezin van John, Emilie en Victor ook het schrijverschap. Vader Victor wiens eerste dichtbundel populair was, ook onder critici, produceert al jaren niets meer en leidt een teruggetrokken bestaan. Moeder Emilie schrijft 'grappige' romans, die populair zijn, maar niet onder critici, om het gezin te onderhouden. John helpt zijn moeder, maar ontdekt door zijn eerste liefde de kunst van het verzen schrijven. Hij heeft korte tijd geen belangstelling voor het werk van zijn moeder. Emilie gaat daarop minder schrijven aan haar volgende 'vrolijke boek' maar schrijft wel een novelle, die ze aan niemand laat lezen.
"En het 'vrolijke boek'dat daar lag te wachten ...?? 'Ik zou het in een hoek kunnen trappen,' dacht ze. 'Ik walg ervan. Nú zou ik den échten groten roman kunnen schrijven. 't Lag altijd in me te wachten. Nu zou 't gaan. Zou ik 't kunnen. Het 'Andere' Boek. En nu is het te laat.' 'Maar die kleine novelle?'"

Verder gaat het vooral over eenzaamheid/verlies (Egidius die zijn vrouw en kind verloren is, de Eenzame, de freule die haar jonge liefde verliest als hij na de oorlog naar Duitsland moet vluchten omdat hij 'fout' is geweest, de freule heeft daarnaast contact/respect verloren in het dorp omdat ze met een foute man omging, de vrouw van de voetballer die er nooit is omdat hij altijd wedstrijden moet spelen), de gevolgen van een enkele (verkeerde) keuze (de Eenzame, de freule), relaties en liefde (Peter en Greta, John en Lieneke (van voorbijgaande aard), de Evenblij's, Emilie en Victor). Waarbij in veel relaties of in aanloop naar die relaties ook weer eenzaamheid voorkomt.

zaterdag 29 maart 2014

Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans

Eindelijk gelezen. Veel toegankelijker dan ik dacht. Veel symboliek die er duidelijk bovenop ligt.  Alfred is onzeker oa of hij anderen niet tot last is en daardoor is het (voor mij) makkelijk verplaatsen in hem. Wat ik ook prettig vind is de balans tussen dingen die toch goed gaan ondanks zijn sombere gedachten (de overkant van de rivier bereiken) en de dingen die niet goed gaan.

Moeder/Vader-zoon
Alfreds vader is overleden toen hij zeven was. Hij was bioloog en is omgekomen tijdens een expeditie. Alfreds moeder ziet hem graag de wetenschappelijke successen behalen die zijn vader nooit gekend heeft.  Alfred wilde vroeger fluitist worden, maar als fluitist kun je nooit individueel succes halen en dus ontmoedigt zijn moeder hem aan alle kanten.
Arne’s vader leeft nog wel, maar Arne neemt niets van hem aan. Alfred kijkt tegen Arne op maar ook Arne is onzeker. Hij wil  geen dure uitrusting meenemen, want als je zonder resultaten terugkomt, is het extra stom als je dure uitrusting had. Alfred vindt het onzin.

Vergankelijkheid/Memento Mori
Alfred is bang om te verongelukken. Uiteindelijk sterft Arne.

Religie / filosofie
De deelnemers aan de expeditie hebben af en toe religieuze discussies
Alfred doet tijdens zijn expeditie allerlei inzichten/ levenwijsheden op.

Schrijver / Critici
Alfreds moeder is literatuurcriticus (buitenlands). Alfred vertelt hoe ze heel gedisciplineerd werkt, maar nooit de boeken leest en alleen op basis van de nationaliteit van de schrijver en andere artikelen haar stukken opstelt. Enerzijds lijkt het me een sneer anderzijds schrijft ze niet over Nederlandse boeken.
Zie ook een van de citaten.

Het hoofstuk met de Amerikaanse vrouw aan het einde hoefde voor mij niet echt. Maar was misschien nodig om terug te komen op het fluitthema.

citaten:
Hij stapt naar de rand van het trottoir. Met twee brilleglazen op zijn voorhoofd en twee voor zijn ogen, lijkt het of hij met vier koplampen is gewapend.
Hij boort zijn witte blindenwandelstok recht in de stroom auto’s die voorbijkomt. Het verkeer komt tot stilstand. Hij steekt over. Het lijkt of de straat achter hem dichtklapt.

...De ansichtkaart aan een hoek vasthoudend, er zou nu en dan in gedachten mee wapperend, loop ik naar mijn htel en bepeins wat ik zal schrijven. Ik slaag er niet in iets bruikbaars te bedenkn, want iets anders dan wat ik werkelijk denk, schiet mij niet te binnen.

Ze zei: Ik wist niet dat de geologie een wetenschap was, waarbij je voortdurend in de spiegel moest kijken.
(opmerking van zijn zusje die hem een kompas geeft met spiegeltje. Hij is zuinig op het kompas maar raakt het uiteindelijk kwijt.)

Ik besef plotseling dat ik in een voortdurende vrees leef te moeten bestaan in een maatschappij waar iedereen iedereen voor de gek houdt.

Hoeveel enorme keien liggen er op de Drentse hei, die misschien door een oermens jarenlang zijn verwrikt en versleept, elke dag een halve meter ... jaren is hij ermee bezig geweest, dag in dag uit, (...). Toen werd hij ziek en kon niet verder zwoegen. De steen lag nog lang niet dicht genoeg bij de twee of drie andere grote stenen, dat wij, zijn nageslacht, op het idee komen te zeggen: - Kijk! een hunebed!

Ik denk dikwijls aan de schrijvers van de boeken die mijn moeder bespreekt. Hebben twee, drie jaar zitten zwoegen, hebben bij gebrek aan mensen die genoeg van hen hielden dat zij hun iedere confidentie durfden te doen, gedacht: wacht eens, ik zal een boek schrijven, wordt in duizenden exemplaren verspreid, misschien zijn er een of twee lezers die van mij zullen houden.

Wat een idee! Te denken: ik heb een talent, maar alles wat ermee gedaan kan worden, is al gedaan. Er is al een machine die meer talent heeft dan ik.

Een bliksemstraal maakt een haarscheur in de hemel die zo grijs is als stoepsteen.

zondag 23 maart 2014

Gifsla van Jan Wolkers

Prima boek. Leest lekker weg. Ik verwacht bij Wolkers veel expliciete seks, en dat is er ook wel, maar niet irritant. Er zit veel humor in.
Gelezen tijdens/na 'ons-weekend', dat pastte deels wel bij de setting van het boek: vrije dag(en) en je weet dat je 's avonds champagne gaat drinken. : )
Thema's die ik erin lees:
Schrijven
Het lijkt erop dat Wolkers zichzelf als model, als basis heeft genomen. Je volgt een schrijver in de laatste dagen van het jaar (en de eerste dag van het nieuwe jaar). Je krijgt fragmenten, opties en de opzet van het verhaal dat hij aan het schrijven is mee. In zijn verhaal wordt een meisje vermoord. Een sullige ornitholoog die haar vindt, kan de verleiding niet weerstaan en verkracht haar. Hij krijgt uiteindelijk de schuld van de moord, verraden door de gifsla die in zijn tuin groeit, en ook gaat groeien op de plek waar hij het lijk dumpt.
Met zijn dochter heeft de schrijver discussies over hoe snel je zou moeten schrijven. Opmerkelijk vind ik dat de schrijver in het verhaal voornamelijk inspreekt ipv schrijft.

Ouder worden / vergankelijkheid
Rob (de schrijver) ziet zichzelf ouder, dikker, ongezonder worden. Hij is zich ervan bewust dat hij dat proces versnelt doordat hij snoept en veel drinkt. Hij neemt zich vaak voor om daarmee te stoppen maar meent dat niet echt. Rob is een stuk ouder dan zijn vriendin van dat moment. Hij geeft toe dat het op een gegeven moment fijner is om met haar te pronken dan met haar te vrijen.
De haas met het verlamde achterlijf en de dode inktvis passen ook in dit thema.
Aan het einde sterft Rob nadat hij dat een paar bladzijdes vantevoren aangekondigd heeft middels zijn gedachten over zijn boek.

Vader-dochter
Rob houdt veel van zijn dochter, zij ook van hem. Hun relatie kent ups en downs. Ze kibbelen veel, maar doen ook lieve dingen voor elkaar. Soms neigt Rob naar het incestueuze, dat heeft Ellen niet. Ze laat hem wel naar haar kijken nadat ze gedoucht heeft, maar maakt daar ook weer een einde aan.

(Tegen de spinnen in zijn kruimeldief:)
" 'Helaas, jullie zijn te afzichtelijkom buiten los te laten,' mompelde hij. 'Viezige grauwe kreeftjes die elkaar nog verslinden ook. Desondanks is het met gepast medelijden dat ik jullie voorgoed van de buiten wereld afsluit.'
Hij legde de stofzuiger neer en liep log en lenig tussen de tafels met onordelijke stapels boeken en tijdschrijften door naar zijn bureau, lichtte met een elegante zwaai de hoes van elektronische schrijfmachine en deed de stekker in het stopcontacht."




zondag 24 november 2013

De kraai van Kader Abdolah

'De kraai' bevat een fiks aantal citaten uit de Nederlandse literatuur. Ik vond het leuk om de citaten in een andere context te lezen. Ik las ze ook echt anders. Verder is het verhaal wat hij vertelt zeker interessant en prima geschreven. Weing opzienbarends, maar dat zit misschien al voldoende in de citaten. Of misschien toch: hoe hij zich voorstelt als makelaar in koffie, vervolgens duidelijk maakt dat hij dat niet echt is (alleen maar om geld te verdienen), dat hij eigenlijk schrijver is, en een paar keer als schrijver even het woord rechtstreeks tot de lezer richt.

‘Soms vertel ik dingen waarvan ik twijfel of ze waar zijn, maar tot mijn verbazing komen ze geloofwaardiger over dan de waarheid’.

Hij vertelt hoe hij in Iran min of meer zich bij de socialisten aansluit. Eigenlijk wil hij alleen maar schrijver worden. Via Turkije wil hij naar Rusland vluchten, maar Rusland valt uit elkaar. Hij komt in Nederland terecht. Voor een betere plek heeft hij geen geld. etc
Er zitten veel autobiografische elementen in.

zaterdag 3 augustus 2013

Ik omhels je met duizend armen - Ronald Giphart

Beter dan ik verwacht had. Haha, een schrijver die zo veel over seks schrift en zo populair doet, kan natuurlijk niets zijn. Maar ik vond het leuk en pakkend om te lezen. Hij vermaakt me met zijn taalgebruik. Het (taalgebruik) komt slim maar niet ingewikkeld over, of alledaags maar toch bijzonder en spits/scherp. Zoiets. Een beetje: 'kijk zo leuk kan taal zijn.', en dan zonder daar vervelend bij te zijn.



Het La-palma-decor en bijbehorende verhaallijn en flash-backs lezen makkelijk weg als verhaaltje maar gaan soms ook wel iets dieper. De verhaallijn over zijn zieke en stervende moeder leest op een andere manier ook makkelijk weg. Soms misschien wat te. Fijn hoor, dat jullie er met z'n allen zo goed mee om konden gaan. Het klinkt ondanks dat er wel degelijk ellende beschreven wordt, toch wel allemaal rozengeur en manenschijn. Het lukt wel erg goed om er het beste van te maken. Vind ik dan ergens ook wel heel aandoenlijk, dat hij daar blijkbaar niet te stoer voor is. Terwijl ik hem eigenlijk al langer niet meer stoer vind, maar gewoon wel cool. Tenminste wat hij neerzet in de media.

Doet wel knap eigenlijk: dat ik hier nu z'n positief verhaaltje zit te schrijven en dus zo'n gevoel heb, terwijl het toch best beroerd eindigt. Niet dat het een typisch echte-vrienden-groepje (inclusief zijn zwangere vriendin) was dat hij beschreef en waar niets meer van overblijft, maar toch. Hoopgevend is dat hij Samarinde spaart bij zijn wraakactie.

dinsdag 23 juli 2013

De beste manier om iets te vangen - Fouad Laroui

Het lijkt me net iets te veel op een verhaal voor kinderen. De titel is wel intrigerend, m.n. de uitbreiding in het verhaal: "De beste manier om iets te vangen is met woorden". En de zoektocht van de jongen (Sami) is aansprekend. "Maar je hoeft de vogel niet te vangen! Het is voldoende als je hem goed bekijkt, zelfs van ver. Dan kun je hem heel precies beschrijven. En als jij hem als eerste een naam geeft, dan zal het jóúw vogel zijn." (nadat de jongen eerst geprobeerd heeft als een kat een vogel te vangen).
Voor als hij een onbekende plant vindt, heeft hij al een naam: faren-fan-Sami.

En gewoon mooi, helemaal aan het begin van het verhaal: "Bij hen thuis hielden ze niet van gepraat. Ze hielden van elkaar. Dat is het belangrijkste." Niks mis met praten, vind ik, maar toch een mooi stukje.
Of leuk: "[De dokter] stelde Sami veel vragen, maar Sami antwoordde niet omdat hij naar de stropdas van de dokter keek. Als je er nou eens hard aan trok, zou dat pijn doen?"

Het verhaal laat een kinderlijke naïviteit en geestdrift zien, en stipt wat wonderlijke aspecten van taal aan. "Sami wist niet wat Marokkaans, Frans, stadstaal of plattelandstaal was." ... "Het jongetje begreep uiteindelijk dat hij in plaats van woorden uit te vinden, beter al bestaande woorden kon gebruiken omdat je daar vroeg of laat toch bij terugkwam."

Het is een verhaal uit Belofte aan de wereld.

vrijdag 29 maart 2013

De verrekijker van Kees van Kooten

Een lekker boekie. Ik vind het leuk wat hij met taal en fantasie doet, en hoe hij een inkijkje in zijn leven geeft. Al weet je niet zeker of daar ook niet fantasie bij zit, een sausje overheen zit. Het maakt hoe dan ook een oprechte indruk. Het is niet groots of meeslepend, het kabbelt een beetje voort, met af en toe een min of meer overbodig actueel grapje alsof hij wil bewijzen dat het allemaal heel spontaan is. Maar Van Kooten kan dat goed, en het heeft ook iets schattigs.
En het is heerlijk om even een beetje meegevoerd te worden in zijn liefde voor bepaalde boeken, voor lezen, en voor schrijvers.


Van Kooten neemt ons mee in zijn zoektocht naar het verhaal achter de verrekijker van zijn vader. Het lijkt erop dat zijn vader die onrechtmatig gevorderd en gehouden heeft. Maar dat zou zijn vader nooit doen, toch? Het is de rode draad waar allerlei andere verhaaltjes aan vastzitten: fantasietjes over hoe het gegaan zou kunnen zijn, wat mooie verklaringen zouden zijn, over zijn diensttijd, hoe zijn vader met de oorlog omging toen die al lang was afgelopen, over zijn jeugd, over lezen en schrijvers, over ouder worden en vergeten, en de andere rode draad: opruimen.