Posts tonen met het label Relaties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Relaties. Alle posts tonen

zondag 4 juni 2023

Op het bankje

Zijn hoofd beschrijft een boog die hoort bij een hoek van negentig graden. In het decor doet een meeuw met gevoel voor drama of hij neerstort. Net keek ik nog tegen hun beider gezichten aan. Nu zit zijn achterhoofd, gekanteld dus, voor haar gezicht. Hij zoent haar, vermoed ik. Hoewel, haar handen liggen bewegingloos in haar schoot. Ze zit kaarsrecht en doodstil. Terwijl hij de diagonaal van zijn rug ook weer loodrecht boven de bank brengt, veegt hij zijn mond af. Toch gezoend dus. Zo gaat het drie of vier keer, tussendoor praten ze. Hij vooral, met grote gebaren. Dan staan ze op. Voor het eerst draaien ze zich naar elkaar toe, allebei een kwart. Ze wiebelt van haar hakken op haar tenen alsof haar rugzak haar uit onbalans brengt.

"Tot morgen," zegt ze. Dan draaien ze allebei om. Alsof ze ieder aan hun eigen zijde het podium verlaten. 

Ze worden vrijwel direct afgelost door een ouder paar. Zij legt haar hand in zijn schoot en na een korte eeuwigheid, legt ze zijn hand in de hare. 

dinsdag 3 juli 2018

Want de avond van Anna Enquist

Een boek dat lekker wegleest. Niet dat het onderwerp vrolijk is. Het gaat over hoe verschillend mensen omgaan met een trauma. En dat mensen daardoor uit elkaar kunnen drijven. Dat is een triest maar interessant gegeven.

Wat voor mij niet zo goed werkte, is dat wat er gebeurd is, dat wat het trauma veroorzaakt heeft, maar mondjesmaat beschreven wordt. Door het hele boek heen, krijg je puzzelstukjes aangereikt en pas tegen het einde werd het voor mij duidelijk wat er precies gebeurd was. Ik wilde dat toch wel heel graag weten en was steeds op zoek naar aanwijzingen. Daardoor miste ik wat van de diepte in 'het onderzoek' naar de verandering in de onderlinge relaties.

Dat onderzoek naar de veranderingen is er wel, net als de worsteling, de zoektocht naar een nieuwe invulling van die relaties. Hoewel zaken bombastisch worden weergegeven in het boek, moest ik het daarvoor herlezen. Of misschien wel daarom. Het is een beetje zoeken tussen het geweld (niet letterlijk) en, daar heb je een punt waar ik gevoelig voor ben: de toevalligheden. Aan het begin van het boek is het contact is verbroken, ook tussen Carolien en Jochem. Ze zijn nog getrouwd en spreken elkaar nog, maar van echt contact is geen sprake. De anderen zien ze helemaal niet.
Terwijl Carolien en Jochem verder uit elkaar drijven, ontstaan er met de anderen weer contacten. Min of meer toevallig, of opgezocht (door de ander). Dat gaat niet vlekkeloos. Ik had er graag meer, op bedachtzamere wijze van meegekregen. Of dat ligt aan mijn nieuwsgierigheid of aan de roman, weet ik niet.

Het einde komt nogal onverwacht, is positiever dan de hele opbouw. Het kan ook een moment-opname zijn. Als ze allevier gedwongen bij elkaar zijn, gaan ze samen uit eten. Er wordt goed gedronken en geconcludeerd dat het goed is. Het is natuurlijk maar de vraag hoe dat de volgende dag voelt en in zijn werk gaat. Dus waar ik eerst dacht dat het einde wat te makkelijk en te goed is, is het dat misschien helemaal niet.

Wat voor mij erg leuk was, is dat gedeeltes van de roman in China spelen. Ik ben net terug van een vakantie daar en dan is het leuk om het terug te zien als decor en metafoor (voor ver weg, anders, vluchten, de zoektocht naar het verbinden).

Muziek is, zoals in meer boeken van Enquist ook een thema. Ik vind het heerlijk hoe ze dat doet.

Ik heb achteraf begrepen dat het een vervolg is op 'Kwartet', een eerdere roman van Enquist. Hoewel gezegd wordt dat 'Want de avond' goed zelfstandig te lezen is, was het voor mij wellicht toch beter geweest als ik die gelezen had.

Hoe dan ook een boek dat het waard is om te lezen. Je hebt wat toevalligheden te slikken. En ik was nogal afgeleid door de 'wat is er nou precies gebeurd'-vraag, maar dat geeft ook aan dat het iets spannends heeft (als je Kwartet niet gelezen hebt).


zondag 12 april 2015

Het verdwijnen van Robbert van Robbert Welagen

Mijn Boekenweekboek van dit jaar. Een dikke zeven krijgt het van mij. Dat het geen acht of hoger is, heeft te maken met mijn hoge verwachtingen. Het stond in de Dikke Steinz als aanrader als je ‘Ritulen’ een goed boek vindt. Ik snap de link die gelegd wordt een beetje, hoewel ik eerder de link leg met ‘Het volgende verhaal’ van Nooteboom. In de Dikke Steinz staat overigens niet dat het net zo goed is als ‘Rituelen’. Maar dat verwacht ik dan toch een beetje, en dat is het  -voor mij-  niet. Geeft niet, een dikke zeven betekent dat ik lekker gelezen heb.
Hoge verwachtingen dus, en nog een klein puntje: Als je uitgebreid voorbereidingen treft om later te kunnen vertrekken, is dat volgens mij niet halsoverkop vertrekken. Ook niet als het moment niet vantevoren vaststaat en er min of meer van het ene op het andere moment besloten wordt om nu (de volgende ochtend) echt te vertrekken. Het boek begint met het plan om ‘halsoverkop’ vertrekken en de ik-figuur vind ook dat hij dat doet. ‘Plan’ en ‘halsoverkop’ passen niet bij elkaar, en daar heb ik dan het hele boek een beetje last van.
Goed, genoeg over waarom het geen 8 of hoger is. Het is verder een heerlijk boek. Lekker droog geschreven, qua taal en qua humor. Met af en toe uitstapjes naar iets bloemrijkere taal, precies op het juiste moment toegepast. Hij gebruikt het om het leven te beschrijven waarin hij na het verdwijnen uit zijn eigen leven en wat omzwervingen terecht is gekomen. Het klinkt allemaal heel idyllisch en net als je dat hebt gedacht, ontkent de ik-figuur het. Terug naar de droge taal, en nog eens goed nadenken.

En dat is het tweede wat ik fijn vind aan het boek. Het zet je aan het denken: over je wensen, over je leven, over wat je nodig hebt, over relaties. Het maakt dat ik zijn andere boeken ook wil lezen. Toch geen slechte tip van de Dikke Steinz.

zaterdag 7 februari 2015

De Ortolaan van Maarten 't Hart

Wat is het toch fijn om dit soort verhalen van Maarten 't Hart te lezen. Het is lekker geschreven. Het gaat over liefde die nooit tot een liefdesrelatie leidt, maar hoewel zeker jammer, heel erg lijkt het niet te zijn. Er is geen ruzie, er is geen expliciete afwijzing. Ze zijn gewoon allebei bezet en het behoort niet tot de mogelijkheden. De keren dat ze elkaar zien, zijn periodes van weken en that's it.
't Hart heeft het verder over Bach, Kierkegaard, de wereld van de biologen en meer specifiek de ethologen, beschrijft vogels en planten, citeert de bijbel, geeft zijn mening over het geloof en darwinisme. Over het geloof: hij legt nadruk op de individualiteit in de teksten (De heer is mijn herder en niet onze herder.)


zaterdag 30 augustus 2014

De hond in het lege huis van Anton Koolhaas

Mooi! Droevig, herkenbaar en lief.
Jacqueline en Paul ("het paar") vormen een mooie twee-eenheid. Niet overdreven, maar vertrouwd, herkenbaar. De schrijfstijl is helder, en op een bepaalde manier dichtbij. Net vaak/sporadisch genoeg stelt de schrijver vragen die je zelf ook zou stellen. Maar het gaat gelukkig niet zo ver dat er een onderonsje tussen schrijver en lezer wordt gecreeerd. Of hij geeft je heel even het begin van het idee dat hij vanuit de hond schrijft en dat je dus gedachten van de hond leest en dat houdt dan precies op tijd weer op. Niet onrealistisch dus, maar 'gewoon' wat je zelf ook zou kunnen denken dat een hond denkt. Hetzelfde gebeurt ook wel eens met de verteller en Paul.
De loop van het verhaal is niet verrassend, maar dat hoeft ook niet.
Ook herkenbaar is de tweestrijd in Paul tussen hoop en realisme.


Verhaal: Jacqueline en Paul zijn op hun vaste vakantie-eiland. Jacqueline verdrinkt/komt niet terug van het zwemmen. Paul weet meteen dat ze nooit meer terug zal komen en blijft tegelijkertijd hoop houden, tot hij zeker weet dat ze niet terugkomt. Dan wil hij zelf ook verdrinken, maar dat mislukt.
'De hond in het lege huis' slaat op dat Paul denkt dat hij de vakantiehond heeft opgesloten in het vakantiehuis. Hij gaat terug om hem te bevrijden (en zich te verdrinken), maar de hond is niet in het huis. 

Het vreemde hotel waar niemand lijkt te mogen blijven slapen heeft iets onrealistisch. Maar het is nodig om Jacqueline een laatste rustplaats te kunnen geven, en dat is voldoende verklaring.
"Toch kon niemand zeggen, dat het hotel er luguber uitzag. Het was groot en helder en leeg. Men kon er inderdaad logeren in door licht en ziltheid uitgebeten, zeer heldere kamertjes en ijzeren ledikanten met onbeslapen lakens, waartussen men wel hel fijn zout moest vermoeden."

Het verhaal is niet alleen droevig trouwens: "Alle kleuren van zee-anemonen meldden zich stuik voor stuk en zelfs de grote krabben, die soms plotseling over een rots draafden, hadden iets joligs. Ze hadden dan ook poten geoneg om mee te zwaaien en als e bij vergissing eens hun houvast verloren en een rotsje lager tuimelden, dan kón dat, wat hun betrof."

"Dan komt ze terug en groeit uit het water, het strand op en is mooi"
Dit is het mooiste stukje van het citaat, maar het vervolg is veelzeggend:
"... en wie weet geheimzinnig om wat ze zo ver in het water dat ze er bijna aan toebehoorde, gedacht zal hebben en overpeinsd. Er is zo veel water om zo'n zwemmer heen, dat er toch allicht een gedachte zal bestaan van een toebehoren aan de zee. Of niet?"

"Een ontzettend klein stipje kan een interessant schip worden, maar het neemt er zijn voor."

"Paul wilde in ieder geval eerst nog in het huis kijken, maar er was niets. Het effect van alles, dat op zijn plaats ligt en onberoerd, kan erger zijn dan van een aardbeving."

En dan is er nog het ravijn, onpeilbaar diep en waar altijd kou als een soort voorbode van de dood uit omhoog komt.
En de zeeman en zijn vriendin met het niet-lopende café 'Caprice'. De enige mensen met wie Paul contact heeft, maar ook niet echt.

donderdag 21 augustus 2014

Variations pathétiques uit Op de rug gezien van Margriet de Moor

Mooi verhaal met onderhuidse spanning over een uit de stad gevluchte pianolerares die via een leerling met zijn vader communiceert.

donderdag 7 augustus 2014

Het jaar van de Kreeft van Hugo Claus

Geen vrolijk boek over een moeizame relatie, mensen die niet gelukkig mogen zijn van zichzelf, het ongeluk zoeken. Mensen die zelf ook niet weten waarom ze zo doen.


Uiteindelijk blijkt er nog een groter ongeluk te zijn dan Toni zelf opzoekt. Of het moet zijn dat ze met haar ongezonde levensstijl (veel drank, sigaretten en drugs) deze ziekte heeft opgezocht maar dat lees ik er niet echt in. De kreeft (sterrenbeeld) als iemand die in het verleden leeft, en de kanker die een einde aan het leven maakt. Een echte toekomst had ze toch al niet.
In de jaren zeventig was kanker natuurlijk nog veel onbekender. Was het voor de grote angst? Het eufemisme 'Ka' bestond duidelijk al.
Maar eigenlijk speelt kanker niet eens zo'n heel prominente rol. Toni noemt één of twee keer dat ze er bang voor is. Pierre scheldt haar een keer uit met 'krijg de kanker' en dan is haar antwoord: 'heb ik al.' (maar dat weet ze dan nog niet)

De tegenstelling tussen arm en rijk, hippies en burgers. Pierre is rijk, en meer een burger dan een hippie. Hij doet even aardig mee met Toni, maar voelt zich niet echt op zijn gemak in haar vriendengroep. Uiteindelijk realiseert hij zich ook dat hij haar buiten zijn eigen vriendengroep heeft gehouden.
Toch is het Pierre die Toni van een seksuele blokkade of in ieder geval onvermogen om klaar te komen afhelpt. Toch verwacht Toni iedere keer een beloning van Pierre als ze met hem naar bed is geweest.

Korte hoofdstukken. Je krijgt (daardoor?) geen vat op het verhaal, dat komt overeen met dat ze het zelf ook allemaal niet zo weten. Pierre is zicht bewust van zijn vreemde keuzes, maar is daar nog redelijk consequent in. Hij kiest voor haar ellende. Niettemin spreekt ook hij zichzelf tegen, al is het alleen maar in gedachte.
Toni is daar nog extremer in.

Het jaar van de kreeft' speelt zich af in de vroege jaren zeventig in Amsterdam en werd geschreven in de periode dat Hugo Claus daar woonde en een verhouding had met Kitty Courbois, op wie het boek gedeeltelijk is geïnspireerd.

zaterdag 28 juni 2014

Robinson van Doeschka Meijsing

Lekker literatuurboek. Er wordt een stille spanning gecreëerd, vooral in het begin.

Misschien komt het doordat ik ze vlak na elkaar lees (maar ik ben niet de enige zie ik op internet): ik zie in de verhalen en thema's van Terug tot Ina Damman en Robinson parallellen: pubers op een middelbare school die min of meer buitenbeentje zijn, allebei een ontbrekende vader (al is dat in Robinson niet het hele verhaal het geval), een typische rol voor de moeder (wel verschillend hoewel ze allebei goed contact maken vet het vriendje/vriendinnetje van hun kind) een onduidelijke liefde, samen schaatsen en iets met een mutsje en de trein.
Er zijn natuurlijk vooral ook verschillen. Robinson gedraagt zich heel anders dan Anton. Zij vindt het niet erg om er niet helemaal bij te horen, Anton doet verschrikkelijk hard zijn best en kan goed leren. Robinson blijft zitten.

Daniël is nog meer buitenbeentje dan Robinson en zoekt dat heel erg op. Hij is  degene die het duivels en heksenthema door het verhaal laat lopen. Daniël treedt ook op met een travestie-act. Hij is het neefje van de rector, die zich actief met hem bemoeit en ook met Robinson. Hij eist al vroeg een rol op, door Rtobinsons beschouwing over hem.
De relatie tussen Robinsons vader en moeder is vreemd. Robinson zit daar op een vreemde manier tussen. Er is Johanna Freida (lerares Duits) voor wie Daniël bewondering koestert, met wie ze vriendschappelijk omgaan, en die een relatie aangaat met de vader van Robinson.
Als ze les krijgt over water, zijn de relaties in het molecuul een belangrijk onderdeel (een deel dat Robinson overigens niet zo veel zegt), de O wordt als eenzaam beschreven.
Aan het einde komt Robinson onthecht op mij over.

woensdag 22 januari 2014

De buitenvrouw - Joost Zwagerman

Het is al weer een tijd geleden dat ik dit boek gelezen heb. Moet in een vakantie geweest zijn, als e-book. Ik miste hem in het rijtje met label 'leraar/lerares'.

Wat ik me kan herinneren:
Toegankelijk, vlot leesbaar. Volgens mij niet helemaal makkelijk om me te identificeren. Hoofdpersoon toch een beetje een sukkel.


zaterdag 20 juli 2013

Vijftig van Marcellus Emants

Heerlijk qua taal. Pas als ik stukjes nalees om er achter komen wat er zo heerlijk is, valt me op dat het eigenlijk heel clean gescheven is. Ik vind geen superlatieven, geen dubbele bijvoegelijke naamwoorden, geen liederlijke bijzinnen. En toch is het geen droge beschrijving. "beneden roezemoesde de rumoerige straat" Nou, dat vind ik er heerlijk aan, denk ik.
En natuurlijk die paar oude woorden, en de inkijk in het leven in die tijd (eind negentiende eeuw): trijp, omberen, elkaar met mevrouw en meneer aanspreken ook als je behoorlijk close bent, mannen die met elkaar gaan roken na het diner, zomaar wat voorbeelden.



Ik kan me natuurlijk niet vinden in Emants' sombere kijk.  Ik vraag me af wat er nou werkelijk aan de hand was tussen haar en hem (maar het is natuurlijk raar om als lezer te vinden dat de schrijver met een verkeerde blik kijkt en weergeeft, dat er misschien wel iets anders gebeurt dan hij beschrijft). Waarom praatten ze er niet beter over? Waarom vraagt hij niet door? Waarom zegt hij niet wat het met hem doet? Ach, misschien doet hij het eigenlijk wel, maar gaat zij er niet op in, houdt het af. Dan is het dus toch een soort van hopeloze liefde. Hij negeert alle signalen, ook die van haar, dat dit niet de vrouw van zijn dromen is, en zij houdt hem dan maar aan het lijntje. Eigenlijk houden ze elkaar en zichzelf voor de gek. Zij lijkt er alleen een stuk minder last van te hebben.
Mooie schets van de verwarring: "Er was te veel waars in haar heftige uitval, (...) en toch sprak zij van haat en vernederen, terwijl hij alleen dacht aan liefde en opheffen." (waarbij 'opheffen' 'omhoog halen, beter maken' betekent)
Het valt me op dat Ravens een paar keer wat hij doet als jongensachtig of kinderachtig bestempeld. Hij is bang om (alleen) oud te worden.
De enige gelukkige relatie in het boek is die tussen Ravens en zijn jong gestorven vrouw. Toch, als hij in de trein zit, op weg naar Monte Carlo, denk ik: wie weet wat voor goeds er nog gaat gebeuren. Zo oud is vijftig toch niet? Maar dat is natuurlijk niet de tekening van het boek, niet de sfeer die opgeroepen wordt. "Weer rond gaan dwalen in den vreemde, de lege tijd vullend met wandelingen, babbeltjes, kaartspelen, (...) altijd geplaagd door het verlangen om nog eens ... voor 'laatst ...?" (...) "Thans is voor mij de tijd aangebroken om me te gaan vergenoegen met la dernière passion, qui me reste." Misschien is het dat woord 'passion' waardoor ik toch hoop houd.


dinsdag 9 juli 2013

Het Geheim van Anna Enquist

Heerlijk zoals ze over muziek schrijft. Je wordt meegevoerd zoals dat ook met muziek kan. [spoiler ahead]


Eigenlijk wel een fijn open einde, want je hoopt dat Wanda en Bouw elkaar weer vinden en eeuwing bij elkaar blijven, maar als het zo zou zijn, zou het cheesy zijn, en eigenlijk ook wel sneu voor Bouws nieuwe vrouw. En of het wat zou worden? Wanda is toch een beetje een autistisch genie, maar misschien nu ze niet meer piano kan spelen, tenminste niet meer zodat het haar leven kan vullen. ..

Naast muziek en geheimen gaat het over ouders en kinderen, en gelukkige en ongelukkige relaties. Egbert die heel beschermend is ten opzichte van Frank, het mongloïde broertje. De relatie tussen Wanda en Egbert is moeizaam, af en toe komt er een liefdevolle vader boven, maar vaker zie je (door de ogen van Wanda) een niet-betrokken man. Tegen Emma is hij vaak autoritair, met de beste bedoelingen, dat wel.
Mooi is dat de band tussen meneer De Leon en Wanda altijd goed is geweest, ook al wist zij niet hoe het zat. Hoefde ook niet, de band van de muziek was belangrijk. Later krijgt ze nog een bijzondere band met een Joodse dirigent en blijkt Israel de enige plek waar ze geen last heeft van haar gewrichten.
Emma bloeit op in haar relatie met Guido, maar Wanda en Emma hebben hoewel liefdevol ook niet echt diepgaand contact.