Posts tonen met het label 2020. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2020. Alle posts tonen

vrijdag 9 april 2021

Life imitates art van L.H. Wiener

In deze column beschrijft Wiener drie keer hoe hij zijn kat begraaft. Of het zal wel een poes zijn, aangezien het beestje 'Lolita' heet. Hij begraaft haar in eerste instantie op de plek die ze volgens hem zelf uitkiest als laatste rustplaats, in een lange bloembak. Als het verhaal van de dood van Lolita op zichzelf zou staan, is die bloembak best literair te verwerken. Maar het stond voor Wiener niet op zichzelf, of in ieder geval kreeg het overlijden en de uitvaart een plek in zijn boek In zee gaat niets verloren. Het boek vroeg om een echte uitvaart, op zee. Dus beschreef hij die. En vervolgens moest ze blijkbaar ook echt op die manier uitgevaren worden. 

Wiener gebruikt prachtig toepasselijke woorden en geeft een inkijkje in zijn schrijverschap. Of het een echt inkijkje is, weet je nooit helemaal zeker. Ik denk het wel, in ieder geval zo echt als Wiener het wil laten zijn. Hoe dan ook, het is een mooi verhaal in een bundel met meer mooie verhalen of columns. Lezen dus! Het boek waar hij naar verwijst staat inmiddels ook op mijn lijstje.

Uit: De zoete inval van L.H. Wiener (2020)

zaterdag 10 oktober 2020

Het wilde dierenorkest van Dan Brown

Het wilde dierenorkest is een prentenboek met een app met bijpassende muziek. De tekst en de muziek zijn geschreven door Dan Brown. Susan Batori maakte de prenten en het Zachreb Festival Orchestra voerde de muziek uit.

Het is een boek met mooie prenten. De tekeningen zijn grappig, schattig en er is van alles te zien, maar niet zoveel dat je het overzicht kwijtraakt. Ik vind het fantastisch dat er mooie, passende muziek bij is gemaakt.

Het wilde dierenorkest

Het boek moet het niet hebben van de tekst. Ik weet niet of dat aan de schrijver of de vertalers ligt. De versjes doen ouderwets aan. Het is allemaal een beetje stijf. Jantje zag eens pruimen hangen maar dan zonder de charme bijna 250 jaar oud te zijn. 

Ook inhoudelijk is het niet altijd scherp. Sommige elementen lijken er echt bij gesleept. Waar komt ineens de vriendschap bij het gordeldier vandaan? En waarom zouden we de walvis verdriet doen? Ik kan me nog best iets voorstellen bij verdriet en de walvis; ik vind walvissengeluid melancholisch klinken. Maar het gedichtje in dit boek gaat erover dat de walvis groot en aardig is. Halverwege wordt betoogd dat zijn gezang swingt (die associatie heb ik niet en hoor ik ook niet terug in de muziek). Vervolgens wordt uitgelegd dat dat is hoe de walvis praat en ineens worden we vermaand hem geen verdriet te doen. Huh? Daar is helemaal geen aanleiding toe, dat waren we niet van plan!

Elke (dubbele) bladzijde in het boek is voor een ander dier. Elk dier krijgt zijn eigen rijmpje en zijn eigen prent. Het is leuk dat de gedichtjes zelfstandig leesbaar zijn, maar ik vind het jammer dat er alleen maar een impliciete link is met de muziek (en niet eens altijd een adequate). Er wordt in de tekst geen verbinding gemaakt tussen de dieren en nergens lees ik iets wat mij doet vermoeden dat de dieren samen in een orkest gaan spelen.

Gelukkig zíe ik dat wel: de dieren figureren bij elkaar en hebben dan hun instrument bij zich. Alleen de walvis heb ik nergens anders kunnen ontdekken dan op zijn eigen pagina. Misschien omdat hij zo groot is of omdat ik nog niet goed genoeg heb gezocht. Ik vind het grappig om de dieren bij elkaar over de pagina te zien lopen. Ook in de tekeningen wordt trouwens lang niet altijd verbinding gemaakt, maar ze komen in ieder geval bij elkaar langs.

De muziek vind ik heerlijk en passend. Het klinkt klassiek en niet oubollig. Super om kinderen zo naar muziek te laten luisteren. Kun je zelf ook genieten.

Mijn favoriet is Het jagende jachtluipaard. Alle drie de elementen zijn goed bij het jachtluipaard. Dit gedicht is losser en ook al zit er een verrassend element in, dat element past wel en hoeft ook niet ingeleid te woorden (voor wie dit te geheimzinnig vind: het jachtluipaard rust uit in een apenbroodboom). Om de illustratie moest ik echt hardop lachen en de muziek is spannend en past supergoed.

Het jachtluipaard
Screenshot uit de app, tekening van Susan Batori

Al met al is Het wilde dierenorkest echt een goed boek. Een goed prentenboek met goede muziek erbij en als bonus zijn er ook nog raadsels verstopt in het boek, echt Dan Brown dus. Ik sla gewoon de meeste tekstjes over als ik het ga herlezen. Wie weet inspireert het boek nog tot het zelf verzinnen van soepele verhaaltjes of rijmpjes. Laat de creativiteit maar stromen.

zondag 8 maart 2020

Tot nul herleid van Bruno Asselbergh

Gezien het onderwerp durf ik het bijna niet te zeggen. Ik vond het bijna niks. Het is een rottig verhaal, zielig. Ik heb het met de hoofdpersoon te doen, maar heel spontaan komt dat gevoel niet op.

Nergens werd ik aan het denken gezet. Op geen enkel moment wilde ik naar een personage schreeuwen: "Doe het niet!", of "Kom op!", of iets dergelijks. Soms wel bijna, maar dan ebde het weer weg.

 Bestel Tot nul herleid bij je lokale boekhandel of via deze link

De houtzagerij, het kippenhok, de plekken waar hij zich wel prettig voelt: ik snap ze niet, ze roepen niets bij me op. De afwezige warmte en liefde, en de moeder die dan toch moet huilen als hij met de bus gaat. Het is te weinig voor mij.

Wie is oom Jean? De man die hem steeds helpt, maar verder zo vlak blijft als een onbeschreven vel papier. Ook Filip blijft eigenlijk die bange jongen die niet gezien wil worden en die op wraak zint door iets beter te doen dan anderen en zo gezien te worden. Misschien is dat wel mooi hoor.

De honger naar kennis. Jean deelt zijn kennis met Filip maar lijkt ook gewoon een luisteraar (volgeling?) te zoeken. Eén keer wordt, in negatieve zin, aangestipt dat zijn grootmoeder ook altijd alles wilde weten. En verder?

Ik heb het wel in één ruk uitgelezen. Het is bijna flauw om te zeggen, maar ik denk echt dat het ook te maken heeft met de te grote regelafstand. Je bent zo een bladzijde verder en dan kun je net zo goed de volgende bladzijde ook nog even lezen. Toch is dat niet het enige. Ergens zit een belofte, die maakt dat je het uit wil lezen.

Misschien zit het in Filips oog voor architectuur en zijn omgeving. De kariatiden natuurlijk en:

Hij herinnerde zich een dag dat de regen met bakken naar beneden viel en hoe hij verwonderd had gekeken naar die waterspuwende draken en hoe hij tegen zijn moeder had gezegd: "Wat een schoon beeld!" En hoe zij dat beeld had neergehaald door droogweg te zeggen: "Ja, anders wordt de gevel vochtig."

Dit vind ik een fijn stukje. Ik zie de draken voor me met continue onstuimige waterstromen uit hun bek. Het beeld wordt wreed gestoord door moeder en de woordkeus 'droogweg' om het daarna zo mogelijk nog erger te maken met het bagatelliserende 'vochtig'.

Of het stukje waarin beschreven wordt wat hij ziet als hij in het park is. Een treffende beschrijving, gevolgd door: Hij zag en hoorde het allemaal, omdat hij altijd en overal op zijn hoede was. Auw. Met niet lang daarna een passage die een glimlach ontlokt. Zo'n passage waarvan ik bijna riep "Doe daar dan iets mee!"
Voor hem stond een marmeren beeld van Leopold II met het achterhoofd in de richting van de uivormige bekroning van een kerktoren bergop. Hij verplaatste zich tot die ui precies op de kop van de koning kwam te liggen. Bij koningen hoort nu eenmaal een kroon, zei hij, verbaasd over zichzelf.

Dit soort stukjes kan ik niet meer vinden aan het einde van het boek en daarmee lost het voor mij zijn belofte niet in. Dat vind ik jammer.