Posts tonen met het label Keuzes maken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Keuzes maken. Alle posts tonen

zondag 10 april 2016

Boven is het stil van Gerbrand Bakker

Heerlijk verstild boek. Ik weet niet of ik medelijden moet krijgen met de hoofdpersoon. Over (familie)relaties, ongelijkheid, keuzes maken of wat er gebeurt als je ze niet maakt, als je je alles laat overkomen.


"'En toen hij doodging, moest je wel.'
'Ja, toen moest ik.'
'Die knecht was toen toch al weg?'
'Ja. Al een halfjaar.'
'En?'
'Wat?'
'Hoe is het bevallen?'
Godverdomme, Alsof ze aan me vraagt hoe mijn leven is geweest. Alsof ik rekenschap heb af te leggen van een leven dat zij samen met Henk zou hebben gehad. ..."


Helmer is boer en lijkt enerzijds van de natuur en zijn dieren te houden, anderzijds is hij er vrij onverschillig over. Het is een soort gegeven. Alles wordt droog beschreven, zelfs als het af en toe naar het erotische neigt, en zelfs de scene waarin Helmer bijna verdrinkt (net als zijn broer).

donderdag 23 april 2015

Even niet over een boek

Mag ik iets ergs zeggen?

Ik vind het verschrikkelijk hoe we in Nederland met uitgeprocedeerde asielzoekers omgaan. Ik vind het ook gewoon heel dom en begrijp echt niet hoe de situatie is ontstaan. Er stond eerst 'plan' in plaats van 'situatie'. Maar er is geen plan. Dat is het erge. Alsof het vijf uur was toen ooit het eerste plan werd gemaakt: " ... en de mensen" -wacht, ze zullen het wel niet over 'mensen' gehad hebben- "... en de AZ's die niet mogen blijven, sturen we terug." "En als ze niet willen of kunnen?" "Eh ja, weet ik niet hoor. Dat zien we dan wel weer, want ik moet nu naar huis en ik moet ook nog mijn computer uitzetten. Doei" "Doei".
Ik vind het ook vreselijk dat er überhaupt mensen zijn die niet mogen blijven. Als ik in Valkenswaard wil wonen omdat ik daar geboren ben, mag ik dat. Als ik in Pijnacker wil wonen, omdat ik vind dat daar een heel gaaf studentenhuis staat en ik in de buurt wil studeren, mag ik dat. Als ik in Delft wil wonen, omdat dat nog dichter bij mijn faculteit, én studentensocieteit is en ik vind dat er een superfijn studentenhuis staat, mag ik dat. Als ik in Den Haag wil wonen, omdat ik daar werk kan vinden, mag ik dat (dat wil ik niet, maar dat terzijde). Als ik in Schiedam wil wonen, omdat ik er mijn droomhuis heb gevonden, mag ik dat. Waarom mogen andere mensen niet op een plek wonen waar ze willen leren en werken en waar ze zich fijn en veilig en een geluksvogel voelen? Dat denk ik echt: Wie zijn wij om te zeggen: Jij mag niet je geluk komen zoeken? Wanneer is 'gelukzoeker' iets slechts geworden? Ik zoek mijn geluk, elke dag (en ik heb al heel veel gevonden, het ligt hier voor het oprapen). Laat staan dat we iets zeggen over mensen die basisveiligheid zoeken.
MAAR we doen het wel -en nu komt het vreselijke- en ik denk soms dat we ook wel moeten. Of in ieder geval vraag ik me dat af. Er is een limiet aan de hoeveelheid mensen die we kunnen opvangen, waar we ruimte en geld voor hebben. We kunnen elke euro die we hebben maar één keer uitgeven. En ruimte bieden kost in de meeste gevallen nou eenmaal geld. Mensen die alles hebben achtergelaten en in een vreemd land komen, hebben meestal nauwelijks geld en niet meteen een baan om daarin te voorzien. Als we 100 euro hebben en daar 1 mens mee kunnen opvangen, wat doen we dan als nr. 2, 3, 4 ... aankloppen? Nog ergens 100 euro vandaan halen, slimmer inzetten zodat we meer mensen met 100 euro kunnen helpen, ... Dat houdt ergens op. En als we het blijven verdelen, helpen we niemand echt goed. Er is heel veel ruimte en geld in dit land, in Europa, echt heel veel, maar heel veel is niet oneindig. Ik zie mezelf hier vanuit schaarste denken, en het moet ook anders kunnen, maar ik weet niet hoe. En dat is een behoorlijk dilemma.

vrijdag 16 mei 2014

Vertraging van Tim Krabbé

Lekker wegleesverhaal. Niet echt spannend, maar dat hoeft ook niet. Je wil niet echt weten hoe het afloopt, want dat kan toch nooit veel goeds zijn op een geloofwaardige manier, maar net als Jacques vind je het wel oké dat het nog even niet ophoudt. Prima zinnen. Redelijk geloofwaardig voor mij, hoewel ik wel een paar keer dacht: in het echte leven zou Jacques nu weggegaan zijn.



Belangrijkste thema dat ik eruit haal: keuzes. Jacques kiest ervoor om haar op te zoeken en met haar mee te gaan. Vervolgens kiest hij niet echt meer, of eigenlijk kiest hij ervoor om niets aan de situatie te veranderen, om te volgen. En dat terwijl hij er wel degelijk regelmatig over nadenkt om andere keuzes te maken en dat ook lijkt te willen. Hij doet niets, deels uit onzekerheid over wat hij wil, deels uit een soort lethargie. Geen keuze maken, niets doen is ook een keuze of heeft iig consequenties net als een keuze.

Jacques is lang geleden bedrogen door Moniek, maar zij bedroog daarmee ook deels haarzelf. Ze had voor hem kunnen kiezen en heeft daar ook over getwijfeld. Jacques heeft dat nooit geweten. Hij heeft alleen maar de boodschap gekregen dat de verliefdheid van Moniek een grap was. Toen ze weer bij elkaar waren, was dat niet een keuze uit liefde. Moniek doet alsof ze een liefdesrelatie hebben en hij doet eraan mee. Hij blijft twijfelen of ze oprecht is en Moniek voedt die twijfel ook. Maar uiteindelijk schiet ze zichzelf dood als hij bij haar wegwil, ze had ook hem dood kunnen schieten.
Zelf bedriegt Jacques Sonja. Zij denkt waarschijnlijk dat hij helemaal niet (meer) van haar houdt. Hij zegt en denkt wat anders, maar handelt daar niet naar, hoewel hij zich dat wel voorneemt. En als hij dan eindelijk handelt, blijtk het op basis van een verkeerde interpretatie en geeft hij op. Ook al weet ik als lezer meer dan Sonja, ook mij overtuigt hij niet.

Moniek doet veel slechte dingen die Jacques tegenstaan. Toch blijft hij.

"Bij haar eerste poging om hem op te zeten klapte MOnieks paraplu om tot een hulpeloze zwarte tulp."

“Toen was het gemakkelijk om verliefd te zijn, wat nog niet gevormd is past altijd. Nu hebben we een leven, nu past niet alles meer. Als we nu verliefd zijn, dan is het iets waard.”

"En hier: de mensen die hen nu zagen zouden vertellen wat ze zagen - als hij zich op zijn hoofd krade zouden ze zeggen: hij krabde zich op zijn hoofd. Hun onzichtbaarheid was in het omgekeerde veranderd; het was alsof heel Australië door de ogen van de drinkers al meekeek."

"`Of ze leuk is, of ik haar mag, het doet er niet toe. Ik heb haar dertig jaar geleden die ene dag meegemaakt, en toen ik in Sydney de kans kreeg om trouw te zijn aan die dag, aan de Jacques die ik door haar ben geworden, heb ik dat gedaan. Ik had geen keus, als een kind dat met zijn ouders mee moet, als een spook dat moet spoken in het huis dat hem is toegewezen.'"