Wat een bijzonder boek. Het grijpt, irriteert, is herkenbaar en helemaal niet. Ik vind het altijd lastig om te bedenken wat ik echt zelf van zo'n populair boek vind. Misschien had ik het wel weggelegd als het niet de status had gehad die het heeft. Want er gebeurt wel helemaal niets. Dat is de essentie natuurlijk, maar als lezer heb je andere verwachtingen.
Gaat het over na-oorlogse braafheid en leegheid? Jaren uitgekeken naar het einde van de oorlog, en nu?
Het verhaal gaat over de laatste dagen van het jaar 1946 en wordt verteld vanuit Frits: een jongeman, woont bij zijn ouders en werkt op kantoor. 's Avonds gaat hij op bezoek bij vrienden of zijn broer, maar nergens vindt hij rust, zin, diepgang of wat het dan ook is wat hij zoekt.
Frits voert naast elk 'echt gesprek' een gesprek in zijn hoofd, waarin hij commentaar levert op zijn eigen vragen, reacties voorspelt en becommentarieert. Hij zegt vaak maar wat om maar niet niets te zeggen. Soms heel banale dingen (waar hij dan ook niet in geïnteresseerd is), soms heel kwetsende dingen.
Hij is erg bezig met (het verval van) het menselijk lichaam en dan met name kaalheid. Tijd is ook heel belangrijk. Hij wil zijn tijd goed besteden, maar nooit wordt duidelijk wat dat dan zou zijn.
Zijn dromen zijn heftig en naar. De rol van het konijn is me niet helemaal duidelijk. Hij praat met de knuffel, zoals hij soms met zichzelf praat. Tegen het einde bedenkt hij vreselijke straffen voor het konijn, die hij later weer kwijtscheldt.
(gedeeltelijk met spreeder gelezen omdat ik het al eerder gelezen had, maar het me niet meer kon herinneren)
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label oppervlakkige maatschappij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oppervlakkige maatschappij. Alle posts tonen
vrijdag 11 april 2014
zondag 28 april 2013
De rode loper van Thomas Rosenboom
[Boek vlak voordat ik het uithad bij Nienke laten liggen, dus een leesgat.]
Het boek leest makkelijk weg. Dat is lekker, maar echte nadenkmomenten kan ik me niet herinneren. De maatschappijkiritiek die achter de rode loper zit is niet verrassend, weinig nieuwe inzichten. Maar misschien heb ik ze gemist. Veel recensies zetten Lou weg als zielige figuur. Ik heb wel bewondering voor zijn rust, veerkracht en innovativiteit. Daar zitten zeker ook sneue kanten aan omdat een groot deel noodgedwongen is, maar ik vind het toch inspirerend. Lou had ook alleen zijn uitkering kunnen trekken en verder niets doen (dan was het een saai en dus waarschijnlijk geen boek geworden). [Spoilers ahead]
Om de eerste bladzijdes heb ik moeten lachen. Hoe de jongens redeneren tot de bijstand in gaan een goede daad is; vermakelijk. Toch blijken ze allebei inderdaad niet verschrikkelijk lui. Vooral Lou is eigenlijk hartstikke ondernemend. Gaandeweg komt Eddie met de meeste ideeen en voert Lou ze op eigen wijze uit. Lou lijkt niet bang voor verandering en wars van wat anderen vinden of verwachten. Als roadie claimt hij ook zijn aandeel in het optreden, niet een gezochte rol, maar spontaan ontstaan en vervolgens in stand gehouden.
De rode loper lijkt misschien een oppervlakkig fenomeen, maar hij helpt mensen ook. Niet alleen Lena, maar ook Lou. Hij ontwikkelt zich van roadie zonder rol, via roadie met rol, 'producer' met invloed, regisserende cameraman, organisator van de rode loper totdat hij zelf over de rode loper loopt samen met Lena. Het valt op hoe zorgzaam hij voor Lena is. Het hele boek lang blijft Lou eenzaam. Hij heeft er soms meer last van dan anders. Als hij buiten zit te wachten op klanten die niet komen en met zichzelf weddenschappen afsluit of hij het eerst een hond zal horen of een vrachtwagen, dat zijn wel trieste momenten. Maar hij komt er altijd weer uit.
Het boek leest makkelijk weg. Dat is lekker, maar echte nadenkmomenten kan ik me niet herinneren. De maatschappijkiritiek die achter de rode loper zit is niet verrassend, weinig nieuwe inzichten. Maar misschien heb ik ze gemist. Veel recensies zetten Lou weg als zielige figuur. Ik heb wel bewondering voor zijn rust, veerkracht en innovativiteit. Daar zitten zeker ook sneue kanten aan omdat een groot deel noodgedwongen is, maar ik vind het toch inspirerend. Lou had ook alleen zijn uitkering kunnen trekken en verder niets doen (dan was het een saai en dus waarschijnlijk geen boek geworden). [Spoilers ahead]
Om de eerste bladzijdes heb ik moeten lachen. Hoe de jongens redeneren tot de bijstand in gaan een goede daad is; vermakelijk. Toch blijken ze allebei inderdaad niet verschrikkelijk lui. Vooral Lou is eigenlijk hartstikke ondernemend. Gaandeweg komt Eddie met de meeste ideeen en voert Lou ze op eigen wijze uit. Lou lijkt niet bang voor verandering en wars van wat anderen vinden of verwachten. Als roadie claimt hij ook zijn aandeel in het optreden, niet een gezochte rol, maar spontaan ontstaan en vervolgens in stand gehouden.
De rode loper lijkt misschien een oppervlakkig fenomeen, maar hij helpt mensen ook. Niet alleen Lena, maar ook Lou. Hij ontwikkelt zich van roadie zonder rol, via roadie met rol, 'producer' met invloed, regisserende cameraman, organisator van de rode loper totdat hij zelf over de rode loper loopt samen met Lena. Het valt op hoe zorgzaam hij voor Lena is. Het hele boek lang blijft Lou eenzaam. Hij heeft er soms meer last van dan anders. Als hij buiten zit te wachten op klanten die niet komen en met zichzelf weddenschappen afsluit of hij het eerst een hond zal horen of een vrachtwagen, dat zijn wel trieste momenten. Maar hij komt er altijd weer uit.
Abonneren op:
Posts (Atom)

