Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

vrijdag 9 april 2021

Life imitates art van L.H. Wiener

In deze column beschrijft Wiener drie keer hoe hij zijn kat begraaft. Of het zal wel een poes zijn, aangezien het beestje 'Lolita' heet. Hij begraaft haar in eerste instantie op de plek die ze volgens hem zelf uitkiest als laatste rustplaats, in een lange bloembak. Als het verhaal van de dood van Lolita op zichzelf zou staan, is die bloembak best literair te verwerken. Maar het stond voor Wiener niet op zichzelf, of in ieder geval kreeg het overlijden en de uitvaart een plek in zijn boek In zee gaat niets verloren. Het boek vroeg om een echte uitvaart, op zee. Dus beschreef hij die. En vervolgens moest ze blijkbaar ook echt op die manier uitgevaren worden. 

Wiener gebruikt prachtig toepasselijke woorden en geeft een inkijkje in zijn schrijverschap. Of het een echt inkijkje is, weet je nooit helemaal zeker. Ik denk het wel, in ieder geval zo echt als Wiener het wil laten zijn. Hoe dan ook, het is een mooi verhaal in een bundel met meer mooie verhalen of columns. Lezen dus! Het boek waar hij naar verwijst staat inmiddels ook op mijn lijstje.

Uit: De zoete inval van L.H. Wiener (2020)

zondag 28 juni 2020

Het tillenbeest van Jan Wolkers

Indrukwekkend verhaal, heftig. Mooie, sprekende taal:

"Boven het buffet verzet hun portret zich vergeefs tegen de inwerking van het zonlicht."

"Moet je hem niet aan de tillen nemen, vroeg mijn vader aan mijn moeder als er weer een baby schreeuwend van honger in de wieg lag. Ik heb het altijd in verband gebracht met optillen, dragen."

"... waarvan de wanden bedekt waren met gobelins. De Duitsers hadden er grote stukken uitgesneden. Waar eens een vluchtend hert of een wild zwijn gestaan had, steigerde een paard met ruiter voor een wak van kalk en baksteen."


Met echte Wolkersthema's als dood en woekerend verderf.


Een mooie verwijzing naar Piet Paaltjens:

"Die vriend was een bleke donkere jongen, aan wie het lezen van de poëzie van Piet Paaltjens niet was voorbijgegaan zonder sporen in zijn gelaatstrekken achter te laten."


[Spoilers ahead]
De ik-figuur gaat op bezoek bij zijn moeder. Hij durft bijna niet naar het tillenbeest dat daar staat te kijken. Hij heeft het aan het einde van de oorlog uit een kasteel dat net verlaten was door de Duitsers gehaald. Hij ging kijken of zijn zus die het met Duitsers deed daar misschien nog was. Hij ziet haar niet, maar wel twee sfinxen. Eentje neemt hij mee naar huis. Daar wordt het het tillenbeest genoemd. 
De volgende dag gaat hij met een vriendje terug voor de tweede sfinx. Omdat hij eerst zijn vriendje moet helpen tillen, gooit hij de sfinx in wat hij denkt dat een kuil is. Het blijkt een latrine te zijn en hij ziet het vergane gezicht van zijn zus.


vrijdag 1 mei 2020

Een bloem voor morgen van A. Koolhaas

Fijn verhaal. Het heeft zeker iets treurigs hoe de oude man en vrouw langs elkaar heen leven, ervoor kiezen geen contact te maken terwijl ze dat eigenlijk misschien wel willen. Dat ze op het einde uitspreken niet meer te willen leven is ook treurig, maar ze doen dat wel naar elkaar en met elkaar dat maakt het minder erg.

Het verlangen van de man om de muis niet zomaar te doden, maar echt uit te roeien, heeft ook wel echt iets naars.

Met de muis Irza loopt het goed af in tegenstelling tot muis Joop, maar die heeft eigenlijk ook maar een bijrolletje. Irza komt uit het drukke buurhuis en komt in dit huis lekker zen met zichzelf in contact en tot rust.

Ik herken wel wat in het gedrag van de man: ir. Kretscher die 'altijd alleen maar met die rekenlineaal doende was geweest', die allerlei dingen uiterst nauwkeurig doet in ieder geval naar zijn eigen overtuiging.


Het verhaal verscheen in 1965 in het tijdschrift Tirade, later in de bundel Vleugels voor een rat.

donderdag 30 april 2020

Een roos van vlees van Jan Wolkers

Wat een verdrietig verhaal. Bijna alles is verdrietig: de ontbrekende liefde tussen Sonja en Daniël, natuurlijk de dood van hun dochtertje en dat dat het gevolg is van een ruzie tussen Sonja en Daniël, de verhouding met zijn vader, het verhaal van Emma met een nare vader een overleden moeder en een abortus, Daniëls angst om Basje, zelfs het waterhoentje dat doodgaat, en vooral zijn natuurlijk zijn verdriet en onmacht (hoe er steeds geen geluid uit zijn mond komt als hij wil waarschuwen voor gevaar net als toen bij Sonja).

Toch ook veel liefde, lieve dingen. Hoe hij de waterhoen uit het ijs haalt, hoe hij de mevrouw met de fiets helpt (hier trouwens een liefdeloze dochter in plaats van een nare vader), zijn liefde voor Basje, hoe hij met zijn moeder omgaat. De zoektocht naar toch van elkaar houden of bij elkaar kunnen blijven. Hoe Sonja en Daniël wel om elkaar geven.

Een paar gruwelijke elementen. Het vel van het handje van zijn dochtertje, op zich al gruwelijk, maar hoe het nog een paar keer terugkomt, brrr. Hoe hij in zijn droom samen met Basje opgehangen wordt aan weerszijde van een touw. De muisjes die gefrituurd worden en door Emmy opgegeten, al helemaal met het idee dat hij daarbij heeft: dat zij van hem eet, omdat die muisjes gevoed zijn met zijn bloed (de muizenmoeder heeft zakdoeken met zijn bloed opgevreten).

Lekker Wolkers: natuur. Ik zie de hele tijd die rups voor me die een luis uitzuigt. Gaat dat echt zo? Ongetwijfeld, het is Wolkers.
Veel dood en vergaand vlees.

Een indringend verhaal, mooi boek. Ik zou het niet aan iedereen aanraden, want ik werd er wel heel verdrietig van, maar als je dat aankan, zou ik het zeker lezen.

Een paar mooie citaten

"Medelijden is een slechte raadgever, zei mijn vader vroeger altijd wanneer ik met een hond of een ziek dier thuiskwam. Als Gerard geen medelijden met mij had gehad was dat kind niet geboren, dan had het ook nooit dood kunnen gaan. Maar dan waren die jongens van me er ook niet geweest. Misschien is het toch de moeite waard om te leven, ook al duurt het maar twee jaar. Kon ik dat maar geloven. Kon ik het maar."

"Ze reed zo hard dat ik moeite had om haar bij te houden. De bloemen in de berm smolten als sneeuw in elkaar. Als we voor een kruising vaart moesten minderen draaiden de seizoenen terug en werden de witte stroken weer afzonderlijke bloemen."

En ook een beetje leuk:
"Op het geluid van de achter hem dichtvallende deur verschijnt uit een gang, waarboven een hert met gewei zonder reden zijn kop door de muur heen steekt, een gemelijke dikke man die het ochtendblad als een vuile sloop achter zich aan het café binnen trekt."

Hij beschrijft knap dromen. Alle bizarre wendingen waardoor je vaak snel stopt met het vertellen of lezen van een droom zet hij neer en toch lees je door. Zelfs als je het, zoals ik, wel wat veel dromen vindt.

maandag 2 oktober 2017

Er na van Pé Hawinkels

Fijn gedicht vind ik. Ook al gaat het dan over de dood, en zelfs over het verwelkomen daarvan.

Er na

Als de dood nú was gekomen
had ik hem begroet als een jongere broer,
die Twist and Shout wil horen als ik
de Negende Symfonie van Mahler op heb staan;
en met een glimlach had ik aan de dood
mijn plaats afgestaan, en was ik licht, zo licht
gestorven, och, zoals
het bevroren oppervlak van sneeuw zich breken laat.
De glimlach, die wij op dingen kunnen zien, die nooit
kúnnen lachen: een boeddhabeeld, de maan,
de oostelijke horizon, zo vredig, dat
ik goddank er zelf niets van begrijp.

Pé Hawinkels