Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label Bordewijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bordewijk. Alle posts tonen
zaterdag 30 november 2013
Ham, spek en worst - een kinderfeest van Bordewijk (uit: Bij Gaslicht)
Een beetje een sneu verhaal over een kinderfeest dat meer een volwassenenfeest is omdat er allerlei spelletjes worden gedaan ten koste van de kinderen. Verder vind ik er niet zo veel van.
maandag 25 november 2013
Verbrande erven - een plaatsbeschrijving van Bordewijk (uit: Bij gaslicht)
Ik heb nu de versie gelezen die in de tweede druk van "Bij gaslicht" staat. Het is ook los verschenen onder pseudoniem Emile Mandeau.
Is natuurlijk extra interessant omdat het over Schiedam gaat. Een boerenmeisje, Neel, gaat logeren bij haar tante met gezin in de stad. Uitvoerig wordt de stad beschreven als zij er doorheen loopt. (Daarbij wordt af en toe verwezen naar een archivaris die het anders zou brengen.) Een deel is herkenbaar:
"Langs het water van de Lange Haven met de grote herenhuizen, door oude pakhuizen onderbroken, was het toch wel deksels mooi, ..."
Maar ik begrijp de beschreven daken niet (die ze ziet als ze op de toren staat) "En van een vierkant pand zag zij het zwarte dak, vierkant opgeglooid, en in het midden was het als verdwenen, schuinsweg ingezonken tot een puntdak, maar dan ondersteboven, de punt omlaag. - Dat is de distilleerderij van Schewe, zei de man."
Ook het leven in de stad krijg je zijdelings mee. Neels oom -Pa Baas- is meesterknecht.
Verder valt het verschil tussen boerenkinderen en stadskinderen op. Neel zegt een paar keer wat over het weer, maar opvallender is dat ze vrijpostiger is en erop los liegt, terwijl de stadskinderen dat zondig vinden en ook veel beter luisteren naar hun moeder. Overigens vertelt Neel graag verhalen. Bijgeloof speelt daarin een rol, en de grens tussen liegen en verhalen vertellen is onduidelijk.
Er is aantrekkingskracht tussen Neel en de oudste zoon, maar hij vindt haar te boers gekleed en haar tanden en tandvlees lelijk terwijl ze verder best knap is. Hij mijdt haar.
Neel ziet op verschillende plekken een kat, of tenminste kattenogen. Het begint al als ze aankomt met de trein. Wat is het precies? Levendige fantasie?
En ik wist niet wat een okshoofd is:
Een okshoofd is een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat, dat vroeger voor wijn gebruikt werd. De maat wordt echter ook gebruikt voor azijn, bier, tabak en suiker. Een okshoofd bevatte zes ankers (een klein vaatje van 35 liter, ofwel 45 flessen.).
De Engelse naam voor een okshoofd is hogshead. In het Frans heet een okshoofd Barrique, of Pièce.
Als verklaring voor het woord wordt soms genoemd dat het vat zo groot was, dat er een ossenhoofd in paste. Deze verklaring lijkt echter onwaarschijnlijk.
Is natuurlijk extra interessant omdat het over Schiedam gaat. Een boerenmeisje, Neel, gaat logeren bij haar tante met gezin in de stad. Uitvoerig wordt de stad beschreven als zij er doorheen loopt. (Daarbij wordt af en toe verwezen naar een archivaris die het anders zou brengen.) Een deel is herkenbaar:
"Langs het water van de Lange Haven met de grote herenhuizen, door oude pakhuizen onderbroken, was het toch wel deksels mooi, ..."
Maar ik begrijp de beschreven daken niet (die ze ziet als ze op de toren staat) "En van een vierkant pand zag zij het zwarte dak, vierkant opgeglooid, en in het midden was het als verdwenen, schuinsweg ingezonken tot een puntdak, maar dan ondersteboven, de punt omlaag. - Dat is de distilleerderij van Schewe, zei de man."
Ook het leven in de stad krijg je zijdelings mee. Neels oom -Pa Baas- is meesterknecht.
Verder valt het verschil tussen boerenkinderen en stadskinderen op. Neel zegt een paar keer wat over het weer, maar opvallender is dat ze vrijpostiger is en erop los liegt, terwijl de stadskinderen dat zondig vinden en ook veel beter luisteren naar hun moeder. Overigens vertelt Neel graag verhalen. Bijgeloof speelt daarin een rol, en de grens tussen liegen en verhalen vertellen is onduidelijk.
Er is aantrekkingskracht tussen Neel en de oudste zoon, maar hij vindt haar te boers gekleed en haar tanden en tandvlees lelijk terwijl ze verder best knap is. Hij mijdt haar.
Neel ziet op verschillende plekken een kat, of tenminste kattenogen. Het begint al als ze aankomt met de trein. Wat is het precies? Levendige fantasie?
En ik wist niet wat een okshoofd is:
Een okshoofd is een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat, dat vroeger voor wijn gebruikt werd. De maat wordt echter ook gebruikt voor azijn, bier, tabak en suiker. Een okshoofd bevatte zes ankers (een klein vaatje van 35 liter, ofwel 45 flessen.).
De Engelse naam voor een okshoofd is hogshead. In het Frans heet een okshoofd Barrique, of Pièce.
Als verklaring voor het woord wordt soms genoemd dat het vat zo groot was, dat er een ossenhoofd in paste. Deze verklaring lijkt echter onwaarschijnlijk.
Labels:
1944,
1947,
Bordewijk,
Mandeau,
Opzoekfeest,
Schiedam,
stad versus platteland
Rosaura Salontis - een levensloop van Bordewijk (uit: Bij gaslicht)
Absurd verhaal, maar ook weer niet zo absurd omdat de opvallendste absuriditeiten ook als zodanig worden voorgesteld. Het begint lekker: "De regen pitte driftig op het smal bakstenen pad van de Fnidsen, ..."
Waar in Knorrende beesten nog auto's als personen optreden -niet realistisch- is hier sprake van mensen die meer op dieren lijken. Hoewel moeilijk te geloven dat het echt zo ver ging (tot en met de hondensnuit en het gedrag), toch dichter bij de realiteit dan de Knorrende beesten.
Waar in Knorrende beesten nog auto's als personen optreden -niet realistisch- is hier sprake van mensen die meer op dieren lijken. Hoewel moeilijk te geloven dat het echt zo ver ging (tot en met de hondensnuit en het gedrag), toch dichter bij de realiteit dan de Knorrende beesten.
zondag 14 april 2013
Een kater in blik van A.L. Schneiders
Het decor maakt het boek onwerkelijk. Het komt behoorlijk dicht bij de werkelijkheid, maar het is net te absurd. Toch? Het wordt met enige afstand beschreven. De beschouwingen zijn vermakelijk. Het boek heeft iets Kafkaïaans. Waarin de staat vervangen is door het concern en de gevangene door werknemer. Hoewel ik wel vind dat Alfred als held van dit verhaal wel meer initiatief mag tonen om te ontsnappen. De kansen zijn er. [Spoilers ahead]
Wil hij dat wel echt ontsnappen? Nee. Hij laat zich gevangen vanwege het geld, gaat dan weer wel-dan weer niet serieus voor zijn alternatief:
Amerika het droomland.
Leraar worden in plaats van "radertje in de machinerie van een van die grotere organisaties". Hij zoekt er vrijheid, duidelijkheid en veiligheid.
Het eindigt eigenlijk zoals het begint, en Alfred lijkt er vrede mee te hebben. Het avontuur waar hij zich op verheugd had, laat hij glippen als blijkt dat hij toch niet ontslagen wordt. Zelf het avontuur opzoeken en ontslag nemen doet hij niet. Hij zit daar weer op de qualityfloor en vindt het wel best. Hij heeft dit keer zelfs iets meer te doen, hoera. Misschien heeft hij er wel voldoende vrijheid en veiligheid.
Hoewel hij zich ook wel afvraagt of dit de realiteit is. Onderstaand gesprek vindt plaats in vervolg op een gesprek over abstractie/realiteit naar aanleiding van de tekeningen van meneer Meier.
" 'Maar wat noemt u dan realiteit, mijnheer Meier? Ons drieën hier op qualityfloor bij voorbeeld, noemt u dat realiteit?'
'Nee, natuurlijk niet,'bromde hij. 'Dit is geen echt voorbeeld, dat weet u zelf ook wel. Misschien is het uw realiteit, maar de mijne zeer zeker niet, enfin, dat zult u binnenkort wel merken.' "
Eerder in dat hoofdstuk: "Maar gelukkig is er nog het mooie uitzich om ons niet helemaal het contact met de wekelijkheid te doen verliezen."
Het doet me ook een beetje aan Blokken, Knorrende Beesten en Bint denken, vooral qua sfeer denk ik.
Wil hij dat wel echt ontsnappen? Nee. Hij laat zich gevangen vanwege het geld, gaat dan weer wel-dan weer niet serieus voor zijn alternatief:
Amerika het droomland.
Leraar worden in plaats van "radertje in de machinerie van een van die grotere organisaties". Hij zoekt er vrijheid, duidelijkheid en veiligheid.
Het eindigt eigenlijk zoals het begint, en Alfred lijkt er vrede mee te hebben. Het avontuur waar hij zich op verheugd had, laat hij glippen als blijkt dat hij toch niet ontslagen wordt. Zelf het avontuur opzoeken en ontslag nemen doet hij niet. Hij zit daar weer op de qualityfloor en vindt het wel best. Hij heeft dit keer zelfs iets meer te doen, hoera. Misschien heeft hij er wel voldoende vrijheid en veiligheid.
Hoewel hij zich ook wel afvraagt of dit de realiteit is. Onderstaand gesprek vindt plaats in vervolg op een gesprek over abstractie/realiteit naar aanleiding van de tekeningen van meneer Meier.
" 'Maar wat noemt u dan realiteit, mijnheer Meier? Ons drieën hier op qualityfloor bij voorbeeld, noemt u dat realiteit?'
'Nee, natuurlijk niet,'bromde hij. 'Dit is geen echt voorbeeld, dat weet u zelf ook wel. Misschien is het uw realiteit, maar de mijne zeer zeker niet, enfin, dat zult u binnenkort wel merken.' "
Eerder in dat hoofdstuk: "Maar gelukkig is er nog het mooie uitzich om ons niet helemaal het contact met de wekelijkheid te doen verliezen."
Het doet me ook een beetje aan Blokken, Knorrende Beesten en Bint denken, vooral qua sfeer denk ik.
donderdag 21 maart 2013
Blokken, Knorrende beesten en Bint van Bordewijk
Onderkoeld geschreven, clean. Dat is tenminste de indruk die achterblijft. Toch kom je op de eerste bladzijde al zinnen tegen als: 'Daar waar de mens nog geen macht had leefde de romantiek, wild en vertoornd in haar zege. De stormwolken gingen geweldig, fregatten van de nacht, óverbespannen met zeil.' ...'Er was geen enkel licht op de aarde, en de maan werd overwoekerd.'
Veel pantervellen ook: 'De aarde lag bepanterd met wit en zwart, ...'
Blokken heeft ook wel veel indruk gemaakt: ik heb een paar nachten na het lezen gedroomd dat ik onderdeel was van een massa die oorlog moest gaan voeren. Wat mijn plannen waren, deed er niet toe. Ik, nee niet ik, maar we moesten blij zijn dat we gingen. Dat ik niet zo heel blij was, was niet erg, de massa waar ik onderdeel van was, was blijkbaar blij genoeg.
Er zitten leuke details in zoals het bestaan van de kunstmatige luchtspiegeling (een anonieme uitvinding). Techniek speelt enerzijds een grote rol: een luchtschip dat een stad boven de stad vormt, maar steden zijn gebouwd rondom de voetganger, niet de auto. (terwijl in Knorrende beesten de auto's een hoofdrol spelen).
Het bevat enkele -voor mij- onbegrijpelijke statements: 'Het cijfer verbeeldt geen afmetingen.'
Knorrende beesten was vermakelijk, vaak raak, soms snapte ik het niet. Het heeft een soort tegenstelling in zich: de cleane taal die auto's als levende wezens beschrijft. Tegelijkertijd wordt de schoonmaakster primair als 'het dweiltje' beschreven. Later volgen overigens wel persoonlijke, menselijke beschrijvingen. Voor mij zijn de hoofdstukken meer aparte verhalen met een onderling verband dan één verhaal.
Bint lijkt wat dichterbij te komen, wat menselijker te zijn. Waarschijnlijk omdat het vanuit een persoon wordt geschreven, leraar De Bree (die eigenlijk maar tijdelijk leraar zou zijn). Maar echt dichtbij komt het niet. Het systeem is allesoverheersend en roept weinig empathie op. Individuen worden wel beschreven, maar vooral als onderdeel van de klas. Persoonlijk contact moet vermeden worden, en hoewel De Bree ermee worstelt, streeft hij het vermijden wel na.
Socialisme, klassenstrijd en -ongelijkheid, communisme vormen een belangrijk thema. Blokken gaat over een communistische heilstaat. (ik weet niet of communisme de juiste term is in deze, ik ken de details van de verschillende ideologieën niet goed genoeg). In Knorrende beesten wordt onderscheid gemaakt tussen kleine wagens van het volk en grote wagens.
Veel pantervellen ook: 'De aarde lag bepanterd met wit en zwart, ...'
Blokken heeft ook wel veel indruk gemaakt: ik heb een paar nachten na het lezen gedroomd dat ik onderdeel was van een massa die oorlog moest gaan voeren. Wat mijn plannen waren, deed er niet toe. Ik, nee niet ik, maar we moesten blij zijn dat we gingen. Dat ik niet zo heel blij was, was niet erg, de massa waar ik onderdeel van was, was blijkbaar blij genoeg.
Er zitten leuke details in zoals het bestaan van de kunstmatige luchtspiegeling (een anonieme uitvinding). Techniek speelt enerzijds een grote rol: een luchtschip dat een stad boven de stad vormt, maar steden zijn gebouwd rondom de voetganger, niet de auto. (terwijl in Knorrende beesten de auto's een hoofdrol spelen).
Het bevat enkele -voor mij- onbegrijpelijke statements: 'Het cijfer verbeeldt geen afmetingen.'
Knorrende beesten was vermakelijk, vaak raak, soms snapte ik het niet. Het heeft een soort tegenstelling in zich: de cleane taal die auto's als levende wezens beschrijft. Tegelijkertijd wordt de schoonmaakster primair als 'het dweiltje' beschreven. Later volgen overigens wel persoonlijke, menselijke beschrijvingen. Voor mij zijn de hoofdstukken meer aparte verhalen met een onderling verband dan één verhaal.
Bint lijkt wat dichterbij te komen, wat menselijker te zijn. Waarschijnlijk omdat het vanuit een persoon wordt geschreven, leraar De Bree (die eigenlijk maar tijdelijk leraar zou zijn). Maar echt dichtbij komt het niet. Het systeem is allesoverheersend en roept weinig empathie op. Individuen worden wel beschreven, maar vooral als onderdeel van de klas. Persoonlijk contact moet vermeden worden, en hoewel De Bree ermee worstelt, streeft hij het vermijden wel na.
Socialisme, klassenstrijd en -ongelijkheid, communisme vormen een belangrijk thema. Blokken gaat over een communistische heilstaat. (ik weet niet of communisme de juiste term is in deze, ik ken de details van de verschillende ideologieën niet goed genoeg). In Knorrende beesten wordt onderscheid gemaakt tussen kleine wagens van het volk en grote wagens.
Abonneren op:
Posts (Atom)

