Posts tonen met het label maatschappij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maatschappij. Alle posts tonen

zaterdag 15 juni 2019

Reinaart de vos

Het is mooi hoe in dit verhaal niet goed tegenover slecht staat, maar superslecht tegenover slecht. Hoe niet alles zwart-wit is. Reinaart is natuurlijk door-en-doorslecht, maar hij is wel slim, dat moet je hem nageven. En hoewel ik flink walg van de dingen die hij uithaalt, vooral als het alleen maar is om een ander echt heel veel pijn te doen, wordt hij daardoor voor mij net iets minder afgrijselijk. Als hij misbruik maakt van het goede vertrouwen van bijvoorbeeld Grimbeert is dat alleen maar naar. Als hij daarentegen rekent op de hebzucht van de anderen, van Bruun de Beer tot en met Nobel de koning, vind ik dat mooi, hoe intens gemeen Reinaart ook is.

Gelukkig zit er ook wat andere humor in want het is allemaal wel erg gruwelijk. Bijvoorbeeld als de vrouw van de priester jammert over de beiaard van haar man als die door Tybeert in zijn kruis is gebeten. 'Zelfs als het geneest, hebben we het plezier wel gehad, zowel hij als ik.' Het is leedvermaak, dat wel, maar toch. Dankzij de humor en de taal heb ik het vlot uitgelezen. Ik las de versie van Henri van Daele, een aanrader.



donderdag 23 april 2015

Even niet over een boek

Mag ik iets ergs zeggen?

Ik vind het verschrikkelijk hoe we in Nederland met uitgeprocedeerde asielzoekers omgaan. Ik vind het ook gewoon heel dom en begrijp echt niet hoe de situatie is ontstaan. Er stond eerst 'plan' in plaats van 'situatie'. Maar er is geen plan. Dat is het erge. Alsof het vijf uur was toen ooit het eerste plan werd gemaakt: " ... en de mensen" -wacht, ze zullen het wel niet over 'mensen' gehad hebben- "... en de AZ's die niet mogen blijven, sturen we terug." "En als ze niet willen of kunnen?" "Eh ja, weet ik niet hoor. Dat zien we dan wel weer, want ik moet nu naar huis en ik moet ook nog mijn computer uitzetten. Doei" "Doei".
Ik vind het ook vreselijk dat er überhaupt mensen zijn die niet mogen blijven. Als ik in Valkenswaard wil wonen omdat ik daar geboren ben, mag ik dat. Als ik in Pijnacker wil wonen, omdat ik vind dat daar een heel gaaf studentenhuis staat en ik in de buurt wil studeren, mag ik dat. Als ik in Delft wil wonen, omdat dat nog dichter bij mijn faculteit, én studentensocieteit is en ik vind dat er een superfijn studentenhuis staat, mag ik dat. Als ik in Den Haag wil wonen, omdat ik daar werk kan vinden, mag ik dat (dat wil ik niet, maar dat terzijde). Als ik in Schiedam wil wonen, omdat ik er mijn droomhuis heb gevonden, mag ik dat. Waarom mogen andere mensen niet op een plek wonen waar ze willen leren en werken en waar ze zich fijn en veilig en een geluksvogel voelen? Dat denk ik echt: Wie zijn wij om te zeggen: Jij mag niet je geluk komen zoeken? Wanneer is 'gelukzoeker' iets slechts geworden? Ik zoek mijn geluk, elke dag (en ik heb al heel veel gevonden, het ligt hier voor het oprapen). Laat staan dat we iets zeggen over mensen die basisveiligheid zoeken.
MAAR we doen het wel -en nu komt het vreselijke- en ik denk soms dat we ook wel moeten. Of in ieder geval vraag ik me dat af. Er is een limiet aan de hoeveelheid mensen die we kunnen opvangen, waar we ruimte en geld voor hebben. We kunnen elke euro die we hebben maar één keer uitgeven. En ruimte bieden kost in de meeste gevallen nou eenmaal geld. Mensen die alles hebben achtergelaten en in een vreemd land komen, hebben meestal nauwelijks geld en niet meteen een baan om daarin te voorzien. Als we 100 euro hebben en daar 1 mens mee kunnen opvangen, wat doen we dan als nr. 2, 3, 4 ... aankloppen? Nog ergens 100 euro vandaan halen, slimmer inzetten zodat we meer mensen met 100 euro kunnen helpen, ... Dat houdt ergens op. En als we het blijven verdelen, helpen we niemand echt goed. Er is heel veel ruimte en geld in dit land, in Europa, echt heel veel, maar heel veel is niet oneindig. Ik zie mezelf hier vanuit schaarste denken, en het moet ook anders kunnen, maar ik weet niet hoe. En dat is een behoorlijk dilemma.

donderdag 24 april 2014

Over de Liefde van Stendhal

Goede quotes, veel herkenbare en mooie fragmenten, maar als geheel een beetje een wazig boek voor mij. Wel een openbaring dat je dus zo kan schrijven: onzeker; chaotisch: met voetnoten, eindnoten, voetnoten in voetnoten, haakjes. Ik vind het lastig om in te schatten wat van de schrijver zelf is, wat van de uitgever, en misschien zijn er ook nog zaken toegevoegd door de vertaler. Verder veel citaten in talen die ik niet begrijp.



"De aanblik van alles wat uitzonderlijk mooi is, in de natuur en in de kunst, roept in een flits de herinnering op aan het voorwerp van uw liefde. Dat komt omdat, (...), alles wat mooi en verheven is deel uitmaakt van de schoonheid van uw geliefde, (...)."

"De eerste kristallisatie begint. U vindt het fijn een vrouw wier liefde u zeker bent met duizenden volmaakte eigenschappen te tooien. (...)
In Salzburg gooien de mensen 's winters een kale boomtak in de verlaten schachten van de zoutmijnen; twee of drie maanden later halen zij hem naar boven bedekt met een laag schitterende kristallen: het kleinste twijgje, niet groter dan een mezepootje, is bezet met ontelbare fonkelende diamanten die geen ogenblik dezelfde aanblik bieden; de oorspronkelijke tak is onherkenbaar geworden. Wat ik kristallisatie noem, is een geestelijk proces waarbij iedere gebeurtenis steeds openieuw bewijst dat de geliefde volmaakt is."

"Zeg, mijn waarde Fronsac, tussen het verhaal waaraan jij wilt beginnen en waar we nu over praten moeten nog twintig flessen champagne worden leeggedronken."