Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen

zondag 4 november 2018

Wees onzichtbaar van Murat Isik

Dit is niet mijn boek. Ik vind het te lang. Niet omdat ik niet van dikke boeken houd, maar omdat dit verhaal ook met minder woorden aan mij verteld had kunnen. Misschien ook omdat ik eigenlijk al wist hoe het zou gaan. Door wat ik er al over gehoord had, en door het type verhaal: dat van de tot volwassene opgroeiende jongen (en dan ook nog eens in de tijd dat ik zelf opgroeide). Dat hoeft niet erg te zijn, maar dit keer wel.

Ontwikkeling

Ik mis een bepaalde ontwikkeling in de beleving van Metin en ook in het commentaar op de situatie. Als hij nog kleuter is en met ‘ontbloot bovenlijf’ (een kleuter zou dat volgens mij ‘zonder shirt’of ‘in m’n blootje’ of zoiets noemen) aan het fietsen is, zegt een jongetje (Floyd) tegen hem “Haha, ik zie je boobies!” De alinea daarop gaat als volgt:

Ik had niet eerder van het woord ‘boobies’gehoord, maar wist meteen wat dit brutale joch bedoelde. Zijn opmerking kwam mij zo vreemd en ongepast voor, dat ik geen idee had hoe ik moest reageren, dus liep ik zwijgend verder.

En verderop:

Floyd had zijn hand niet teruggetrokken. Hij bleef geduldig wachten op mijn hand, en toen ik overstag ging, glimlachte hij. Het was niet de glimlach van een overwinnaar, zoals ik verwacht had. Hij keek dankbaar en opgelucht, alsof hem vergeving was geschonken.

Het gaat hier over twee kleuters! En één van de kleuters is de verteller. De zinnen zijn waarschijnlijk ook niet bedoeld als letterlijke quotes van gedachtes van toen. Maar het zit er voor mij te dichtbij. En ik had graag juist wél een inkijkje gekregen in de gedachtes van de vierjarige Metin. Zeker als het gaat om hoe hij zijn vader beschouwt. Wanneer precies drong tot hem door dat zijn vader iedere dag probeerde te ontsnappen aan het gezinsleven, alsof het ooit was opgedrongen door hogere machten? Ik kan niet vinden wanneer dit soort inzichten doorbreken. Niet toen hij een kleuter was, neem ik aan, en dat is wel de plek waar het staat.


Uitweiding

De uitweiding van ruim zes pagina’s over het laatste verzet van meneer Rolf is bijvoorbeeld ook te uitgebreid voor mij. Natuurlijk zijn de Bijlmer en de sloop van de flats én meneer Rolf van (symbolisch) belang, maar met dit stuk dialoog ben je al een heel eind:

‘We moeten met hem praten,’zei mijn moeder, ‘hem vertellen dat het voorbij is, dat hij genoeg heeft gestreden.’ (…)
  ‘Hij luitstert toch niet naar ons.’
  ‘We kunnen het toch proberen?’ zei mijn moeder hoopvol. ‘Hij heeft zoveel voor ons en de flat gedaan, en hij heeft jou zo vaak geholpen met je schoolopdrachten.’
   ‘Het heeft geen zin,’ zei ik terwijl een brandend schuldgevoel op me neerdaalde. ‘We kunnen meneer Rolf niet meer helpen.’

Dat hoeft voor mij niet gevolgd te worden door nog drie stukken met televisie-uitzendingen over meneer Rolf, waarin hij uitgebreid als waanzinnige wordt neergezet. Dat beeld zat al voldoende in mijn hoofd na de beschrijvingen van zijn interieur en gedrag bij de laatste bezoeken van Metin aan meneer Rolf. De bezorgdheid van Metins moeder en ‘we kunnen hem niet meer helpen’ in bovenstaande dialoog halen dat beeld al weer naar boven.

Niet zwart-wit

Ik vind het heel prettig dat het verhaal niet helemaal zwart-wit is. Dat het ook de goede dingen die de vader van Metin doet belicht en die niet altijd meteen expliciet relativeert. Dat het bovendien ook mooie herinneringen van Metin aan zijn jeugd bevat.
Hele stukken uit het boek lezen gewoon heel prettig, ook sommige stukken die ik overbodig vind. Anders had ik het echt niet uitgelezen en dat heb ik wel gedaan.

Ik heb het gevoel dat het boek wat losse draadjes bevat. Gebeurtenissen, mensen, die even genoemd worden, waarop hij later nooit meer terugkomt. (Ik heb eerlijk gezegd geen zin om nog het boek nog een keer te lezen en dat te controleren.) Overigens vind ik dat wel passend. Het is immers een uitgebreide beschrijving van een jeugd en groei naar volwassenheid. In die periode komen bij iedereen denk ik dingen en mensen voor die later niet meer terugkomen. Je weet pas veel later of zoiets betekenis heeft gekregen.

Prijzen

'Wees onzichtbaar' kreeg een aantal prijzen, waaronder de Libris Literatuurprijs en de Boekhandelsprijs.

zaterdag 22 maart 2014

Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen

Het duurde even voor het 'mijn boek' werd, voor ik er echt in op kon gaan. Komt waarschijnlijk door het verschil tussen Brabants carnaval zoals ik het beleef en de Venlose vastelavend (en hoe dat afgezet wordt tegen het brabantse carnaval), en het schakelen tussen de vastelavend en thuis of vroeger. Maar als je daar eenmaal aan gewend bent is het een boek dat je grijpt. Gaat hij het halen? Wat gebeurt er met hem? Wat geven zijn mede-vierders hem nog meer mee? Wat geeft hij nog mee? Hoe verandert hij ten opzichte van thuis? Ralf komt heel alleen op me over. Langzaamaan maakt hij contact tijdens de avond.
En als ik over mijn primaire reactie 'zo gaat/zit het niet' heen ben, herken ik veel in de scene's en kan ik er om lachen. Zoals de groep Kerstbomen die in een taxi gepropt wordt.
"Een kerstbal knapt. De top knakt om, maar ze zitten. Hun adem dampt. Samen met de Pater duw ik de Kerstboom die ook gyros at aan de rechterkant van de auto op zijn plaats. 
Het portier gaat dicht en de Kerstboom draait het raampje open om de bovenkant van zijn pekske naar buiten te kunnen steken. Hij wurmt zijn arm langs het portier, schudt ons de hand.
Overdwars, zegt de laatste Kerstboom. Hij gaat bij het linkerportier staan. We pakken hem vast, tillen hem op en werken hem over de andere Kerstbomen op de achterbank. Eerst steken zijn voeten te ver uit, maar als die ook binnen zijn doen we het portier dicht."

Wat ik lastig te plaatsen vind is hoe het is om als schipperskind naar wal te verlangen en te gaan. Wat ik niet zo goed snap, is dat hij als gymnasiast stratenmaker is geworden. Ik zie de symbliek nog wel: gladstrijken, plaveien, stevigheid itt het water. Hij gebruikt het zand dat het schip waarop hij vroeger woonde vervoerde.
De relatie met zijn vader wordt af en toe aangeraakt maar is wel belangrijk. Zijn vader begrijpt zijn verlangen niet maar laat hem wel gaan. Hij belt zijn vader nooit terug. 
Hij zorgt voor de kinderen van een ander, net als zijn oom voor hem zorgde. De achtergrond is verschillend maar toch. 
Pas tegen het einde van de vastelavond vindt hij dat hij 'zojuist vader is geworden'. Hoewel je uit andere gedachten en uitspraken zou kunnen opmaken dat hij niet teruggaat, denk ik dat dit betekent dat hij wel teruggaat. Maar niet als verzorger, niet om Sara alle zorgen uit handen te nemen. Hij gaat als onderdeel van het gezin.
Vogels en hun latijnse namen spelen een belangrijke rol: vrijheid enerzijds, nesten bouwen, balts- en paargedrag anderzijds. Zijn relatie met Sara is een heel bijzondere. Hij houdt vooral rekening met haar en zorgt voor haar kinderen.

"Met mijn rode mutsje fladder ik achter de blonde Maxicaan aan. De Lange loopt ook mee. We stappen de Mert op. Het is guur. De hemel steendonker. Dansende lichtjes in de verte, als rode en groene boeien die een vaargeul markeren.
Naast de tent staan een paar mannen te roken. Ze dragen zwarte kostuums en hoge hoeden, opgeplakte snorren. Een van hen stampt de kou de bestrating in.
Lekker fris, zegt hij."

En dan nog de symboliek van de veerman. Dat is een ander soort schipper dan zijn vader was. Je vaart steeds op en neer. Je brengt mensen naar de overkant.

Gekregen voor mijn verjaardag van KJ en Bianca, gelezen met onderbreking door 'Groundhay, tuinscène' maar toen had het me al voldoende gegrepen.