Posts tonen met het label Eigen werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eigen werk. Alle posts tonen

zondag 4 juni 2023

Op het bankje

Zijn hoofd beschrijft een boog die hoort bij een hoek van negentig graden. In het decor doet een meeuw met gevoel voor drama of hij neerstort. Net keek ik nog tegen hun beider gezichten aan. Nu zit zijn achterhoofd, gekanteld dus, voor haar gezicht. Hij zoent haar, vermoed ik. Hoewel, haar handen liggen bewegingloos in haar schoot. Ze zit kaarsrecht en doodstil. Terwijl hij de diagonaal van zijn rug ook weer loodrecht boven de bank brengt, veegt hij zijn mond af. Toch gezoend dus. Zo gaat het drie of vier keer, tussendoor praten ze. Hij vooral, met grote gebaren. Dan staan ze op. Voor het eerst draaien ze zich naar elkaar toe, allebei een kwart. Ze wiebelt van haar hakken op haar tenen alsof haar rugzak haar uit onbalans brengt.

"Tot morgen," zegt ze. Dan draaien ze allebei om. Alsof ze ieder aan hun eigen zijde het podium verlaten. 

Ze worden vrijwel direct afgelost door een ouder paar. Zij legt haar hand in zijn schoot en na een korte eeuwigheid, legt ze zijn hand in de hare. 

zondag 7 juni 2020

Samenwerking met de zon

Als ik op de goede plek ga staan
en langzaam beweeg
schittert de druppel aan de brug 
alle kleuren in mijn oog.

donderdag 7 november 2019

De afstandsbediening


Maart 1995. We zijn met een ploegje in een drukkerij in Den Haag. Iedereen is relaxed. Meestal moeten we taaie lagen ingebrand vet van keukenkastjes bijten met spul waarvoor je extra dikke handschoenen aan moet, én zo'n neuskapje op, omdat de damp die eraf stuift ziekelijk botst met de ranzige walm van verkoolde huisraad.

Niet vandaag. Het brandje was mijlenverderop achterin de drukkerij. De paar roetdeeltjes die het helemaal tot in de winkel hebben gered, mogen wij opsporen en wegvegen. Onze overalls zijn wat potsierlijk. Het ruikt er lekker, heel vaag alsof de open haard gisteren aan is geweest. De eigenaar moet fors verzekerd zijn, anders waren wij hier niet. Ik mag de balie doen.
“Hee, een mini-afstandsbediening. Waar zou die voor zijn?” 
Ik richt op de, in het crèmekleurige met fijne gouden lijntjes verluchtigde interieur, uit de toon vallende stereotoren. Druk op het knopje, niets - niet eens een knipperend rood ledje op het ding zelf - nog een keer, niets, andere kant op, niets, een paar graden verder, niets. Ik haal mijn doekje eroverheen en gooi het ding weer in het mandje pennen, potloden en, dat hadden ze toen nog: tipp-ex. O, die dingen had ik nog niet schoongemaakt. Alles er weer uit.

Ik pak een handje pennen. Alsof ik bestek aan het afdrogen ben, gooi ik ze een voor een na een laffe veeg met mijn doekje terug in het mandje. Een zilverkleurige pen klettert op de grond als een politiewagen zo ongeveer naar binnen rijdt. Er volgen er meer, allemaal abrupt stoppend op spectaculaire plekken. Agenten komen met getrokken pistolen naar binnen, een NCIS-beeld uit een andere hoek van mijn geheugen.

Serieuze, spiedende gezichten. Ondanks dat ik achter de balie sta, spreken ze mij niet aan. Ze praten zacht met een grote, brede collega. Ik hoor flarden, precies genoeg.
“Niets aan de hand,” gil ik behulpzaam en ietwat geamuseerd. Dan kickt mijn misschien-was-het-niet-zo’n-handige-actie-dat-je-het-trots-van-de-daken-moet-schreeuwen-besef erin. “Ik heb per ongeluk op dit knopje gedrukt,” voeg ik er een octaaf lager en een tikje zachter aan toe.

Ze lopen op me af. Ik ben het excuus al aan het formuleren, ze lopen me straal voorbij. Nog een NCIS-scene: staccatobewegingen met het hoofd, priemende blikken achter de balie.
“Clear!”
Er zit inderdaad geen hurkend stuk uitschot zijn pistool op mij te richten. Er ligt alleen die pen.

donderdag 17 oktober 2019

Herfst


De bomen bedekken alles
met hun gouden afval. 
De wind helpt, 
tilt ze dan weer op. 
Ze dwarreldansen 
in banen van de horizon, 
lijken nooit neer te vallen. 
En dan toch, op mijn stoep.
Ik veeg die van gisteren weg. 
Weg. 

Er blijft een hartje achter.


zondag 26 mei 2019

Choreografie van protuberans

Denkend aan het licht
zie ik gril’ge tongen zonmaterie
likkend langs onzichtbare
veldlijnen gaan
magnetisch
in de corona van de zon;
choreografie van protuberans.


Dit onderschrift lezend moest ik denken aan de rivieren van Marsman. Poëzie is overal.

Illustratie met onderschrift uit:
Reis door het heelal - De zon, Time-life books, 1990.

woensdag 6 februari 2019

Staand in de stroom

Staand in de stroom
las ik de aanbeveling
bronnen van vonken, warmte en vuur.
Daar wil ik zijn.
Stromend bloed onder mijn huid.

Het bleek de waarschuwing op een spuitbus.
Ik weet wat me te doen staat.

maandag 31 december 2018

De Val

Ik leg Lise in de poppenbuggy en kijk naar Olivier. Ik loop naar hem toe en klem mijn armen om zijn mollige lijfje. Hij is kleiner dan ik maar toch best groot merk ik. Ik kan hem wel optillen. Hij is zwaarder dan Lise én dan ik dacht. Ik begin te lopen. Ik kan recht vooruit kijken en zien waar ik naartoe ga. Maar als ik mijn hoofd buig zie ik niet mijn schuifelende voeten. Ik zie alleen maar Oliviers blonde hoofd. Dit isIk struikel, we vallen. Allebei op zijn hoofd. Best hard.

Het had veel groter kunnen zijn. Dat er van onder zijn blonde haren lobbig een halo donkerrood over het hoekige patroon van de klinkers kroop, en dat hij dat donkerrood dan weer deels overdekte met een licht-geelroze substantie. Dat hij niet hartverscheurend huilde, maar dat hij op slag roerloos sliep, zijn gezichtje en haren verstild in één kleur.

woensdag 21 november 2018

Lieve Zwarte-Pietliefhebber,


Zwarte Piet was jouw held. Zwarte Piet was grappig, stoer, rebels, lief, dacht out-of-the-box (ook al kende je die term toen nog niet), en kon gave kunstjes. Je keek een beetje tegen hem op, wilde ook wel Zwarte Piet worden. Die roe, dat was alleen maar een raar overblijfsel van vroeger, daar maakte papa grapjes over, maar jij en Zwarte Piet wisten wel beter. Je kreeg een knipoog en nog een overstromend handje pepernoten.

Nooit-ooit associeerde je Zwarte Piet met mensen uit het dagelijks leven, dus ook niet met zwarte of bruine mensen.
Nooit-ooit had je het gevoel dat Zwarte Piet geen keuze had, dat hij eigenlijk niet wilde doen wat hij deed, dat hij gedwongen werd.

Later realiseerde je je wat een mooie traditie het is. Alles en iedereen doet mee. In één weekend 300 openlucht-voorstellingen gebaseerd op hetzelfde stuk, en overal immense menigtes enthousiast publiek. En nog steeds wilde je wel Zwarte Piet zijn, likje schmink, pruik, pakkie en dan maar grappen uithalen. Tranen over je wangen van het lachen en ontroering, strepen in de schmink.

Nog later zeiden ze ineens dat Zwarte Piet racistisch zou zijn. Het was niet zo ineens, maar je had het gewoon niet eerder gehoord. Het doet pijn. Want jouw held zou racistisch zijn. En daarmee voel je je aangesproken. Met racisme wil je helemaal niks te maken hebben. En het voelt alsof juist dát jou en je vroegere schattige jou nu verweten wordt.

Wees gerust. Je bent niet racistisch. Wees gerust. De mooie traditie wordt niet van je afgepakt.
Het zwarte is namelijk niet de essentie van de Pieten. Dat zou je kunnen gebruiken om de discussie aan te gaan, maar je kunt het beter  gebruiken om voor jezelf de angel, het pijnlijke eruit te halen.

Je bent niet racistisch. Je verheerlijkt slavernij niet. Je bent geen slecht mens. Dat je niet alle implicaties overzien had, maakt je niet slecht. Je wilde niet kwetsen en dat wil je nog steeds niet. Daarom is het goed om er eens bij stil te staan.

Pieten zijn geen slaven en dat kunnen we best laten zien. Daar zijn we met z’n allen creatief genoeg voor. Natuurlijk mag je neefje je niet herkennen als jij Piet speelt, maar net als de dokters, zijn de schminkers zo knap tegenwoordig. Die kunnen daar vast iets op verzinnen. Goede pruik erbij, mooi pak, en klaar. De verhouding Sinterklaas-Piet? Die is, zolang ik me kan herinneren, al goed. Misschien was het ooit anders, misschien niet. Laten we nu laten zien hoe het nu zit.


Liefs Corine,
Pietenliefhebber


zondag 21 oktober 2018

donderdag 25 januari 2018

Kijk

Kijk, hier klapperen de zeilen
met hun kleine vosse pauwe vleugel
delen
bewondering voor mij
met niemand
Ik, papefant - blaas
Iedereen ziet dat
het niet
waar is,
maar niemand
zegt er wat van.
Zie me dan, zie me dan!

----

donderdag 11 januari 2018

Tot vanavond

Hij steekt zijn laatste been in het welgevormde maatpak. “Lekker gedoucht?” vraagt hij. Ik knik, knijp mijn haar droog, en kijk waar zijn handen allemaal komen als hij eerst zijn overhemd dichtknoopt en het vervolgens in zijn broek stopt. Ik zie dat hij mijn blik volgt. Doet hij er nou langer over dan nodig?
Ik ben vanavond vroeg thuis. Jij?”zegt hij terwijl hij zijn billen even naar me toe draait om een das van de grond te rapen. Blijkbaar wil hij nu toch liever die das dan het exemplaar dat hij had klaar gelegd. Ik trek mijn slipje aan. Hij haalt adem als om nog iets te zeggen, maar kijkt me alleen maar aan. Mijn beurt om diep in te ademen, een zweem van zijn lucht prikkelt mijn neus. Het eerste deel van mijn instemmend “hmhm” hapert een beetje. Ik leg mijn bh-bandje goed op mijn schouder. Hij loopt naar me toe
Tot vanavond dan,” zegt hij zacht terwijl zijn lippen net mijn wang niet raken. Weg is hij.

zondag 3 september 2017

Zestien

Ik denk dat de jongens hooguit zestien zijn. Dat denk ik waarschijnlijk fout want ze hadden het over collegegeld. Even maar trouwens, verder hebben ze het vooral over voetbal: idioot hoge transferbedragen, de opstelling van het Nederlands elftal, dat soort dingen. We denderen het station binnen en de machinist bekent dat we tien minuten te laat zijn. “Potverdomme, m’n vrouw is zwanger,” roept één van de jongens. Hij kijkt er guitig bij (en lijkt zo echt niet ouder dan zestien). Z’n vrienden lachen. Ik kan niet te lang aan die guitige blik blijven hangen en kijk langs hem heen naar buiten waar de wachtende mensen op het perron eerst snel voorbij schieten, maar steeds langzamer –als in een filmshot dat dramatisch vertraagt- in beeld verschijnen. Tussen hen een meisje dat ook wel ouder dan zestien zal zijn, haar betraande ogen kijken bang de trein in. Ik draai mijn hoofd de trein weer in. Dat gaat onvermijdelijk langs de zoëven nog guitige blik. Die blik weerspiegelt nu de angst van zijn vriendinnetje op het perron. Ze zal toch niet?

vrijdag 7 april 2017

De kijkende man

Hij is verrast, blij verrast. Even sluit hij zijn ogen, zijn stok helpt hem zijn evenwicht te bewaren. Dan kijkt hij weer, ziet de schoonheid en de kracht. Hij weet hoe het voelt. Twee lijven die samen iets nieuws maken. Hij zit erin. De muziek stuurt zijn bewegingen.
Kun je harmonie en passie tegelijk voelen? Hij weet zeker van wel, want dat is wat hij voelde en voelt: dat hun hartstochten samengingen, precies bij elkaar pasten. Ook buiten de studio. En niet alleen als hij haar rok omhoog schoof op het moment dat zij zijn billen greep. Ook als hij aardappelpuree maakte en zij aan de pepermolen draaide. Dat laatste was wel het moeilijkste vol te houden geweest. Het kwam steeds vaker voor dat ze niet meer samen aten. Zij was er nog niet, hij begon alvast. En als ze wel tegelijk thuis aten, aten ze eigenlijk ook niet samen. De pepermolen was leeg en niemand vulde hem bij.

In bed – al lang niet meer op de keukentafel – ging het nog lang goed, heerlijk goed. Op de vloer, met de muziek nog veel langer. Dat had misschien wel door kunnen duren. Beweging, sierlijke kracht die doorliep van de een in de ander. Harmonieus, en nog steeds vol passie voor hun creatie van dat moment, steeds opnieuw. Totdat er andere dingen op hun pad kwamen. Zo ging dat. Het was goed geweest.

Heeft hij dat echt allemaal beleefd in die halve minuut dat hij naar de ansichtkaart met de dansers stond te kijken? Ze weet het niet, maar hij heeft staan kijken, naar haar gelachen en zijn duim opgestoken voordat hij voorzichtig een paar passen achteruit zette en doorliep.