Leuk spannend verhaal over een jongen die een oude man uit de tram volgt.
De school was een somber, streng gebouw; de ramen zaten zo hoog, dat de kinderen maar nauwelijks over de vensterbank heen konden kijken, en in de slecht-verlichte gangen hing een onaangename lucht, die nooit meer weg zou trekken. Misschien was het niet goed mogelijk om in zo'n gebouw een held te zijn.
Kort verhaal of hoofdstuk (?) uit: De jongen met het mes.
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label Campert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Campert. Alle posts tonen
zaterdag 2 mei 2020
James Dean en het verdriet van Remco Campert
Beetje een raar verhaal. Het begint vrij standaard: arme dichter, drank, net beëindigde relatie, discussie over (nieuwe) poëzie. De dichter zit met een bevriende dichter in een café te drinken, te wachten tot ze kunnen biljarten.
Ineens gaat de dichter naar de kantoorboekhandel waar ze eerder die dag een doof meisje naar binnen zagen gaan om een kaart van James Dean te kopen. Hij verkondigt dat hij dat meisje kaarten van James Dean wil sturen. Als ze haar adres niet hebben richt hij zich tot de jonge verkoopster en gaat door over James Dean en dat hij niet dood is.
(James Dean overleed in 1955. Het boek is uit 1960.)
Verhaal uit De ellendige nietsnut.
Ineens gaat de dichter naar de kantoorboekhandel waar ze eerder die dag een doof meisje naar binnen zagen gaan om een kaart van James Dean te kopen. Hij verkondigt dat hij dat meisje kaarten van James Dean wil sturen. Als ze haar adres niet hebben richt hij zich tot de jonge verkoopster en gaat door over James Dean en dat hij niet dood is.
(James Dean overleed in 1955. Het boek is uit 1960.)
Verhaal uit De ellendige nietsnut.
zaterdag 25 april 2020
Op reis van Remco Campert en Willem van Malsen
Fijn klein verhaaltje met wat humor.
Campert beschrijft hoe hij met Van Malsen een reis maakt. De reis zelf is het doel. Hij beschrijft hoe ze af en toe wat pech hebben onderweg: hij haalt zijn been open, voor de eerste nacht vinden ze geen onderdak, dat soort dingen, niets dramatisch. Hij beschrijft ook dat ze prachtige dingen zien en goede gesprekken hebben, bijvoorbeeld over de zin van het leven of eigenlijk het ontbreken daarvan.
Regelmatig merkt Campert op dat hij hoopt dat Van Malsen iets tekent.
Het stukje over de grens vind ik wel mooi. Misschien wel omdat wij grensovergangen niet meer op die manier meemaken:
" 's Middags werden we bij een grens afgezet door een bestelwagen met tweedehands televisietoestellen. Terwijl Willem bleekjes toekeek moest ik op bevel van de dienstdoende douanier mijn rugzak legen. Er werd natuurlijk geen contrabande in aangetroffen en ik kon de spullen weer inpakken, wat een vervelend karwei was waarbij niemand me hulp verleende. Na dit onaangename oponthoud liepen we de grens over en het stappen over de denkbeeldige lijn gaf mij toch een opwindend gevoel."
Bijzondere woordkeuzes:
'Brooddronken schooljongen'
'Contrabande' in bovenstaand citaat.
'Plekten' in "Ook plekten er door tijd en weer gehavende schuren ... " Blijkbaar een werkwoord dat 'een plek hebben' aanduidt.
'Wolengewemel'
'Toeristenransel' voor rugzak.
Het verhaal eindigt de vroege ochtend na de tweede nacht als ze in de berm zitten nadat ze zijn gevlucht uit de herberg waar ze overnachtten omdat de herbergier Willem (Van Malsen) betrapte met zijn dochter. Campert had er al op geanticipeerd dus alle spullen zijn keurig mee gekomen.
Campert en Van Malsen waren echt bevriend. Of ze deze reis samen hebben gemaakt weet ik niet. Maakt ook niet uit.
Campert beschrijft hoe hij met Van Malsen een reis maakt. De reis zelf is het doel. Hij beschrijft hoe ze af en toe wat pech hebben onderweg: hij haalt zijn been open, voor de eerste nacht vinden ze geen onderdak, dat soort dingen, niets dramatisch. Hij beschrijft ook dat ze prachtige dingen zien en goede gesprekken hebben, bijvoorbeeld over de zin van het leven of eigenlijk het ontbreken daarvan.
Regelmatig merkt Campert op dat hij hoopt dat Van Malsen iets tekent.
Het stukje over de grens vind ik wel mooi. Misschien wel omdat wij grensovergangen niet meer op die manier meemaken:
" 's Middags werden we bij een grens afgezet door een bestelwagen met tweedehands televisietoestellen. Terwijl Willem bleekjes toekeek moest ik op bevel van de dienstdoende douanier mijn rugzak legen. Er werd natuurlijk geen contrabande in aangetroffen en ik kon de spullen weer inpakken, wat een vervelend karwei was waarbij niemand me hulp verleende. Na dit onaangename oponthoud liepen we de grens over en het stappen over de denkbeeldige lijn gaf mij toch een opwindend gevoel."
Bijzondere woordkeuzes:
'Brooddronken schooljongen'
'Contrabande' in bovenstaand citaat.
'Plekten' in "Ook plekten er door tijd en weer gehavende schuren ... " Blijkbaar een werkwoord dat 'een plek hebben' aanduidt.
'Wolengewemel'
'Toeristenransel' voor rugzak.
Het verhaal eindigt de vroege ochtend na de tweede nacht als ze in de berm zitten nadat ze zijn gevlucht uit de herberg waar ze overnachtten omdat de herbergier Willem (Van Malsen) betrapte met zijn dochter. Campert had er al op geanticipeerd dus alle spullen zijn keurig mee gekomen.
Campert en Van Malsen waren echt bevriend. Of ze deze reis samen hebben gemaakt weet ik niet. Maakt ook niet uit.
Abonneren op:
Posts (Atom)
