Posts tonen met het label Vergankelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vergankelijkheid. Alle posts tonen

zondag 28 juni 2020

Het tillenbeest van Jan Wolkers

Indrukwekkend verhaal, heftig. Mooie, sprekende taal:

"Boven het buffet verzet hun portret zich vergeefs tegen de inwerking van het zonlicht."

"Moet je hem niet aan de tillen nemen, vroeg mijn vader aan mijn moeder als er weer een baby schreeuwend van honger in de wieg lag. Ik heb het altijd in verband gebracht met optillen, dragen."

"... waarvan de wanden bedekt waren met gobelins. De Duitsers hadden er grote stukken uitgesneden. Waar eens een vluchtend hert of een wild zwijn gestaan had, steigerde een paard met ruiter voor een wak van kalk en baksteen."


Met echte Wolkersthema's als dood en woekerend verderf.


Een mooie verwijzing naar Piet Paaltjens:

"Die vriend was een bleke donkere jongen, aan wie het lezen van de poëzie van Piet Paaltjens niet was voorbijgegaan zonder sporen in zijn gelaatstrekken achter te laten."


[Spoilers ahead]
De ik-figuur gaat op bezoek bij zijn moeder. Hij durft bijna niet naar het tillenbeest dat daar staat te kijken. Hij heeft het aan het einde van de oorlog uit een kasteel dat net verlaten was door de Duitsers gehaald. Hij ging kijken of zijn zus die het met Duitsers deed daar misschien nog was. Hij ziet haar niet, maar wel twee sfinxen. Eentje neemt hij mee naar huis. Daar wordt het het tillenbeest genoemd. 
De volgende dag gaat hij met een vriendje terug voor de tweede sfinx. Omdat hij eerst zijn vriendje moet helpen tillen, gooit hij de sfinx in wat hij denkt dat een kuil is. Het blijkt een latrine te zijn en hij ziet het vergane gezicht van zijn zus.


vrijdag 1 mei 2020

Een bloem voor morgen van A. Koolhaas

Fijn verhaal. Het heeft zeker iets treurigs hoe de oude man en vrouw langs elkaar heen leven, ervoor kiezen geen contact te maken terwijl ze dat eigenlijk misschien wel willen. Dat ze op het einde uitspreken niet meer te willen leven is ook treurig, maar ze doen dat wel naar elkaar en met elkaar dat maakt het minder erg.

Het verlangen van de man om de muis niet zomaar te doden, maar echt uit te roeien, heeft ook wel echt iets naars.

Met de muis Irza loopt het goed af in tegenstelling tot muis Joop, maar die heeft eigenlijk ook maar een bijrolletje. Irza komt uit het drukke buurhuis en komt in dit huis lekker zen met zichzelf in contact en tot rust.

Ik herken wel wat in het gedrag van de man: ir. Kretscher die 'altijd alleen maar met die rekenlineaal doende was geweest', die allerlei dingen uiterst nauwkeurig doet in ieder geval naar zijn eigen overtuiging.


Het verhaal verscheen in 1965 in het tijdschrift Tirade, later in de bundel Vleugels voor een rat.

donderdag 30 april 2020

Een roos van vlees van Jan Wolkers

Wat een verdrietig verhaal. Bijna alles is verdrietig: de ontbrekende liefde tussen Sonja en Daniël, natuurlijk de dood van hun dochtertje en dat dat het gevolg is van een ruzie tussen Sonja en Daniël, de verhouding met zijn vader, het verhaal van Emma met een nare vader een overleden moeder en een abortus, Daniëls angst om Basje, zelfs het waterhoentje dat doodgaat, en vooral zijn natuurlijk zijn verdriet en onmacht (hoe er steeds geen geluid uit zijn mond komt als hij wil waarschuwen voor gevaar net als toen bij Sonja).

Toch ook veel liefde, lieve dingen. Hoe hij de waterhoen uit het ijs haalt, hoe hij de mevrouw met de fiets helpt (hier trouwens een liefdeloze dochter in plaats van een nare vader), zijn liefde voor Basje, hoe hij met zijn moeder omgaat. De zoektocht naar toch van elkaar houden of bij elkaar kunnen blijven. Hoe Sonja en Daniël wel om elkaar geven.

Een paar gruwelijke elementen. Het vel van het handje van zijn dochtertje, op zich al gruwelijk, maar hoe het nog een paar keer terugkomt, brrr. Hoe hij in zijn droom samen met Basje opgehangen wordt aan weerszijde van een touw. De muisjes die gefrituurd worden en door Emmy opgegeten, al helemaal met het idee dat hij daarbij heeft: dat zij van hem eet, omdat die muisjes gevoed zijn met zijn bloed (de muizenmoeder heeft zakdoeken met zijn bloed opgevreten).

Lekker Wolkers: natuur. Ik zie de hele tijd die rups voor me die een luis uitzuigt. Gaat dat echt zo? Ongetwijfeld, het is Wolkers.
Veel dood en vergaand vlees.

Een indringend verhaal, mooi boek. Ik zou het niet aan iedereen aanraden, want ik werd er wel heel verdrietig van, maar als je dat aankan, zou ik het zeker lezen.

Een paar mooie citaten

"Medelijden is een slechte raadgever, zei mijn vader vroeger altijd wanneer ik met een hond of een ziek dier thuiskwam. Als Gerard geen medelijden met mij had gehad was dat kind niet geboren, dan had het ook nooit dood kunnen gaan. Maar dan waren die jongens van me er ook niet geweest. Misschien is het toch de moeite waard om te leven, ook al duurt het maar twee jaar. Kon ik dat maar geloven. Kon ik het maar."

"Ze reed zo hard dat ik moeite had om haar bij te houden. De bloemen in de berm smolten als sneeuw in elkaar. Als we voor een kruising vaart moesten minderen draaiden de seizoenen terug en werden de witte stroken weer afzonderlijke bloemen."

En ook een beetje leuk:
"Op het geluid van de achter hem dichtvallende deur verschijnt uit een gang, waarboven een hert met gewei zonder reden zijn kop door de muur heen steekt, een gemelijke dikke man die het ochtendblad als een vuile sloop achter zich aan het café binnen trekt."

Hij beschrijft knap dromen. Alle bizarre wendingen waardoor je vaak snel stopt met het vertellen of lezen van een droom zet hij neer en toch lees je door. Zelfs als je het, zoals ik, wel wat veel dromen vindt.

zondag 19 april 2020

Ooit en te nimmer van Roald Dahl

Een lezenswaardig boek dat je laat nadenken over de mens, politiek, de zin van het bestaan en nog wat van die dingen. Geen lichte kost dus. De eerste zin laat daar geen twijfel over bestaan:

De wereld telt vandaag de dag talloze mensen die allen in een oorlog willens en wetens hebben gemoord.

Dahl is uitgebreid in zijn beschrijvingen. Als er rapporten komen uit alle landen van de wereld, komt hij pas na bespreking van maar liefst twaalf rapporten van 12 landen met de zin "En zo werd de hoorzitting voortgezet." Dat had voor mij iets eerder gemogen, het verhaal had met minder landen verteld kunnen worden.


Ook de beschrijving van de gesprekken van de piloten na de ontdekking van de Gremlins, eerst de eerste en de volgende dag meerdere soorten is mij wat te uitgebreid. Andere stukken zoals de razende zinnen over de laatste vlucht van Peternip zijn beter aan mij besteed, van het begin tot bijna het einde (als hij gaat landen, haak ik af).

Ik ben niet zo van de fantasiefiguren, maar het is, ondanks het einde van het boek (daarvoor moet je het echt even lezen) de vraag in hoeverre Gremlins alleen maar fantasiefiguren zijn. Ik heb in ieder geval wat geleerd over de ontstaansgeschiedenis van deze wezentjes.

Dahl schetst een somber beeld van de mens. En hoewel dit boek uit 1948 zeker een aantal pijnlijk observaties doet die vandaag de dag helemaal niet zo gedateerd overkomen, vind ik hem wat te pessimistisch met die derde en vierde wereldoorlog. Gelukkig drukt het sombere geen al te zwaar stempel op het boek als geheel.

Personen en relaties worden niet ver uitgediept, de gremlinleider misschien nog wel het meest. Maar ze gaan zeker leven en het niveau is passend bij dit verhaal dat niet zozeer over de individuele mens gaat.

Ik las de vertaling van Rob van der Veer voor Meulenhoff. Geen briljante uitgave, bijvoorbeeld acre vertaald als akker en veel zetfouten. Maar al met al toch lekker gelezen en een aanrader dus.

vrijdag 5 januari 2018

De heilige Rita van Tommy Wieringa

Voor mij was het een beetje zoeken in dit boek. Zoeken onder goede omstandigheden, dat wel; fijne taal en regelmatig grappig. Waar gaat het nou over? Wat gebeurt er precies en welke emoties roept het op bij de hoofdfiguren? Het roept daardoor bij mij uiteindelijk wel de sfeer op van de streek waar het speelt, het oosten van Nederland ver boven de rivieren. Niet te veel praten, niet te expliciet. Het is zoals het is.

...Na een tijdje keek de vrouwelijke Hennie op en vroeg: 'En met je vader, Paul?'
Paul Krüzen wiebelde met zijn hand. Wat had het voor zin om nog eens te vertellen over het dagelijks desinfecteren van de wond op zijn vaders scheenbeen die maar niet dichtging? Eerdaags moesten ze er weer mee naar het ziekenhuis.

Overigens zijn de emoties soms heel duidelijk. Paul huilt tranen met tuiten om de dood van Hedwiges en daarna komt de woede.

Zijn vriendschap met Hedwiges is hecht maar lijkt ook iets ongelijkwaardigs te hebben. Paul zorgt meer voor Hedwiges. Als ze samen op vakantie gaan, heeft Hedwiges geen weet van Pauls eigenlijke doel.

Paul zorgt toegewijd maar niet overdreven voor zijn vader. Is het liefdevol? Soms denk ik van wel, door de toewijding, maar dan ook weer niet. Ik denk dat het uiteindelijk meer een soort 'het is zoals het is'-situatie is. Nadat zijn moeder was vertrokken zorgde zijn vader voor hem, omdat hij wel moest. En nu is het andersom. Als zijn vader in het ziekenhuis ligt, mist hij hem wel of misschien meer de gewoonte dat hij er is en de dingen die Paul voor hem doet. Zijn vader mist Paul niet, is lovend over de zorg in het ziekenhuis en dat steekt Paul dan wel weer (net als vroeger toen zijn vader, die leraar was, opgaf over een jongen bij hem op school)

Paul hangt in zijn jonge jaren erg aan zijn moeder en blijft zijn hele leven naar haar verlangen. Zij laat hem in mijn ogen echt in de steek, misschien bevrijdt ze zich wel van hem als ze ervandoor gaat met haar Rus (die zich bevrijd heeft van zijn land). Ze laat nooit meer wat van zich horen.

Het boek heeft spannende jongensboek-elementen: de Russische vluchteling die neerstort en noodgedwongen bij hen in huis gaat revalideren. Hij leert langzaam Nederlands, is kort in het nationale nieuws en wat langer een lokale held. Het jongensboek-achtige wordt wreed verstoord als hij er met Pauls moeder vandoor gaat.

Paul verrast af en toe, bijvoorbeeld met opmerkingen  over taal:

'Ik ben blij dat ik je geen "parafernalia" heb laten schrijven.'
of:
... Dwars door zijn angst voor een confrontatie heen dacht Paul aan het woord pomerans, en hoe jammer het was dat het was gereserveerd voor zoiets onbenulligs als een vilten dopje aan de punt van een keu. ...

Het boek gelardeerd met kleine plukjes van andere talen, waarvan het twents het meeste voorkomt en lekker droog is ('B-je neergestort?')

Of hij verrast met interesse in zijn horoscoop. En wat mij betreft ook met zijn angst voor de geluiden op zolder.

In het verlengde daarvan is het gelukkig ook allemaal niet te zwart-wit. Hoewel het verschil met de Randstad benadrukt wordt is ook hier Google Translate doorgedrongen. Daarmee is het misschien wel een aardig document van de tijd geworden. Maar dat kun je pas over een tijdje zeggen, denk ik.

Er zit nog veel meer in. Klein en groot: zelfmoord, de heilige Rita (patrones van onder andere de hopeloze gevallen en vrouwen met een slecht huwelijk) en Rita de hoer, Russen, Steggink als verpersoonlijking van het kwaad zo ongeveer, het geloof, satan en de bijbel, Chinezen, vluchtelingen (op verschillende manieren), liefde en relaties, wereldconflicten en kleine conflicten, de geschiedenis van een krimpregio, Pauls wens om de oude boerderij plat te gooien en er een nep-exemplaar voor in de plaats te zetten... Misschien iets te veel voor mij. Zou het kamernummer van zijn vader (404, een foutcode op internet) ook nog iets te betekenen hebben?

vrijdag 11 april 2014

De avonden van Gerard Reve

Wat een bijzonder boek. Het grijpt, irriteert, is herkenbaar en helemaal niet. Ik vind het altijd lastig om te bedenken wat ik echt zelf van zo'n populair boek vind. Misschien had ik het wel weggelegd als het niet de status had gehad die het heeft. Want er gebeurt wel helemaal niets. Dat is de essentie natuurlijk, maar als lezer heb je andere verwachtingen.
Gaat het over na-oorlogse braafheid en leegheid? Jaren uitgekeken naar het einde van de oorlog, en nu?



Het verhaal gaat over de laatste dagen van het jaar 1946 en wordt verteld vanuit Frits: een jongeman, woont bij zijn ouders en werkt op kantoor. 's Avonds gaat hij op bezoek bij vrienden of zijn broer, maar nergens vindt hij rust, zin, diepgang of wat het dan ook is wat hij zoekt.
Frits voert naast elk 'echt gesprek' een gesprek in zijn hoofd, waarin hij commentaar levert op zijn eigen vragen, reacties voorspelt en becommentarieert. Hij zegt vaak maar wat om maar niet niets te zeggen. Soms heel banale dingen (waar hij dan ook niet in geïnteresseerd is), soms heel kwetsende dingen.
Hij is erg bezig met (het verval van) het menselijk lichaam en dan met name kaalheid. Tijd is ook heel belangrijk. Hij wil zijn tijd goed besteden, maar nooit wordt duidelijk wat dat dan zou zijn.
Zijn dromen zijn heftig en naar. De rol van het konijn is me niet helemaal duidelijk. Hij praat met de knuffel, zoals hij soms met zichzelf praat. Tegen het einde bedenkt hij vreselijke straffen voor het konijn, die hij later weer kwijtscheldt.

(gedeeltelijk met spreeder gelezen omdat ik het al eerder gelezen had, maar het me niet meer kon herinneren)

zaterdag 29 maart 2014

Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans

Eindelijk gelezen. Veel toegankelijker dan ik dacht. Veel symboliek die er duidelijk bovenop ligt.  Alfred is onzeker oa of hij anderen niet tot last is en daardoor is het (voor mij) makkelijk verplaatsen in hem. Wat ik ook prettig vind is de balans tussen dingen die toch goed gaan ondanks zijn sombere gedachten (de overkant van de rivier bereiken) en de dingen die niet goed gaan.

Moeder/Vader-zoon
Alfreds vader is overleden toen hij zeven was. Hij was bioloog en is omgekomen tijdens een expeditie. Alfreds moeder ziet hem graag de wetenschappelijke successen behalen die zijn vader nooit gekend heeft.  Alfred wilde vroeger fluitist worden, maar als fluitist kun je nooit individueel succes halen en dus ontmoedigt zijn moeder hem aan alle kanten.
Arne’s vader leeft nog wel, maar Arne neemt niets van hem aan. Alfred kijkt tegen Arne op maar ook Arne is onzeker. Hij wil  geen dure uitrusting meenemen, want als je zonder resultaten terugkomt, is het extra stom als je dure uitrusting had. Alfred vindt het onzin.

Vergankelijkheid/Memento Mori
Alfred is bang om te verongelukken. Uiteindelijk sterft Arne.

Religie / filosofie
De deelnemers aan de expeditie hebben af en toe religieuze discussies
Alfred doet tijdens zijn expeditie allerlei inzichten/ levenwijsheden op.

Schrijver / Critici
Alfreds moeder is literatuurcriticus (buitenlands). Alfred vertelt hoe ze heel gedisciplineerd werkt, maar nooit de boeken leest en alleen op basis van de nationaliteit van de schrijver en andere artikelen haar stukken opstelt. Enerzijds lijkt het me een sneer anderzijds schrijft ze niet over Nederlandse boeken.
Zie ook een van de citaten.

Het hoofstuk met de Amerikaanse vrouw aan het einde hoefde voor mij niet echt. Maar was misschien nodig om terug te komen op het fluitthema.

citaten:
Hij stapt naar de rand van het trottoir. Met twee brilleglazen op zijn voorhoofd en twee voor zijn ogen, lijkt het of hij met vier koplampen is gewapend.
Hij boort zijn witte blindenwandelstok recht in de stroom auto’s die voorbijkomt. Het verkeer komt tot stilstand. Hij steekt over. Het lijkt of de straat achter hem dichtklapt.

...De ansichtkaart aan een hoek vasthoudend, er zou nu en dan in gedachten mee wapperend, loop ik naar mijn htel en bepeins wat ik zal schrijven. Ik slaag er niet in iets bruikbaars te bedenkn, want iets anders dan wat ik werkelijk denk, schiet mij niet te binnen.

Ze zei: Ik wist niet dat de geologie een wetenschap was, waarbij je voortdurend in de spiegel moest kijken.
(opmerking van zijn zusje die hem een kompas geeft met spiegeltje. Hij is zuinig op het kompas maar raakt het uiteindelijk kwijt.)

Ik besef plotseling dat ik in een voortdurende vrees leef te moeten bestaan in een maatschappij waar iedereen iedereen voor de gek houdt.

Hoeveel enorme keien liggen er op de Drentse hei, die misschien door een oermens jarenlang zijn verwrikt en versleept, elke dag een halve meter ... jaren is hij ermee bezig geweest, dag in dag uit, (...). Toen werd hij ziek en kon niet verder zwoegen. De steen lag nog lang niet dicht genoeg bij de twee of drie andere grote stenen, dat wij, zijn nageslacht, op het idee komen te zeggen: - Kijk! een hunebed!

Ik denk dikwijls aan de schrijvers van de boeken die mijn moeder bespreekt. Hebben twee, drie jaar zitten zwoegen, hebben bij gebrek aan mensen die genoeg van hen hielden dat zij hun iedere confidentie durfden te doen, gedacht: wacht eens, ik zal een boek schrijven, wordt in duizenden exemplaren verspreid, misschien zijn er een of twee lezers die van mij zullen houden.

Wat een idee! Te denken: ik heb een talent, maar alles wat ermee gedaan kan worden, is al gedaan. Er is al een machine die meer talent heeft dan ik.

Een bliksemstraal maakt een haarscheur in de hemel die zo grijs is als stoepsteen.

zondag 23 maart 2014

Gifsla van Jan Wolkers

Prima boek. Leest lekker weg. Ik verwacht bij Wolkers veel expliciete seks, en dat is er ook wel, maar niet irritant. Er zit veel humor in.
Gelezen tijdens/na 'ons-weekend', dat pastte deels wel bij de setting van het boek: vrije dag(en) en je weet dat je 's avonds champagne gaat drinken. : )
Thema's die ik erin lees:
Schrijven
Het lijkt erop dat Wolkers zichzelf als model, als basis heeft genomen. Je volgt een schrijver in de laatste dagen van het jaar (en de eerste dag van het nieuwe jaar). Je krijgt fragmenten, opties en de opzet van het verhaal dat hij aan het schrijven is mee. In zijn verhaal wordt een meisje vermoord. Een sullige ornitholoog die haar vindt, kan de verleiding niet weerstaan en verkracht haar. Hij krijgt uiteindelijk de schuld van de moord, verraden door de gifsla die in zijn tuin groeit, en ook gaat groeien op de plek waar hij het lijk dumpt.
Met zijn dochter heeft de schrijver discussies over hoe snel je zou moeten schrijven. Opmerkelijk vind ik dat de schrijver in het verhaal voornamelijk inspreekt ipv schrijft.

Ouder worden / vergankelijkheid
Rob (de schrijver) ziet zichzelf ouder, dikker, ongezonder worden. Hij is zich ervan bewust dat hij dat proces versnelt doordat hij snoept en veel drinkt. Hij neemt zich vaak voor om daarmee te stoppen maar meent dat niet echt. Rob is een stuk ouder dan zijn vriendin van dat moment. Hij geeft toe dat het op een gegeven moment fijner is om met haar te pronken dan met haar te vrijen.
De haas met het verlamde achterlijf en de dode inktvis passen ook in dit thema.
Aan het einde sterft Rob nadat hij dat een paar bladzijdes vantevoren aangekondigd heeft middels zijn gedachten over zijn boek.

Vader-dochter
Rob houdt veel van zijn dochter, zij ook van hem. Hun relatie kent ups en downs. Ze kibbelen veel, maar doen ook lieve dingen voor elkaar. Soms neigt Rob naar het incestueuze, dat heeft Ellen niet. Ze laat hem wel naar haar kijken nadat ze gedoucht heeft, maar maakt daar ook weer een einde aan.

(Tegen de spinnen in zijn kruimeldief:)
" 'Helaas, jullie zijn te afzichtelijkom buiten los te laten,' mompelde hij. 'Viezige grauwe kreeftjes die elkaar nog verslinden ook. Desondanks is het met gepast medelijden dat ik jullie voorgoed van de buiten wereld afsluit.'
Hij legde de stofzuiger neer en liep log en lenig tussen de tafels met onordelijke stapels boeken en tijdschrijften door naar zijn bureau, lichtte met een elegante zwaai de hoes van elektronische schrijfmachine en deed de stekker in het stopcontacht."




dinsdag 18 maart 2014

Roundhay, tuinscène van Marente de Moor

Het leest meteen lekker weg. Voor mij een ouderwets leesboek. Lekker lyrisch en soms verrassend kort, direct, zonder omhaal. Precies goed.
Gaandeweg kreeg ik wel steeds meer het gevoel dat ik de resultaten van dossiervorming/onderzoek gegoten in een verhaal aan het lezen was. Komt misschien ook wel doordat ik halverwege naar een interview met de schrijfster ben gaan kijken (Boek & bal Schiedam). Ik vind eigenlijk dat je niet met een schrijver moet praten. Hij schrijft niet voor niets een boek. Ik houd ook niet van flapteksten. Die hielp hier trouwens ook niet.
Volgens de flaptekst gaat het over een jongen die zijn verdwenen vader wil rehabiliteren. Dat is maar een klein stukje van het verhaal, en daar gaat het eigenlijk niet over. Waar gaat het wel over? Technische vooruitgang? (incl vraagteken), van wie zijn ideeën? Herinneringen, Wat is essentieel aan het leven. Vergankelijkheid. Vader-zoon. Europa-Amerika

Ik heb me dus vanaf halverwege het boek afgevraagd of Edison werkelijk zo'n eikel was. Dat de tweede vrouw van Edison werd opgevoerd als verteller, verbaasde me na het lezen van het eerste stuk (perspectief verdwenen vader/uitvinder) en de flaptekst en het interview. Het duurde even voor ik me realiseerde dat ze een belangrijke rol in het boek speelt.
Ook het perspectief in het eerste deel verbaasde me. Daarmee wordt een groot deel van het mysterie weggenomen. Het gaat misschien niet om het mysterie, maar dat had wel bij kunnen dragen aan het boek in mijn ogen.
Jammer ook dat er geesten opgevoerd worden. Past wel weer in de tijdgeest (haha) van het verhaal als ik het boek moet geloven. Geesten zijn aan mij niet snel besteed.

Maar ja, het leest heerlijk en voldoende om over na te denken, én als bonus leuke reclame-achtige teksten over (onzin-)uitvindingen. Als optimistische techneut vind ik de tekstjes waarin niet verwezenlijkte uitvindingen op de hak worden genomen leuker dan die waarin wel verwezenlijkte op de hak worden genomen. En ik vraag me af wanneer we geur'televisie' krijgen : )

"En dan valt zijn mond open bij de onderkaak en neemt hij een aanloop tot een schreeuw. Ik vlieg op hem af. Hij kermt in mijn omhelzing, tegen de klippen op."

"...In de laatse versie is een geavanceerd geurkompas ingebouwd, waarmee spoorzoeken wel heel eenvoudig wordt. Uw echtgenoot aan de wandel? Zijn sok brengt hem terug! ..."