Wat een bijzonder boek. Het grijpt, irriteert, is herkenbaar en helemaal niet. Ik vind het altijd lastig om te bedenken wat ik echt zelf van zo'n populair boek vind. Misschien had ik het wel weggelegd als het niet de status had gehad die het heeft. Want er gebeurt wel helemaal niets. Dat is de essentie natuurlijk, maar als lezer heb je andere verwachtingen.
Gaat het over na-oorlogse braafheid en leegheid? Jaren uitgekeken naar het einde van de oorlog, en nu?
Het verhaal gaat over de laatste dagen van het jaar 1946 en wordt verteld vanuit Frits: een jongeman, woont bij zijn ouders en werkt op kantoor. 's Avonds gaat hij op bezoek bij vrienden of zijn broer, maar nergens vindt hij rust, zin, diepgang of wat het dan ook is wat hij zoekt.
Frits voert naast elk 'echt gesprek' een gesprek in zijn hoofd, waarin hij commentaar levert op zijn eigen vragen, reacties voorspelt en becommentarieert. Hij zegt vaak maar wat om maar niet niets te zeggen. Soms heel banale dingen (waar hij dan ook niet in geïnteresseerd is), soms heel kwetsende dingen.
Hij is erg bezig met (het verval van) het menselijk lichaam en dan met name kaalheid. Tijd is ook heel belangrijk. Hij wil zijn tijd goed besteden, maar nooit wordt duidelijk wat dat dan zou zijn.
Zijn dromen zijn heftig en naar. De rol van het konijn is me niet helemaal duidelijk. Hij praat met de knuffel, zoals hij soms met zichzelf praat. Tegen het einde bedenkt hij vreselijke straffen voor het konijn, die hij later weer kwijtscheldt.
(gedeeltelijk met spreeder gelezen omdat ik het al eerder gelezen had, maar het me niet meer kon herinneren)
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label 1947. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1947. Alle posts tonen
vrijdag 11 april 2014
zaterdag 30 november 2013
Ham, spek en worst - een kinderfeest van Bordewijk (uit: Bij Gaslicht)
Een beetje een sneu verhaal over een kinderfeest dat meer een volwassenenfeest is omdat er allerlei spelletjes worden gedaan ten koste van de kinderen. Verder vind ik er niet zo veel van.
maandag 25 november 2013
Verbrande erven - een plaatsbeschrijving van Bordewijk (uit: Bij gaslicht)
Ik heb nu de versie gelezen die in de tweede druk van "Bij gaslicht" staat. Het is ook los verschenen onder pseudoniem Emile Mandeau.
Is natuurlijk extra interessant omdat het over Schiedam gaat. Een boerenmeisje, Neel, gaat logeren bij haar tante met gezin in de stad. Uitvoerig wordt de stad beschreven als zij er doorheen loopt. (Daarbij wordt af en toe verwezen naar een archivaris die het anders zou brengen.) Een deel is herkenbaar:
"Langs het water van de Lange Haven met de grote herenhuizen, door oude pakhuizen onderbroken, was het toch wel deksels mooi, ..."
Maar ik begrijp de beschreven daken niet (die ze ziet als ze op de toren staat) "En van een vierkant pand zag zij het zwarte dak, vierkant opgeglooid, en in het midden was het als verdwenen, schuinsweg ingezonken tot een puntdak, maar dan ondersteboven, de punt omlaag. - Dat is de distilleerderij van Schewe, zei de man."
Ook het leven in de stad krijg je zijdelings mee. Neels oom -Pa Baas- is meesterknecht.
Verder valt het verschil tussen boerenkinderen en stadskinderen op. Neel zegt een paar keer wat over het weer, maar opvallender is dat ze vrijpostiger is en erop los liegt, terwijl de stadskinderen dat zondig vinden en ook veel beter luisteren naar hun moeder. Overigens vertelt Neel graag verhalen. Bijgeloof speelt daarin een rol, en de grens tussen liegen en verhalen vertellen is onduidelijk.
Er is aantrekkingskracht tussen Neel en de oudste zoon, maar hij vindt haar te boers gekleed en haar tanden en tandvlees lelijk terwijl ze verder best knap is. Hij mijdt haar.
Neel ziet op verschillende plekken een kat, of tenminste kattenogen. Het begint al als ze aankomt met de trein. Wat is het precies? Levendige fantasie?
En ik wist niet wat een okshoofd is:
Een okshoofd is een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat, dat vroeger voor wijn gebruikt werd. De maat wordt echter ook gebruikt voor azijn, bier, tabak en suiker. Een okshoofd bevatte zes ankers (een klein vaatje van 35 liter, ofwel 45 flessen.).
De Engelse naam voor een okshoofd is hogshead. In het Frans heet een okshoofd Barrique, of Pièce.
Als verklaring voor het woord wordt soms genoemd dat het vat zo groot was, dat er een ossenhoofd in paste. Deze verklaring lijkt echter onwaarschijnlijk.
Is natuurlijk extra interessant omdat het over Schiedam gaat. Een boerenmeisje, Neel, gaat logeren bij haar tante met gezin in de stad. Uitvoerig wordt de stad beschreven als zij er doorheen loopt. (Daarbij wordt af en toe verwezen naar een archivaris die het anders zou brengen.) Een deel is herkenbaar:
"Langs het water van de Lange Haven met de grote herenhuizen, door oude pakhuizen onderbroken, was het toch wel deksels mooi, ..."
Maar ik begrijp de beschreven daken niet (die ze ziet als ze op de toren staat) "En van een vierkant pand zag zij het zwarte dak, vierkant opgeglooid, en in het midden was het als verdwenen, schuinsweg ingezonken tot een puntdak, maar dan ondersteboven, de punt omlaag. - Dat is de distilleerderij van Schewe, zei de man."
Ook het leven in de stad krijg je zijdelings mee. Neels oom -Pa Baas- is meesterknecht.
Verder valt het verschil tussen boerenkinderen en stadskinderen op. Neel zegt een paar keer wat over het weer, maar opvallender is dat ze vrijpostiger is en erop los liegt, terwijl de stadskinderen dat zondig vinden en ook veel beter luisteren naar hun moeder. Overigens vertelt Neel graag verhalen. Bijgeloof speelt daarin een rol, en de grens tussen liegen en verhalen vertellen is onduidelijk.
Er is aantrekkingskracht tussen Neel en de oudste zoon, maar hij vindt haar te boers gekleed en haar tanden en tandvlees lelijk terwijl ze verder best knap is. Hij mijdt haar.
Neel ziet op verschillende plekken een kat, of tenminste kattenogen. Het begint al als ze aankomt met de trein. Wat is het precies? Levendige fantasie?
En ik wist niet wat een okshoofd is:
Een okshoofd is een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat, dat vroeger voor wijn gebruikt werd. De maat wordt echter ook gebruikt voor azijn, bier, tabak en suiker. Een okshoofd bevatte zes ankers (een klein vaatje van 35 liter, ofwel 45 flessen.).
De Engelse naam voor een okshoofd is hogshead. In het Frans heet een okshoofd Barrique, of Pièce.
Als verklaring voor het woord wordt soms genoemd dat het vat zo groot was, dat er een ossenhoofd in paste. Deze verklaring lijkt echter onwaarschijnlijk.
Labels:
1944,
1947,
Bordewijk,
Mandeau,
Opzoekfeest,
Schiedam,
stad versus platteland
Rosaura Salontis - een levensloop van Bordewijk (uit: Bij gaslicht)
Absurd verhaal, maar ook weer niet zo absurd omdat de opvallendste absuriditeiten ook als zodanig worden voorgesteld. Het begint lekker: "De regen pitte driftig op het smal bakstenen pad van de Fnidsen, ..."
Waar in Knorrende beesten nog auto's als personen optreden -niet realistisch- is hier sprake van mensen die meer op dieren lijken. Hoewel moeilijk te geloven dat het echt zo ver ging (tot en met de hondensnuit en het gedrag), toch dichter bij de realiteit dan de Knorrende beesten.
Waar in Knorrende beesten nog auto's als personen optreden -niet realistisch- is hier sprake van mensen die meer op dieren lijken. Hoewel moeilijk te geloven dat het echt zo ver ging (tot en met de hondensnuit en het gedrag), toch dichter bij de realiteit dan de Knorrende beesten.
Abonneren op:
Posts (Atom)


