Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

vrijdag 11 februari 2022

De massagesalon van Thomas Heerma van Voss

Fijn kort verhaal. Het neemt me mee naar die kamer met het uitzicht op de massagesalon. Ik kan me het invullen van de korte levensbeschrijvingen van de bezoekers door de ik-persoon goed voorstellen. Het is ook nog eens een mooi en creativiteit vragend alternatief voor naar een scherm staren. Ik houd van zijn oog voor detail in de taal, dat hij nadenkt over de fouten / onregelmatigheden in de tekst van de prijslijst. En dan heeft hij ook nog oog voor het ondernemerschap van de eigenaar. Toch schiet er ook door mijn hoofd: is dit een rare jongeman? Wat vind ik dan raar? Dat het erop lijkt dat hij zijn leven beperkt tot het kijken naar die massagesalon en zijn schrijfsels over de bezoekers. Maar, denk ik dan, het is een kort verhaal, misschien is het een momentopname.

De taal is helder, niet opvallend. Hij geeft er wel mooie observaties mee weer, ook over andere dingen dan schrijven, maar ik kom toch uit bij een citaat over schrijven:

"Als ik naar buiten ga, zal ik zien wat er allemaal niet klopt, ik zal ontdekken hoeveel van mijn notities nergens op slaan, hoe vruchteloos mijn verzonnen verhalen zijn, maar zolang ik blijf liggen bepaal ik de waarheid."


Uit: De derde persoon

vrijdag 15 maart 2019

Geen touw aan vast te knopen - Dom

In de vijfde druk* van Van Dale staat bij het lemma 'dom':

(gew.) mijne vingers worden zoo dom, door koude eenigszins gevoelloos, zoodat men er b.v. geen touwtje meer mee kan knoopen;

Zou daar de uitdrukking Geen touw aan vast te knopen vandaan komen?



*Het staat zo overigens ook in de vierde en zesde druk, niet meer in de twaalfde. Meer bronnen heb ik niet.

vrijdag 12 oktober 2018

Nocturne voor Herckenrath-Dory

Ik vind het woord noctiflore:
snachts bloeiend - opengaand
ik ken geen woord waaraan
ik mij zozeer herken
in dit boek vol woorden

(en zoals het voorwoord zegt
cette édition a environ cent
colonnes de texte de plus
que la précédente)

zelfs noctambule (slaapwandelaar
nachtbraker nachtpitje) moet
het nachtelijk onderspit delven
al maakt daarentegen
noctiluque (snachts lichtgevend)
weer een gerede kans
tot mijn liefkooswoorden
te gaan behoren

ik noctuelle (nachtvlinder)


Simon Vinkenoog


Via Laurens Jz. Coster gevonden. Mooi. Ik weet (nog) niet uit welk jaar.

maandag 17 september 2018

"Een deuk in een pakje boter slaan, dat moet je doen"


Het ligt er natuurlijk een beetje aan hoe hard de boter is, maar echt moeilijk is het niet: een deuk in een pakje boter slaan. Ik moest dan ook giechelen toen ik het hoorde. Het werd gevolgd door “En het lukt hem elke keer," bedoeld als compliment. Denk ik tenminste. 
Nu ik er nog eens over nadenk: Misschien was het wel een knap vermomde sneer. Het zou zomaar kunnen want echt goed vond ik het optreden niet, en ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat Trijntje dat wel vond. Zou ze zo vilein zijn? Ik denk het niet.

Taal verandert voortdurend. Trijntje is niet de enige die het heeft over een deuk in een pakje boter in plaats van over het gebrek aan capaciteit om hem te kunnen slaan. We kunnen die uitdrukking natuurlijk best wel gaan gebruiken. Wel zou ik het dan logisch vinden als het dan betekent dat iets niet zo heel best of een kleine prestatie is. Andere optie is dat we de boter koud maken, want dan wordt het een stuk moeilijker. “Hij slaat een deuk in een pakje ijskoude boter.” 
Of we houden hem als verkapte kritiek. Doortrapt maar mooi.

woensdag 25 oktober 2017

Als ... als Piet Paaltjens HaverSchmidt was

"Eigenaardig is het, dat Piet Paaltjens in 't algemeen een ander man is als Haverschmidt." Die 'als' doet pijn, en ik wil het venster met de tekst waar deze zin in staat al wegklikken. Dat kan nooit wat goeds zijn. Tot ik bedenk dat het misschien geen fout is.

Het was eenvoudiger geweest als er had gestaan " ... dat HaverSchmidt een ander man is als Piet Paaltjens". Dat kan namelijk, sterker nog, dat was het hele idee achter Piet Paaltjens: dat HaverSchmidt een ander kon zijn op het moment dat hij zich als Piet Paaltjens voordeed. HaverSchmidt schiep niet voor niets een alter ego.

Maar kan je dan over dat alter ego, dat wel degelijk bestaat, maar toch niet van vlees en bloed is, zeggen dat hij een ander man is, als hij zijn schepper is, dus als hij François HaverSchmidt is? Is Piet Paaltjens ooit HaverSchmidt? Of is het alleen andersom?



Als u uw gedachten hierover zou willen delen, waardeer ik dat zeer.

Overigens komt het citaat uit De Nieuwe Taalgids, Jaargang 27 (1932). Ik weet niet hoe het gangbare taalgebruik toen was bij vergelijkingen.

donderdag 17 juli 2014

1984 van George Orwell

Intrigerend boek waar je niet vrolijk van wordt. Qua taal vind ik het niet altijd lekker lezen, daar moet het het niet van hebben voor mij. Er is genoeg anders. Wat het zegt over taal is wel intrigerend en graag zou ik alle regels van Nieuwspraak en gewoon het hele woordenboek kennen.



Thema is onmiskenbaar de totalitaire staat waar je nergens veilg bent, zelfs niet in je hoofd. Vertoont de huidige maatschappij nou trekjes van het Oceanië uit het boek? Ik denk dat het een groot verschil is dat er niet één organisatie met één doel achter zit in de huidige maatschappij. Je wordt overal in de gaten gehouden, maar vooral door verschillende commerciële instellingen. Maar misschien is dat naïef en komt al die info ook bij één overheidsinstantie. Dat is dan toch ook een verschil want in Oceanië weet iedereen dat hij bekeken wordt. Ik zie het boek ook meer als een aanklacht tegen ‘andere regimes’ dan een waarschuwing voor waar we naartoe zouden gaan. Maar dat is misschien meer geredeneerd vanuit 2014 dan vanuit 1948.

Opmerkelijk dat familierelaties ondermijnd worden. Ik heb me nooit zo gerealiseerd dat dat sterke krachten zijn die je als totalitaire staat kunt gebruiken (de dreiging dat familieleden bij een evt. straf betrokken worden, werkt zeer preventief) of kunt ondermijnen zodat het niet tegen je ingezet kan worden. Hier gebeurt het laatste. En tegelijkertijd, zoals ook al in het boek zelf geconstateerd wordt, wordt de grote leider aangeduid met ‘broer’.

dinsdag 23 juli 2013

De beste manier om iets te vangen - Fouad Laroui

Het lijkt me net iets te veel op een verhaal voor kinderen. De titel is wel intrigerend, m.n. de uitbreiding in het verhaal: "De beste manier om iets te vangen is met woorden". En de zoektocht van de jongen (Sami) is aansprekend. "Maar je hoeft de vogel niet te vangen! Het is voldoende als je hem goed bekijkt, zelfs van ver. Dan kun je hem heel precies beschrijven. En als jij hem als eerste een naam geeft, dan zal het jóúw vogel zijn." (nadat de jongen eerst geprobeerd heeft als een kat een vogel te vangen).
Voor als hij een onbekende plant vindt, heeft hij al een naam: faren-fan-Sami.

En gewoon mooi, helemaal aan het begin van het verhaal: "Bij hen thuis hielden ze niet van gepraat. Ze hielden van elkaar. Dat is het belangrijkste." Niks mis met praten, vind ik, maar toch een mooi stukje.
Of leuk: "[De dokter] stelde Sami veel vragen, maar Sami antwoordde niet omdat hij naar de stropdas van de dokter keek. Als je er nou eens hard aan trok, zou dat pijn doen?"

Het verhaal laat een kinderlijke naïviteit en geestdrift zien, en stipt wat wonderlijke aspecten van taal aan. "Sami wist niet wat Marokkaans, Frans, stadstaal of plattelandstaal was." ... "Het jongetje begreep uiteindelijk dat hij in plaats van woorden uit te vinden, beter al bestaande woorden kon gebruiken omdat je daar vroeg of laat toch bij terugkwam."

Het is een verhaal uit Belofte aan de wereld.