Posts tonen met het label 1958. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1958. Alle posts tonen

zaterdag 2 mei 2020

De buit van Remco Campert

Leuk spannend verhaal over een jongen die een oude man uit de tram volgt.

De school was een somber, streng gebouw; de ramen zaten zo hoog, dat de kinderen maar nauwelijks over de vensterbank heen konden kijken, en in de slecht-verlichte gangen hing een onaangename lucht, die nooit meer weg zou trekken. Misschien was het niet goed mogelijk om in zo'n gebouw een held te zijn.

Kort verhaal of hoofdstuk (?) uit: De jongen met het mes.

vrijdag 2 oktober 2015

De matroos zonder lippen - Cees Nooteboom

Een kort verhaal. Voor mij geen lekkere Nooteboom. Ik mis -denk ik- dat je wordt meegenomen in het leven, in de ziel van een ietwat rare hoofdpersoon. Voor mij moet dit verhaal het van het verhaal hebben, want een andere laag mis ik.
Er zijn twee verhalen, er wordt een verhaal verteld in een verhaal. Het tweede verhaal is nogal cliché, al gruwde ik wel even toen verteld werd hoe de matroos zijn lippen verloor: jonge matroos versiert - opgehitst door collega's- zijn eerste meisje en doet haar allerlei beloftes, hij krijgt de smaak te pakken en versiert elke avond een meisje, dan ziet hij zijn eerste meisje terug, ze lijkt blij hem te zien maar ...
Het eerste verhaal vind ik niet veel spannender. Een passagier op een vrachtschip op zoek naar romantiek, dwz echte zeemansverhalen. Het enige verhaal dat hij krijgt is dit verhaal, weinig romantiek dus.

Maar er moet toch een reden zijn dat Zwagerman dit verhaal heeft opgenomen in zijn overzicht van de Nederlandse literatuur in korte verhalen.

Even gegoogeld: het is blijkbaar een verhaal uit een bundel die Nooteboom schreef over een reis die hij zelf maakte (De verliefde gevangene, 1958). Zijn reisverhalen raken mij altijd minder, maar omdat hij zelf zo'n spannende reis maakte, ben ik nu toch wel weer benieuwd. Dat is een beetje tegen beter weten in. Ik vind eigenlijk alleen de boeken van schrijvers leuk, niet hoe ze in werkelijkheid zijn.

zondag 17 februari 2013

De donkere kamer van Damocles van Willem Frederik Hermans

Eindelijk deze klassieker gelezen. Tijdens het lezenvan het eerste stuk (voor de bevrijding) me meermaals afgevraagd waarom hij niet meer vragen stelde. Hoe hij wist dat het goed was wat hij deed, en dat wie hij vermoordde echt de slechten waren. Maar er werden ook niet veel vragen aan hem gesteld, alleen opdrachten gegeven.
Taal en stijl vind ik prettig. 
Ik ben eerlijk gezegd nog wel aan het nadenken waarom het de donkere kamer van Damocles heet. Donkere kamer snap ik, maar Damocles? Ik zie nergens verband met luxe en macht en een dreiging dat dat zomaar, bij het minste of geringste afgelopen kan zijn. Heb ik het spreekwoord niet goed begrepen of het boek niet? Of allebei?

Op http://www.willemfrederikhermans.nl/tekst/kooy003uitd01_01/kooy003uitd01_01_0004.htm vind ik onderstaande verklaring. Ik had mythe niet compleet genoeg in mijn hoofd.
In de Damokles-mythe keert het omkeringsmotief terug: het verhaal is een verhaal over rolomdraaiing. Een lagergeplaatste streeft ernaar van plaats te wisselen met een hogergeplaatste. Bekijkt men nu het boek van Hermans dan ziet men het volgende: er is een positief geschetst personage Dorbeck en een negatief geschetst personage Osewoudt. Zij zijn anti-dubbelgangers: de één is een soort held, de ander een schlemiel; de haarkleur van de een is donker, van de ander is licht. De Damokles-mythe spreekt van een lagergeplaatste die de positie van een hogergeplaatste wil innemen, wat hem (mogelijk) fataal wordt. In Hermans' boek wil de schlemiel de positie innemen van de heldhaftiger Dorbeck, wat hem fataal wordt. Zoals het Damokles lukt om voor een tijd Dionysius te zijn (hij mag op de troon zitten als koning), zo lukt het Osewoudt om voor een tijd de held uit te hangen en Dorbeck te zijn (te zien ook aan het feit dat Osewoudt tijdelijk identiek wordt aan Dorbeck doordat zijn haar geverfd wordt en hij actief is in het verzet).