Posts tonen met het label 1963. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1963. Alle posts tonen

donderdag 30 april 2020

Een roos van vlees van Jan Wolkers

Wat een verdrietig verhaal. Bijna alles is verdrietig: de ontbrekende liefde tussen Sonja en Daniël, natuurlijk de dood van hun dochtertje en dat dat het gevolg is van een ruzie tussen Sonja en Daniël, de verhouding met zijn vader, het verhaal van Emma met een nare vader een overleden moeder en een abortus, Daniëls angst om Basje, zelfs het waterhoentje dat doodgaat, en vooral zijn natuurlijk zijn verdriet en onmacht (hoe er steeds geen geluid uit zijn mond komt als hij wil waarschuwen voor gevaar net als toen bij Sonja).

Toch ook veel liefde, lieve dingen. Hoe hij de waterhoen uit het ijs haalt, hoe hij de mevrouw met de fiets helpt (hier trouwens een liefdeloze dochter in plaats van een nare vader), zijn liefde voor Basje, hoe hij met zijn moeder omgaat. De zoektocht naar toch van elkaar houden of bij elkaar kunnen blijven. Hoe Sonja en Daniël wel om elkaar geven.

Een paar gruwelijke elementen. Het vel van het handje van zijn dochtertje, op zich al gruwelijk, maar hoe het nog een paar keer terugkomt, brrr. Hoe hij in zijn droom samen met Basje opgehangen wordt aan weerszijde van een touw. De muisjes die gefrituurd worden en door Emmy opgegeten, al helemaal met het idee dat hij daarbij heeft: dat zij van hem eet, omdat die muisjes gevoed zijn met zijn bloed (de muizenmoeder heeft zakdoeken met zijn bloed opgevreten).

Lekker Wolkers: natuur. Ik zie de hele tijd die rups voor me die een luis uitzuigt. Gaat dat echt zo? Ongetwijfeld, het is Wolkers.
Veel dood en vergaand vlees.

Een indringend verhaal, mooi boek. Ik zou het niet aan iedereen aanraden, want ik werd er wel heel verdrietig van, maar als je dat aankan, zou ik het zeker lezen.

Een paar mooie citaten

"Medelijden is een slechte raadgever, zei mijn vader vroeger altijd wanneer ik met een hond of een ziek dier thuiskwam. Als Gerard geen medelijden met mij had gehad was dat kind niet geboren, dan had het ook nooit dood kunnen gaan. Maar dan waren die jongens van me er ook niet geweest. Misschien is het toch de moeite waard om te leven, ook al duurt het maar twee jaar. Kon ik dat maar geloven. Kon ik het maar."

"Ze reed zo hard dat ik moeite had om haar bij te houden. De bloemen in de berm smolten als sneeuw in elkaar. Als we voor een kruising vaart moesten minderen draaiden de seizoenen terug en werden de witte stroken weer afzonderlijke bloemen."

En ook een beetje leuk:
"Op het geluid van de achter hem dichtvallende deur verschijnt uit een gang, waarboven een hert met gewei zonder reden zijn kop door de muur heen steekt, een gemelijke dikke man die het ochtendblad als een vuile sloop achter zich aan het café binnen trekt."

Hij beschrijft knap dromen. Alle bizarre wendingen waardoor je vaak snel stopt met het vertellen of lezen van een droom zet hij neer en toch lees je door. Zelfs als je het, zoals ik, wel wat veel dromen vindt.

zondag 14 april 2013

Een kater in blik van A.L. Schneiders

Het decor maakt het boek onwerkelijk. Het komt behoorlijk dicht bij de werkelijkheid, maar het is net te absurd. Toch? Het wordt met enige afstand beschreven. De beschouwingen zijn vermakelijk. Het boek heeft iets Kafkaïaans. Waarin de staat vervangen is door het concern en de gevangene door werknemer. Hoewel ik wel vind dat Alfred als held van dit verhaal wel meer initiatief mag tonen om te ontsnappen. De kansen zijn er. [Spoilers ahead]


Wil hij dat wel echt ontsnappen? Nee. Hij laat zich gevangen vanwege het geld, gaat dan weer wel-dan weer niet serieus voor zijn alternatief:
Amerika het droomland.
Leraar worden in plaats van "radertje in de machinerie van een van die grotere organisaties". Hij zoekt er vrijheid, duidelijkheid en veiligheid.

Het eindigt eigenlijk zoals het begint, en Alfred lijkt er vrede mee te hebben. Het avontuur waar hij zich op verheugd had, laat hij glippen als blijkt dat hij toch niet ontslagen wordt. Zelf het avontuur opzoeken en ontslag nemen doet hij niet. Hij zit daar weer op de qualityfloor en vindt het wel best. Hij heeft dit keer zelfs iets meer te doen, hoera. Misschien heeft hij er wel voldoende vrijheid en veiligheid.
Hoewel hij zich ook wel afvraagt of dit de realiteit is. Onderstaand gesprek vindt plaats in vervolg op een gesprek over abstractie/realiteit naar aanleiding van de tekeningen van meneer Meier.

" 'Maar wat noemt u dan realiteit, mijnheer Meier? Ons drieën hier op qualityfloor bij voorbeeld, noemt u dat realiteit?'
'Nee, natuurlijk niet,'bromde hij. 'Dit is geen echt voorbeeld, dat weet u zelf ook wel. Misschien is het uw realiteit, maar de mijne zeer zeker niet, enfin, dat zult u binnenkort wel merken.' "

Eerder in dat hoofdstuk: "Maar gelukkig is er nog het mooie uitzich om ons niet helemaal het contact met de wekelijkheid te doen verliezen."

Het doet me ook een beetje aan Blokken, Knorrende Beesten en Bint denken, vooral qua sfeer denk ik.