Posts tonen met het label 1957. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1957. Alle posts tonen

zondag 28 juni 2020

Het tillenbeest van Jan Wolkers

Indrukwekkend verhaal, heftig. Mooie, sprekende taal:

"Boven het buffet verzet hun portret zich vergeefs tegen de inwerking van het zonlicht."

"Moet je hem niet aan de tillen nemen, vroeg mijn vader aan mijn moeder als er weer een baby schreeuwend van honger in de wieg lag. Ik heb het altijd in verband gebracht met optillen, dragen."

"... waarvan de wanden bedekt waren met gobelins. De Duitsers hadden er grote stukken uitgesneden. Waar eens een vluchtend hert of een wild zwijn gestaan had, steigerde een paard met ruiter voor een wak van kalk en baksteen."


Met echte Wolkersthema's als dood en woekerend verderf.


Een mooie verwijzing naar Piet Paaltjens:

"Die vriend was een bleke donkere jongen, aan wie het lezen van de poëzie van Piet Paaltjens niet was voorbijgegaan zonder sporen in zijn gelaatstrekken achter te laten."


[Spoilers ahead]
De ik-figuur gaat op bezoek bij zijn moeder. Hij durft bijna niet naar het tillenbeest dat daar staat te kijken. Hij heeft het aan het einde van de oorlog uit een kasteel dat net verlaten was door de Duitsers gehaald. Hij ging kijken of zijn zus die het met Duitsers deed daar misschien nog was. Hij ziet haar niet, maar wel twee sfinxen. Eentje neemt hij mee naar huis. Daar wordt het het tillenbeest genoemd. 
De volgende dag gaat hij met een vriendje terug voor de tweede sfinx. Omdat hij eerst zijn vriendje moet helpen tillen, gooit hij de sfinx in wat hij denkt dat een kuil is. Het blijkt een latrine te zijn en hij ziet het vergane gezicht van zijn zus.


zaterdag 10 augustus 2013

De bende van Jan de Lichte van Louis Paul Boon

"Een schelmenroman" en dat is wat het is. Hoewel, 'schelm' roept bij mij associaties op met 'kwajongen'. Misschien een kwajongen die te ver gaat, maar in dit boek gaan ze een stuk verder.

Je wordt er als lezer lekker bij betrokken. Ik had steeds het gevoel dat er eigenlijk een toneelstuk of televisieserie van gemaakt moet worden. De beelden verrezen moeiteloos voor mijn ogen. Zal ook wel gebeurd zijn toch? Hoofdpersonen die zich vermommen doen het altijd goed, en ook het feest en de kermis lenen zich voor mooie beelden.



Jan wordt slim neergezet. "hij kent zijn Frans ... Zelfs de baljuw van Velsiecke, zelfs de burgemeester van Hundelghem kennen hun Frans niet. Haar Jan wel." Hij is het brein achter de bende.

"'Alleen voor de dommeriken zijn er slechte tijden,' zegt hij. 'Alleen volk dat zijn plan niet weet te trekken beschuldigt er de tijden van, of het weer, of de oorlog, of om het even wat. Alleen sukkelaars van stielmannen beweren dat zij slecht alaam in handen hebben.'"

Ergens tegen het einde realiseert hij zich dat hij iets in gang heeft gezet, waarover hij de controle is verloren. Iets met een steen aan het rollen brengen en hem niet meer kunnen stoppen. (ik kan het citaat niet meer vinden).

Jan zet de bende sociaal op. Zijn ideeën over geweld heb ik niet helemaal scherp. Er wordt vaak aangehaald dat hij vindt dat er zo min mogelijk geweld gebruikt moet worden. Toch zie ik hem - ook vroeg in het verhaal - flink wat geweld (laten) gebruiken, waar het m.i. ook wel wat minder kan. Als Tincke kapitein wil worden, zegt Jan dat hij eerst moet bewijzen dat Jan in hem zijn meerere moet zien. "... En nog vóór Tincke zich heeft kunnen rechtzetten krijgt hij zo een geweldige vuistslag in het gelaat, dat hij met stoel en al tegen de grond slaat, en het bloed tot in het gelaat van lange Gabriel spat. ... 'Ik zou u kunnen bewijzen, Jan de lichte, dat ik uw meerdere ben. Maar ben ik sterk genoeg, ben ik misschien de rapste in het gevecht met het mes, ik ben toch niet zo sluw als gij."
Tja, ik vind dat niet sluw, maar lomp en achterbaks. De omslag na de ontering van Mie vind ik dan ook niet zo groot, terwijl die wel groots wordt neergezet. Dat komt waarschijnlijk doordat ik toch vrij ver weg sta van het geweld. Als je dichterbij zit, zie en voel je meer verschillen. En het is wel zo dat Jan z'n principes (waar ik de finesse niet helemaal van doorgrond) helemaal laat varen.

Het geeft een beeld van het leven eind 18e eeuw. Hoe waarheidsgetrouw het is weet ik natuurlijk niet, maar ik kan me er wel wat bij voorstellen. Opvallend bijvoorbeeld dat geld nog niet echt een plaats verworven heeft. Arme mensen hebben meer aan een mooie lap stof dan aan munten.

En dan nog de jonge meisjes die verliefd zijn op Jan de Lichte. Sarah die dat als Boheemse heel expliciet uit, en Marieke die een stuk bedeesder is.