Posts tonen met het label 2017. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2017. Alle posts tonen

zondag 17 mei 2020

Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeiffer

Ik heb moeite met de opgeschroefde professor in dit verhaal. Niet omdat ik niet van opgeschroefd houd (hoogdravend bedoel ik, maar 'opgeschroefde professor' klinkt zo mooi), maar juist omdat ik hem net iets te vaak niet begrijp als hij ingewikkeld doet en daar kan ik niet zo goed mee omgaan. Best lastig aangezien hij de verteller en hoofdpersoon is.

Dat zegt wat over mij en dat vind ik goed aan Peachez. Een boek dat me aan het denken zet. Functioneel lelijke en enkele mooie volzinnen, vaak de draad kwijt, maar dat hoort erbij en dat vind ik knap.
Gelukkig is het boek ook af en toe grappig. En ach, wat krommen mijn tenen en wil ik hem toeroepen als het over zijn versloffende voorbereiding van het congres gaat, maar eendimensionaal is (ook) dat wel. Het boek wordt nergens zuur en dat vind ik heel prettig.

De hoofdstukken over het nu, over zijn tijd in de gevangenis zijn prettiger om te lezen, hoewel ik de running gag over de advocaat die elke gebeurtenis aanduidt als gebruikelijk en niet op te vatten als een signaal, niet briljant leuk of functioneel vind.

Het doet me een beetje denken aan Rituelen, misschien door de beschouwingen over het geloof en de liefde, ook al komen die van de opgeschroefde professor. Rituelen vind ik overigens wel veel fijner om te lezen, ondanks dat of misschien juist wel omdat het me opzadelt met een goede hoeveelheid vraagtekens.

Ik vind het verhaal best oké. Dat is overigens wel het interessantste als je het verloop niet kent, hoewel het ook dan niet al te verrassend is (maar je kunt ten minste hopen) Dus lees vooral de beschrijving niet!

Het contrast tussen de professor en Sarah is groot, ook in taalgebruik. Het wijdlopige en archaïsche van de professor komt me hooguit wat overdreven over, maar raakt wel de juiste snaar. De taal die Pfeiffer de jongere, streetwise Sarah in de mond legt, verrast me nergens en daar ben ik te oud en te keurig voor.

Ik zou nog graag iets ongeloofwaardigs aanstippen: Waarom haalt hij haar niet naar zich toe (hij probeert het niet eens), in plaats van met zijn vliegangst in een vliegtuig te stappen? Waarom is hij niet verbaasd dat zij zijn vliegtickets kan betalen? Dat past niet in het eerder door haar geschetste plaatje van niet al te ruime financiën. Liefde maakt blind maar niet voor het verhaal van je geliefde toch? Maar het is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, dus dit punt houdt geen stand.
Ach misschien hoort het bij het boek en het verhaal: Wat is waar? Wat natuurlijk ook aardig gesymboliseerd wordt door de woonplaats van Sarah: Las Vegas. Zijn woonplaats beschrijft hij overigens vrij exact, maar bestaat volgens mij niet echt. En last but not least: in het motto van zijn congres maait hij al het gras voor de voeten van 'dat geloof je toch niet'-criticasters weg.

O ja: ‘Dat mijn woning een vrouwenhand ontbeerde, was uitsluitend zichtbaar aan de omvang van mijn bibliotheek,’ is natuurlijk klinkklare onzin!

Als je houdt van Latijn, mythologie, liefdesverhalen en om kunt gaan met soms taaie taal en wat cliché's is Peachez een aanrader.

Peachez een romance Ilja Leonard Pfeiffer

zondag 4 november 2018

Wees onzichtbaar van Murat Isik

Dit is niet mijn boek. Ik vind het te lang. Niet omdat ik niet van dikke boeken houd, maar omdat dit verhaal ook met minder woorden aan mij verteld had kunnen. Misschien ook omdat ik eigenlijk al wist hoe het zou gaan. Door wat ik er al over gehoord had, en door het type verhaal: dat van de tot volwassene opgroeiende jongen (en dan ook nog eens in de tijd dat ik zelf opgroeide). Dat hoeft niet erg te zijn, maar dit keer wel.

Ontwikkeling

Ik mis een bepaalde ontwikkeling in de beleving van Metin en ook in het commentaar op de situatie. Als hij nog kleuter is en met ‘ontbloot bovenlijf’ (een kleuter zou dat volgens mij ‘zonder shirt’of ‘in m’n blootje’ of zoiets noemen) aan het fietsen is, zegt een jongetje (Floyd) tegen hem “Haha, ik zie je boobies!” De alinea daarop gaat als volgt:

Ik had niet eerder van het woord ‘boobies’gehoord, maar wist meteen wat dit brutale joch bedoelde. Zijn opmerking kwam mij zo vreemd en ongepast voor, dat ik geen idee had hoe ik moest reageren, dus liep ik zwijgend verder.

En verderop:

Floyd had zijn hand niet teruggetrokken. Hij bleef geduldig wachten op mijn hand, en toen ik overstag ging, glimlachte hij. Het was niet de glimlach van een overwinnaar, zoals ik verwacht had. Hij keek dankbaar en opgelucht, alsof hem vergeving was geschonken.

Het gaat hier over twee kleuters! En één van de kleuters is de verteller. De zinnen zijn waarschijnlijk ook niet bedoeld als letterlijke quotes van gedachtes van toen. Maar het zit er voor mij te dichtbij. En ik had graag juist wél een inkijkje gekregen in de gedachtes van de vierjarige Metin. Zeker als het gaat om hoe hij zijn vader beschouwt. Wanneer precies drong tot hem door dat zijn vader iedere dag probeerde te ontsnappen aan het gezinsleven, alsof het ooit was opgedrongen door hogere machten? Ik kan niet vinden wanneer dit soort inzichten doorbreken. Niet toen hij een kleuter was, neem ik aan, en dat is wel de plek waar het staat.


Uitweiding

De uitweiding van ruim zes pagina’s over het laatste verzet van meneer Rolf is bijvoorbeeld ook te uitgebreid voor mij. Natuurlijk zijn de Bijlmer en de sloop van de flats én meneer Rolf van (symbolisch) belang, maar met dit stuk dialoog ben je al een heel eind:

‘We moeten met hem praten,’zei mijn moeder, ‘hem vertellen dat het voorbij is, dat hij genoeg heeft gestreden.’ (…)
  ‘Hij luitstert toch niet naar ons.’
  ‘We kunnen het toch proberen?’ zei mijn moeder hoopvol. ‘Hij heeft zoveel voor ons en de flat gedaan, en hij heeft jou zo vaak geholpen met je schoolopdrachten.’
   ‘Het heeft geen zin,’ zei ik terwijl een brandend schuldgevoel op me neerdaalde. ‘We kunnen meneer Rolf niet meer helpen.’

Dat hoeft voor mij niet gevolgd te worden door nog drie stukken met televisie-uitzendingen over meneer Rolf, waarin hij uitgebreid als waanzinnige wordt neergezet. Dat beeld zat al voldoende in mijn hoofd na de beschrijvingen van zijn interieur en gedrag bij de laatste bezoeken van Metin aan meneer Rolf. De bezorgdheid van Metins moeder en ‘we kunnen hem niet meer helpen’ in bovenstaande dialoog halen dat beeld al weer naar boven.

Niet zwart-wit

Ik vind het heel prettig dat het verhaal niet helemaal zwart-wit is. Dat het ook de goede dingen die de vader van Metin doet belicht en die niet altijd meteen expliciet relativeert. Dat het bovendien ook mooie herinneringen van Metin aan zijn jeugd bevat.
Hele stukken uit het boek lezen gewoon heel prettig, ook sommige stukken die ik overbodig vind. Anders had ik het echt niet uitgelezen en dat heb ik wel gedaan.

Ik heb het gevoel dat het boek wat losse draadjes bevat. Gebeurtenissen, mensen, die even genoemd worden, waarop hij later nooit meer terugkomt. (Ik heb eerlijk gezegd geen zin om nog het boek nog een keer te lezen en dat te controleren.) Overigens vind ik dat wel passend. Het is immers een uitgebreide beschrijving van een jeugd en groei naar volwassenheid. In die periode komen bij iedereen denk ik dingen en mensen voor die later niet meer terugkomen. Je weet pas veel later of zoiets betekenis heeft gekregen.

Prijzen

'Wees onzichtbaar' kreeg een aantal prijzen, waaronder de Libris Literatuurprijs en de Boekhandelsprijs.

zaterdag 7 april 2018

Kolja van Arthur Japin

Prima boek, waar de onderzoekszin voor mij vanaf druipt. 
Rusland, homoseksualiteit, opvoeden, doof zijn, muziek, Tsjaikovski, Bespreking wordt vervolgd.


vrijdag 5 januari 2018

De heilige Rita van Tommy Wieringa

Voor mij was het een beetje zoeken in dit boek. Zoeken onder goede omstandigheden, dat wel; fijne taal en regelmatig grappig. Waar gaat het nou over? Wat gebeurt er precies en welke emoties roept het op bij de hoofdfiguren? Het roept daardoor bij mij uiteindelijk wel de sfeer op van de streek waar het speelt, het oosten van Nederland ver boven de rivieren. Niet te veel praten, niet te expliciet. Het is zoals het is.

...Na een tijdje keek de vrouwelijke Hennie op en vroeg: 'En met je vader, Paul?'
Paul Krüzen wiebelde met zijn hand. Wat had het voor zin om nog eens te vertellen over het dagelijks desinfecteren van de wond op zijn vaders scheenbeen die maar niet dichtging? Eerdaags moesten ze er weer mee naar het ziekenhuis.

Overigens zijn de emoties soms heel duidelijk. Paul huilt tranen met tuiten om de dood van Hedwiges en daarna komt de woede.

Zijn vriendschap met Hedwiges is hecht maar lijkt ook iets ongelijkwaardigs te hebben. Paul zorgt meer voor Hedwiges. Als ze samen op vakantie gaan, heeft Hedwiges geen weet van Pauls eigenlijke doel.

Paul zorgt toegewijd maar niet overdreven voor zijn vader. Is het liefdevol? Soms denk ik van wel, door de toewijding, maar dan ook weer niet. Ik denk dat het uiteindelijk meer een soort 'het is zoals het is'-situatie is. Nadat zijn moeder was vertrokken zorgde zijn vader voor hem, omdat hij wel moest. En nu is het andersom. Als zijn vader in het ziekenhuis ligt, mist hij hem wel of misschien meer de gewoonte dat hij er is en de dingen die Paul voor hem doet. Zijn vader mist Paul niet, is lovend over de zorg in het ziekenhuis en dat steekt Paul dan wel weer (net als vroeger toen zijn vader, die leraar was, opgaf over een jongen bij hem op school)

Paul hangt in zijn jonge jaren erg aan zijn moeder en blijft zijn hele leven naar haar verlangen. Zij laat hem in mijn ogen echt in de steek, misschien bevrijdt ze zich wel van hem als ze ervandoor gaat met haar Rus (die zich bevrijd heeft van zijn land). Ze laat nooit meer wat van zich horen.

Het boek heeft spannende jongensboek-elementen: de Russische vluchteling die neerstort en noodgedwongen bij hen in huis gaat revalideren. Hij leert langzaam Nederlands, is kort in het nationale nieuws en wat langer een lokale held. Het jongensboek-achtige wordt wreed verstoord als hij er met Pauls moeder vandoor gaat.

Paul verrast af en toe, bijvoorbeeld met opmerkingen  over taal:

'Ik ben blij dat ik je geen "parafernalia" heb laten schrijven.'
of:
... Dwars door zijn angst voor een confrontatie heen dacht Paul aan het woord pomerans, en hoe jammer het was dat het was gereserveerd voor zoiets onbenulligs als een vilten dopje aan de punt van een keu. ...

Het boek gelardeerd met kleine plukjes van andere talen, waarvan het twents het meeste voorkomt en lekker droog is ('B-je neergestort?')

Of hij verrast met interesse in zijn horoscoop. En wat mij betreft ook met zijn angst voor de geluiden op zolder.

In het verlengde daarvan is het gelukkig ook allemaal niet te zwart-wit. Hoewel het verschil met de Randstad benadrukt wordt is ook hier Google Translate doorgedrongen. Daarmee is het misschien wel een aardig document van de tijd geworden. Maar dat kun je pas over een tijdje zeggen, denk ik.

Er zit nog veel meer in. Klein en groot: zelfmoord, de heilige Rita (patrones van onder andere de hopeloze gevallen en vrouwen met een slecht huwelijk) en Rita de hoer, Russen, Steggink als verpersoonlijking van het kwaad zo ongeveer, het geloof, satan en de bijbel, Chinezen, vluchtelingen (op verschillende manieren), liefde en relaties, wereldconflicten en kleine conflicten, de geschiedenis van een krimpregio, Pauls wens om de oude boerderij plat te gooien en er een nep-exemplaar voor in de plaats te zetten... Misschien iets te veel voor mij. Zou het kamernummer van zijn vader (404, een foutcode op internet) ook nog iets te betekenen hebben?

zondag 3 september 2017

Zestien

Ik denk dat de jongens hooguit zestien zijn. Dat denk ik waarschijnlijk fout want ze hadden het over collegegeld. Even maar trouwens, verder hebben ze het vooral over voetbal: idioot hoge transferbedragen, de opstelling van het Nederlands elftal, dat soort dingen. We denderen het station binnen en de machinist bekent dat we tien minuten te laat zijn. “Potverdomme, m’n vrouw is zwanger,” roept één van de jongens. Hij kijkt er guitig bij (en lijkt zo echt niet ouder dan zestien). Z’n vrienden lachen. Ik kan niet te lang aan die guitige blik blijven hangen en kijk langs hem heen naar buiten waar de wachtende mensen op het perron eerst snel voorbij schieten, maar steeds langzamer –als in een filmshot dat dramatisch vertraagt- in beeld verschijnen. Tussen hen een meisje dat ook wel ouder dan zestien zal zijn, haar betraande ogen kijken bang de trein in. Ik draai mijn hoofd de trein weer in. Dat gaat onvermijdelijk langs de zoëven nog guitige blik. Die blik weerspiegelt nu de angst van zijn vriendinnetje op het perron. Ze zal toch niet?

vrijdag 7 april 2017

De kijkende man

Hij is verrast, blij verrast. Even sluit hij zijn ogen, zijn stok helpt hem zijn evenwicht te bewaren. Dan kijkt hij weer, ziet de schoonheid en de kracht. Hij weet hoe het voelt. Twee lijven die samen iets nieuws maken. Hij zit erin. De muziek stuurt zijn bewegingen.
Kun je harmonie en passie tegelijk voelen? Hij weet zeker van wel, want dat is wat hij voelde en voelt: dat hun hartstochten samengingen, precies bij elkaar pasten. Ook buiten de studio. En niet alleen als hij haar rok omhoog schoof op het moment dat zij zijn billen greep. Ook als hij aardappelpuree maakte en zij aan de pepermolen draaide. Dat laatste was wel het moeilijkste vol te houden geweest. Het kwam steeds vaker voor dat ze niet meer samen aten. Zij was er nog niet, hij begon alvast. En als ze wel tegelijk thuis aten, aten ze eigenlijk ook niet samen. De pepermolen was leeg en niemand vulde hem bij.

In bed – al lang niet meer op de keukentafel – ging het nog lang goed, heerlijk goed. Op de vloer, met de muziek nog veel langer. Dat had misschien wel door kunnen duren. Beweging, sierlijke kracht die doorliep van de een in de ander. Harmonieus, en nog steeds vol passie voor hun creatie van dat moment, steeds opnieuw. Totdat er andere dingen op hun pad kwamen. Zo ging dat. Het was goed geweest.

Heeft hij dat echt allemaal beleefd in die halve minuut dat hij naar de ansichtkaart met de dansers stond te kijken? Ze weet het niet, maar hij heeft staan kijken, naar haar gelachen en zijn duim opgestoken voordat hij voorzichtig een paar passen achteruit zette en doorliep.