Wat is het toch fijn om dit soort verhalen van Maarten 't Hart te lezen. Het is lekker geschreven. Het gaat over liefde die nooit tot een liefdesrelatie leidt, maar hoewel zeker jammer, heel erg lijkt het niet te zijn. Er is geen ruzie, er is geen expliciete afwijzing. Ze zijn gewoon allebei bezet en het behoort niet tot de mogelijkheden. De keren dat ze elkaar zien, zijn periodes van weken en that's it.
't Hart heeft het verder over Bach, Kierkegaard, de wereld van de biologen en meer specifiek de ethologen, beschrijft vogels en planten, citeert de bijbel, geeft zijn mening over het geloof en darwinisme. Over het geloof: hij legt nadruk op de individualiteit in de teksten (De heer is mijn herder en niet onze herder.)
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label Religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Religie. Alle posts tonen
zaterdag 7 februari 2015
woensdag 3 december 2014
Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart
Lekker lezen. Mooi over natuur en muziek.
De liefde voor zijn moeder gaat ver. Toch net niet ver genoeg om af te haken.
"Ik kijk naar mijn moeder. Ik wil haar omhelzen maar ik durf niet, ik wil haar kussen zoals mijn vader haar kust, kort en snel en achteloos." [Als hij vader en moeder speelt met zijn moeder.]
Of als de ouderlingen aan haar ziekbed allerlei dreigementen uiten; zijn woede is begrijpelijk. Het molesteren van de ouderlingen gaat (te) ver, maar dat vind hij zelf ook. " 'Ik verzuip je,' hoor ik iemand gillen. Ben ik dat zelf?" ... "Ik wacht op de rijkspolitie. Ik kan mij niet voorstellen dat er geen politie zal komen."
Geloof
"Want dat vooral was het resultaat van die kerkgang: plotseling begon ik nog sterker te twijfelen aan het Evangelie dan ik daarvoor al deed daar de blijde boodschap juist voor deze teleurstelling niets achter de hand bleek te hebben. Wat kon het voor nut hebben verlost te worden door Christus en na je dood naar de hemel te gaan als zij toch alleen maar bang voor je was en voor je wegvluchtte. ... Het was een primitieve, vreemde, beangstigende gedachte maar toch zo reëel dat ik haar wilde vergeten om het geloof te behouden."
" ... en tenslotte fietste ik in de duisternis terug. Terwijl die gelijkmatige beweging mij toch weer enigszins rustig maakte, wist ik dat er iets onherstelbaars gebeurd was, ik had krampachtig geprobeerd het geloof te behouden en het bezoek aan die kerk was bedoeld als bezegeling daarvan en nu zou mij niets meer resten dan krampachtig proberen het geloof te verliezen."
Er staat: 'proberen het geloof te verliezen'. Het geloof speelt ook in de rest van zijn leven een belangrijke rol.
"Hier had ik ook bloedend kunnen liggen, denk ik. Hij heeft wel toegelaten dat mijn voet wankelde, maar nu doet Hij me dan toch nederliggen in grazige weiden. Ik ben wel verbazingwekkend dicht bij het dal van de diepe schaduwe des doods geweest maar Hij heeft één ogenblik van medelijden gekend, Hij die mijn moedr niet tot zich nam als Henoch."
"Ik denk weer aan psalm 23 die ik pas vandaag voor de eerste maal heb begrepen. ... de psalmdichter ... Hij heeft ingezien dat deze vredige, zuivere avondschemering verzoent met de dood. Hij heeft ingezien dat doodgaan zuivert, dat sterven reinigt. Daarbij past ook niet de gedachte aan opstanding uit de dood, dat zou oneerlijk, onwaardig zijn. Hij maakt geen toespeling op die opstanding in zijn Mattheuspassion."
Naast geloof is er veel bijgeloof en daarmee samenhangende dwanggedachten. Alles min of meer rond Martha, zijn onbereikbare jeugdliefde.
Druiven roepen positieve herinneringen aan zijn jeugd op. Hij gaat weer druiven kweken in de kassen waarin zijn vader vroeger druiven kweekte, die op een gegeven moment vervangen werden door tomaten. Later eet hij -ongevraagd- druiven bij Ernst.
Kweker
"Van jongsaf heb ik de bedrijven van mijn vader en mijn ooms veracht. Ik wilde geen tuinder worden, ik wilde beroemd worden ..." Toch wordt Maarten kweker, en hij wordt daarmee beroemd als celbioloog.
En passent gaat het ook nog even over klonen, en de naïeve wetenschapper die denkt dat door zijn uitvinding de wereld beter wordt.
De liefde voor zijn moeder gaat ver. Toch net niet ver genoeg om af te haken.
"Ik kijk naar mijn moeder. Ik wil haar omhelzen maar ik durf niet, ik wil haar kussen zoals mijn vader haar kust, kort en snel en achteloos." [Als hij vader en moeder speelt met zijn moeder.]
Of als de ouderlingen aan haar ziekbed allerlei dreigementen uiten; zijn woede is begrijpelijk. Het molesteren van de ouderlingen gaat (te) ver, maar dat vind hij zelf ook. " 'Ik verzuip je,' hoor ik iemand gillen. Ben ik dat zelf?" ... "Ik wacht op de rijkspolitie. Ik kan mij niet voorstellen dat er geen politie zal komen."
Geloof
"Want dat vooral was het resultaat van die kerkgang: plotseling begon ik nog sterker te twijfelen aan het Evangelie dan ik daarvoor al deed daar de blijde boodschap juist voor deze teleurstelling niets achter de hand bleek te hebben. Wat kon het voor nut hebben verlost te worden door Christus en na je dood naar de hemel te gaan als zij toch alleen maar bang voor je was en voor je wegvluchtte. ... Het was een primitieve, vreemde, beangstigende gedachte maar toch zo reëel dat ik haar wilde vergeten om het geloof te behouden."
" ... en tenslotte fietste ik in de duisternis terug. Terwijl die gelijkmatige beweging mij toch weer enigszins rustig maakte, wist ik dat er iets onherstelbaars gebeurd was, ik had krampachtig geprobeerd het geloof te behouden en het bezoek aan die kerk was bedoeld als bezegeling daarvan en nu zou mij niets meer resten dan krampachtig proberen het geloof te verliezen."
Er staat: 'proberen het geloof te verliezen'. Het geloof speelt ook in de rest van zijn leven een belangrijke rol.
"Hier had ik ook bloedend kunnen liggen, denk ik. Hij heeft wel toegelaten dat mijn voet wankelde, maar nu doet Hij me dan toch nederliggen in grazige weiden. Ik ben wel verbazingwekkend dicht bij het dal van de diepe schaduwe des doods geweest maar Hij heeft één ogenblik van medelijden gekend, Hij die mijn moedr niet tot zich nam als Henoch."
"Ik denk weer aan psalm 23 die ik pas vandaag voor de eerste maal heb begrepen. ... de psalmdichter ... Hij heeft ingezien dat deze vredige, zuivere avondschemering verzoent met de dood. Hij heeft ingezien dat doodgaan zuivert, dat sterven reinigt. Daarbij past ook niet de gedachte aan opstanding uit de dood, dat zou oneerlijk, onwaardig zijn. Hij maakt geen toespeling op die opstanding in zijn Mattheuspassion."
Naast geloof is er veel bijgeloof en daarmee samenhangende dwanggedachten. Alles min of meer rond Martha, zijn onbereikbare jeugdliefde.
Druiven roepen positieve herinneringen aan zijn jeugd op. Hij gaat weer druiven kweken in de kassen waarin zijn vader vroeger druiven kweekte, die op een gegeven moment vervangen werden door tomaten. Later eet hij -ongevraagd- druiven bij Ernst.
Kweker
"Van jongsaf heb ik de bedrijven van mijn vader en mijn ooms veracht. Ik wilde geen tuinder worden, ik wilde beroemd worden ..." Toch wordt Maarten kweker, en hij wordt daarmee beroemd als celbioloog.
En passent gaat het ook nog even over klonen, en de naïeve wetenschapper die denkt dat door zijn uitvinding de wereld beter wordt.
zaterdag 29 maart 2014
Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans
Eindelijk gelezen. Veel toegankelijker dan ik dacht. Veel
symboliek die er duidelijk bovenop ligt.
Alfred is onzeker oa of hij anderen niet tot last is en daardoor is het
(voor mij) makkelijk verplaatsen in hem. Wat ik ook prettig vind is de balans tussen
dingen die toch goed gaan ondanks zijn sombere gedachten (de overkant van de
rivier bereiken) en de dingen die niet goed gaan.
Moeder/Vader-zoon
Alfreds vader is overleden toen hij zeven was. Hij was
bioloog en is omgekomen tijdens een expeditie. Alfreds moeder ziet hem graag de
wetenschappelijke successen behalen die zijn vader nooit gekend heeft. Alfred wilde vroeger fluitist worden, maar
als fluitist kun je nooit individueel succes halen en dus ontmoedigt zijn
moeder hem aan alle kanten.
Arne’s vader leeft nog wel, maar Arne neemt niets van hem
aan. Alfred kijkt tegen Arne op maar ook Arne is onzeker. Hij wil geen dure uitrusting meenemen, want als je
zonder resultaten terugkomt, is het extra stom als je dure uitrusting had.
Alfred vindt het onzin.
Vergankelijkheid/Memento Mori
Alfred is bang om te verongelukken. Uiteindelijk sterft
Arne.
Religie / filosofie
De deelnemers aan de expeditie hebben af en toe religieuze
discussies
Alfred doet tijdens zijn expeditie allerlei inzichten/
levenwijsheden op.
Schrijver / Critici
Alfreds moeder is literatuurcriticus (buitenlands). Alfred
vertelt hoe ze heel gedisciplineerd werkt, maar nooit de boeken leest en alleen
op basis van de nationaliteit van de schrijver en andere artikelen haar stukken
opstelt. Enerzijds lijkt het me een sneer anderzijds schrijft ze niet over
Nederlandse boeken.
Zie ook een van de citaten.
Het hoofstuk met de Amerikaanse vrouw aan het einde hoefde
voor mij niet echt. Maar was misschien nodig om terug te komen op het
fluitthema.
citaten:
Hij stapt naar de rand van het trottoir. Met twee
brilleglazen op zijn voorhoofd en twee voor zijn ogen, lijkt het of hij met
vier koplampen is gewapend.
Hij boort zijn witte blindenwandelstok recht in de stroom
auto’s die voorbijkomt. Het verkeer komt tot stilstand. Hij steekt over. Het
lijkt of de straat achter hem dichtklapt.
...De ansichtkaart aan een hoek vasthoudend, er zou nu en
dan in gedachten mee wapperend, loop ik naar mijn htel en bepeins wat ik zal
schrijven. Ik slaag er niet in iets bruikbaars te bedenkn, want iets anders dan
wat ik werkelijk denk, schiet mij niet te binnen.
Ze zei: Ik wist niet dat de geologie een wetenschap was,
waarbij je voortdurend in de spiegel moest kijken.
(opmerking van zijn zusje die hem een kompas geeft met
spiegeltje. Hij is zuinig op het kompas maar raakt het uiteindelijk kwijt.)
Ik besef plotseling dat ik in een voortdurende vrees leef te
moeten bestaan in een maatschappij waar iedereen iedereen voor de gek houdt.
Hoeveel enorme keien liggen er op de Drentse hei, die
misschien door een oermens jarenlang zijn verwrikt en versleept, elke dag een
halve meter ... jaren is hij ermee bezig geweest, dag in dag uit, (...). Toen
werd hij ziek en kon niet verder zwoegen. De steen lag nog lang niet dicht
genoeg bij de twee of drie andere grote stenen, dat wij, zijn nageslacht, op
het idee komen te zeggen: - Kijk! een hunebed!
Ik denk dikwijls aan de schrijvers van de boeken die mijn
moeder bespreekt. Hebben twee, drie jaar zitten zwoegen, hebben bij gebrek aan
mensen die genoeg van hen hielden dat zij hun iedere confidentie durfden te
doen, gedacht: wacht eens, ik zal een boek schrijven, wordt in duizenden
exemplaren verspreid, misschien zijn er een of twee lezers die van mij zullen
houden.
Wat een idee! Te denken: ik heb een talent, maar alles wat
ermee gedaan kan worden, is al gedaan. Er is al een machine die meer talent
heeft dan ik.
woensdag 14 augustus 2013
Kollektieve schuld van Edgar Cairo
Ondanks dat het boek grotendeels in het Nederlands is geschreven, vond ik het moeilijk te volgen. Waarschijnlijk omdat de gebruiken en cultuur behoorlijk vreemd voor me zijn. Ik heb het wel uitgelezen en er zeker wat van opgepikt over Suriname. Misschien moet ik het binnenkort nog eens lezen omdat ik Suriname nu beter ken.
Gebaseerd op beschrijving in Wikipedia:
Kollektieve schuld speelt zich af in Suriname in de jaren zestig. Vanwege problemen van familieleden wil ma Lien met de familie een reeks wintirituelen organiseren. Zij hoopt dat dit alles in orde brengt doordat de familieleden alle schuld van zich afwassen.
Aan het hoofd van de familie staat Ma Marjana die aan een ernstige oogziekte en reumatische aandoeningen lijdt. Ma Lien is haar dochter. In het eerste hoofdstuk zoekt Lien alle familieleden op om financiële hulp te vragen zodat ze de benodigdheden van de rituelen kan kopen. De meeste verwanten staan negatief ten opzichte van de winti die ze afgoderij (in het Sranan afkondré) noemen, maar allemaal geven ze haar wat geld. Rudi, de zoon van Ma Lien komt uit Nederland, met zijn blanke vrouw, hun baby en het dochtertje van de vrouw.
De wintipré zal op een bosgebied buiten de stad plaatsvinden, op een voormalige plantage. De bewoners van het gebied nemen ook deel aan de wintipré. Naast de magische handelingen wordt er gezongen en gedanst, en de oudere mannen die er wonen vertellen tori’s.
Dan volgt de wintipré. Bijna iedereen raakt in trance en wordt door verschillende geesten en goden (winti) in bezit genomen. Ook Ma Marjana wordt door een bosgod in bezit genomen. In het daaropvolgende tekstgedeelte spreekt zij als ik-verteller en aan het einde van dit stuk komen we te weten dat ze overleden is. Daarop volgt een gerechtelijk onderzoek waaruit blijkt dat Ma Marjana aan een bloeding in haar hersenen stierf, ten gevolge van “een toestand van lichamelijke en geestelijke opwinding”. Deze opwinding werd volgens het gerecht door de wintipré veroorzaakt. Iedereen die er aan deel nam, wordt streng bestraft.
Gebaseerd op beschrijving in Wikipedia:
Kollektieve schuld speelt zich af in Suriname in de jaren zestig. Vanwege problemen van familieleden wil ma Lien met de familie een reeks wintirituelen organiseren. Zij hoopt dat dit alles in orde brengt doordat de familieleden alle schuld van zich afwassen.
Aan het hoofd van de familie staat Ma Marjana die aan een ernstige oogziekte en reumatische aandoeningen lijdt. Ma Lien is haar dochter. In het eerste hoofdstuk zoekt Lien alle familieleden op om financiële hulp te vragen zodat ze de benodigdheden van de rituelen kan kopen. De meeste verwanten staan negatief ten opzichte van de winti die ze afgoderij (in het Sranan afkondré) noemen, maar allemaal geven ze haar wat geld. Rudi, de zoon van Ma Lien komt uit Nederland, met zijn blanke vrouw, hun baby en het dochtertje van de vrouw.
De wintipré zal op een bosgebied buiten de stad plaatsvinden, op een voormalige plantage. De bewoners van het gebied nemen ook deel aan de wintipré. Naast de magische handelingen wordt er gezongen en gedanst, en de oudere mannen die er wonen vertellen tori’s.
Dan volgt de wintipré. Bijna iedereen raakt in trance en wordt door verschillende geesten en goden (winti) in bezit genomen. Ook Ma Marjana wordt door een bosgod in bezit genomen. In het daaropvolgende tekstgedeelte spreekt zij als ik-verteller en aan het einde van dit stuk komen we te weten dat ze overleden is. Daarop volgt een gerechtelijk onderzoek waaruit blijkt dat Ma Marjana aan een bloeding in haar hersenen stierf, ten gevolge van “een toestand van lichamelijke en geestelijke opwinding”. Deze opwinding werd volgens het gerecht door de wintipré veroorzaakt. Iedereen die er aan deel nam, wordt streng bestraft.
Abonneren op:
Posts (Atom)



