Posts tonen met het label puberteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label puberteit. Alle posts tonen

zaterdag 2 mei 2020

De buit van Remco Campert

Leuk spannend verhaal over een jongen die een oude man uit de tram volgt.

De school was een somber, streng gebouw; de ramen zaten zo hoog, dat de kinderen maar nauwelijks over de vensterbank heen konden kijken, en in de slecht-verlichte gangen hing een onaangename lucht, die nooit meer weg zou trekken. Misschien was het niet goed mogelijk om in zo'n gebouw een held te zijn.

Kort verhaal of hoofdstuk (?) uit: De jongen met het mes.

zondag 4 november 2018

Wees onzichtbaar van Murat Isik

Dit is niet mijn boek. Ik vind het te lang. Niet omdat ik niet van dikke boeken houd, maar omdat dit verhaal ook met minder woorden aan mij verteld had kunnen. Misschien ook omdat ik eigenlijk al wist hoe het zou gaan. Door wat ik er al over gehoord had, en door het type verhaal: dat van de tot volwassene opgroeiende jongen (en dan ook nog eens in de tijd dat ik zelf opgroeide). Dat hoeft niet erg te zijn, maar dit keer wel.

Ontwikkeling

Ik mis een bepaalde ontwikkeling in de beleving van Metin en ook in het commentaar op de situatie. Als hij nog kleuter is en met ‘ontbloot bovenlijf’ (een kleuter zou dat volgens mij ‘zonder shirt’of ‘in m’n blootje’ of zoiets noemen) aan het fietsen is, zegt een jongetje (Floyd) tegen hem “Haha, ik zie je boobies!” De alinea daarop gaat als volgt:

Ik had niet eerder van het woord ‘boobies’gehoord, maar wist meteen wat dit brutale joch bedoelde. Zijn opmerking kwam mij zo vreemd en ongepast voor, dat ik geen idee had hoe ik moest reageren, dus liep ik zwijgend verder.

En verderop:

Floyd had zijn hand niet teruggetrokken. Hij bleef geduldig wachten op mijn hand, en toen ik overstag ging, glimlachte hij. Het was niet de glimlach van een overwinnaar, zoals ik verwacht had. Hij keek dankbaar en opgelucht, alsof hem vergeving was geschonken.

Het gaat hier over twee kleuters! En één van de kleuters is de verteller. De zinnen zijn waarschijnlijk ook niet bedoeld als letterlijke quotes van gedachtes van toen. Maar het zit er voor mij te dichtbij. En ik had graag juist wél een inkijkje gekregen in de gedachtes van de vierjarige Metin. Zeker als het gaat om hoe hij zijn vader beschouwt. Wanneer precies drong tot hem door dat zijn vader iedere dag probeerde te ontsnappen aan het gezinsleven, alsof het ooit was opgedrongen door hogere machten? Ik kan niet vinden wanneer dit soort inzichten doorbreken. Niet toen hij een kleuter was, neem ik aan, en dat is wel de plek waar het staat.


Uitweiding

De uitweiding van ruim zes pagina’s over het laatste verzet van meneer Rolf is bijvoorbeeld ook te uitgebreid voor mij. Natuurlijk zijn de Bijlmer en de sloop van de flats én meneer Rolf van (symbolisch) belang, maar met dit stuk dialoog ben je al een heel eind:

‘We moeten met hem praten,’zei mijn moeder, ‘hem vertellen dat het voorbij is, dat hij genoeg heeft gestreden.’ (…)
  ‘Hij luitstert toch niet naar ons.’
  ‘We kunnen het toch proberen?’ zei mijn moeder hoopvol. ‘Hij heeft zoveel voor ons en de flat gedaan, en hij heeft jou zo vaak geholpen met je schoolopdrachten.’
   ‘Het heeft geen zin,’ zei ik terwijl een brandend schuldgevoel op me neerdaalde. ‘We kunnen meneer Rolf niet meer helpen.’

Dat hoeft voor mij niet gevolgd te worden door nog drie stukken met televisie-uitzendingen over meneer Rolf, waarin hij uitgebreid als waanzinnige wordt neergezet. Dat beeld zat al voldoende in mijn hoofd na de beschrijvingen van zijn interieur en gedrag bij de laatste bezoeken van Metin aan meneer Rolf. De bezorgdheid van Metins moeder en ‘we kunnen hem niet meer helpen’ in bovenstaande dialoog halen dat beeld al weer naar boven.

Niet zwart-wit

Ik vind het heel prettig dat het verhaal niet helemaal zwart-wit is. Dat het ook de goede dingen die de vader van Metin doet belicht en die niet altijd meteen expliciet relativeert. Dat het bovendien ook mooie herinneringen van Metin aan zijn jeugd bevat.
Hele stukken uit het boek lezen gewoon heel prettig, ook sommige stukken die ik overbodig vind. Anders had ik het echt niet uitgelezen en dat heb ik wel gedaan.

Ik heb het gevoel dat het boek wat losse draadjes bevat. Gebeurtenissen, mensen, die even genoemd worden, waarop hij later nooit meer terugkomt. (Ik heb eerlijk gezegd geen zin om nog het boek nog een keer te lezen en dat te controleren.) Overigens vind ik dat wel passend. Het is immers een uitgebreide beschrijving van een jeugd en groei naar volwassenheid. In die periode komen bij iedereen denk ik dingen en mensen voor die later niet meer terugkomen. Je weet pas veel later of zoiets betekenis heeft gekregen.

Prijzen

'Wees onzichtbaar' kreeg een aantal prijzen, waaronder de Libris Literatuurprijs en de Boekhandelsprijs.

zaterdag 10 januari 2015

De regels van het huis van Hermine de Graaf

Fijn boek om te lezen. Het is soms wel wat moeilijk om hoogte te krijgen van de leeftijd van het meisje. Sommige uitspraken en acties zijn vrij volwassen, andere weer heel kinderlijk.
De clown en de koorddanser spelen een opmerkelijke rol. Het milieu waarin Daphne opgroeit wordt flink te kijk gezet.


Daphne is bij vlagen opstandig, en op andere momenten probeert ze juist zo goed mogelijk aan de wensen van haar ouders te voldoen. Ze wil graag weten wat er met haar zusje is gebeurd, maar daar wordt niet over gepraat. Ze voelt zich schuldig, over de dood van haar zusje? over een zwemwedstrijd die ze heeft gewonnen dankzij onoplettendheid van de jury?
Toch wordt het, voor mijn gevoel, allemaal redelijk makkelijk 'opgelost'. Barbara de clown blijkt een oud-klasgenootje van haar zus en vertelt het verhaal. Daphne doet mee aan een nieuwe zwemwedstrijd en wint die. Alleen van de relatie met haar ouders blijft het vaag hoe die zich ontwikkelt.


zaterdag 28 juni 2014

Robinson van Doeschka Meijsing

Lekker literatuurboek. Er wordt een stille spanning gecreëerd, vooral in het begin.

Misschien komt het doordat ik ze vlak na elkaar lees (maar ik ben niet de enige zie ik op internet): ik zie in de verhalen en thema's van Terug tot Ina Damman en Robinson parallellen: pubers op een middelbare school die min of meer buitenbeentje zijn, allebei een ontbrekende vader (al is dat in Robinson niet het hele verhaal het geval), een typische rol voor de moeder (wel verschillend hoewel ze allebei goed contact maken vet het vriendje/vriendinnetje van hun kind) een onduidelijke liefde, samen schaatsen en iets met een mutsje en de trein.
Er zijn natuurlijk vooral ook verschillen. Robinson gedraagt zich heel anders dan Anton. Zij vindt het niet erg om er niet helemaal bij te horen, Anton doet verschrikkelijk hard zijn best en kan goed leren. Robinson blijft zitten.

Daniël is nog meer buitenbeentje dan Robinson en zoekt dat heel erg op. Hij is  degene die het duivels en heksenthema door het verhaal laat lopen. Daniël treedt ook op met een travestie-act. Hij is het neefje van de rector, die zich actief met hem bemoeit en ook met Robinson. Hij eist al vroeg een rol op, door Rtobinsons beschouwing over hem.
De relatie tussen Robinsons vader en moeder is vreemd. Robinson zit daar op een vreemde manier tussen. Er is Johanna Freida (lerares Duits) voor wie Daniël bewondering koestert, met wie ze vriendschappelijk omgaan, en die een relatie aangaat met de vader van Robinson.
Als ze les krijgt over water, zijn de relaties in het molecuul een belangrijk onderdeel (een deel dat Robinson overigens niet zo veel zegt), de O wordt als eenzaam beschreven.
Aan het einde komt Robinson onthecht op mij over.