Posts tonen met het label Poezie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poezie. Alle posts tonen

vrijdag 10 december 2021

The hill we climb van Aamanda Gorman en de vertaling van Zaïre Krieger

Het gedicht is mooi qua inhoud en vorm. Niet verrassend, wel robuust en fijn. Als ik het lees, hoor ik in mijn hoofd de voordracht van Gorman.
Ik houd van spelen met woorden en hun dubbele betekenissen. Het maakt het vertalen moeilijk. Voor sommige passages heeft Krieger schitterende vondsten, voor andere wat minder. Een mooie passage, in het Engels en in het Nederlands, vind ik die over over arms (wapens en armen) en harm en harmony. In de vertaling van Krieger:

Onze handen gebald als vuisten
Gaan open om een hand te reiken.
Om met niemand naar handgemeen te streven,
maar in gemeenschap samen te leven.

Een mooie vertaling van een mooi couplet. Geïnspireerd en geholpen door de mooie vondst: hand-handgemeen-gemeenschap zou ik er zelf nog net iets anders van maken. Maar ik heb me alleen over dit couplet gebogen, ben geen spokenwordartiest en geen vertaler. Ik mis wellicht vorm, subtiliteiten en aansluitingen. En ik ben ook nog eens wit. Omdat ik, zoals eerder gezegd, spelen met woorden leuk vind, zet ik mijn regels hier toch neer. Disclaimers genoeg, dacht ik zo.

We ontspannen onze gebalde handen
zodat we elkaar de hand kunnen reiken.
We streven niet naar handgemeen,
maar naar leven in gemeenschap met iedereen.

Over dat 'met iedereen' twijfel ik. Het wordt er een rijmpje van. Maar dat het met iedereen is, is wel belangrijk. Misschien maar naar samen leven in gemeenschap. Of vertrouwen op de kracht van 'in gemeenschap', daar hoort gewoon iedereen bij. En toch liever 'zoeken' dan 'streven'.

We ontspannen onze gebalde handen
om elkaar de hand te kunnen reiken.
We zoeken niet naar handgemeen,
maar naar leven in gemeenschap. 

Qua uitgave / typografie snap ik niets van hoe de regels soms zijn afgebroken. Soms staat er een enkel woorden verloren op een regel. Ik heb bij bovenstaand couplet dan ook gesmokkeld. Nou is het gedicht, en ook de vertaling, gemaakt om voor te dragen en niet om gelezen te worden, maar als je het dan toch drukt, zou ik dat anders doen.
Het geel van de kaft begrijp ik dan weer wel, het doet denken aan de mooie jas van Gorman tijdens haar voordracht bij de inauguratie van Biden en het rood van de letters aan haar haarband.


Al met al een mooi gedicht. Ik pak het boekje graag uit de kast.

Want er is altijd licht,
Als we maar de moed hebben het te zien,
Als we maar de moed hebben het te zijn.

zondag 24 mei 2020

Jij bent de liefste van Hans & Monique Hagen

Wat een fijne lieve gedichten! Heerlijk om met een kindje te lezen, of gewoon alleen of met je geliefde. Het is ook nog eens aandoenlijk geïllustreerd door Marit Törnqvist. Echt een aanrader.

Veel lieve gedichten, maar ook over andere onderwerpen.

Jij bent de liefste - kinderpoëzie

donderdag 17 oktober 2019

Herfst


De bomen bedekken alles
met hun gouden afval. 
De wind helpt, 
tilt ze dan weer op. 
Ze dwarreldansen 
in banen van de horizon, 
lijken nooit neer te vallen. 
En dan toch, op mijn stoep.
Ik veeg die van gisteren weg. 
Weg. 

Er blijft een hartje achter.


zondag 26 mei 2019

Choreografie van protuberans

Denkend aan het licht
zie ik gril’ge tongen zonmaterie
likkend langs onzichtbare
veldlijnen gaan
magnetisch
in de corona van de zon;
choreografie van protuberans.


Dit onderschrift lezend moest ik denken aan de rivieren van Marsman. Poëzie is overal.

Illustratie met onderschrift uit:
Reis door het heelal - De zon, Time-life books, 1990.

vrijdag 29 maart 2019

Een dichter is een transformator, een stoker

Een dichter is - om het technisch te zeggen - een transformator: hij brengt electriciteit op een hogere spanning. Of - een ander beeld, een baldadig aforisme, naar ik hoor -: graan des levens wordt omgestookt tot jenever der poëzie.

Hendrik Marsman

woensdag 6 februari 2019

Staand in de stroom

Staand in de stroom
las ik de aanbeveling
bronnen van vonken, warmte en vuur.
Daar wil ik zijn.
Stromend bloed onder mijn huid.

Het bleek de waarschuwing op een spuitbus.
Ik weet wat me te doen staat.

vrijdag 23 november 2018

Stadskraan

Kom ik toch zomaar Schiedam tegen in een oud rijmpje. Niet al te flatteus misschien, maar het maakt niet uit hóe ze je noemen als ze je maar noemen (of misschien toch niet, nou ja)*.
Had reeds het Instrument
Van ouds genaamd de kraan
Ten dienste dezer stad
Twee eeuwen lang bestaan
Maar moest, schoon sterk genoeg
Om half Schiedam te ligten
Voor een gegoten beeld
In deze dagen zwichten
O, kinderen van de kraan
Wat werk hebt gij begonnen
Zie nu, een Britsche hoer
Heeft kraantje overwonnen
Het gaat over hoe de stadskraan van Utrecht in 1837 bezweek bij het op de kade tillen van de laatste kariatide voor de Winkel van Sinkel.

Schiedam had natuurlijk ook een stadskraan, op de Lange Haven.
Ansicht van Henri Rebers, gevonden via Scyedam.nl

*Edit: Blijkbaar (volgens Jellie van der Meulen) werden de Griekse gietijzeren dames vervoerd met een (of de?) Schiedamse schuit, en wordt het lossen van goederen uit Schiedam bedoeld. Klinkt het toch al weer beter.

zondag 21 oktober 2018

donderdag 25 januari 2018

Kijk

Kijk, hier klapperen de zeilen
met hun kleine vosse pauwe vleugel
delen
bewondering voor mij
met niemand
Ik, papefant - blaas
Iedereen ziet dat
het niet
waar is,
maar niemand
zegt er wat van.
Zie me dan, zie me dan!

----

maandag 2 oktober 2017

Er na van Pé Hawinkels

Fijn gedicht vind ik. Ook al gaat het dan over de dood, en zelfs over het verwelkomen daarvan.

Er na

Als de dood nú was gekomen
had ik hem begroet als een jongere broer,
die Twist and Shout wil horen als ik
de Negende Symfonie van Mahler op heb staan;
en met een glimlach had ik aan de dood
mijn plaats afgestaan, en was ik licht, zo licht
gestorven, och, zoals
het bevroren oppervlak van sneeuw zich breken laat.
De glimlach, die wij op dingen kunnen zien, die nooit
kúnnen lachen: een boeddhabeeld, de maan,
de oostelijke horizon, zo vredig, dat
ik goddank er zelf niets van begrijp.

Pé Hawinkels

woensdag 2 april 2014

Penobscot met mijn opmerkingen en gedachten erbij

PENOBSCOT - een inheemse bevolkingsgroep aan de kust van het huidige Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten

Grijs, in elke vorm van herinnering,
de zeilboot, de driftige zeiler,
het admiraalshuis, kleur van vanille,
tomaten die moeten worden ingemaakt,
mint julep, leven in een nooit    mint julep is een cocktail, een soort mojito maar dan met bourbon
van fragmenten.      

Storm, de buurman een dichter,   in Avontuur Amerika schrijft CN: 'en langs een leg en verlaten strand van de Penobscot (rivier, CR) loop ik met de dichter Philip Booth, een zwijgzame en verlegen man die uit Maine komt en mooie, maar moeilijk te vertalen zeegedichten heeft geschreven. Hij is treurig, omdat hij zijn boot, een kleine Hollandse schoener, heeft moeten verkopen'
zeeman zonder zee maar met nautische rijmen,
oud land met Franse namen, de bomen gebogen    Frans vanwege Canada
in noordelijk weten, herinnering, indianen,    inheemse bevolkingsgroep in het noorden
pelsjagers, woorden geborgen
uit antieke bordelen.

Oud zijn is dodelijk. Nu opnieuw:
de herfst die aan sneeuw voorafgaat,   winters zijn daar koud en met veel sneeuw
het schilderij zonder kleuren,
het gedicht zonder rijm, dat gouden ei
dat in de gans verdwijnt zonder spoor
na te laten,

aria van ijs en van hagel,
uitspansel van uiterste kou,
verhalen bedacht en verworpen,
waarin de zeiler verdrinkt
in een herinnerde winter
en bestaat als gedicht,

maar de laatste gedachte is aan de
gene, de vrouw die verdween
en om wie alles ging, zeiler, baai
en dichter. De lucht om dat alles
is het hoogste verzinsel, een leven
dat bestaat nu het nooit meer


bestaat.

PENOBSCOT van Cees Nooteboom uit 'Licht overal'

PENOBSCOT

Grijs, in elke vorm van herinnering,
de zeilboot, de driftige zeiler,
het admiraalshuis, kleur van vanille,
tomaten die moeten worden ingemaakt,
mint julep, leven in een nooit
van fragmenten.

Storm, de buurman een dichter,
zeeman zonder zee maar met nautische rijmen,
oud land met Franse namen, de bomen gebogen
in noordelijk weten, herinnering, indianen,
pelsjagers, woorden geborgen
uit antieke bordelen.

Oud zijn is dodelijk. Nu opnieuw:
de herfst die aan sneeuw voorafgaat,
het schilderij zonder kleuren,
het gedicht zonder rijm, dat gouden ei
dat in de gans verdwijnt zonder spoor
na te laten,

aria van ijs en van hagel,
uitspansel van uiterste kou,
verhalen bedacht en verworpen,
waarin de zeiler verdrinkt
in een herinnerde winter
en bestaat als gedicht,

maar de laatste gedachte is aan de
gene, de vrouw die verdween
en om wie alles ging, zeiler, baai
en dichter. De lucht om dat alles
is het hoogste verzinsel, een leven
dat bestaat nu het nooit meer


bestaat.

woensdag 5 februari 2014

Ik heb je lief

Ik heb je lief zoals je soms
gelijk een gouden zomerdag bent
ja ja ja
ik heb je lief zoals je bent
ja ja
ik heb je lief zoals
ja
ik heb je lief

(origineel van K. Schippers; ik heb de 'nee's' vervangen door 'ja's'. Ik denk dat ik snap waarom die 'nee's' er stonden. Toch zegt mijn gevoel 'ja' (origineel heet overigens 'ja'. Plaatje is van Wolf Erlbruch)

Ik ween om bloemen in den knop gebroken

LXI

Ik ween om bloemen in den knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan.
Ik ween om liefde die niet is ontloken
En om mijn harte dat niet werd verstaan.

Gij kwaamt en 'k wist: gij zijt weer heengegaan.
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken.
Ik zat weer roerloos na dien korten waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken,

Zo als een vogel in den stillen nacht
Op eens ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt: 't is dag, en heft het kopje en fluit,

Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
Is het weer donker en slechts droevig vloiet
Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

Uit: Verzen
(een sonnet uit 1883, in 1893 voor het eerst gepubliceerd)

dinsdag 17 september 2013

Beatrijs van een anonieme auteur, vertaling Willem Wilmink

Gelezen op de e-reader; Theo Knippenbergs bulkboek, literaire klassieken 3: De Beatrijs (eerste deel)

Leuk om zo'n oud stuk te lezen, de vertaling helpt wel heel veel.
Beatrijs is een heldin omdat ze terugkeert naar het klooster en haar zonden opbiecht. Ik weet het niet hoor. Nou gaat het niet zo makkelijk als ik hier schets, er gaat een innerlijke strijd aan vooraf, maar toch. In mijn belevingswereld zijn er heel wat vraagtekens te zetten bij haar gedrag, en daarom verbaast het gemak waarmee alles goedkomt me. Dat ligt waarschijnlijk aan mijn belevingswereld.


zondag 10 maart 2013

Beatrijs van Boutens

Het leest makkelijk weg door het ritme en de rijm. Ik was niet echt van plan het uit te lezen, maar het ging zo makkelijk. Fijn is dat. : )

Wikipedia: "(1870-1943) ... Zijn eerste werk was geïnspireerd door de Verzen van Herman Gorter. Naast de invloeden van de Tachtigers gebruikte Boutens ook Plato,Sappho en de Bijbel als inspiratiebron. Zijn stijl is gebaseerd op het idee van het bereiken van een "hogere werkelijkheid", in Boutens' visie een die "Gods geheim" zou benaderen." Er was tijdens het lezen idd een zweem van herkenning van Gorter. Ik vind Gorter fijner, maar ik moest wel aan hem denken.
Het is een toegankelijk verhaal. De vrome Beatrijs doet haar eenvoudige werk in het klooster met toewijding. Dan ontmoet ze een ridder, verlaat het klooster in de nacht iom Maria die zolang voor haar waarneemt. Na een tijd keert ze terug naar het klooster en kan Maria weer plaatsnemen op haar sokkel. Pas als de ridder aan het einde van het verhaal komt vragen of hij naast Beatrijs begraven mag worden snapt men het. Ah (zonder cynisme).

Dit is van zuster Beatrijs,
Van vordat zij herboren werd
Als rijzige roos van ‘t Paradijs
Naast aan Maria’s hart.



zondag 27 januari 2013

Verzamelde gedichten van Hans Lodeizen

Op 20 januari schreef ik op facebook:
"Zo, de boeken staan op de planken in de nieuwe indeling. ...
De conclusie is dat er nog ruimte is, en dat ik echt meer poëzie mag kopen. Ik heb genietend zitten lezen in de bundels die ik wel heb, en de poëzie-plank is nog niet halfvol. Iemand nog aanraders?"
Van Eva Lemaier kreeg ik de tip: Hans Lodeizen. Bij Van Stockum hadden ze hem niet (daar schaamde die mevrouw zich voor), bij Van Leeuwen ook niet (daar schaamde niemand zich). Besteld via Van Leeuwen en dit weekend opgehaald.

Een mooie strofe waar mijn oog op valt:

In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je 
ogen bedekt


Op basis van wikipedia
Hans Lodeizen, 1924-1950
Tijdens zijn leven verscheen slechts één bundel: Het innerlijk behang (in 1950 uitgegeven (met het jaartal 1949)) door uitgeverij Van Oorschot
Het debuut van Lodeizen kenmerkt zich volgens criticus Rein Bloem "door een romantisch verlangen en de ontoereikendheid ervan. Het besef van 'deze wereld is niet de echte' doet wel een greep naar werelden van de droom, maar bereikbaar blijken deze niet. Deze melancholie heeft Lodeizen in een beperkt aantal motieven (tuin, haven, zee) uitgewerkt in een vrije versvorm, ..."
De associaties van Lodeizen noemt Bloem voor de Nederlandse poëzie omstreeks 1950 verrassend nieuw, al vindt hij het te ver gaan om in hem een voorloper te zien van de Vijftigers. Lodeizens poëzie was te veel een dagboek, een verslag van een ontoereikend bestaan (mede door zijn homoseksualiteit).

woensdag 23 januari 2013

Een snik tot glimlach omgelogen

Opnieuw op zoek naar Lodeizen, kwam ik deze titel tegen. Die kan een rijtje vormen dus mocht ik hem kopen.

dinsdag 22 januari 2013

Maar zingend van Mark Boog

Ze hadden niets van Lodeizen bij de boekhandel. Daar schaamde die mevrouw zich een beetje voor. Wat ze wel hadden: 'Maar zingend' van Mark Boog. Het eerste gedicht uit de bundel:



Het volmaakte

Het volmaakte geluk,
waaraan slechts duur ontbrak,
dat onvolmaakt was,
schoot door het huis, gilde,

baande zich een weg naar de deur, brak uit
en zette alles, de heldere morgen,
op ontkiemen.

Het was lente, en het was vroeg, en jij
was dan de mooiste.
Vogels zogen zich vol van de muziek
die ergens vandaan kwam.

-------------------------------------

Mooi he? Ik was meteen verkocht. 'Het was lente, en het was vroeg, en jij / was dan de mooiste' Ja, dat had ik gezegd willen hebben, ooit. 'muziek / die ergens vandaan kwam' ook mooi. Geeft niet waar het vandaan kwam, het was er. En je kon je er vol van zuigen of in ieder geval de vogels.

zaterdag 14 juli 2012

Die van de melkboer

Dag vier van onze raampoëzie, Snikken en Grimlachjes van Piet Paaltjens.

Op blz. 29 nummer XLIX
Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot haar meid:
'De stoep is weer nat.'Och, hij wist niet
Dat er 's nachts op die stoep was geschreid.

Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
Dat was minder;-maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde,
Dat was wel hard voor mij.