Posts tonen met het label 2011. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2011. Alle posts tonen

zaterdag 22 maart 2014

Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen

Het duurde even voor het 'mijn boek' werd, voor ik er echt in op kon gaan. Komt waarschijnlijk door het verschil tussen Brabants carnaval zoals ik het beleef en de Venlose vastelavend (en hoe dat afgezet wordt tegen het brabantse carnaval), en het schakelen tussen de vastelavend en thuis of vroeger. Maar als je daar eenmaal aan gewend bent is het een boek dat je grijpt. Gaat hij het halen? Wat gebeurt er met hem? Wat geven zijn mede-vierders hem nog meer mee? Wat geeft hij nog mee? Hoe verandert hij ten opzichte van thuis? Ralf komt heel alleen op me over. Langzaamaan maakt hij contact tijdens de avond.
En als ik over mijn primaire reactie 'zo gaat/zit het niet' heen ben, herken ik veel in de scene's en kan ik er om lachen. Zoals de groep Kerstbomen die in een taxi gepropt wordt.
"Een kerstbal knapt. De top knakt om, maar ze zitten. Hun adem dampt. Samen met de Pater duw ik de Kerstboom die ook gyros at aan de rechterkant van de auto op zijn plaats. 
Het portier gaat dicht en de Kerstboom draait het raampje open om de bovenkant van zijn pekske naar buiten te kunnen steken. Hij wurmt zijn arm langs het portier, schudt ons de hand.
Overdwars, zegt de laatste Kerstboom. Hij gaat bij het linkerportier staan. We pakken hem vast, tillen hem op en werken hem over de andere Kerstbomen op de achterbank. Eerst steken zijn voeten te ver uit, maar als die ook binnen zijn doen we het portier dicht."

Wat ik lastig te plaatsen vind is hoe het is om als schipperskind naar wal te verlangen en te gaan. Wat ik niet zo goed snap, is dat hij als gymnasiast stratenmaker is geworden. Ik zie de symbliek nog wel: gladstrijken, plaveien, stevigheid itt het water. Hij gebruikt het zand dat het schip waarop hij vroeger woonde vervoerde.
De relatie met zijn vader wordt af en toe aangeraakt maar is wel belangrijk. Zijn vader begrijpt zijn verlangen niet maar laat hem wel gaan. Hij belt zijn vader nooit terug. 
Hij zorgt voor de kinderen van een ander, net als zijn oom voor hem zorgde. De achtergrond is verschillend maar toch. 
Pas tegen het einde van de vastelavond vindt hij dat hij 'zojuist vader is geworden'. Hoewel je uit andere gedachten en uitspraken zou kunnen opmaken dat hij niet teruggaat, denk ik dat dit betekent dat hij wel teruggaat. Maar niet als verzorger, niet om Sara alle zorgen uit handen te nemen. Hij gaat als onderdeel van het gezin.
Vogels en hun latijnse namen spelen een belangrijke rol: vrijheid enerzijds, nesten bouwen, balts- en paargedrag anderzijds. Zijn relatie met Sara is een heel bijzondere. Hij houdt vooral rekening met haar en zorgt voor haar kinderen.

"Met mijn rode mutsje fladder ik achter de blonde Maxicaan aan. De Lange loopt ook mee. We stappen de Mert op. Het is guur. De hemel steendonker. Dansende lichtjes in de verte, als rode en groene boeien die een vaargeul markeren.
Naast de tent staan een paar mannen te roken. Ze dragen zwarte kostuums en hoge hoeden, opgeplakte snorren. Een van hen stampt de kou de bestrating in.
Lekker fris, zegt hij."

En dan nog de symboliek van de veerman. Dat is een ander soort schipper dan zijn vader was. Je vaart steeds op en neer. Je brengt mensen naar de overkant.

Gekregen voor mijn verjaardag van KJ en Bianca, gelezen met onderbreking door 'Groundhay, tuinscène' maar toen had het me al voldoende gegrepen.

zondag 24 november 2013

De kraai van Kader Abdolah

'De kraai' bevat een fiks aantal citaten uit de Nederlandse literatuur. Ik vond het leuk om de citaten in een andere context te lezen. Ik las ze ook echt anders. Verder is het verhaal wat hij vertelt zeker interessant en prima geschreven. Weing opzienbarends, maar dat zit misschien al voldoende in de citaten. Of misschien toch: hoe hij zich voorstelt als makelaar in koffie, vervolgens duidelijk maakt dat hij dat niet echt is (alleen maar om geld te verdienen), dat hij eigenlijk schrijver is, en een paar keer als schrijver even het woord rechtstreeks tot de lezer richt.

‘Soms vertel ik dingen waarvan ik twijfel of ze waar zijn, maar tot mijn verbazing komen ze geloofwaardiger over dan de waarheid’.

Hij vertelt hoe hij in Iran min of meer zich bij de socialisten aansluit. Eigenlijk wil hij alleen maar schrijver worden. Via Turkije wil hij naar Rusland vluchten, maar Rusland valt uit elkaar. Hij komt in Nederland terecht. Voor een betere plek heeft hij geen geld. etc
Er zitten veel autobiografische elementen in.

donderdag 18 oktober 2012

Tonio van 'Adri' van der Heijden

Prachtig boek, verdrietig dat het echt gebeurd is. Leest heel lekker maar vanwege de emoties is het toch worstelen. Het requiem duurt me iets te lang. Mag ik dat zeggen? Nee dat mag ik niet zeggen. Een requiem voor je eigen kind duurt nooit te lang. Het is een bottelezersopmerking, deels ingegeven door het worstelen met de emoties.
Ik heb moeite met het me voorstellen van Tonio. Misschien omdat hij hem van zo dichtbij met alle nuances beschrijft. De open en vrolijke pre-puber, dat lukt, maar later verandert hij natuurlijk. Misschien heeft Van der Heijden ook wel minder grip op wie hij dan is. Weet ik niet, zou ik het nog eens voor willen lezen. Maar nu even niet. Te veel verdriet en te veel wachtende boeken.
Nog een opmerking: ik kende het plaveisel al uit de Tandeloze Tijd, in dit verhaal komt geen stoep voor. Vraag is of ik de Tandeloze Tijd wil herlezen nu. Ik weet het nog niet. Eerst maar eens Buwalda.