Veldeke is de eerste Nederlandse auteur die we bij naam kennen. Hij kwam uit Veldeke, nu onderdeel van Hasselt en schreef in zijn moedertaal (Maaslands). Zijn vermoedelijk eerste werk (1170-1180) is de beschrijving van het heiligenleven van Sint Servaas (een legende gebaseerd op een verkorte bewerking van een stuk van een Noordfranse monnik).
Bekend is zijn Eneas-roman. Hij bewerkte de Anglo-Normandische Roman d'Eneas en had daarmee veel succes. Hij begon rond 1174 en maakte de roman rond 1186 in Thuringen af. Tussendoor was hij het manuscript kwijt, het was gestolen. We beschikken alleen over versies in het Hoogduits, vermoedelijk zijn er ook Maaslandse versies geweest maar dat weten we niet zeker. In die tijd was er geen duidelijk onderscheid tussen een Nederlandse en een Duitse literatuur of cultuur. Politiek-bestuurlijk waren er vele grenzen, maar in cultureel opzicht nauwelijks.
In de decennia rond 1200 kwamen verschillende bewerkingen van recente Franse epische werken in het Maas- en Nederrijngebied tot stand. In al deze werken neemt de liefde een belangrijke plaats in. Ze weerspiegle de nieuwe hoofse geest. De zich cultureel emanciperende aristocratie werd een spiegel voorgehouden waarin de nieuwe idealen - liefde, hoofsheid, ridderschap - waren uitgebeeld.
Achtergrondinfo
Thuringen en Veldeke/Kermt/Hasselt liggen zo'n 500 km uit elkaar. Hoe reisde men in die tijd (vlak voor 1200)? Te paard neem ik aan. Absolute topsnelheid is 89 km/uur volgens wikipedia maar dat houdt ie vast niet zo lang vol. Volgens info.nu reisde men vnl. te voet, en als men geluk had kon men voor sommige stukken een paard huren of een stukje met een boot of een boerenkar meereizen. Ik denk dat Thuringen-Veldeke minstens 10 dagen reizen was.
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label Literatuurgeschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literatuurgeschiedenis. Alle posts tonen
zaterdag 11 augustus 2012
zondag 29 juli 2012
Vogels en het Hooglied
Het begon dus allemaal met nesteldrang en commentaar op het Hooglied. Nee, daar begon het niet mee, maar dat is wel het oudste wat we gevonden hebben. De nesteldrang geschreven kort voor 1140 in Rochester door een (Zuid)westvlaamse Benedictijner monnik. Het commentaar op het Hooglied rond 1100 in de abdij van Egmond door ene Willeram. De nesteldrang als penneprobeersel, met ter toelichting in het Latijn dezelfde tekst, bewust -zo lijkt het- zo dicht mogelijk bij het Nederlands gehouden. Het commentaar op het Hooglied is een soort vertaling uit het Oud-hoogduits en middeleeuws Latijn, een heus boek. Allebei over de liefde, de ene tekst wat aardser dan de andere.
Context
Rond het jaar 1000 nam het aantal mensen in Europa geleidelijk maar duidelijk toe, herleefde de handel en ontstonden steden. In Italië en Frankrijk werden universiteiten gesticht. Kruistochtridders en handelaren ontdekten een wijdere wereld. De elfde eeuw laat grote ontginningsactiviteit zien.
In 1122 wordt in het concordaat van Worms vastgelegd dat de Duitse koning niet meer als enige zeggenschap heeft over kerkpolitieke zaken.
Context
Rond het jaar 1000 nam het aantal mensen in Europa geleidelijk maar duidelijk toe, herleefde de handel en ontstonden steden. In Italië en Frankrijk werden universiteiten gesticht. Kruistochtridders en handelaren ontdekten een wijdere wereld. De elfde eeuw laat grote ontginningsactiviteit zien.
In 1122 wordt in het concordaat van Worms vastgelegd dat de Duitse koning niet meer als enige zeggenschap heeft over kerkpolitieke zaken.
zaterdag 14 juli 2012
Op zoek naar de Vijftigers
Gelezen: 'Hugo Claus vertrekt naar Parijs - Contacten tussen experimentele schilders en schrijvers' van H. Brems uit 'Nederlandse literatuur, een geschiedenis'. Mijn beeld nu:
De Vijftigers zijn experimentele dichters. Hun poëzie besteedt uitgesproken aandacht aan klank, vorm, plaats van woorden in de zin en het vers, en de effecten van woordcombinaties; de quasi-materiële aspecten van de taal.
Er wordt gestreefd naar een nieuwe, voor ieder verstaanbare, vitale poëzie, wars van alle oude schoonheidsidealen en vormen. Het is een aanval op de hypocrisie van de 'letterdames en -heren' die ook na de schok van de oorlog verder schrijven alsof 'holland een rose perzikentuin' is.
De Vijftigers waren in de beginjaren aangesloten bij de Experimentele Groep, die eind 1948 opgaat in Cobra. Al snel is er een officiële breuk, maar de contacten en verschillende samenwerkingsverbanden blijven. Er ontstaan teksttekeningen, peintures-mots, gezamenlijke bundels e.d. Individuele kunstenaars beperken zich niet tot één discipline: schilders schrijven en dichters schilderen.
De poëzie van de Vijftigers draaide in het begin om spontane expressie, de vitale uitingsdrang in wisselwerking met de suggesties van het materiaal (taal). Later verschoof het accent naar dat materiaal: de taal, autonoom, als aangever van vormen en betekenissen. Die stroming kent een paradoxale spanning:
De Vijftigers zijn experimentele dichters. Hun poëzie besteedt uitgesproken aandacht aan klank, vorm, plaats van woorden in de zin en het vers, en de effecten van woordcombinaties; de quasi-materiële aspecten van de taal.
Er wordt gestreefd naar een nieuwe, voor ieder verstaanbare, vitale poëzie, wars van alle oude schoonheidsidealen en vormen. Het is een aanval op de hypocrisie van de 'letterdames en -heren' die ook na de schok van de oorlog verder schrijven alsof 'holland een rose perzikentuin' is.
De Vijftigers waren in de beginjaren aangesloten bij de Experimentele Groep, die eind 1948 opgaat in Cobra. Al snel is er een officiële breuk, maar de contacten en verschillende samenwerkingsverbanden blijven. Er ontstaan teksttekeningen, peintures-mots, gezamenlijke bundels e.d. Individuele kunstenaars beperken zich niet tot één discipline: schilders schrijven en dichters schilderen.
De poëzie van de Vijftigers draaide in het begin om spontane expressie, de vitale uitingsdrang in wisselwerking met de suggesties van het materiaal (taal). Later verschoof het accent naar dat materiaal: de taal, autonoom, als aangever van vormen en betekenissen. Die stroming kent een paradoxale spanning:
- tussen expressie en autonomie,
- tussen overgave aan de taal en beheersing ervan,
- tussen surrealistisch geïnspireerd automatisme en bewuste constructie en manipulatie
Abonneren op:
Posts (Atom)