Posts tonen met het label verval. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verval. Alle posts tonen

zondag 28 juni 2020

Het tillenbeest van Jan Wolkers

Indrukwekkend verhaal, heftig. Mooie, sprekende taal:

"Boven het buffet verzet hun portret zich vergeefs tegen de inwerking van het zonlicht."

"Moet je hem niet aan de tillen nemen, vroeg mijn vader aan mijn moeder als er weer een baby schreeuwend van honger in de wieg lag. Ik heb het altijd in verband gebracht met optillen, dragen."

"... waarvan de wanden bedekt waren met gobelins. De Duitsers hadden er grote stukken uitgesneden. Waar eens een vluchtend hert of een wild zwijn gestaan had, steigerde een paard met ruiter voor een wak van kalk en baksteen."


Met echte Wolkersthema's als dood en woekerend verderf.


Een mooie verwijzing naar Piet Paaltjens:

"Die vriend was een bleke donkere jongen, aan wie het lezen van de poëzie van Piet Paaltjens niet was voorbijgegaan zonder sporen in zijn gelaatstrekken achter te laten."


[Spoilers ahead]
De ik-figuur gaat op bezoek bij zijn moeder. Hij durft bijna niet naar het tillenbeest dat daar staat te kijken. Hij heeft het aan het einde van de oorlog uit een kasteel dat net verlaten was door de Duitsers gehaald. Hij ging kijken of zijn zus die het met Duitsers deed daar misschien nog was. Hij ziet haar niet, maar wel twee sfinxen. Eentje neemt hij mee naar huis. Daar wordt het het tillenbeest genoemd. 
De volgende dag gaat hij met een vriendje terug voor de tweede sfinx. Omdat hij eerst zijn vriendje moet helpen tillen, gooit hij de sfinx in wat hij denkt dat een kuil is. Het blijkt een latrine te zijn en hij ziet het vergane gezicht van zijn zus.


zondag 4 november 2018

Wees onzichtbaar van Murat Isik

Dit is niet mijn boek. Ik vind het te lang. Niet omdat ik niet van dikke boeken houd, maar omdat dit verhaal ook met minder woorden aan mij verteld had kunnen. Misschien ook omdat ik eigenlijk al wist hoe het zou gaan. Door wat ik er al over gehoord had, en door het type verhaal: dat van de tot volwassene opgroeiende jongen (en dan ook nog eens in de tijd dat ik zelf opgroeide). Dat hoeft niet erg te zijn, maar dit keer wel.

Ontwikkeling

Ik mis een bepaalde ontwikkeling in de beleving van Metin en ook in het commentaar op de situatie. Als hij nog kleuter is en met ‘ontbloot bovenlijf’ (een kleuter zou dat volgens mij ‘zonder shirt’of ‘in m’n blootje’ of zoiets noemen) aan het fietsen is, zegt een jongetje (Floyd) tegen hem “Haha, ik zie je boobies!” De alinea daarop gaat als volgt:

Ik had niet eerder van het woord ‘boobies’gehoord, maar wist meteen wat dit brutale joch bedoelde. Zijn opmerking kwam mij zo vreemd en ongepast voor, dat ik geen idee had hoe ik moest reageren, dus liep ik zwijgend verder.

En verderop:

Floyd had zijn hand niet teruggetrokken. Hij bleef geduldig wachten op mijn hand, en toen ik overstag ging, glimlachte hij. Het was niet de glimlach van een overwinnaar, zoals ik verwacht had. Hij keek dankbaar en opgelucht, alsof hem vergeving was geschonken.

Het gaat hier over twee kleuters! En één van de kleuters is de verteller. De zinnen zijn waarschijnlijk ook niet bedoeld als letterlijke quotes van gedachtes van toen. Maar het zit er voor mij te dichtbij. En ik had graag juist wél een inkijkje gekregen in de gedachtes van de vierjarige Metin. Zeker als het gaat om hoe hij zijn vader beschouwt. Wanneer precies drong tot hem door dat zijn vader iedere dag probeerde te ontsnappen aan het gezinsleven, alsof het ooit was opgedrongen door hogere machten? Ik kan niet vinden wanneer dit soort inzichten doorbreken. Niet toen hij een kleuter was, neem ik aan, en dat is wel de plek waar het staat.


Uitweiding

De uitweiding van ruim zes pagina’s over het laatste verzet van meneer Rolf is bijvoorbeeld ook te uitgebreid voor mij. Natuurlijk zijn de Bijlmer en de sloop van de flats én meneer Rolf van (symbolisch) belang, maar met dit stuk dialoog ben je al een heel eind:

‘We moeten met hem praten,’zei mijn moeder, ‘hem vertellen dat het voorbij is, dat hij genoeg heeft gestreden.’ (…)
  ‘Hij luitstert toch niet naar ons.’
  ‘We kunnen het toch proberen?’ zei mijn moeder hoopvol. ‘Hij heeft zoveel voor ons en de flat gedaan, en hij heeft jou zo vaak geholpen met je schoolopdrachten.’
   ‘Het heeft geen zin,’ zei ik terwijl een brandend schuldgevoel op me neerdaalde. ‘We kunnen meneer Rolf niet meer helpen.’

Dat hoeft voor mij niet gevolgd te worden door nog drie stukken met televisie-uitzendingen over meneer Rolf, waarin hij uitgebreid als waanzinnige wordt neergezet. Dat beeld zat al voldoende in mijn hoofd na de beschrijvingen van zijn interieur en gedrag bij de laatste bezoeken van Metin aan meneer Rolf. De bezorgdheid van Metins moeder en ‘we kunnen hem niet meer helpen’ in bovenstaande dialoog halen dat beeld al weer naar boven.

Niet zwart-wit

Ik vind het heel prettig dat het verhaal niet helemaal zwart-wit is. Dat het ook de goede dingen die de vader van Metin doet belicht en die niet altijd meteen expliciet relativeert. Dat het bovendien ook mooie herinneringen van Metin aan zijn jeugd bevat.
Hele stukken uit het boek lezen gewoon heel prettig, ook sommige stukken die ik overbodig vind. Anders had ik het echt niet uitgelezen en dat heb ik wel gedaan.

Ik heb het gevoel dat het boek wat losse draadjes bevat. Gebeurtenissen, mensen, die even genoemd worden, waarop hij later nooit meer terugkomt. (Ik heb eerlijk gezegd geen zin om nog het boek nog een keer te lezen en dat te controleren.) Overigens vind ik dat wel passend. Het is immers een uitgebreide beschrijving van een jeugd en groei naar volwassenheid. In die periode komen bij iedereen denk ik dingen en mensen voor die later niet meer terugkomen. Je weet pas veel later of zoiets betekenis heeft gekregen.

Prijzen

'Wees onzichtbaar' kreeg een aantal prijzen, waaronder de Libris Literatuurprijs en de Boekhandelsprijs.

maandag 11 december 2017

Teder is de nacht van F. Scott Fitzgerald

Iets boeit met in dit boek. Het weelderige in combinatie met het tragische waarschijnlijk. Toch vind ik het einde prettig en daar hoop ik altijd op. Het boek is soms ook wel, hoe zeg ik dat, wat weids voor mij. En niet altijd kon ik het helemaal volgen. Ik had misschien ook wel last van het zoeken naar bewijzen van wat ik ergens in een analyse had gelezen: dat het met haar goed af zou lopen en met hem niet (terwijl het in het begin zo anders is). Dat het gaat over ledigheid en verval. Daar kom ik toch liever zelf achter.

Fitzgerald schuwt het commentaar op de levensstijl van de Divers niet. Die doorsijpelende mening komt op mij bijna calvinistisch over. Maar misschien voel ik me teveel aangesproken. Nogmaals: des te prettiger is het einde al is het misschien niet zo bedoeld. Het biedt ruimte voor hoop.

Redelijk fijn taalgebruik, een willekeurig makkelijk gevonden voorbeeld: "Hij bevestigde zijn besluit terwijl hij rond de plekken late namiddagzon in zijn kamer liep." Ik moest de zin twee keer lezen en vind hem mooi nu ik hem begrijp.
Ik heb ook regelmatig moeten gniffelen, en het maakt nieuwsgierig naar psychologie.

Ik las de uitgave van Atlas Contact/LJ Veen Klassiek, vertaling door Henne van der Kooy uit 2000. Dat is een vertaling van de herziene versie, in een andere volgorde dan oorspronkelijk. Fitzgerald wilde de volgorde aanpassen, en was daar niet mee klaar toen hij overleed. Ik ben ook wel benieuwd naar de oorspronkelijke versie, maar zal die toch nooit kunnen lezen zonder te weten wat ik nu weet.

Al met al een boeiend boek over een slimme aimabele man, een vrouw die herstelt van geesteziekte, hun leven samen in (voornamelijk haar) rijkdom. Over Amerikanen in Europa in de jaren twintig van de twintigste eeuw.