Beetje een raar verhaal. Het begint vrij standaard: arme dichter, drank, net beëindigde relatie, discussie over (nieuwe) poëzie. De dichter zit met een bevriende dichter in een café te drinken, te wachten tot ze kunnen biljarten.
Ineens gaat de dichter naar de kantoorboekhandel waar ze eerder die dag een doof meisje naar binnen zagen gaan om een kaart van James Dean te kopen. Hij verkondigt dat hij dat meisje kaarten van James Dean wil sturen. Als ze haar adres niet hebben richt hij zich tot de jonge verkoopster en gaat door over James Dean en dat hij niet dood is.
(James Dean overleed in 1955. Het boek is uit 1960.)
Verhaal uit De ellendige nietsnut.
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
Posts tonen met het label 1960. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1960. Alle posts tonen
zaterdag 2 mei 2020
donderdag 14 mei 2015
Wipneus, Pim en het circus van BJ van Wijckmade
Is het puur jeugdsentiment dat ik zo kan genieten van de boekjes van Wipneus en Pim? Ik denk inderdaad dat de nostalgie de grootste component is.
Qua taalgebruik kan ik ook altijd wel genieten van wat -hoe zal ik het noemen- archaïsch taalgebruik: Koning Goedhart die 'akelig' wordt bij de aanblik van pap, omdat hij niet van pap houdt. En de circusdirecteur die 'het land heeft aan' dezelfde pap. Een goede basis voor vriendschap overigens, die gezamenlijke afkeer.
Het wemelt van de kleine grappige stukjes, en ik vind bijvoorbeeld dit stukje, nog steeds over de koning die niet van pap houdt, erg leuk:
"Maar als hij een lepel pap in zijn mond stak, deed hij altijd zijn ogen dicht en ondertussen probeerde hij heel vlug een moeilijke som uit te rekenen, b.v. 36 x 43, of 628 :19."
Het is herkenbaar, en ik betrap mezelf erop dat ik in de verleiding kom om die sommen uit te rekenen. Die eerste lukt nog wel uit het hoofd met wat concentratie: 1.548. Die tweede vind ik lastiger en dan heeft de leespauze ook al te lang geduurd en lees ik verder.
Verder gebeuren er wat verrassende dingen, die ik in 'grotemensenboeken' te toevallig zou vinden. Wipneus en Pim die gevangen worden genomen door de dief van de tijger die ze aan het zoeken zijn, en die dan ook nog eens per ongeluk geholpen worden bij hun ontsnapping door de andere dieven waar ze nog een appeltje mee te schillen hebben. Maar dat kan ik in dit geval goed hebben.
Er wordt ook nog even een sociaal/maatschappelijk fenomeen aangehaald: de vergane glorie van de adel. Deze verarmde baron wordt meteen ook in een kwaad daglicht gesteld. Niet alleen domme boeven die vroeg van school gegaan zijn, zijn slecht ;)
O, en nog een (christelijke?) boodschap: Kaboutertjes helpen altijd, ook al is degene die geholpen moet worden niet zo aardig.
Pim is duidelijk de held van dit verhaal: hij gaat als eerste aan de slag met het in de schoot geworpen breekijzer, hij is niet bang voor de tijger en hij bedenkt het ontsnappingsplan.
Wipneus blijft wat bij hem achter, hoewel hij in het begin van het verhaal wel degene is, die het boek over het ruitekruid tegen tandpijn heeft gevonden. Maar ook hier neemt Pim de leiding als het gaat om hoe ze de koning zover krijgen dat hij het opdrinkt.
Ik ga eens kijken of dat in meer boekjes zo is, dat Pim duidelijk de leider is. Ik denk het wel eigenlijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)
