Posts tonen met het label Jezus-of-god-complex. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jezus-of-god-complex. Alle posts tonen

zaterdag 25 april 2020

De heer Mellenberg van JMA Biesheuvel

Een kijkje in het hoofd van een gek en in het leven in een gekkenhuis. Ik vind het wel fijn en grappig. Het is niet te hysterisch, niet te onbegrijpelijk, lekker vlot geschreven. Ik word meegenomen.

Maarten is de Messias en ontdekt in het gekkenhuis Mellenberg. Mellenberg is het niet met hem eens over dat Messias-zijn en vraagt naar zijn echte naam. Maarten bewondert de nuchterheid van Mellenberg en besluit zijn volgeling te worden. Mellenberg is al lang, heel lang, bezig met een artikel. Hij wil het typen op zijn Remmington, maar die krijgt hij niet van de directeur, en zo nog wat dingen.

De heer Mellenberg is het eerste korte verhaal in In de bovenkooi van Maarten Biesheuvel en smaakt naar meer.

vrijdag 28 februari 2020

De heilige van Martin Michael Driessen

Lekker boek, met heerlijke taal, pakkend verhaal en veel zelfspot. De opening knalt er al direct in, heilig, hels, nieuwsgierigmakend. Ik moest al snel denken aan Owen Meany, ook arrogant en (vermeend) heilig.

Ik werd regelmatig op het verkeerde been en aan het denken gezet.

Achteraf denk ik dat mijn totale ongevoeligheid voor de begrippen goed en kwaad destijds al een grote rol hebben gespeeld. Ik was het het geheel niet vooringenomen en hield van alles en van iedereen ...

Na die eerste zin denk ik: fout. Na de tweede denk ik: lief. En dan beginnen de radertjes in mijn hoofd harder te draaien. Dit thema, deze tegenstelling, goed en kwaad, komt steeds terug, meestal andersom trouwens. Steeds als ik denk: nu is hij echt goed bezig, haalt hij dat weer onderuit.


Het verhaal voert me mee, gewoon lekker stoere avonturen, ook al zijn ze dan vaak fout: van zich voordoend als de beste vriend van een gesneuvelde verloofde, via assisteren bij wetenschappelijke ontdekkingen tot moordende struikrover die zijn robinhood-achtige intenties eigenlijk slechts één keer waarmaakt. Vervolgens wordt hij van matroos assistent en redder bij een soort ontdekkingsreis per zeilschip. Tot slot wordt hij veroordeeld voor zijn misdaden als struikrover en belandt hij in de gevangenis waar hij zich ontwikkelt tot heilige, waarbij hij werkelijk goede dingen lijkt te doen, maar ook nare middelen niet schuwt om de voorzienigheid een handje te helpen. Of hij werkelijk heilig wordt verklaard, is maar de vraag, even los van het feit dat het überhaupt een roman in de categorie fictie is. Toch loopt het verhaal met deze heiligheid mooi rond. Een heerlijk verhaal toch?
Dat de verteller het verhaal ook regelmatig afvalt, doet daar niets aan af. Dat maakt het op een andere laag weer interessant. Het avontuur is op bijna elke pagina overweldigend en dan zegt hij doodleuk:

Ik weet nog niet of die episode een plaats krijgt in dit narratief, dat per slot van rekening bedoeld is als een relaas van de geschiedenis van mijn ziel, en niet als een avonturenroman.

Bovendien krijg je af en toe verschillende versies van wendingen in het verhaal voorgeschoteld. Zo had het kunnen gaan, staat er dan. Overigens krijg je dat inkijkje in zijn ziel wel degelijk, al weet ik nooit wanneer het 'echt' is.

De taal is bij tijd en wijle bombastisch (en dat heeft zo zijn invloed op mij, getuige deze zin). Ook daar wordt onomwonden mee gespeeld:

Leen mij uw pen, o Chateaubriand en Rousseau, en ook gij, Millevoye of Constant, opdat ik de mooiste reis van mijn leven waardig kan bezingen. Leen mij de kleuren van uw fantasie, maak mij geestdriftig en bevlogen als ik vertel van die laatste eenentwintig dagen die mij nog scheidden van het meisje van mijn dromen! Maar mooischrijverij is helaas niet mijn forte, en de voorgaande zinnen heb ik dus ergens gestolen.

Iets dergelijks gebruikt hij een eind verder in het verhaal en ook deze herhaling benoemt hij.
Mooischrijverij is hoe dan ook in mijn ogen wel degelijk een forte van de auteur. Er staan veel schitterende zinsdelen en zinnen in en die zijn echt niet geleend, al schuwt hij de clichés niet.

Ik vraag me af of hij in dit kader af en toe uitglijdt, bijvoorbeeld als hij twee keer vlak achter elkaar 'leunen tegen de deurstijl' gebruikt om zijn beschrijving van een gemoedstoestand kracht bij te zetten. Of is dit een subtieler spel? De eerste keer gaat het over hemzelf en leunt hij tegen de deurpost omdat hij duizelig is door een combinatie van bevangenheid door schoonheid en gewoonweg honger. Bovendien komt de houding hem goed uit voor zijn toneelspel als brenger van slecht nieuws. Vlak daarna leunt de schoonheid en het slachtoffer van zijn toneelstuk verdrietig tegen een deurstijl. Ook de puurheid van dit verdriet haalt hij min of meer onderuit door te wijzen op de aandacht die ze zoekt en krijgt (maar is dat zijn verfoeilijke gedachte of ook echt haar drijfveer?).

Dit is daarmee ook een voorbeeld van hoe hij steeds weer laat zien (of de lezer doet geloven?) goed te zijn, oog te hebben voor het mooie en het lieve, en ook steeds weer het romantische eraf haalt door iets slechts te doen of ontnuchterends te zeggen. Slechts af en toe doet hij echt iets goeds zonder bijbedoelingen of zonder er achteraf zoveel mogelijk voordeel voor zichzelf uit proberen te halen, zoals het opvangen van het vallende meisje. Zijn uiteindelijke heiligverklaring (of niet) is food for thought. In echte wonderen heb ik nooit geloofd, wel in mooie intenties, maar hoe zit dat hier?

Een paar korte notities:
Mooi, niet cliché vind ik het dat hij sneeuw als beklemmend omschrijft in plaats van, nou ja, wat je meestal tegenkomt, een zachte deken of iets dergelijks. Natuurlijk zijn er meer voorbeelden.
Dag na dag werd ingelijfd door het verleden, mijn toekomst slonk.

Het boek zit vol humor die ruimschoots opweegt tegen de kleine flauwigheden.

Ik zie ook verbinding met het heden: zoals hij gaat kijken naar het slagveld na afloop van de gevechten doet me denken aan ramptoerisme.

Doordat ontdekkingen en enkele wetenschappers ook een plek hebben in deze roman, vind ik hem extra interessant.

Kortom: ik vind het een heerlijk en veelzijdig boek. Soms spannend qua opzet en soms helemaal niet (zoals wanneer hij aankondigt dat zaken anders zullen lopen dan gedacht). Het zit zo in elkaar dat ík niet weet of hij soms stillistisch uitglijdt of te flauw is qua inhoud en opzet. En daarom komt hij er voor mij mee weg, als het al zo zou zijn.

vrijdag 6 juli 2018

Brazilië - België in boeken

Het WK 2018 maar dan in boeken.

De tweede kwartfinale gaat tussen Brazilië en België. Het eerste wat in mij opkomt is 'Het verdriet van België', maar dat is, hoewel een bejubeld boek, geen WK-materiaal. Lekker snuffelen dus. Ik begin bij Brazilië.

Brazilië: Diepe wildernis. De wegen

Dit boek heb ik, net als veel boeken uit de WK-serie, niet gelezen. Ik heb het gekozen omdat het als 'episch' wordt bestempeld. Helden heb je nodig om wedstrijden te kunnen winnen. Én er wordt een pact met de duivel gesloten. Dat is pikant in een wedstrijd tegen de Rode Duivels. Maar het geeft je wel goede winstkansen, zo'n pact met de duivel. Als de duivel tenminste bestaat, en als jij je aan jouw belofte in het pact houdt.
Daarnaast is de taal van het boek (en de veelgeprezen vertaling) innovatief. Innovatie is een mooi middel om te winnen.

België: Tijl Uilenspiegel

'De Leeuw van Vlaanderen' is meer geschikt voor een wedstrijd tussen de Rode Duivels en Les Bleus dus die laat ik (nog) even zitten.
'De komst van Joachim Stiller' dan? Dit boek wordt door Steinz beschreven als "magisch-realistische roman over een Jezusfiguur die zijn opwachting in Antwerpen maakt." Dat kan interessant worden: een Jezusfiguur (voor de Rode Duivels) tegen een pact met de duivel. Maar ik kan niet echt winnaars-elementen in de beschrijvingen van het boek vinden. Sterker nog: het eindigt met een gelukkige liefde en hoewel dat natuurlijk erg fijn is, vind ik het riskant. Het is niet uit te sluiten dat de uitdrukking over geluk in het spel omkeerbaar is. Dat risico moesten we maar niet nemen.

Dan kom ik toch uit bij Tijl Uilenspiegel. Hij zet zijn tegenstanders op het verkeerde been. Dat lijkt me een goed begin bij voetbal. Hij is strijdbaar en vrijgevochten, komt in de verhalen vaak als winnaar uit de bus. Ook wordt hij gekenschetst als een 'papenvreter' en laten Brazilianen nou voor het merendeel Papen zijn.

Conclusie

Het is lastig een winaar aan te wijzen. Innovatie ondersteund door een pact met de duivel tegen een vrijgevochten papenvreter die je op het verkeerde been zet. Verdwaalt de grappenmaker in de Diepe Wildernis? Ik denk toch dat de Belgen winnen. Een pact met de duivel kan uitendelijk geen stand houden, niet tegen een papenvreter met humor. België wint.


maandag 25 februari 2013

Hond zonder naam van Verbeke

Het blijkt al snel over de baasjes van Jezus te gaan (hond zonder naam, zou dat naar Jahweh verwijzen of ga ik nu te ver?). Het zijn cokesnuivende mensen met een weinig verheffend leven, waar zij nog wel aan wil ontsnappen. Hoewel we ook wel een sombere cynische kijk van haar op het leven zien: " Er bestaat geen elders waar het beter is" Met Jezus loopt het niet goed af, of misschien eigenlijk wel. Hij kiest er zelf voor en heeft zijn afscheidsbrief per slot van rekening al geschreven in het eerste verhaal.

Een paar losse opmerkingen:

'Samen kijken ze naar de voeten. In rust zijn ze haast volledig gestrekt' die herken ik van Nathalia.

"'Jij hebt de langste kuiten die ik ooit heb gezien', zegt hij. (...) 'Mijn zwarte hyena.' Hij richt zich weer naar het scherm.
'Hyena?' vraagt ze. Steve is dertien jaar ouder dan zij, maar minder verstandig. Hij bedoelt gazelle.
'Of hoe heet dat?' zegt hij. 'Okapi?'
Grappig toch? En het doet me ook aan dit fragment van Bertus Aafjes denken. Er zitten wel meer leuke stukjes in.

'Ze heeft nooit hoogte van deze Schnauzer kunnen krijgen.' Er zijn wel meer mensen die daar moeite mee hebben. :-)



dinsdag 19 februari 2013

Veronderstellingen van Annelies Verbeke

Gekregen van Joost en Arjan omdat ze kwamen eten.
Meteen 's avonds het eerste verhaal gelezen. Nadat ik twee keer op het verkeerde been had gestaan, had ik het door. Briljante titel 'Hier waak ik'. En: 'Wat verwacht u dat ik doe? ... Opnieuw het hoofdpersonage worden in de grootste bestseller aller tijden?' Weer eentje in het rijtje Owen Meany. Maar deze is leuk. En deze ook.

zondag 30 september 2012

De thuiskomst van Anna Enquist

Ik wilde blijven lezen en baalde enorm toen ik de dwarsligger in Valkenswaard had laten liggen. Een historische 'vrouwenroman'; nooit gedacht dat ik daarvan zou kunnen genieten.
Maar Enquist schrijft clean, het secundaire onderwerp -de ontdekkingsreizen en het (niet-)wetenschappelijk gedoe eromheen- is razend interessant, en het leven en de gedachten van Elizabeth zijn een eye-opener en tegelijkertijd kan ik me in haar inleven. Ik denk ook wel: allemaal heel erg voor je, maar jij bent tenminste nog de vrouw van de kapitein en goed verzorgd. Het maakt het ook erger. Hij kiest ervoor te gaan terwijl het niet hoeft. Er is druk van buitenaf en het 'vergrootglas-effect'. Had Nathan iets anders kunnen worden als zijn vader geen kapitein was? Zijn opa was ook geen zeevaarder toch? Maar als ... had hij waarschijnlijk geen vioolles kunnen volgen. Ik ben nu dus ook benieuwd naar de levens van de vrouwen van de matrozen.
De wending aan het einde verraste me. Deed me denken aan artsen met een god-complex en Owen Meany. Moet ik dat boek ook weer eens lezen. Dubbel gevoel: ik kan me herinneren dat het verder niet zo'n heel briljant boek was, maar de plot (of wat ik ervan onthouden heb) heeft wel indruk gemaakt.

James Cook (1728-1779) was een Britse zeevaarder en cartograaf,

Cook vertrok op 30 juli 1768 met de HMS Endeavour, een omgebouwd kolenschip. Het had een flink wetenschappelijk contingent aan boord. Hij zeilde naar het kort daarvoor ontdekte Tahiti, waar de Venusovergang succesvol werd waargenomen. Door de venusovergangen op ver uiteenliggende plaatsen met elkaar te vergelijken zou de afstand tussen aarde en zon en de grootte van het zonnestelsel kunnen worden vastgesteld.
Hierna voer hij zuidwaarts tot 40°ZB, maar hij vond geen land. Cook keerde westwaarts totdat hij de kust van Nieuw-Zeeland bereikte, als eerste Europeaan sinds Abel Tasman in 1643. Zes maanden werden besteed aan het in kaart brengen van de kust, waarmee hij aantoonde dat het om twee eilanden ging en niet om een deel van een zuidelijk continent.
Daarna ontdekte hij nog ontdekte Botany Bay en Port Jackson, raakte lek op het Great Barrier Reef, maar slaagde erin de kust te bereiken voor reparatie. Hij stelde vast dat er inderdaad een zeestraat tussen Australië en Nieuw-Guinea liep en voer via Batavia en rond Kaap de Goede Hoop weer terug naar het Verenigd Koninkrijk. 

Cook was tijdens zijn tweede reis (1772-1775) de eerste die de Zuidpoolcirkel overschreed. Cook vond geen land, hoewel hij Antarctica naar nu bekend is geworden, tot op enkele kilometers genaderd is. Later die reis bereikte hij 71°10' ZB, wat tot 1841 de zuidelijkste breedte zou blijven die door mensen bereikt was. Cook bracht deze reis daarnaast de Marquesas in kaart, ontdekte Nieuw-Caledonië en bracht het in kaart, en hij ontdekte Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden.
Cook had aangetoond dat een eventueel zuidelijk continent slechts tussen het poolijs kon bestaan. Bijzonder was dat Cook geen enkel bemanningslid aan scheurbuik verloor - hij gebruikte zuurkool als doeltreffende bron van vitamine C. Cook werd bevorderd tot kapitein en gekozen als lid van de Royal Society.

In 1776 vertrok Cook op zoek naar een noordelijke doorvaart. Hij vond een aantal eilanden, maar geen doorvaart. Hij stierf op Hawaii tijdens een gevecht met de bewoners met wie hij eerder een goede relatie had.


Geen auto's in die tijd begrijp ik uit het boek. Logisch ook wel: ruim voor de industriële revolutie.