donderdag 31 maart 2016

Underdog van Elfie Tromp

Ik ben de laatste tijd weer wat meer aan het lezen en ik heb een paar juweeltjes gelezen. Toch is het lang geleden dat ik een boek zo snel heb uitgelezen als 'Underdog' van Elfie Tromp. (dit blogje is eigenlijk niet af, maar ik ben al weer door aan het lezen.)
Het gaat over twee werelden (gamen, en hondenfokkers en -shows) die ik allebei niet ken, maar nergens heb ik het gevoel dat ik het helemaal niet meer snap.
De taal is down-to-earth, maar zeker niet afstandelijk of saai. Het boek wemelt van de zinnen die ik zou willen citeren. Een heel enkele keer druipt het citaatwaardige er iets te veel vanaf voor mij, maar voor het overgrote deel, is het gewoon heerlijk.

De hele familie houdt dingen voor elkaar achter, is daar strategisch mee bezig. Maar ze lijken ook allemaal min of meer van goede wil, willen aardig tegen elkaar zijn.

Het verhaal bevat een aantal typische personages.
Rein
Rein is de gamer van de familie. Hij heeft een 'stoornis'. Welke wordt niet benoemd, maar er komen flink wat kenmerken naar boven die voor zover ik weet bij autisme (of iets wat daar op lijkt) horen.

Niet per se mooie quotes, maar dit is hoe Rein wordt neergezet:
"Het peertje van aan het plafond is al weken stuk. Rein heeft geen zin om het te vervangen. Dan moet de trapleer naast de koelkast pakken, die naar zijn kamer slepen, uitklappen en beklimmen. Dat zijn vier handelingen te veel voor hem. Bovendien is licht schijnveiligheid. Sinds het kampuvuur maakt de mens de denkfout dat het veiliger is als hij alles kan zien, maar licht maakt juist kwetsbaar."

"Geen groet erbij, geen smiley of slijmerig compliment. Gewoon feiten. Dat vond Rein fijn."

Adelien
De zus van Rein. Heeft business administration gestudeerd, is ambitieus en wil graag kinderen. Omdat haar man Freek in dat laatste niet zo geïnteresseerd is, is ze stiekum met vruchtbaarheidsbehandelingen bezig.
Ze wil graag de kennel uitbouwen, een nieuwe richting inslaan. Ze zit daar een stuk zakelijker in dan haar moeder, hoewel haar vader haar te optimistisch vindt.
Ze wil graag een goede relatie met Rein, maar denkt daarin vooral vanuit haarzelf, en gebruikt Rein misschien net iets te vaak voor haar eigen doelen om de goede wil goed tot zijn recht te laten komen.

Vera
De moeder van het gezin.

Diederik
"Vader Diet - Diederik voor vreemden - zit aan het hoofd"

Geeft zijn dochter zakelijk advies, mn mbt netwerken.

Ook Diet en ook over Rein:
"Hij schudt de irritatie van zich af. Het is een mooie avond. We zijn bij elkaar, we hebben te eten, prent Diet zich in. Rijkdom. Hij heft zijn glas.
'Op de winnaars.'
Voorzichtig tikken Adelien en Vera aan. Rein eet door. Hij houdt niet van zalm, maar nog minder van loze gebaren."

Een van de assistenten van Bonilla heet Dieter. Dat lijkt veel op Diet

Karin
Leider van het gameteam. Terminaal ziek. Rein en Karin hebben een speciale band, lijken verliefd (te worden)
Woont in Zaandam.

Freek
Derde generatie familiebedrijf: tennisballenfabriek
vliegert fanatiek (om bij Adelien weg te zijn?)

Bonilla
Heeft hij nou ook een bordeel? (zie p. 36)
Is enerzijds goed voor zijn personeel en honden, maar anderzijds voelt hij zich superieur ("Nooit gedacht dat hij zich zo aan een Aboriginal zou hechten." en doodt hij niet alleen nutteloze dieren, hij martelt ze ook.

Veel kleine verhaallijntjes, grapjes. Die niet afleiden.
Reins huisgenote blijkt Amy te heten. Hij denk dat ze Emmely heet, of Emma. Iets met een e. Ik schiet ervan in de lach en het is tegelijkertijd illustrerend voor Reins (gebrek aan) interesse in de mensen om hem heen.
De pottenbakker
De dierenarts

"'Australië!' jubelt Adelien. 'Precies wanneer wij er zijn. Ik bedoel: beter wordt het niet. We kunnen Marquis daar wereldkampioen maken. Wereldkampioen!' ...
'Het is meant to be', zegt Vera.
'Of niet', zegt Rein. 'Misschien wint Marquis niets en is Gilly onvruchtbaar.' ...
'Tja', zegt Vera. 'Risico is deel van het vak.'
'Bedankt voor je enthousiasme', zegt Adelien.


Dit schijnt een kruising tussen een shih tzu en een mopshondje te zijn. De 'huishondjes' van de familie. "Langharige varkentjes met platte neuzen en korte lijfjes."

Een stafford

Saluki, een Perzische windhond

vrijdag 13 november 2015

Opium en het einde van de winter door Johnny van Doorn

KV dat makkelijk wegleest. Ondanks dat het een kort verhaal is, realtief veel info/gebeurtenissen waartussen ik niet helemaal de samenhang kan ontdekken.
Niet helemaal mijn verhaal.

Hij woont in een kelder met opiumgebruikers, doet dat zelf ook enthousiast. Hij droomt over het hiernamaals en neukt met een meisje, is enthousiast over neuken, en kritisch over dat het menselijk lichaam zo knap in elkaar zit. Dan gaat het over aanstekelijk lachen, vervolgens over brand bij C&A waar hij naar gaat kijken en een prostituee die hem daar haar naakte lichaam laat zien.

Uit: De geest moet waaien
Gelezen in het kader van Nederland Leest 2015

Agenda van Ischa Meijer

ZKV leest lekker weg, best mooie taal. Doet je even nadenken over de verhouding tussen de hoofdpersoon en zijn vader.

uit: Een jongetje dat alles goed zou maken.
Gelezen in het kader van Nederland Leest 2015

vrijdag 2 oktober 2015

De matroos zonder lippen - Cees Nooteboom

Een kort verhaal. Voor mij geen lekkere Nooteboom. Ik mis -denk ik- dat je wordt meegenomen in het leven, in de ziel van een ietwat rare hoofdpersoon. Voor mij moet dit verhaal het van het verhaal hebben, want een andere laag mis ik.
Er zijn twee verhalen, er wordt een verhaal verteld in een verhaal. Het tweede verhaal is nogal cliché, al gruwde ik wel even toen verteld werd hoe de matroos zijn lippen verloor: jonge matroos versiert - opgehitst door collega's- zijn eerste meisje en doet haar allerlei beloftes, hij krijgt de smaak te pakken en versiert elke avond een meisje, dan ziet hij zijn eerste meisje terug, ze lijkt blij hem te zien maar ...
Het eerste verhaal vind ik niet veel spannender. Een passagier op een vrachtschip op zoek naar romantiek, dwz echte zeemansverhalen. Het enige verhaal dat hij krijgt is dit verhaal, weinig romantiek dus.

Maar er moet toch een reden zijn dat Zwagerman dit verhaal heeft opgenomen in zijn overzicht van de Nederlandse literatuur in korte verhalen.

Even gegoogeld: het is blijkbaar een verhaal uit een bundel die Nooteboom schreef over een reis die hij zelf maakte (De verliefde gevangene, 1958). Zijn reisverhalen raken mij altijd minder, maar omdat hij zelf zo'n spannende reis maakte, ben ik nu toch wel weer benieuwd. Dat is een beetje tegen beter weten in. Ik vind eigenlijk alleen de boeken van schrijvers leuk, niet hoe ze in werkelijkheid zijn.

vrijdag 26 juni 2015

Vloeibaar helium - Muzikaal Inferno - Grote Glas

"In verband met zijn leeftijd was Brons aan het eind van de oorlog min of meer ondergedoken in het museum; vaak sliep hij er ook, in de zaal met dat surrealistische toestel van Kamerlingh Onnes, waarmee helium vloeibaar is gemaakt, en dat precies lijkt op een gedrocht op het rechter zijpaneel van Jeroen Bosch' Tuin der lusten, het muzikale inferno, en ook op de bovenste figuur van Marcel Duchamps Grote Glas."

Vloeibaar-helium-installatie van Kamerlingh Onnes

Het muzikale inferno uitTuin der lusten 
Grote Glas
(Citaat komt uit Ontdekking van de hemel.)

donderdag 14 mei 2015

Wipneus, Pim en het circus van BJ van Wijckmade

Is het puur jeugdsentiment dat ik zo kan genieten van de boekjes van Wipneus en Pim? Ik denk inderdaad dat de nostalgie de grootste component is. 

Qua taalgebruik kan ik ook altijd wel genieten van wat -hoe zal ik het noemen- archaïsch taalgebruik: Koning Goedhart die 'akelig' wordt bij de aanblik van pap, omdat hij niet van pap houdt. En de circusdirecteur die 'het land heeft aan' dezelfde pap. Een goede basis voor vriendschap overigens, die gezamenlijke afkeer.

Het wemelt van de kleine grappige stukjes, en ik vind bijvoorbeeld dit stukje, nog steeds over de koning die niet van pap houdt, erg leuk: 

"Maar als hij een lepel pap in zijn mond stak, deed hij altijd zijn ogen dicht en ondertussen probeerde hij heel vlug een moeilijke som uit te rekenen, b.v. 36 x 43, of 628 :19."

Het is herkenbaar, en ik betrap mezelf erop dat ik in de verleiding kom om die sommen uit te rekenen. Die eerste lukt nog wel uit het hoofd met wat concentratie: 1.548. Die tweede vind ik lastiger en dan heeft de leespauze ook al te lang geduurd en lees ik verder.


Verder gebeuren er wat verrassende dingen, die ik in 'grotemensenboeken' te toevallig zou vinden. Wipneus en Pim die gevangen worden genomen door de dief van de tijger die ze aan het zoeken zijn, en die dan ook nog eens per ongeluk geholpen worden bij hun ontsnapping door de andere dieven waar ze nog een appeltje mee te schillen hebben. Maar dat kan ik in dit geval goed hebben.

Er wordt ook nog even een sociaal/maatschappelijk fenomeen aangehaald: de vergane glorie van de adel. Deze verarmde baron wordt meteen ook in een kwaad daglicht gesteld. Niet alleen domme boeven die vroeg van school gegaan zijn, zijn slecht ;)
O, en nog een (christelijke?) boodschap: Kaboutertjes helpen altijd, ook al is degene die geholpen moet worden niet zo aardig.

Pim is duidelijk de held van dit verhaal: hij gaat als eerste aan de slag met het in de schoot geworpen breekijzer, hij is niet bang voor de tijger en hij bedenkt het ontsnappingsplan.
Wipneus blijft wat bij hem achter, hoewel hij in het begin van het verhaal wel degene is, die het boek over het ruitekruid tegen tandpijn heeft gevonden. Maar ook hier neemt Pim de leiding als het gaat om hoe ze de koning zover krijgen dat hij het opdrinkt.
Ik ga eens kijken of dat in meer boekjes zo is, dat Pim duidelijk de leider is. Ik denk het wel eigenlijk.




vrijdag 24 april 2015

Immortelle XLIX

Wel menigmaal zei de melkboer
 Des morgens tot haar meid:
''De stoep is weer nat''. Och, hij wist niet
  Dat er 's nachts op die stoep was geschreid.

Nu dat hij en de meid het niet wisten,
  Dat was minder; -- maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde
  Dat was wel hard voor mij.
Piet Paaltjens

Ik moest aan dit gedichtje denken, omdat de stoep vanochtend nat was en ik dat een tijdje niet gezien heb. Helaas niet door de tranen van een aanbidder. Hoewel, misschien zijn regendruppels de tranen van god en houdt hij van me. Als hij bestaat, dan houdt hij van me, want volgens mij verdien je de titel 'god' niet als je niet van iedereen houdt. Maar dat was niet helemaal de kant die ik op wilde met dit blog.

Er gaan altijd wat radertjes draaien als ik dit gedichtje lees. Over wie gaat het? Wat zijn de relaties? Ik heb toen ik het voor het eerst las, zelfs een paar verschillende drukken vergeleken of het wel klopte wat er stond. Het klopt en het is een echte Snik.