vrijdag 13 november 2015

Opium en het einde van de winter door Johnny van Doorn

KV dat makkelijk wegleest. Ondanks dat het een kort verhaal is, realtief veel info/gebeurtenissen waartussen ik niet helemaal de samenhang kan ontdekken.
Niet helemaal mijn verhaal.

Hij woont in een kelder met opiumgebruikers, doet dat zelf ook enthousiast. Hij droomt over het hiernamaals en neukt met een meisje, is enthousiast over neuken, en kritisch over dat het menselijk lichaam zo knap in elkaar zit. Dan gaat het over aanstekelijk lachen, vervolgens over brand bij C&A waar hij naar gaat kijken en een prostituee die hem daar haar naakte lichaam laat zien.

Uit: De geest moet waaien
Gelezen in het kader van Nederland Leest 2015

Agenda van Ischa Meijer

ZKV leest lekker weg, best mooie taal. Doet je even nadenken over de verhouding tussen de hoofdpersoon en zijn vader.

uit: Een jongetje dat alles goed zou maken.
Gelezen in het kader van Nederland Leest 2015

vrijdag 2 oktober 2015

De matroos zonder lippen - Cees Nooteboom

Een kort verhaal. Voor mij geen lekkere Nooteboom. Ik mis -denk ik- dat je wordt meegenomen in het leven, in de ziel van een ietwat rare hoofdpersoon. Voor mij moet dit verhaal het van het verhaal hebben, want een andere laag mis ik.
Er zijn twee verhalen, er wordt een verhaal verteld in een verhaal. Het tweede verhaal is nogal cliché, al gruwde ik wel even toen verteld werd hoe de matroos zijn lippen verloor: jonge matroos versiert - opgehitst door collega's- zijn eerste meisje en doet haar allerlei beloftes, hij krijgt de smaak te pakken en versiert elke avond een meisje, dan ziet hij zijn eerste meisje terug, ze lijkt blij hem te zien maar ...
Het eerste verhaal vind ik niet veel spannender. Een passagier op een vrachtschip op zoek naar romantiek, dwz echte zeemansverhalen. Het enige verhaal dat hij krijgt is dit verhaal, weinig romantiek dus.

Maar er moet toch een reden zijn dat Zwagerman dit verhaal heeft opgenomen in zijn overzicht van de Nederlandse literatuur in korte verhalen.

Even gegoogeld: het is blijkbaar een verhaal uit een bundel die Nooteboom schreef over een reis die hij zelf maakte (De verliefde gevangene, 1958). Zijn reisverhalen raken mij altijd minder, maar omdat hij zelf zo'n spannende reis maakte, ben ik nu toch wel weer benieuwd. Dat is een beetje tegen beter weten in. Ik vind eigenlijk alleen de boeken van schrijvers leuk, niet hoe ze in werkelijkheid zijn.

vrijdag 26 juni 2015

Vloeibaar helium - Muzikaal Inferno - Grote Glas

"In verband met zijn leeftijd was Brons aan het eind van de oorlog min of meer ondergedoken in het museum; vaak sliep hij er ook, in de zaal met dat surrealistische toestel van Kamerlingh Onnes, waarmee helium vloeibaar is gemaakt, en dat precies lijkt op een gedrocht op het rechter zijpaneel van Jeroen Bosch' Tuin der lusten, het muzikale inferno, en ook op de bovenste figuur van Marcel Duchamps Grote Glas."

Vloeibaar-helium-installatie van Kamerlingh Onnes

Het muzikale inferno uitTuin der lusten 
Grote Glas
(Citaat komt uit Ontdekking van de hemel.)

donderdag 14 mei 2015

Wipneus, Pim en het circus van BJ van Wijckmade

Is het puur jeugdsentiment dat ik zo kan genieten van de boekjes van Wipneus en Pim? Ik denk inderdaad dat de nostalgie de grootste component is. 

Qua taalgebruik kan ik ook altijd wel genieten van wat -hoe zal ik het noemen- archaïsch taalgebruik: Koning Goedhart die 'akelig' wordt bij de aanblik van pap, omdat hij niet van pap houdt. En de circusdirecteur die 'het land heeft aan' dezelfde pap. Een goede basis voor vriendschap overigens, die gezamenlijke afkeer.

Het wemelt van de kleine grappige stukjes, en ik vind bijvoorbeeld dit stukje, nog steeds over de koning die niet van pap houdt, erg leuk: 

"Maar als hij een lepel pap in zijn mond stak, deed hij altijd zijn ogen dicht en ondertussen probeerde hij heel vlug een moeilijke som uit te rekenen, b.v. 36 x 43, of 628 :19."

Het is herkenbaar, en ik betrap mezelf erop dat ik in de verleiding kom om die sommen uit te rekenen. Die eerste lukt nog wel uit het hoofd met wat concentratie: 1.548. Die tweede vind ik lastiger en dan heeft de leespauze ook al te lang geduurd en lees ik verder.


Verder gebeuren er wat verrassende dingen, die ik in 'grotemensenboeken' te toevallig zou vinden. Wipneus en Pim die gevangen worden genomen door de dief van de tijger die ze aan het zoeken zijn, en die dan ook nog eens per ongeluk geholpen worden bij hun ontsnapping door de andere dieven waar ze nog een appeltje mee te schillen hebben. Maar dat kan ik in dit geval goed hebben.

Er wordt ook nog even een sociaal/maatschappelijk fenomeen aangehaald: de vergane glorie van de adel. Deze verarmde baron wordt meteen ook in een kwaad daglicht gesteld. Niet alleen domme boeven die vroeg van school gegaan zijn, zijn slecht ;)
O, en nog een (christelijke?) boodschap: Kaboutertjes helpen altijd, ook al is degene die geholpen moet worden niet zo aardig.

Pim is duidelijk de held van dit verhaal: hij gaat als eerste aan de slag met het in de schoot geworpen breekijzer, hij is niet bang voor de tijger en hij bedenkt het ontsnappingsplan.
Wipneus blijft wat bij hem achter, hoewel hij in het begin van het verhaal wel degene is, die het boek over het ruitekruid tegen tandpijn heeft gevonden. Maar ook hier neemt Pim de leiding als het gaat om hoe ze de koning zover krijgen dat hij het opdrinkt.
Ik ga eens kijken of dat in meer boekjes zo is, dat Pim duidelijk de leider is. Ik denk het wel eigenlijk.




vrijdag 24 april 2015

Immortelle XLIX

Wel menigmaal zei de melkboer
 Des morgens tot haar meid:
''De stoep is weer nat''. Och, hij wist niet
  Dat er 's nachts op die stoep was geschreid.

Nu dat hij en de meid het niet wisten,
  Dat was minder; -- maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde
  Dat was wel hard voor mij.
Piet Paaltjens

Ik moest aan dit gedichtje denken, omdat de stoep vanochtend nat was en ik dat een tijdje niet gezien heb. Helaas niet door de tranen van een aanbidder. Hoewel, misschien zijn regendruppels de tranen van god en houdt hij van me. Als hij bestaat, dan houdt hij van me, want volgens mij verdien je de titel 'god' niet als je niet van iedereen houdt. Maar dat was niet helemaal de kant die ik op wilde met dit blog.

Er gaan altijd wat radertjes draaien als ik dit gedichtje lees. Over wie gaat het? Wat zijn de relaties? Ik heb toen ik het voor het eerst las, zelfs een paar verschillende drukken vergeleken of het wel klopte wat er stond. Het klopt en het is een echte Snik.


donderdag 23 april 2015

Even niet over een boek

Mag ik iets ergs zeggen?

Ik vind het verschrikkelijk hoe we in Nederland met uitgeprocedeerde asielzoekers omgaan. Ik vind het ook gewoon heel dom en begrijp echt niet hoe de situatie is ontstaan. Er stond eerst 'plan' in plaats van 'situatie'. Maar er is geen plan. Dat is het erge. Alsof het vijf uur was toen ooit het eerste plan werd gemaakt: " ... en de mensen" -wacht, ze zullen het wel niet over 'mensen' gehad hebben- "... en de AZ's die niet mogen blijven, sturen we terug." "En als ze niet willen of kunnen?" "Eh ja, weet ik niet hoor. Dat zien we dan wel weer, want ik moet nu naar huis en ik moet ook nog mijn computer uitzetten. Doei" "Doei".
Ik vind het ook vreselijk dat er überhaupt mensen zijn die niet mogen blijven. Als ik in Valkenswaard wil wonen omdat ik daar geboren ben, mag ik dat. Als ik in Pijnacker wil wonen, omdat ik vind dat daar een heel gaaf studentenhuis staat en ik in de buurt wil studeren, mag ik dat. Als ik in Delft wil wonen, omdat dat nog dichter bij mijn faculteit, én studentensocieteit is en ik vind dat er een superfijn studentenhuis staat, mag ik dat. Als ik in Den Haag wil wonen, omdat ik daar werk kan vinden, mag ik dat (dat wil ik niet, maar dat terzijde). Als ik in Schiedam wil wonen, omdat ik er mijn droomhuis heb gevonden, mag ik dat. Waarom mogen andere mensen niet op een plek wonen waar ze willen leren en werken en waar ze zich fijn en veilig en een geluksvogel voelen? Dat denk ik echt: Wie zijn wij om te zeggen: Jij mag niet je geluk komen zoeken? Wanneer is 'gelukzoeker' iets slechts geworden? Ik zoek mijn geluk, elke dag (en ik heb al heel veel gevonden, het ligt hier voor het oprapen). Laat staan dat we iets zeggen over mensen die basisveiligheid zoeken.
MAAR we doen het wel -en nu komt het vreselijke- en ik denk soms dat we ook wel moeten. Of in ieder geval vraag ik me dat af. Er is een limiet aan de hoeveelheid mensen die we kunnen opvangen, waar we ruimte en geld voor hebben. We kunnen elke euro die we hebben maar één keer uitgeven. En ruimte bieden kost in de meeste gevallen nou eenmaal geld. Mensen die alles hebben achtergelaten en in een vreemd land komen, hebben meestal nauwelijks geld en niet meteen een baan om daarin te voorzien. Als we 100 euro hebben en daar 1 mens mee kunnen opvangen, wat doen we dan als nr. 2, 3, 4 ... aankloppen? Nog ergens 100 euro vandaan halen, slimmer inzetten zodat we meer mensen met 100 euro kunnen helpen, ... Dat houdt ergens op. En als we het blijven verdelen, helpen we niemand echt goed. Er is heel veel ruimte en geld in dit land, in Europa, echt heel veel, maar heel veel is niet oneindig. Ik zie mezelf hier vanuit schaarste denken, en het moet ook anders kunnen, maar ik weet niet hoe. En dat is een behoorlijk dilemma.