Wat is het toch fijn om dit soort verhalen van Maarten 't Hart te lezen. Het is lekker geschreven. Het gaat over liefde die nooit tot een liefdesrelatie leidt, maar hoewel zeker jammer, heel erg lijkt het niet te zijn. Er is geen ruzie, er is geen expliciete afwijzing. Ze zijn gewoon allebei bezet en het behoort niet tot de mogelijkheden. De keren dat ze elkaar zien, zijn periodes van weken en that's it.
't Hart heeft het verder over Bach, Kierkegaard, de wereld van de biologen en meer specifiek de ethologen, beschrijft vogels en planten, citeert de bijbel, geeft zijn mening over het geloof en darwinisme. Over het geloof: hij legt nadruk op de individualiteit in de teksten (De heer is mijn herder en niet onze herder.)
Ik schrijf, vaak over Nederlandse literatuur, soms over andere (taalgerelateerde) zaken. Het zijn persoonlijke observaties en weergaven. Ik lees het eerlijk gezegd graag terug. U bent welkom om mee te lezen. Ik vind het leuk als u er iets aan heeft (plezier, inspiratie, informatie, ...)
zaterdag 7 februari 2015
zaterdag 31 januari 2015
Aladdin en de wonderlamp van Maria Oomkens
Uit: Sprooksels
Grappig verhaaltje over Aladdin en de wonderlamp in moderne setting. Zoetermeer komt er niet al te best af. Met een luie Aladdin, een arme en niet al te slimme moeder en een Tovenaar. Aladdin trouwt met de dochter van de Sultan en hoewel zij door de Tovenaar verplaatst wordt naar Zoetermeer en Aladdin daarvoor in de gevangenis belandt, komt alles toch nog goed.
Maria Oomkens is een pseudoniem van Miep Racké-Noordijk. Als Maria Oomkens schreef ze meerdere boeken. Als Scheherazade (karakter uit 1.000-en-1-nacht) schreef ze in Libelle.
Grappig verhaaltje over Aladdin en de wonderlamp in moderne setting. Zoetermeer komt er niet al te best af. Met een luie Aladdin, een arme en niet al te slimme moeder en een Tovenaar. Aladdin trouwt met de dochter van de Sultan en hoewel zij door de Tovenaar verplaatst wordt naar Zoetermeer en Aladdin daarvoor in de gevangenis belandt, komt alles toch nog goed.
Maria Oomkens is een pseudoniem van Miep Racké-Noordijk. Als Maria Oomkens schreef ze meerdere boeken. Als Scheherazade (karakter uit 1.000-en-1-nacht) schreef ze in Libelle.
Noorderzon van Renate Dorrestein
Niet mijn favoriete boek. Ik vind het wat zweverig en de verwijzingen naar het thema schuld zijn wel heel talrijk wat mij betreft. Maar net als ik het aan de kant wil leggen, staat er weer een fijne zin:
"Hun houten muilen klepperden terwijl ze zich in de richting van de refter haasten."
Het einde is prima en dat maakt wel wat goed.
Over de naam Topaas: Zoals bij alle edelstenen is er veel wat niet van toepassing is. Maar het legendarische eiland Topazius is toch een mooie verwijzing.
"Hun houten muilen klepperden terwijl ze zich in de richting van de refter haasten."
Het einde is prima en dat maakt wel wat goed.
Over de naam Topaas: Zoals bij alle edelstenen is er veel wat niet van toepassing is. Maar het legendarische eiland Topazius is toch een mooie verwijzing.
Andrena is een soort bij, maar daar kan ik niets mee. De bij en de spin?
"Want luister, luister, luister: de werkelijkheid laat zich niet alleen maar herkennen aan het feit dat zij nooit zomaar ophoudt, niet op een gunstig en niet op een ongunstig moment."
En omdat (vooral de laatste) op het moment voor mij een goede reminder is:
"De werkelijkheid? Daar is al voldoend van. Vertel me liever een goed verhaal. De kwaliteit van de werkelijkheid nodigt doorgaans niet uit tot de reproductie ervan. Verliest dat wat er domweg is, het niet altijd van wat we geloven?
...
"Want leuren met een werkelijkheid die niemand lust, is voor de dommen."
zaterdag 10 januari 2015
De regels van het huis van Hermine de Graaf
Fijn boek om te lezen. Het is soms wel wat moeilijk om hoogte te krijgen van de leeftijd van het meisje. Sommige uitspraken en acties zijn vrij volwassen, andere weer heel kinderlijk.
De clown en de koorddanser spelen een opmerkelijke rol. Het milieu waarin Daphne opgroeit wordt flink te kijk gezet.
Daphne is bij vlagen opstandig, en op andere momenten probeert ze juist zo goed mogelijk aan de wensen van haar ouders te voldoen. Ze wil graag weten wat er met haar zusje is gebeurd, maar daar wordt niet over gepraat. Ze voelt zich schuldig, over de dood van haar zusje? over een zwemwedstrijd die ze heeft gewonnen dankzij onoplettendheid van de jury?
Toch wordt het, voor mijn gevoel, allemaal redelijk makkelijk 'opgelost'. Barbara de clown blijkt een oud-klasgenootje van haar zus en vertelt het verhaal. Daphne doet mee aan een nieuwe zwemwedstrijd en wint die. Alleen van de relatie met haar ouders blijft het vaag hoe die zich ontwikkelt.
De clown en de koorddanser spelen een opmerkelijke rol. Het milieu waarin Daphne opgroeit wordt flink te kijk gezet.
Daphne is bij vlagen opstandig, en op andere momenten probeert ze juist zo goed mogelijk aan de wensen van haar ouders te voldoen. Ze wil graag weten wat er met haar zusje is gebeurd, maar daar wordt niet over gepraat. Ze voelt zich schuldig, over de dood van haar zusje? over een zwemwedstrijd die ze heeft gewonnen dankzij onoplettendheid van de jury?
Toch wordt het, voor mijn gevoel, allemaal redelijk makkelijk 'opgelost'. Barbara de clown blijkt een oud-klasgenootje van haar zus en vertelt het verhaal. Daphne doet mee aan een nieuwe zwemwedstrijd en wint die. Alleen van de relatie met haar ouders blijft het vaag hoe die zich ontwikkelt.
zondag 4 januari 2015
Blue Curacao van Thomas Ross
Een detective is niet aan mij besteed. Deze in ieder geval nit. Te veel 'grappige' verwijzingen naar slechte televisieseries van de zelfkritische hoofdpersoon. Na de tweede vond ik het al echt slecht en er volgen er nog veel daarna. Te stereotype, te 'geknoopt'.
woensdag 3 december 2014
Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart
Lekker lezen. Mooi over natuur en muziek.
De liefde voor zijn moeder gaat ver. Toch net niet ver genoeg om af te haken.
"Ik kijk naar mijn moeder. Ik wil haar omhelzen maar ik durf niet, ik wil haar kussen zoals mijn vader haar kust, kort en snel en achteloos." [Als hij vader en moeder speelt met zijn moeder.]
Of als de ouderlingen aan haar ziekbed allerlei dreigementen uiten; zijn woede is begrijpelijk. Het molesteren van de ouderlingen gaat (te) ver, maar dat vind hij zelf ook. " 'Ik verzuip je,' hoor ik iemand gillen. Ben ik dat zelf?" ... "Ik wacht op de rijkspolitie. Ik kan mij niet voorstellen dat er geen politie zal komen."
Geloof
"Want dat vooral was het resultaat van die kerkgang: plotseling begon ik nog sterker te twijfelen aan het Evangelie dan ik daarvoor al deed daar de blijde boodschap juist voor deze teleurstelling niets achter de hand bleek te hebben. Wat kon het voor nut hebben verlost te worden door Christus en na je dood naar de hemel te gaan als zij toch alleen maar bang voor je was en voor je wegvluchtte. ... Het was een primitieve, vreemde, beangstigende gedachte maar toch zo reëel dat ik haar wilde vergeten om het geloof te behouden."
" ... en tenslotte fietste ik in de duisternis terug. Terwijl die gelijkmatige beweging mij toch weer enigszins rustig maakte, wist ik dat er iets onherstelbaars gebeurd was, ik had krampachtig geprobeerd het geloof te behouden en het bezoek aan die kerk was bedoeld als bezegeling daarvan en nu zou mij niets meer resten dan krampachtig proberen het geloof te verliezen."
Er staat: 'proberen het geloof te verliezen'. Het geloof speelt ook in de rest van zijn leven een belangrijke rol.
"Hier had ik ook bloedend kunnen liggen, denk ik. Hij heeft wel toegelaten dat mijn voet wankelde, maar nu doet Hij me dan toch nederliggen in grazige weiden. Ik ben wel verbazingwekkend dicht bij het dal van de diepe schaduwe des doods geweest maar Hij heeft één ogenblik van medelijden gekend, Hij die mijn moedr niet tot zich nam als Henoch."
"Ik denk weer aan psalm 23 die ik pas vandaag voor de eerste maal heb begrepen. ... de psalmdichter ... Hij heeft ingezien dat deze vredige, zuivere avondschemering verzoent met de dood. Hij heeft ingezien dat doodgaan zuivert, dat sterven reinigt. Daarbij past ook niet de gedachte aan opstanding uit de dood, dat zou oneerlijk, onwaardig zijn. Hij maakt geen toespeling op die opstanding in zijn Mattheuspassion."
Naast geloof is er veel bijgeloof en daarmee samenhangende dwanggedachten. Alles min of meer rond Martha, zijn onbereikbare jeugdliefde.
Druiven roepen positieve herinneringen aan zijn jeugd op. Hij gaat weer druiven kweken in de kassen waarin zijn vader vroeger druiven kweekte, die op een gegeven moment vervangen werden door tomaten. Later eet hij -ongevraagd- druiven bij Ernst.
Kweker
"Van jongsaf heb ik de bedrijven van mijn vader en mijn ooms veracht. Ik wilde geen tuinder worden, ik wilde beroemd worden ..." Toch wordt Maarten kweker, en hij wordt daarmee beroemd als celbioloog.
En passent gaat het ook nog even over klonen, en de naïeve wetenschapper die denkt dat door zijn uitvinding de wereld beter wordt.
De liefde voor zijn moeder gaat ver. Toch net niet ver genoeg om af te haken.
"Ik kijk naar mijn moeder. Ik wil haar omhelzen maar ik durf niet, ik wil haar kussen zoals mijn vader haar kust, kort en snel en achteloos." [Als hij vader en moeder speelt met zijn moeder.]
Of als de ouderlingen aan haar ziekbed allerlei dreigementen uiten; zijn woede is begrijpelijk. Het molesteren van de ouderlingen gaat (te) ver, maar dat vind hij zelf ook. " 'Ik verzuip je,' hoor ik iemand gillen. Ben ik dat zelf?" ... "Ik wacht op de rijkspolitie. Ik kan mij niet voorstellen dat er geen politie zal komen."
Geloof
"Want dat vooral was het resultaat van die kerkgang: plotseling begon ik nog sterker te twijfelen aan het Evangelie dan ik daarvoor al deed daar de blijde boodschap juist voor deze teleurstelling niets achter de hand bleek te hebben. Wat kon het voor nut hebben verlost te worden door Christus en na je dood naar de hemel te gaan als zij toch alleen maar bang voor je was en voor je wegvluchtte. ... Het was een primitieve, vreemde, beangstigende gedachte maar toch zo reëel dat ik haar wilde vergeten om het geloof te behouden."
" ... en tenslotte fietste ik in de duisternis terug. Terwijl die gelijkmatige beweging mij toch weer enigszins rustig maakte, wist ik dat er iets onherstelbaars gebeurd was, ik had krampachtig geprobeerd het geloof te behouden en het bezoek aan die kerk was bedoeld als bezegeling daarvan en nu zou mij niets meer resten dan krampachtig proberen het geloof te verliezen."
Er staat: 'proberen het geloof te verliezen'. Het geloof speelt ook in de rest van zijn leven een belangrijke rol.
"Hier had ik ook bloedend kunnen liggen, denk ik. Hij heeft wel toegelaten dat mijn voet wankelde, maar nu doet Hij me dan toch nederliggen in grazige weiden. Ik ben wel verbazingwekkend dicht bij het dal van de diepe schaduwe des doods geweest maar Hij heeft één ogenblik van medelijden gekend, Hij die mijn moedr niet tot zich nam als Henoch."
"Ik denk weer aan psalm 23 die ik pas vandaag voor de eerste maal heb begrepen. ... de psalmdichter ... Hij heeft ingezien dat deze vredige, zuivere avondschemering verzoent met de dood. Hij heeft ingezien dat doodgaan zuivert, dat sterven reinigt. Daarbij past ook niet de gedachte aan opstanding uit de dood, dat zou oneerlijk, onwaardig zijn. Hij maakt geen toespeling op die opstanding in zijn Mattheuspassion."
Naast geloof is er veel bijgeloof en daarmee samenhangende dwanggedachten. Alles min of meer rond Martha, zijn onbereikbare jeugdliefde.
Druiven roepen positieve herinneringen aan zijn jeugd op. Hij gaat weer druiven kweken in de kassen waarin zijn vader vroeger druiven kweekte, die op een gegeven moment vervangen werden door tomaten. Later eet hij -ongevraagd- druiven bij Ernst.
Kweker
"Van jongsaf heb ik de bedrijven van mijn vader en mijn ooms veracht. Ik wilde geen tuinder worden, ik wilde beroemd worden ..." Toch wordt Maarten kweker, en hij wordt daarmee beroemd als celbioloog.
En passent gaat het ook nog even over klonen, en de naïeve wetenschapper die denkt dat door zijn uitvinding de wereld beter wordt.
zaterdag 30 augustus 2014
De hond in het lege huis van Anton Koolhaas
Mooi! Droevig, herkenbaar en lief.
Jacqueline en Paul ("het paar") vormen een mooie twee-eenheid. Niet overdreven, maar vertrouwd, herkenbaar. De schrijfstijl is helder, en op een bepaalde manier dichtbij. Net vaak/sporadisch genoeg stelt de schrijver vragen die je zelf ook zou stellen. Maar het gaat gelukkig niet zo ver dat er een onderonsje tussen schrijver en lezer wordt gecreeerd. Of hij geeft je heel even het begin van het idee dat hij vanuit de hond schrijft en dat je dus gedachten van de hond leest en dat houdt dan precies op tijd weer op. Niet onrealistisch dus, maar 'gewoon' wat je zelf ook zou kunnen denken dat een hond denkt. Hetzelfde gebeurt ook wel eens met de verteller en Paul.
De loop van het verhaal is niet verrassend, maar dat hoeft ook niet.
Ook herkenbaar is de tweestrijd in Paul tussen hoop en realisme.
Verhaal: Jacqueline en Paul zijn op hun vaste vakantie-eiland. Jacqueline verdrinkt/komt niet terug van het zwemmen. Paul weet meteen dat ze nooit meer terug zal komen en blijft tegelijkertijd hoop houden, tot hij zeker weet dat ze niet terugkomt. Dan wil hij zelf ook verdrinken, maar dat mislukt.
'De hond in het lege huis' slaat op dat Paul denkt dat hij de vakantiehond heeft opgesloten in het vakantiehuis. Hij gaat terug om hem te bevrijden (en zich te verdrinken), maar de hond is niet in het huis.
Het vreemde hotel waar niemand lijkt te mogen blijven slapen heeft iets onrealistisch. Maar het is nodig om Jacqueline een laatste rustplaats te kunnen geven, en dat is voldoende verklaring.
"Toch kon niemand zeggen, dat het hotel er luguber uitzag. Het was groot en helder en leeg. Men kon er inderdaad logeren in door licht en ziltheid uitgebeten, zeer heldere kamertjes en ijzeren ledikanten met onbeslapen lakens, waartussen men wel hel fijn zout moest vermoeden."
Het verhaal is niet alleen droevig trouwens: "Alle kleuren van zee-anemonen meldden zich stuik voor stuk en zelfs de grote krabben, die soms plotseling over een rots draafden, hadden iets joligs. Ze hadden dan ook poten geoneg om mee te zwaaien en als e bij vergissing eens hun houvast verloren en een rotsje lager tuimelden, dan kón dat, wat hun betrof."
"Dan komt ze terug en groeit uit het water, het strand op en is mooi"
Dit is het mooiste stukje van het citaat, maar het vervolg is veelzeggend:
"... en wie weet geheimzinnig om wat ze zo ver in het water dat ze er bijna aan toebehoorde, gedacht zal hebben en overpeinsd. Er is zo veel water om zo'n zwemmer heen, dat er toch allicht een gedachte zal bestaan van een toebehoren aan de zee. Of niet?"
"Een ontzettend klein stipje kan een interessant schip worden, maar het neemt er zijn voor."
"Paul wilde in ieder geval eerst nog in het huis kijken, maar er was niets. Het effect van alles, dat op zijn plaats ligt en onberoerd, kan erger zijn dan van een aardbeving."
En dan is er nog het ravijn, onpeilbaar diep en waar altijd kou als een soort voorbode van de dood uit omhoog komt.
En de zeeman en zijn vriendin met het niet-lopende café 'Caprice'. De enige mensen met wie Paul contact heeft, maar ook niet echt.
En dan is er nog het ravijn, onpeilbaar diep en waar altijd kou als een soort voorbode van de dood uit omhoog komt.
En de zeeman en zijn vriendin met het niet-lopende café 'Caprice'. De enige mensen met wie Paul contact heeft, maar ook niet echt.
Abonneren op:
Posts (Atom)




