zaterdag 29 juni 2013

Trots en vooroordeel van Jane Austen

Een klassieker die je natuurlijk gelezen moet hebben. Dus laatst op het station gekocht toen ik lang moest wachten. Het begin is leuk en interessant, maar daarna is het meer van hetzelfde en komen de karakters op mij over als karikaturen. Misschien ligt het aan de vertaling, misschien ligt het aan de ouderdom, misschien ligt het aan mij. Ik denk dat je er een vermakelijke film van kunt maken, en dat is natuurlijk ook al 100 keer gebeurd. Misschien heb ik ook niet geduld genoeg. Kan best zijn dat de ontwikkeling van Elizabeth geplaatst in haar tijd toch een interessant verhaal oplevert, maar dat dat pas wat verderop duidelijk wordt. [spoiler ahead]



Het helpt ook niet dat je al weet dat Elisabeth en Darcy 'meer voor elkaar voelen dan ze in eerste instantie willen toegeven'.  Voor mij wordt vervolgens elke expliciete twijfel een berichtje van de schrijver: "Zien jullie wel, beste lezers, dat het er nu al in zit?" en dan voel ik me net zo'n soapkijker vlak voor de reclame. Je moet het in de tijd zien (lezen) natuurlijk, maar ik kan niets doen aan dat gevoel.

vrijdag 21 juni 2013

Oesters van Nam Kee van Kees van Beijnum

Ik heb stukken van de film gezien voor ik het boek las. Voor mij slaat dat het boek dood. Ik zie steeds die beelden voor me, weg is mijn eigen beeldvorming. Bij de stukken over Frankrijk/de pony konden mijn gedachten wel lekker los, want daarover heb ik niets gezien.
Ik vond het geen briljant boek, maar dat kan dus ook komen doordat ik de filmbeelden niet uit mijn hoofd kreeg. Ik voelde wel sympathie voor Berry, had continu het idee dat het allemaal wel meeviel wat hij deed, terwijl dat natuurlijk niet zo is. Slechte vrienden hebben, of een slechte vriend zijn?
Mooi thema vind ik de perceptie van de waarheid. Berry heeft duidelijk een ander beeld van zijn vader dan dat zijn oudere broer heeft. Omdat zijn vader dood is, is het in ieder geval niet meer met hem te bespreken.


vrijdag 7 juni 2013

Dubbelspel van Frank Martinus Arion

under construction

Mooi boek. Terwijl het boek herinneringen oproept aan het trage leven op Curacao, hangt er een spanning die het dynamisch maakt.

zondag 5 mei 2013

De wereld gaat aan vlijt ten onder

Intrigerende titel, en inhoud ook wel. Het boek heeft voor mij een vreemde sfeer. Mischien wel omdat ik me net niet met Alec kan identificeren. Het komt dichtbij: hij is ongeveer even lui en hij is ook geïnteresseerd in techniek. Maar hij heeft niet echt een thuis en lijkt dat  (in ieder geval in het begin) ook niet te missen. En hoewel hij wel geïnteresseerd is, gelooft hij er niet in dat techniek vooruitgang kan opleveren.


Dat is ook wel de boodschap van het boek. Misschien wel vooruitgang op kleine vlakken of op vlakken waar echt iets mis is, zoals Bert die voor doven gaat werken, maar niet groots en worldchanging. Die boodschap lees ik wel, maar ik ben het er natuurlijk niet mee eens. Ik zou het supercool vinden als de uitvindingen in het boek echt zijn. 'Beam me up, Scotty' ik ben erbij.
Er zit zeker wel wat in de opmerkingen van Alec. Het heeft iets raars supersonisch snel te reizen om vervolgens in een hangmat te gaan liggen. Toch denk ik dat dat een kwestie van wennen is. Als ik binnen een half uurtje in Zuid-Frankrijk zou kunnen zijn, zou ik dat denk ik toch doen ook om daar alleen van de zon te genieten. (Als de randvoorwaarden tenminste redelijk zijn.)
De personages zijn behoorlijk genuanceerd (niet allemaal natuurlijk), maar het decor niet, dat is zo plat als een dubbeltje. Natuurlijk zit er achter de techniek groot geld en een geoliede machine, en is alles clean en geheim en overdreven goed geregeld. Natuurlijk was Oakdale lieflijk en de natuur schitterend. Dat is een beetje blehh.

zondag 28 april 2013

De rode loper van Thomas Rosenboom

[Boek vlak voordat ik het uithad bij Nienke laten liggen, dus een leesgat.]

Het boek leest makkelijk weg. Dat is lekker, maar echte nadenkmomenten kan ik me niet herinneren. De maatschappijkiritiek die achter de rode loper zit is niet verrassend, weinig nieuwe inzichten. Maar misschien heb ik ze gemist. Veel recensies zetten Lou weg als zielige figuur. Ik heb wel bewondering voor zijn rust, veerkracht en innovativiteit. Daar zitten zeker ook sneue kanten aan omdat een groot deel noodgedwongen is, maar ik vind het toch inspirerend. Lou had ook alleen zijn uitkering kunnen trekken en verder niets doen (dan was het een saai  en dus waarschijnlijk geen boek geworden). [Spoilers ahead]


Om de eerste bladzijdes heb ik moeten lachen. Hoe de jongens redeneren tot de bijstand in gaan een goede daad is; vermakelijk. Toch blijken ze allebei inderdaad niet verschrikkelijk lui. Vooral Lou is eigenlijk hartstikke ondernemend. Gaandeweg komt Eddie met de meeste ideeen en voert Lou ze op eigen wijze uit. Lou lijkt niet bang voor verandering en wars van wat anderen vinden of verwachten. Als roadie claimt hij ook zijn aandeel in het optreden, niet een gezochte rol, maar spontaan ontstaan en vervolgens in stand gehouden.
De rode loper lijkt misschien een oppervlakkig fenomeen, maar hij helpt mensen ook. Niet alleen Lena, maar ook Lou. Hij ontwikkelt zich van roadie zonder rol, via roadie met rol, 'producer' met invloed, regisserende cameraman, organisator van de rode loper totdat hij zelf over de rode loper loopt samen met Lena. Het valt op hoe zorgzaam hij voor Lena is. Het hele boek lang blijft Lou eenzaam. Hij heeft er soms meer last van dan anders. Als hij buiten zit te wachten op klanten die niet komen en met zichzelf weddenschappen afsluit of hij het eerst een hond zal horen of een vrachtwagen, dat zijn wel trieste momenten. Maar hij komt er altijd weer uit.

woensdag 24 april 2013

Oeroeg van Hella S. Haasse

Heerlijk lezen, hoewel heerlijk misschien niet het juiste woord is.


Vanaf het begin hangt er een dreiging boven het verhaal dat er iets mis zal gaan. Oeroeg neemt de dingen in het leven zoals ze komen, en dat lijkt ook te gelden voor de vriendschap. Lijkt, want omdat alles vanuit het perspectief van de andere jongen verteld wordt, is het zijn observatie. Vanaf het vroegste begin houdt Oeroeg bewust of onbewust enige afstand. Toch houdt de band stand zolang ze dicht bij elkaar blijven.
Ondanks de dreiging is het ook een mooi verhaal over een min of meer onbezorgde jeugd en spelen en opgroeien in de mooie Preanger (de in Nederlands-Indië gebruikte aanduiding voor het het bergland ten zuiden van de zogenaamde 'Ommelanden' rond Batavia).
Oeroeg wordt vaak gezien als een boek over vriendschap die teloor gaat. De vriendschap die de verteller voelt voor zijn Oeroeg gaat echter niet over. Hij raakt alleen zijn Oeroeg kwijt, en bovendien beseft hij dat hij Oeroeg nooit helemaal gekend heeft. 'Ik heb zelfs het vermogen verloren hem te herkennen.' en 'Het is overbodig toe te geven dat ik hem niet begreep. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.'
Het gaat natuurlijk ook over de tegenstelling tussen 'inlanders' en Hollanders. Oeroeg is zich bewust van het verschil, en terwijl hij opgroeit gaat hij daar op verschillende manieren mee om. Lang weigert hij Nederlands te praten of is er in ieder geval heel verlegen bij, maar halverwege praat hij alleen nog maar Nederlands. Er is ook een periode dat hij aansluiting zoekt (en vindt) bij de halfbloeden waar hij eerder op neerkeek. Uiteindelijk zien we hem opgenomen in en deelnemend aan de 'Mohammedaanse' gemeenschap. Alleen Lida lijkt als Hollandse geïntegreerd te zijn in die gemeenschap.
Tot slot gaat het ook over het verloren gaan van een vaderland, van de plek waar je opgegroeid bent en aan gehecht bent. 'Het landschap dat zich bij de kromming van de weg voor mij uitstrekte, kende ik zelfs niet uit angstdromen. De zwartgeblakerde heuvelkammen waren spookachtig naakt. De truck reed omhoog langs de weg als tussen de ribben van een geweldig kadaver.' Zelfs het huis staat er niet meer. 'Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren.' Hoewel de novelle en zeker het einde me en triest gevoel geven, biedt de laatste zin nog hoop. Het zou ook goed kunnen komen tussen de ik-figuur en zijn geboorteland (maar dan moet er nog veel gebeuren).

donderdag 18 april 2013

In de mist van het Schimmenrijk van Willem Frederik Hermans

In de Mist van het Schimmenrijk vind ik een stuk toegankelijker dan Het Behouden Huis. Soms lijkt de oorlog meer het decor voor het verhaal over de relatie tussen Karel en Madelon, maar uiteindelijk gaat het toch echt over de oorlog. Net als in De Donkere Kamer van Damocles zie ik een student die een verzetsdaad heeft gepleegd, bij wil dragen aan het verzet, maar daar niet heel structureel of met een visie mee bezig is. In DKvD is het nog allesoverheersend, hier lijkt het meer een van die dingen te zijn die bij je leven horen. Karel schrijft zelf in zijn dagboek: ‘Het is een beetje dilettantisch ... Toch is het opwindend genoeg om mij in beweging te houden en me te behoeden voor een slecht geweten.’
Ik vind het minder wrang dan Het Behouden Huis maar er is cynisme genoeg, bijvoorbeeld: ‘Alle goede vaderlanders begonnen te schreeuwen: Houdt de dief! ...’ als vriend Douwe vlucht voor de Duitsers na zijn verzetsdaad en een fiets steelt om weg te kunnen komen.

Korte inkijkjes, schetsjes van hoe mensen de oorlog meemaken (Vader van Madelon geïnterneerd door de Japanners, Olaf die zijn ouders en broertje is verloren aan het transport naar Polen, Rudie (eigenlijk een heel aardige jongen) die fan van Hitler was maar toch uit de fabriek in Duitsland is gevlucht.

Douwe praatte over het elimineren van mensen die niet deugden voor de heilstaat. 'Als je vroeg waarom dat nodig was, als je zei: Alle revoluties hebben iedereen die zogenaamd niet deugde tegen het muurtje gezet en wat is de wereld ermee opgeschoten?'

'Zal ik na de oorlog het doen van verboden dingen kunnen staken? Waarvoor werken? Ik zal altijd zonder kaartje in de trein zitten (wat is daarvan het risico vergeleken met dat wat nu een jood met een vals persoonsbewijs loopt?)...'

Zou wat Madelon aan het einde tegen Karel zegt, een nuancering voor het cynisme zijn? 'Och Karel, eigenlijk ben je zo goed, soms wil je alleen het slechtste, het allerslechtste in de mensen zien, maar je meent het niet. ...'

Er zit een kleine maar opvallende rol voor de waarzegster in.

En dan is er nog het verhaaltje over de gier dat Karel vertelt aan twee jongens op een onderduikadres. Ilonka, lievelingsgier, die doet denken aan de reclame van een levensverzekeringsmaatschappij (waar Karel niet verzekerd is). Ilonka voedt zich met Karels hersenen, en pikt ten slotte zijn ogen uit. Toch heeft hij de gier innig lief. 'Ik ben tevreden met mijn lot.'