zondag 3 september 2017

Zestien

Ik denk dat de jongens hooguit zestien zijn. Dat denk ik waarschijnlijk fout want ze hadden het over collegegeld. Even maar trouwens, verder hebben ze het vooral over voetbal: idioot hoge transferbedragen, de opstelling van het Nederlands elftal, dat soort dingen. We denderen het station binnen en de machinist bekent dat we tien minuten te laat zijn. “Potverdomme, m’n vrouw is zwanger,” roept één van de jongens. Hij kijkt er guitig bij (en lijkt zo echt niet ouder dan zestien). Z’n vrienden lachen. Ik kan niet te lang aan die guitige blik blijven hangen en kijk langs hem heen naar buiten waar de wachtende mensen op het perron eerst snel voorbij schieten, maar steeds langzamer –als in een filmshot dat dramatisch vertraagt- in beeld verschijnen. Tussen hen een meisje dat ook wel ouder dan zestien zal zijn, haar betraande ogen kijken bang de trein in. Ik draai mijn hoofd de trein weer in. Dat gaat onvermijdelijk langs de zoëven nog guitige blik. Die blik weerspiegelt nu de angst van zijn vriendinnetje op het perron. Ze zal toch niet?

woensdag 7 juni 2017

Prins Wipneus en zijn vriendje van B. van Wijckmade

Dit is het eerste deeltje van de serie. Wat mij opvalt is, dat Wipneus en Pim een groot deel van het avontuur gescheiden doorbrengen. Ze zijn wel dikke vriendjes en trekken er samen op uit, maar als het avontuur begint raken ze al gauw gescheiden.

Wipneus is eigenlijk weinig held in dit verhaal. Hij wil in het begin al niet naar de andere boot varen (wat overigens verstandig was geweest). Waar Pim heftig tegenstribbelt, laat Wipneus zich gewoon gevangen nemen. Wipneus wordt pas een beetje opstandig als hij al heel hard heeft gewerkt voor de tovenaar en het dan nog niet goed genoeg is. Dan wordt hij gered door Fleuretta de elfenkoningin, daar hoeft hij zelf weinig heldhaftigs voor te doen.
Pim ontsnapt zelf. Hij moet vervolgens wel gered worden van zee door de Watermannetjes, maar toch. En vervolgens redt hij de Watermannetjes van de draak. Pim is een echte held, hoewel hij later zich ook weer laat betoveren samen met de Watermannetjes en ze gered moeten worden door de Bloemenelfjes.

Het doden van de draak gaat met een hoop geweld en bloed. Ook eerder heeft Pim al gedroomd dat hij de tovenaar hard staat te slaan terwijl deze al vastgebonden is. De kinderziel hoeft blijkbaar niet gespaard te worden van geweld.

Er komen weinig vrouwen of meisjes in de verhalen voor, zo zijn er alleen maar kabouterjongens en geen kaboutermeisjes. Ik roep altijd dat ik niet zoveel met feminisme heb, maar ik vind het toch leuk dat de echte helden van dit verhaal meisjes zijn.
De koningin krijgt daarvoor overigens drie keer een hand. Zouden dat oorspronkelijk zoenen geweest zijn? Zoenen die 'eruit gecorrigeerd' zijn?

Wat er pas veel later uit gecorrigeerd is, zijn de wat incorrecte teksten over negers, bijvoorbeeld:  "... net een neger; Brrr... om er kippevel van te krijgen."

Pim scoort in dit verhaal hun eerste bijzondere vervoersmiddel: De zilveren vis (genaamd Pim), een bootje met een afdak, dat heel snel kan varen. Volgens mij komt die later nog terug.

Verder opmerkelijk: Pim wordt mager genoemd in dit verhaal. Ik dacht dat hij in andere verhaaltjes neergezet werd als een beetje een dikkerd, in ieder geval als een kaboutertje dat veel van eten houdt.


Het verhaal: Wipneus en Pim zijn voor de lol aan het varen op de Sprookjeszee. Ze zien lichtjes, varen eropaf en worden gevangen genomen door een tovenaar. Pim ontsnapt, maar verdwaalt op zee. Hij wordt gered door de Watermannetjes, die hij dan vervolgens weer redt van een draak. Samen gaan ze op pad om Wipneus te redden. De tong van de dode draak gaat ze daarbij helpen, want die kan mensen verlammen.
Wipneus is intussen al gered door de koningin van de bloemenelfjes. Zij gaat Pim zoeken en ziet dat de reddingspoging van de Watermannetjes en Pim mislukt; de tovenaar verandert ze in kikkers. Ze gaat versterking halen. Samen met Wipneus en haar Bloemenelfjes vangt ze de tovenaar en zijn matrozen (met brandnetels), en onttovert de Watermannetjes. 

Voor een behoorlijk compleet verhaal over Wipneus en Pim, zie inzichten.nl

zondag 23 april 2017

Franklin van Thomas Lieske

Ik heb twee keer geprobeerd om het me te laten bekoren. Echt gelukt is dat niet. Ik snap de meeste personen niet, en ook de veelheid aan uitgediepte personen vind ik storend. Ik houd niet van mystiek en dat zit er wel in, te veel om te negeren.

Wat me wel enigszins aansprak zijn de verhalen die Franklin verzint en vertelt. Bijvoorbeeld het opstel dat hij voorleest in de klas. Het heet ascencion en is duidelijk geïnspireerd op het verhaal over de wederopstanding en hemelvaart van jezus, maar speelt in het hier en nu met namen (al dan niet aangepast) van mensen om hem heen. In de verhalen lijken mystieke gebeurtenissen voor te komen, maar daar volgt later een verklaring voor. Zijn 'jezus' blijkt gewoon nog op de berg een eindje verderop te staan. Wat de hoogte in zweeft, is alleen zijn jas.

Het boek heeft de Libris Literatuur Prijs 2001 gekregen. Ik moet nog veel leren.

Het boek lijkt eerst over Niel te gaan. Het begint met Niel die als baby op een locomotief  'is' samen met een varken. De trein rijdt door wat later de nikkelmijnen in Rusland blijken te zijn. Niel groeit min of meer overklaarbaaar op en lijkt te leven op de trein.
Dan verschuift de aandacht naar Charles, die op 18-jarige leeftijd is weggelopen van huis uit Den Haag, zich later heeft aangemeld bij de SS en vervolgens deserteert. Hij komt in de nikkelmijn terecht met de Duitse Walter die zijn vriend wordt. Ze willen ontsnappen en doen dat samen met Niel. Walter raakt gewond tijdens de ontsnapping en Niel slaat hem dood.
Uiteindelijk komen Charles en Niel bij Charles' ouders aan. Ze gaan daar wonen, echt welkom zijn ze niet, vooral Niel niet, maar Charles trekt zich daar weinig van aan. Er is ook nog een zusje. Er ontstaat een spanning tussen het zusje Christine en Niel; aantrekking en afstoting.
Christine trouwt met iemand anders en uit dat huwelijk wordt Franklin geboren. Hij is niet echt gewenst en zijn moeder slaat hem. Op jonge leeftijd wordt hij naar een internaat gestuurd. En dan gaat het verhaal verder.

vrijdag 7 april 2017

De kijkende man

Hij is verrast, blij verrast. Even sluit hij zijn ogen, zijn stok helpt hem zijn evenwicht te bewaren. Dan kijkt hij weer, ziet de schoonheid en de kracht. Hij weet hoe het voelt. Twee lijven die samen iets nieuws maken. Hij zit erin. De muziek stuurt zijn bewegingen.
Kun je harmonie en passie tegelijk voelen? Hij weet zeker van wel, want dat is wat hij voelde en voelt: dat hun hartstochten samengingen, precies bij elkaar pasten. Ook buiten de studio. En niet alleen als hij haar rok omhoog schoof op het moment dat zij zijn billen greep. Ook als hij aardappelpuree maakte en zij aan de pepermolen draaide. Dat laatste was wel het moeilijkste vol te houden geweest. Het kwam steeds vaker voor dat ze niet meer samen aten. Zij was er nog niet, hij begon alvast. En als ze wel tegelijk thuis aten, aten ze eigenlijk ook niet samen. De pepermolen was leeg en niemand vulde hem bij.

In bed – al lang niet meer op de keukentafel – ging het nog lang goed, heerlijk goed. Op de vloer, met de muziek nog veel langer. Dat had misschien wel door kunnen duren. Beweging, sierlijke kracht die doorliep van de een in de ander. Harmonieus, en nog steeds vol passie voor hun creatie van dat moment, steeds opnieuw. Totdat er andere dingen op hun pad kwamen. Zo ging dat. Het was goed geweest.

Heeft hij dat echt allemaal beleefd in die halve minuut dat hij naar de ansichtkaart met de dansers stond te kijken? Ze weet het niet, maar hij heeft staan kijken, naar haar gelachen en zijn duim opgestoken voordat hij voorzichtig een paar passen achteruit zette en doorliep.

maandag 2 mei 2016

Geachte heer M. van Herman Koch

Niet helemaal mijn boek dit. Ik denk dat Koch ook niet zozeer mijn schrijver is. Ik heb het boek wel uitgelezen. Het verhaal is best spannend en het leest ook lekker weg dus dat is het niet. Ik heb me ook wel vermaakt, maar het is voor mij gewoon geen topboek.

Misschien omdat alles zo dik aangezet wordt:
- leraren zijn vreselijk en sneu, allemaal
- de schrijver waar het over gaat is middelmatig en ver voorbij zijn hoogtepunt
- allerlei punten over schrijver zijn en het schrijverswereldje

Het wordt allemaal uitentreuren herhaald en heel expliciet benoemd. Ik denk dat ik het gewoon leuker vind om het te ontdekken. Ik vind het bevredigender om ergens tijdens het lezen me te realiseren: 'hee, dit is waar het eigenlijk (ook) over gaat.'

Er zitten ook wel wat platgetreden paden in. Dat een film bij een boek conflicteert met de voorstelling die een lezer maakt, is niet een heel verrassend inzicht. Hoort misschien bij het schetsen van de wereld van de schrijver, maar ik heb het liever subtieler.

Dat het verhaal vanuit verschillende perspectieven verteld wordt, vind ik wel leuk. Wat zijn de verschillen? Wat is beleving? Wat is speculatie? Wat is 'feitelijk'?
Zoals ik al schreef, heeft het ook iets spannends, iets whodunnit-achtigs. Ik wil graag weten wat er nou precies gebeurd is met die leraar. Wie heeft wat gedaan en wie weet wat? Ook zit er iets dreigends in vanuit Herman richting de schrijver en/of zijn vrouw en dochtertje. Dat maakt het onderhoudend, dat je toch door wil lezen.

Waar ik enerzijds niet zo van houd is als de schrijver zijn eigen excuus voor iets wat hij doet/wat gebeurt aanvoert. In dit geval:
"In een roman was dit onmogelijk geweest. ... In een roman zou dit ronduit ongeloofwaardig zijn. Te veel toeval. Toeval ondermijnt de geloofwaardigheid van een verhaal." Ja duh, als dit je excuus is om iets heel toevalligs op te voeren, lekker makkelijk.
Anderzijds vind ik het zeker een interessant thema: hoeveel toeval kun je in een roman hebben? Er moeten toevalligheden en bijzonderheden in zitten, anders hoef je er geen boek over te schrijven, of wordt het ten minste erg lastig om het interessant te maken voor lezers zoals ik (ik kan bijvoorbeeld erg weinig met 'Het Bureau' niet heel literair verantwoord van me, maar het is zo.). Maar als er te veel in zit, haak ik af. Waar ligt die grens? Kun je dat beïnvloeden? Hij komt er nog een paar keer op terug in het boek, en dat vind ik dus boeiend.
Hij doet dat ook met het feit dat twee personages (de schrijver en het vriendje) dezelfde voornaam hebben. Dat vond ik wel een grappig feitje. Gebeurt in het echte leven natuurlijk best vaak en zie je inderdaad niet zo vaak in een roman. Interessant is dat de auteur zijn eigen voornaam hiervoor gebruikt: Herman

Verder worden dingen niet afgemaakt
In het begin schrijft Herman: "Ja, het gaat beter met me. Toen ik vanochtend naar u keek, terwijl u haar met haar bagage de taxi in hielp, kon ik zowaar een glimlach niet onderdrukken." Nergens in het boek heb ik gelezen in wat voor zin het slecht met Herman is gegaan. Ik kan me er wel wat bij voorstellen, dat het niet goed met je gaat als je beschuldigd wordt van het laten verdwijnen van je leraar, als ook je vriendinnetje aan je twijfelt. Maar dat had ik me ook wel kunnen voorstellen zonder dat zinnetje.

Of bijvoorbeeld Stella. Mij wordt niet duidelijk waarom het een punt is dat ze in het perspectief van Herman wel wordt opgevoerd en in het perspectief van de schrijver niet. Misschien heb ik het gemist hoor. Misschien is dit zoiets wat juist heel subtiel is (wat een boek voor mij interessant maakt), maar dat ik niet scherp genoeg ben om het te ontdekken.

Zoiets heb ik ook met de zwarte-doos-passages. Ik kan er net niets mee.

Wat ik prikkelend (irritant en interessant: irrisant) vind, is dat Herman een plan heeft met de schrijver, maar dat het geen vastomlijnd plan is. Dat maakt het dreigend, zwakt de dreiging meteen weer af, of toch niet (want impulsief kunnen er rare dingen gebeuren). Dat zet ook weer aan het denken over wat hij destijds wel en niet heeft gedaan met die leraar.

Klein punt maar wel stom: de kever op de omslag is rood, terwijl de enige kever die in het boek voorkomt creme-kleurig is. Kan een knipoog naar het boek-en-film-punt zijn, maar slaat dan de plank mis, omdat dit niets met verbeelding te maken heeft.



Het verhaaltje:
Een schrijver (Herman M.) heeft een boek geschreven naar aanleiding van de verdwijning van een leraar (Landzaat) en de omstandigheden waarin dat gebeurde: hij was bij zijn ex-vriendinnetje (Laura) en haar nieuwe vriendje (Herman) (leerlingen van hem) langs gegaan en is daar verdwenen. Het boek was destijds een bestseller.
Jaren later blijkt de schrijver zonder dat hij het weet boven het bewuste vriendje te zijn gaan wonen. Het vriendje vertelt in het boek een deel van zijn versie van het verhaal, en volgt de schrijver en zijn vrouw met meer dan gemiddelde belangstelling.

zondag 10 april 2016

Boven is het stil van Gerbrand Bakker

Heerlijk verstild boek. Ik weet niet of ik medelijden moet krijgen met de hoofdpersoon. Over (familie)relaties, ongelijkheid, keuzes maken of wat er gebeurt als je ze niet maakt, als je je alles laat overkomen.


"'En toen hij doodging, moest je wel.'
'Ja, toen moest ik.'
'Die knecht was toen toch al weg?'
'Ja. Al een halfjaar.'
'En?'
'Wat?'
'Hoe is het bevallen?'
Godverdomme, Alsof ze aan me vraagt hoe mijn leven is geweest. Alsof ik rekenschap heb af te leggen van een leven dat zij samen met Henk zou hebben gehad. ..."


Helmer is boer en lijkt enerzijds van de natuur en zijn dieren te houden, anderzijds is hij er vrij onverschillig over. Het is een soort gegeven. Alles wordt droog beschreven, zelfs als het af en toe naar het erotische neigt, en zelfs de scene waarin Helmer bijna verdrinkt (net als zijn broer).

donderdag 31 maart 2016

Underdog van Elfie Tromp

Ik ben de laatste tijd weer wat meer aan het lezen en ik heb een paar juweeltjes gelezen. Toch is het lang geleden dat ik een boek zo snel heb uitgelezen als 'Underdog' van Elfie Tromp. (dit blogje is eigenlijk niet af, maar ik ben al weer door aan het lezen.)
Het gaat over twee werelden (gamen, en hondenfokkers en -shows) die ik allebei niet ken, maar nergens heb ik het gevoel dat ik het helemaal niet meer snap.
De taal is down-to-earth, maar zeker niet afstandelijk of saai. Het boek wemelt van de zinnen die ik zou willen citeren. Een heel enkele keer druipt het citaatwaardige er iets te veel vanaf voor mij, maar voor het overgrote deel, is het gewoon heerlijk.

De hele familie houdt dingen voor elkaar achter, is daar strategisch mee bezig. Maar ze lijken ook allemaal min of meer van goede wil, willen aardig tegen elkaar zijn.

Het verhaal bevat een aantal typische personages.
Rein
Rein is de gamer van de familie. Hij heeft een 'stoornis'. Welke wordt niet benoemd, maar er komen flink wat kenmerken naar boven die voor zover ik weet bij autisme (of iets wat daar op lijkt) horen.

Niet per se mooie quotes, maar dit is hoe Rein wordt neergezet:
"Het peertje van aan het plafond is al weken stuk. Rein heeft geen zin om het te vervangen. Dan moet de trapleer naast de koelkast pakken, die naar zijn kamer slepen, uitklappen en beklimmen. Dat zijn vier handelingen te veel voor hem. Bovendien is licht schijnveiligheid. Sinds het kampuvuur maakt de mens de denkfout dat het veiliger is als hij alles kan zien, maar licht maakt juist kwetsbaar."

"Geen groet erbij, geen smiley of slijmerig compliment. Gewoon feiten. Dat vond Rein fijn."

Adelien
De zus van Rein. Heeft business administration gestudeerd, is ambitieus en wil graag kinderen. Omdat haar man Freek in dat laatste niet zo geïnteresseerd is, is ze stiekum met vruchtbaarheidsbehandelingen bezig.
Ze wil graag de kennel uitbouwen, een nieuwe richting inslaan. Ze zit daar een stuk zakelijker in dan haar moeder, hoewel haar vader haar te optimistisch vindt.
Ze wil graag een goede relatie met Rein, maar denkt daarin vooral vanuit haarzelf, en gebruikt Rein misschien net iets te vaak voor haar eigen doelen om de goede wil goed tot zijn recht te laten komen.

Vera
De moeder van het gezin.

Diederik
"Vader Diet - Diederik voor vreemden - zit aan het hoofd"

Geeft zijn dochter zakelijk advies, mn mbt netwerken.

Ook Diet en ook over Rein:
"Hij schudt de irritatie van zich af. Het is een mooie avond. We zijn bij elkaar, we hebben te eten, prent Diet zich in. Rijkdom. Hij heft zijn glas.
'Op de winnaars.'
Voorzichtig tikken Adelien en Vera aan. Rein eet door. Hij houdt niet van zalm, maar nog minder van loze gebaren."

Een van de assistenten van Bonilla heet Dieter. Dat lijkt veel op Diet

Karin
Leider van het gameteam. Terminaal ziek. Rein en Karin hebben een speciale band, lijken verliefd (te worden)
Woont in Zaandam.

Freek
Derde generatie familiebedrijf: tennisballenfabriek
vliegert fanatiek (om bij Adelien weg te zijn?)

Bonilla
Heeft hij nou ook een bordeel? (zie p. 36)
Is enerzijds goed voor zijn personeel en honden, maar anderzijds voelt hij zich superieur ("Nooit gedacht dat hij zich zo aan een Aboriginal zou hechten." en doodt hij niet alleen nutteloze dieren, hij martelt ze ook.

Veel kleine verhaallijntjes, grapjes. Die niet afleiden.
Reins huisgenote blijkt Amy te heten. Hij denk dat ze Emmely heet, of Emma. Iets met een e. Ik schiet ervan in de lach en het is tegelijkertijd illustrerend voor Reins (gebrek aan) interesse in de mensen om hem heen.
De pottenbakker
De dierenarts

"'Australië!' jubelt Adelien. 'Precies wanneer wij er zijn. Ik bedoel: beter wordt het niet. We kunnen Marquis daar wereldkampioen maken. Wereldkampioen!' ...
'Het is meant to be', zegt Vera.
'Of niet', zegt Rein. 'Misschien wint Marquis niets en is Gilly onvruchtbaar.' ...
'Tja', zegt Vera. 'Risico is deel van het vak.'
'Bedankt voor je enthousiasme', zegt Adelien.


Dit schijnt een kruising tussen een shih tzu en een mopshondje te zijn. De 'huishondjes' van de familie. "Langharige varkentjes met platte neuzen en korte lijfjes."

Een stafford

Saluki, een Perzische windhond