zaterdag 10 januari 2015

De regels van het huis van Hermine de Graaf

Fijn boek om te lezen. Het is soms wel wat moeilijk om hoogte te krijgen van de leeftijd van het meisje. Sommige uitspraken en acties zijn vrij volwassen, andere weer heel kinderlijk.
De clown en de koorddanser spelen een opmerkelijke rol. Het milieu waarin Daphne opgroeit wordt flink te kijk gezet.


Daphne is bij vlagen opstandig, en op andere momenten probeert ze juist zo goed mogelijk aan de wensen van haar ouders te voldoen. Ze wil graag weten wat er met haar zusje is gebeurd, maar daar wordt niet over gepraat. Ze voelt zich schuldig, over de dood van haar zusje? over een zwemwedstrijd die ze heeft gewonnen dankzij onoplettendheid van de jury?
Toch wordt het, voor mijn gevoel, allemaal redelijk makkelijk 'opgelost'. Barbara de clown blijkt een oud-klasgenootje van haar zus en vertelt het verhaal. Daphne doet mee aan een nieuwe zwemwedstrijd en wint die. Alleen van de relatie met haar ouders blijft het vaag hoe die zich ontwikkelt.


zondag 4 januari 2015

Blue Curacao van Thomas Ross

Een detective is niet aan mij besteed. Deze in ieder geval nit. Te veel 'grappige' verwijzingen naar slechte televisieseries van de zelfkritische hoofdpersoon. Na de tweede vond ik het al echt slecht en er volgen er nog veel daarna. Te stereotype, te 'geknoopt'.

woensdag 3 december 2014

Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart

Lekker lezen. Mooi over natuur en muziek.



De liefde voor zijn moeder gaat ver. Toch net niet ver genoeg om af te haken.
"Ik kijk naar mijn moeder. Ik wil haar omhelzen maar ik durf niet, ik wil haar kussen zoals mijn vader haar kust, kort en snel en achteloos." [Als hij vader en moeder speelt met zijn moeder.]
Of als de ouderlingen aan haar ziekbed allerlei dreigementen uiten; zijn woede is begrijpelijk. Het molesteren van de ouderlingen gaat (te) ver, maar dat vind hij zelf ook. " 'Ik verzuip je,' hoor ik iemand gillen. Ben ik dat zelf?" ... "Ik wacht op de rijkspolitie. Ik kan mij niet voorstellen dat er geen politie zal komen."

Geloof
"Want dat vooral was het resultaat van die kerkgang: plotseling begon ik nog sterker te twijfelen aan het Evangelie dan ik daarvoor al deed daar de blijde boodschap juist voor deze teleurstelling niets achter de hand bleek te hebben. Wat kon het voor nut hebben verlost te worden door Christus en na je dood naar de hemel te gaan als zij toch alleen maar bang voor je was en voor je wegvluchtte. ... Het was een primitieve, vreemde, beangstigende gedachte maar toch zo reëel dat ik haar wilde vergeten om het geloof te behouden."
" ... en tenslotte fietste ik in de duisternis terug. Terwijl die gelijkmatige beweging mij toch weer enigszins rustig maakte, wist ik dat er iets onherstelbaars gebeurd was, ik had krampachtig geprobeerd het geloof te behouden en het bezoek aan die kerk was bedoeld als bezegeling daarvan en nu zou mij niets meer resten dan krampachtig proberen het geloof te verliezen."

Er staat: 'proberen het geloof te verliezen'. Het geloof speelt ook in de rest van zijn leven een belangrijke rol.

"Hier had ik ook bloedend kunnen liggen, denk ik. Hij heeft wel toegelaten dat mijn voet wankelde, maar nu doet Hij me dan toch nederliggen in grazige weiden. Ik ben wel verbazingwekkend dicht bij het dal van de diepe schaduwe des doods geweest maar Hij heeft één ogenblik van medelijden gekend, Hij die mijn moedr niet tot zich nam als Henoch."
"Ik denk weer aan psalm 23 die ik pas vandaag voor de eerste maal heb begrepen. ... de psalmdichter ... Hij heeft ingezien dat deze vredige, zuivere avondschemering verzoent met de dood. Hij heeft ingezien dat doodgaan zuivert, dat sterven reinigt. Daarbij past ook niet de gedachte aan opstanding uit de dood, dat zou oneerlijk, onwaardig zijn. Hij maakt geen toespeling op die opstanding in zijn Mattheuspassion."

Naast geloof is er veel bijgeloof en daarmee samenhangende dwanggedachten. Alles min of meer rond Martha, zijn onbereikbare jeugdliefde.

Druiven roepen positieve herinneringen aan zijn jeugd op. Hij gaat weer druiven kweken in de kassen waarin zijn vader vroeger druiven kweekte, die op een gegeven moment vervangen werden door tomaten. Later eet hij -ongevraagd- druiven bij Ernst.

Kweker
"Van jongsaf heb ik de bedrijven van mijn vader en mijn ooms veracht. Ik wilde geen tuinder worden, ik wilde beroemd worden ..." Toch wordt Maarten kweker, en hij wordt daarmee beroemd als celbioloog.
En passent gaat het ook nog even over klonen, en de naïeve wetenschapper die denkt dat door zijn uitvinding de wereld beter wordt.

zaterdag 30 augustus 2014

De hond in het lege huis van Anton Koolhaas

Mooi! Droevig, herkenbaar en lief.
Jacqueline en Paul ("het paar") vormen een mooie twee-eenheid. Niet overdreven, maar vertrouwd, herkenbaar. De schrijfstijl is helder, en op een bepaalde manier dichtbij. Net vaak/sporadisch genoeg stelt de schrijver vragen die je zelf ook zou stellen. Maar het gaat gelukkig niet zo ver dat er een onderonsje tussen schrijver en lezer wordt gecreeerd. Of hij geeft je heel even het begin van het idee dat hij vanuit de hond schrijft en dat je dus gedachten van de hond leest en dat houdt dan precies op tijd weer op. Niet onrealistisch dus, maar 'gewoon' wat je zelf ook zou kunnen denken dat een hond denkt. Hetzelfde gebeurt ook wel eens met de verteller en Paul.
De loop van het verhaal is niet verrassend, maar dat hoeft ook niet.
Ook herkenbaar is de tweestrijd in Paul tussen hoop en realisme.


Verhaal: Jacqueline en Paul zijn op hun vaste vakantie-eiland. Jacqueline verdrinkt/komt niet terug van het zwemmen. Paul weet meteen dat ze nooit meer terug zal komen en blijft tegelijkertijd hoop houden, tot hij zeker weet dat ze niet terugkomt. Dan wil hij zelf ook verdrinken, maar dat mislukt.
'De hond in het lege huis' slaat op dat Paul denkt dat hij de vakantiehond heeft opgesloten in het vakantiehuis. Hij gaat terug om hem te bevrijden (en zich te verdrinken), maar de hond is niet in het huis. 

Het vreemde hotel waar niemand lijkt te mogen blijven slapen heeft iets onrealistisch. Maar het is nodig om Jacqueline een laatste rustplaats te kunnen geven, en dat is voldoende verklaring.
"Toch kon niemand zeggen, dat het hotel er luguber uitzag. Het was groot en helder en leeg. Men kon er inderdaad logeren in door licht en ziltheid uitgebeten, zeer heldere kamertjes en ijzeren ledikanten met onbeslapen lakens, waartussen men wel hel fijn zout moest vermoeden."

Het verhaal is niet alleen droevig trouwens: "Alle kleuren van zee-anemonen meldden zich stuik voor stuk en zelfs de grote krabben, die soms plotseling over een rots draafden, hadden iets joligs. Ze hadden dan ook poten geoneg om mee te zwaaien en als e bij vergissing eens hun houvast verloren en een rotsje lager tuimelden, dan kón dat, wat hun betrof."

"Dan komt ze terug en groeit uit het water, het strand op en is mooi"
Dit is het mooiste stukje van het citaat, maar het vervolg is veelzeggend:
"... en wie weet geheimzinnig om wat ze zo ver in het water dat ze er bijna aan toebehoorde, gedacht zal hebben en overpeinsd. Er is zo veel water om zo'n zwemmer heen, dat er toch allicht een gedachte zal bestaan van een toebehoren aan de zee. Of niet?"

"Een ontzettend klein stipje kan een interessant schip worden, maar het neemt er zijn voor."

"Paul wilde in ieder geval eerst nog in het huis kijken, maar er was niets. Het effect van alles, dat op zijn plaats ligt en onberoerd, kan erger zijn dan van een aardbeving."

En dan is er nog het ravijn, onpeilbaar diep en waar altijd kou als een soort voorbode van de dood uit omhoog komt.
En de zeeman en zijn vriendin met het niet-lopende café 'Caprice'. De enige mensen met wie Paul contact heeft, maar ook niet echt.

donderdag 21 augustus 2014

Hij bestaat uit Op de rug gezien van Margriet de Moor

Licht mysterieus verhaal over een zoektocht naar een dinosauriër.

Variations pathétiques uit Op de rug gezien van Margriet de Moor

Mooi verhaal met onderhuidse spanning over een uit de stad gevluchte pianolerares die via een leerling met zijn vader communiceert.

donderdag 7 augustus 2014

Het jaar van de Kreeft van Hugo Claus

Geen vrolijk boek over een moeizame relatie, mensen die niet gelukkig mogen zijn van zichzelf, het ongeluk zoeken. Mensen die zelf ook niet weten waarom ze zo doen.


Uiteindelijk blijkt er nog een groter ongeluk te zijn dan Toni zelf opzoekt. Of het moet zijn dat ze met haar ongezonde levensstijl (veel drank, sigaretten en drugs) deze ziekte heeft opgezocht maar dat lees ik er niet echt in. De kreeft (sterrenbeeld) als iemand die in het verleden leeft, en de kanker die een einde aan het leven maakt. Een echte toekomst had ze toch al niet.
In de jaren zeventig was kanker natuurlijk nog veel onbekender. Was het voor de grote angst? Het eufemisme 'Ka' bestond duidelijk al.
Maar eigenlijk speelt kanker niet eens zo'n heel prominente rol. Toni noemt één of twee keer dat ze er bang voor is. Pierre scheldt haar een keer uit met 'krijg de kanker' en dan is haar antwoord: 'heb ik al.' (maar dat weet ze dan nog niet)

De tegenstelling tussen arm en rijk, hippies en burgers. Pierre is rijk, en meer een burger dan een hippie. Hij doet even aardig mee met Toni, maar voelt zich niet echt op zijn gemak in haar vriendengroep. Uiteindelijk realiseert hij zich ook dat hij haar buiten zijn eigen vriendengroep heeft gehouden.
Toch is het Pierre die Toni van een seksuele blokkade of in ieder geval onvermogen om klaar te komen afhelpt. Toch verwacht Toni iedere keer een beloning van Pierre als ze met hem naar bed is geweest.

Korte hoofdstukken. Je krijgt (daardoor?) geen vat op het verhaal, dat komt overeen met dat ze het zelf ook allemaal niet zo weten. Pierre is zicht bewust van zijn vreemde keuzes, maar is daar nog redelijk consequent in. Hij kiest voor haar ellende. Niettemin spreekt ook hij zichzelf tegen, al is het alleen maar in gedachte.
Toni is daar nog extremer in.

Het jaar van de kreeft' speelt zich af in de vroege jaren zeventig in Amsterdam en werd geschreven in de periode dat Hugo Claus daar woonde en een verhouding had met Kitty Courbois, op wie het boek gedeeltelijk is geïnspireerd.