zondag 4 juni 2023

Op het bankje

Zijn hoofd beschrijft een boog die hoort bij een hoek van negentig graden. In het decor doet een meeuw met gevoel voor drama of hij neerstort. Net keek ik nog tegen hun beider gezichten aan. Nu zit zijn achterhoofd, gekanteld dus, voor haar gezicht. Hij zoent haar, vermoed ik. Hoewel, haar handen liggen bewegingloos in haar schoot. Ze zit kaarsrecht en doodstil. Terwijl hij de diagonaal van zijn rug ook weer loodrecht boven de bank brengt, veegt hij zijn mond af. Toch gezoend dus. Zo gaat het drie of vier keer, tussendoor praten ze. Hij vooral, met grote gebaren. Dan staan ze op. Voor het eerst draaien ze zich naar elkaar toe, allebei een kwart. Ze wiebelt van haar hakken op haar tenen alsof haar rugzak haar uit onbalans brengt.

"Tot morgen," zegt ze. Dan draaien ze allebei om. Alsof ze ieder aan hun eigen zijde het podium verlaten. 

Ze worden vrijwel direct afgelost door een ouder paar. Zij legt haar hand in zijn schoot en na een korte eeuwigheid, legt ze zijn hand in de hare. 

vrijdag 11 februari 2022

De massagesalon van Thomas Heerma van Voss

Fijn kort verhaal. Het neemt me mee naar die kamer met het uitzicht op de massagesalon. Ik kan me het invullen van de korte levensbeschrijvingen van de bezoekers door de ik-persoon goed voorstellen. Het is ook nog eens een mooi en creativiteit vragend alternatief voor naar een scherm staren. Ik houd van zijn oog voor detail in de taal, dat hij nadenkt over de fouten / onregelmatigheden in de tekst van de prijslijst. En dan heeft hij ook nog oog voor het ondernemerschap van de eigenaar. Toch schiet er ook door mijn hoofd: is dit een rare jongeman? Wat vind ik dan raar? Dat het erop lijkt dat hij zijn leven beperkt tot het kijken naar die massagesalon en zijn schrijfsels over de bezoekers. Maar, denk ik dan, het is een kort verhaal, misschien is het een momentopname.

De taal is helder, niet opvallend. Hij geeft er wel mooie observaties mee weer, ook over andere dingen dan schrijven, maar ik kom toch uit bij een citaat over schrijven:

"Als ik naar buiten ga, zal ik zien wat er allemaal niet klopt, ik zal ontdekken hoeveel van mijn notities nergens op slaan, hoe vruchteloos mijn verzonnen verhalen zijn, maar zolang ik blijf liggen bepaal ik de waarheid."


Uit: De derde persoon

vrijdag 10 december 2021

The hill we climb van Aamanda Gorman en de vertaling van Zaïre Krieger

Het gedicht is mooi qua inhoud en vorm. Niet verrassend, wel robuust en fijn. Als ik het lees, hoor ik in mijn hoofd de voordracht van Gorman.
Ik houd van spelen met woorden en hun dubbele betekenissen. Het maakt het vertalen moeilijk. Voor sommige passages heeft Krieger schitterende vondsten, voor andere wat minder. Een mooie passage, in het Engels en in het Nederlands, vind ik die over over arms (wapens en armen) en harm en harmony. In de vertaling van Krieger:

Onze handen gebald als vuisten
Gaan open om een hand te reiken.
Om met niemand naar handgemeen te streven,
maar in gemeenschap samen te leven.

Een mooie vertaling van een mooi couplet. Geïnspireerd en geholpen door de mooie vondst: hand-handgemeen-gemeenschap zou ik er zelf nog net iets anders van maken. Maar ik heb me alleen over dit couplet gebogen, ben geen spokenwordartiest en geen vertaler. Ik mis wellicht vorm, subtiliteiten en aansluitingen. En ik ben ook nog eens wit. Omdat ik, zoals eerder gezegd, spelen met woorden leuk vind, zet ik mijn regels hier toch neer. Disclaimers genoeg, dacht ik zo.

We ontspannen onze gebalde handen
zodat we elkaar de hand kunnen reiken.
We streven niet naar handgemeen,
maar naar leven in gemeenschap met iedereen.

Over dat 'met iedereen' twijfel ik. Het wordt er een rijmpje van. Maar dat het met iedereen is, is wel belangrijk. Misschien maar naar samen leven in gemeenschap. Of vertrouwen op de kracht van 'in gemeenschap', daar hoort gewoon iedereen bij. En toch liever 'zoeken' dan 'streven'.

We ontspannen onze gebalde handen
om elkaar de hand te kunnen reiken.
We zoeken niet naar handgemeen,
maar naar leven in gemeenschap. 

Qua uitgave / typografie snap ik niets van hoe de regels soms zijn afgebroken. Soms staat er een enkel woorden verloren op een regel. Ik heb bij bovenstaand couplet dan ook gesmokkeld. Nou is het gedicht, en ook de vertaling, gemaakt om voor te dragen en niet om gelezen te worden, maar als je het dan toch drukt, zou ik dat anders doen.
Het geel van de kaft begrijp ik dan weer wel, het doet denken aan de mooie jas van Gorman tijdens haar voordracht bij de inauguratie van Biden en het rood van de letters aan haar haarband.


Al met al een mooi gedicht. Ik pak het boekje graag uit de kast.

Want er is altijd licht,
Als we maar de moed hebben het te zien,
Als we maar de moed hebben het te zijn.

donderdag 22 juli 2021

Een zwanger gebouw

 "Een reusachtige, lage, donkere schuur van een gebouw, zwanger van somberheid, met het elan en de speelsheid van een abattoir, ... "


Over het ontwerp van Matthew Digby Wyatt, Owen Jones, Charles Wild en Isambard Kingdom Brunel voor de wereldtentoonstelling in London. Het ontwerp heeft het niet gehaald. (Dat van Paxton wel, het Chrystal Palace.)

Ik vind het nogal wat: zwanger van somberheid. Ik vind het eigenlijk niets.


In: Een huis vol van Bill Bryson, oktober 2010
(pagina 8 in mijn 5e druk van de Nederlandse versie)


woensdag 21 juli 2021

De heilige schrijver

 "... wie hier niet kan schrijven hoeft het nergens te proberen. De heilige zelf is betrapt op dat geheimzinnigste van alle momenten, dat van de inspiratie. Hij houdt zijn pen in de lucht, het licht stroomt naar binnen, hij hoort hoe de woorden zich vormen en weet al bijna hoe hij ze op zal schrijven, een seconde later, als Carpaccio weg is, doopt hij zijn pen in de inkt van de inktvis en schrijft de zin die nu in alle bibliotheken van de wereld in een van zijn boeken bewaard is."


Uit: Venetië - De leeuw, de stad en het water van Cees Nooteboom (2018)
(pagina 31)

maandag 3 mei 2021

Een verzetje van Hester Albach

Fijn kort verhaal, dat je - ondanks dat het einde niet helemaal onverwacht is - laat nadenken over de dilemma's van oorlog en verzet én laat zien dat een deel van het gewone leven met alle mooie en minder mooie kanten gewoon doorging. Soms wat gekunstelde zinnen, maar ook zinnen die mooi het alledaagse neerzetten als decor waarin de dilemma's spelen:

'... Kalmeer nou, en neem een aardappel.'
Hij nam zelf een hap, en dacht onwillekeurig aan de pommes sautées die ze bij hun huwelijksdiner hadden gegeten.
'Toen we trouwden,' vervolgde hij met volle mond, 'wisten we dat er oorlog op komst was ...'

En ook nog een woordgrap 😉, ik heb het verhaal met plezier gelezen.


Uit: De vertellers - Een L&V-omnibus met nieuwe verhalen (1978 of 1979).

vrijdag 9 april 2021

Life imitates art van L.H. Wiener

In deze column beschrijft Wiener drie keer hoe hij zijn kat begraaft. Of het zal wel een poes zijn, aangezien het beestje 'Lolita' heet. Hij begraaft haar in eerste instantie op de plek die ze volgens hem zelf uitkiest als laatste rustplaats, in een lange bloembak. Als het verhaal van de dood van Lolita op zichzelf zou staan, is die bloembak best literair te verwerken. Maar het stond voor Wiener niet op zichzelf, of in ieder geval kreeg het overlijden en de uitvaart een plek in zijn boek In zee gaat niets verloren. Het boek vroeg om een echte uitvaart, op zee. Dus beschreef hij die. En vervolgens moest ze blijkbaar ook echt op die manier uitgevaren worden. 

Wiener gebruikt prachtig toepasselijke woorden en geeft een inkijkje in zijn schrijverschap. Of het een echt inkijkje is, weet je nooit helemaal zeker. Ik denk het wel, in ieder geval zo echt als Wiener het wil laten zijn. Hoe dan ook, het is een mooi verhaal in een bundel met meer mooie verhalen of columns. Lezen dus! Het boek waar hij naar verwijst staat inmiddels ook op mijn lijstje.

Uit: De zoete inval van L.H. Wiener (2020)

dinsdag 27 oktober 2020

Cobraplant

"... Een der merkwaardigste hiervan is de cobraplant, die de vorm en kleur heeft van een brilslang die opgericht op het punt staat zich op zijn prooi te werpen."

Als niet-ofioloog (slangenkenner - ik was toch aan het opzoeken) was ik verbaasd dat die plant dan niet brilplant heet. Alsof de redactie van Per Seconde Wijzer een handje heeft geholpen met het bedenken van de naam. Wikipedia bood uitkomst: een brilslang is een cobra. 


Aanleiding: Pagina 108 van Walt Disneys Wonderen der natuur uit 1957. Het boek heeft de schitterende ondertitel Een schatkamer van levensechte avonturen.

zaterdag 24 oktober 2020

Er drukt een draak aan mijn borst

Ik zoek op ‘er’. De zoekmachine van Onze Taal voegt er ‘add’ aan toe, niet altijd – dat weet ik omdat ik wel vaker zoek op dat kleine woordje – maar dit keer wel. Een in de schoot geworpen woordgrap. Geen hilarische, maar ik kijk hem niet in de bek, sterker nog: ik druk hem aan mijn borst.

Dat zit zo:
Ik woon in het pand waar ooit de bundel Snikken en Grimlachjes van Piet Paaltjens is gedrukt. En ondanks dat het donkere van de gedichten niet zo goed bij mij past, ben ik fan. Al was het alleen maar om de term ‘grimlachjes’.

Eén van mijn favorieten is De zelfmoordenaar. Misschien wel dankzij de uitvoering van Dave van The Kik. Hoewel de vertolking door Willem ook diepe indruk heeft gemaakt. (Willem kennen jullie niet, maar het was nacht, er was veel bier, we waren met technische studenten en Willem kreeg ons stil met poëzie.)

De eerste regels van de tweede strofe luiden:
,,Ha!” dus riep hij verwoed,
,,'k Heb een adder gebroed
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!"

Al een paar keer heb ik mij afgevraagd waar hij toch op doelde met die adder, met die draak aan zijn borst. Opgezocht had ik het nog niet. Dat hoefde blijkbaar ook niet. Vandaag vond het antwoord mij. Want als je op (add)er zoekt op de site van Onze Taal, kom je bij de uitleg van de uitdrukking ‘Een adder aan zijn borst koesteren’:

“De zegswijze een adder aan zijn borst koesteren is ontleend aan fabel 97 van Aesopus, die gaat over een boer die een zieke slang vindt. Hij heeft medelijden met het dier en stopt het onder zijn kleding tegen zijn borst om het te verwarmen. Als de slang zich beter voelt, bijt hij de boer.”

Terug naar de zelfmoordenaar van Piet Paaltjens. 
Eindelijk, weet ik 
waarom hij zich hing aan een eikentak dik. 
Teleurgesteld door mensen voor wie hij goed was geweest. Verdrietig.

Ik laat me afleiden door het feit dat de fabels van Aesopus blijkbaar genummerd zijn, dat is nieuw voor me. En er zijn meer bonussen. In een spreekwoordenboek uit 1726 van ene Tuinman wordt in bij de uitleg nog een spreekwoord genoemd dat in het verlengde ligt (zijn duiding, niet de mijne): Queekt gy kinderen? queekt liever braadverkens: dan hebt gy alle zes weken geld.

En als kers op de taart staat in Stoetts spreekwoordenboek uit 1925 bij de uitleg van het koesteren van de draak aan de borst de woorden ‘snooden ondank’. Ik vind het prachtig, ik geniet. De draak stelt mij niet teleur. En dat allemaal dankzij ‘er’. O, en dat schrijf je meestal aan woorden als ‘aan’ en zo vast. Dat zocht ik eigenlijk.

zaterdag 10 oktober 2020

Het wilde dierenorkest van Dan Brown

Het wilde dierenorkest is een prentenboek met een app met bijpassende muziek. De tekst en de muziek zijn geschreven door Dan Brown. Susan Batori maakte de prenten en het Zachreb Festival Orchestra voerde de muziek uit.

Het is een boek met mooie prenten. De tekeningen zijn grappig, schattig en er is van alles te zien, maar niet zoveel dat je het overzicht kwijtraakt. Ik vind het fantastisch dat er mooie, passende muziek bij is gemaakt.

Het wilde dierenorkest

Het boek moet het niet hebben van de tekst. Ik weet niet of dat aan de schrijver of de vertalers ligt. De versjes doen ouderwets aan. Het is allemaal een beetje stijf. Jantje zag eens pruimen hangen maar dan zonder de charme bijna 250 jaar oud te zijn. 

Ook inhoudelijk is het niet altijd scherp. Sommige elementen lijken er echt bij gesleept. Waar komt ineens de vriendschap bij het gordeldier vandaan? En waarom zouden we de walvis verdriet doen? Ik kan me nog best iets voorstellen bij verdriet en de walvis; ik vind walvissengeluid melancholisch klinken. Maar het gedichtje in dit boek gaat erover dat de walvis groot en aardig is. Halverwege wordt betoogd dat zijn gezang swingt (die associatie heb ik niet en hoor ik ook niet terug in de muziek). Vervolgens wordt uitgelegd dat dat is hoe de walvis praat en ineens worden we vermaand hem geen verdriet te doen. Huh? Daar is helemaal geen aanleiding toe, dat waren we niet van plan!

Elke (dubbele) bladzijde in het boek is voor een ander dier. Elk dier krijgt zijn eigen rijmpje en zijn eigen prent. Het is leuk dat de gedichtjes zelfstandig leesbaar zijn, maar ik vind het jammer dat er alleen maar een impliciete link is met de muziek (en niet eens altijd een adequate). Er wordt in de tekst geen verbinding gemaakt tussen de dieren en nergens lees ik iets wat mij doet vermoeden dat de dieren samen in een orkest gaan spelen.

Gelukkig zíe ik dat wel: de dieren figureren bij elkaar en hebben dan hun instrument bij zich. Alleen de walvis heb ik nergens anders kunnen ontdekken dan op zijn eigen pagina. Misschien omdat hij zo groot is of omdat ik nog niet goed genoeg heb gezocht. Ik vind het grappig om de dieren bij elkaar over de pagina te zien lopen. Ook in de tekeningen wordt trouwens lang niet altijd verbinding gemaakt, maar ze komen in ieder geval bij elkaar langs.

De muziek vind ik heerlijk en passend. Het klinkt klassiek en niet oubollig. Super om kinderen zo naar muziek te laten luisteren. Kun je zelf ook genieten.

Mijn favoriet is Het jagende jachtluipaard. Alle drie de elementen zijn goed bij het jachtluipaard. Dit gedicht is losser en ook al zit er een verrassend element in, dat element past wel en hoeft ook niet ingeleid te woorden (voor wie dit te geheimzinnig vind: het jachtluipaard rust uit in een apenbroodboom). Om de illustratie moest ik echt hardop lachen en de muziek is spannend en past supergoed.

Het jachtluipaard
Screenshot uit de app, tekening van Susan Batori

Al met al is Het wilde dierenorkest echt een goed boek. Een goed prentenboek met goede muziek erbij en als bonus zijn er ook nog raadsels verstopt in het boek, echt Dan Brown dus. Ik sla gewoon de meeste tekstjes over als ik het ga herlezen. Wie weet inspireert het boek nog tot het zelf verzinnen van soepele verhaaltjes of rijmpjes. Laat de creativiteit maar stromen.

vrijdag 2 oktober 2020

Reptielen - sleutelreeks

Gekregen van de buurman. 
Schitterend toch? Vooral de kleuren roepen herinneringen op.
 





vrijdag 14 augustus 2020

Hondehart van Michail Boelgakov

Vermakelijk verhaal met stof tot nadenken en een klein (gekleurd) inkijkje in de Russische maatschappij (begin jaren twintig van de twintigste eeuw). Soms ingewikkeld door het Russische (?) gebruik van verschillende namen voor één persoon, maar het leest verder makkelijk weg.



zondag 28 juni 2020

Het tillenbeest van Jan Wolkers

Indrukwekkend verhaal, heftig. Mooie, sprekende taal:

"Boven het buffet verzet hun portret zich vergeefs tegen de inwerking van het zonlicht."

"Moet je hem niet aan de tillen nemen, vroeg mijn vader aan mijn moeder als er weer een baby schreeuwend van honger in de wieg lag. Ik heb het altijd in verband gebracht met optillen, dragen."

"... waarvan de wanden bedekt waren met gobelins. De Duitsers hadden er grote stukken uitgesneden. Waar eens een vluchtend hert of een wild zwijn gestaan had, steigerde een paard met ruiter voor een wak van kalk en baksteen."


Met echte Wolkersthema's als dood en woekerend verderf.


Een mooie verwijzing naar Piet Paaltjens:

"Die vriend was een bleke donkere jongen, aan wie het lezen van de poëzie van Piet Paaltjens niet was voorbijgegaan zonder sporen in zijn gelaatstrekken achter te laten."


[Spoilers ahead]
De ik-figuur gaat op bezoek bij zijn moeder. Hij durft bijna niet naar het tillenbeest dat daar staat te kijken. Hij heeft het aan het einde van de oorlog uit een kasteel dat net verlaten was door de Duitsers gehaald. Hij ging kijken of zijn zus die het met Duitsers deed daar misschien nog was. Hij ziet haar niet, maar wel twee sfinxen. Eentje neemt hij mee naar huis. Daar wordt het het tillenbeest genoemd. 
De volgende dag gaat hij met een vriendje terug voor de tweede sfinx. Omdat hij eerst zijn vriendje moet helpen tillen, gooit hij de sfinx in wat hij denkt dat een kuil is. Het blijkt een latrine te zijn en hij ziet het vergane gezicht van zijn zus.


maandag 8 juni 2020

Een Afrikaans verhaal van Roald Dahl

Een luguber verhaal zoals Dahl het zo goed kan schrijven. Geen bijzondere twist zoals wel vaak in andere verhalen van Dahl. Je ziet op een gegeven moment wat er waarschijnlijk gaat komen en dat maakt het spannend. Want zou  het echt? En hoe precies?

Het is een verhaal in een verhaal en ik snap de functie daarvan niet zo goed. Niet om afstand te nemen van het lugubere, want voordat we bij dit verhaal komen wordt al even de hals van een giraf doorgesneden met een vliegtuigvleugel. Per ongeluk, dat wel, maar de schrijver lijkt het niet nodig te vinden om afstand tot nare beelden te scheppen.

Heel kort gaat het over schrijven:
"Hij wist niets van de foefjes met woorden die schrijvers gebruiken, die ze moeten gebruiken ..."

Het verhaal komt uit de bundel 'Over en sluiten'

Het verhaal; spoilers ahead

Een jager (uit Kenia) meldt zich bij de RAF in Nairobi en begint zijn opleiding. Hij snijdt tijdens zijn opleiding per ongeluk de hals van een giraf door met een vleugel van zijn vliegtuig terwijl hij is afgeleid door een sabelantilope.

Later heeft hij weer pech en moet hij een noodlanding maken bij een oude man. De oude man vertelt hem een verhaal, dat hij bij terugkomst opschrijft. Twee weken later gaat het echt mis en komt hij om. De verteller, zijn vriend, vindt het verhaal en vertelt het:

De knecht van de oude man breekt de rug van de hond van de man. De man is woest. Later wordt er 's nachts melk gestolen van de koe. De oude man komt erachter dat dat door een slang wordt gedaan. Hij vertelt de knecht dat de dief een slimme jongen is, die ze alleen kunnen grijpen als hij zich dichtbij de koe ingraaft. Als de slang dichtbij is gekomen, roept de oude man de knecht. De knecht komt overeind, wordt aangevallen door de slang en sterft. De oude man laat de slang rustig de melk drinken.

Uit: Over en Sluiten (1946) van Roald Dahl

zondag 7 juni 2020

Samenwerking met de zon

Als ik op de goede plek ga staan
en langzaam beweeg
schittert de druppel aan de brug 
alle kleuren in mijn oog.

zaterdag 6 juni 2020

De zilveren kokertjesmanie

"Van zilverpapier om het uiteinde van je potlood een hoesje draaien waar je een fietskogeltje in deed. Dat vouwde je voorzichtig dicht en dan moest je het in een leeg lucifersdoosje heel lang schudden. Op den duur had je dan een gaaf zilveren coconnetje waar dat fietskogeltje in tondtolde en dat je op je handpalm kon laten buitelen als een spanrups."


De Kus Wolkers


zondag 24 mei 2020

Jij bent de liefste van Hans & Monique Hagen

Wat een fijne lieve gedichten! Heerlijk om met een kindje te lezen, of gewoon alleen of met je geliefde. Het is ook nog eens aandoenlijk geïllustreerd door Marit Törnqvist. Echt een aanrader.

Veel lieve gedichten, maar ook over andere onderwerpen.

Jij bent de liefste - kinderpoëzie

zondag 17 mei 2020

Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeiffer

Ik heb moeite met de opgeschroefde professor in dit verhaal. Niet omdat ik niet van opgeschroefd houd (hoogdravend bedoel ik, maar 'opgeschroefde professor' klinkt zo mooi), maar juist omdat ik hem net iets te vaak niet begrijp als hij ingewikkeld doet en daar kan ik niet zo goed mee omgaan. Best lastig aangezien hij de verteller en hoofdpersoon is.

Dat zegt wat over mij en dat vind ik goed aan Peachez. Een boek dat me aan het denken zet. Functioneel lelijke en enkele mooie volzinnen, vaak de draad kwijt, maar dat hoort erbij en dat vind ik knap.
Gelukkig is het boek ook af en toe grappig. En ach, wat krommen mijn tenen en wil ik hem toeroepen als het over zijn versloffende voorbereiding van het congres gaat, maar eendimensionaal is (ook) dat wel. Het boek wordt nergens zuur en dat vind ik heel prettig.

De hoofdstukken over het nu, over zijn tijd in de gevangenis zijn prettiger om te lezen, hoewel ik de running gag over de advocaat die elke gebeurtenis aanduidt als gebruikelijk en niet op te vatten als een signaal, niet briljant leuk of functioneel vind.

Het doet me een beetje denken aan Rituelen, misschien door de beschouwingen over het geloof en de liefde, ook al komen die van de opgeschroefde professor. Rituelen vind ik overigens wel veel fijner om te lezen, ondanks dat of misschien juist wel omdat het me opzadelt met een goede hoeveelheid vraagtekens.

Ik vind het verhaal best oké. Dat is overigens wel het interessantste als je het verloop niet kent, hoewel het ook dan niet al te verrassend is (maar je kunt ten minste hopen) Dus lees vooral de beschrijving niet!

Het contrast tussen de professor en Sarah is groot, ook in taalgebruik. Het wijdlopige en archaïsche van de professor komt me hooguit wat overdreven over, maar raakt wel de juiste snaar. De taal die Pfeiffer de jongere, streetwise Sarah in de mond legt, verrast me nergens en daar ben ik te oud en te keurig voor.

Ik zou nog graag iets ongeloofwaardigs aanstippen: Waarom haalt hij haar niet naar zich toe (hij probeert het niet eens), in plaats van met zijn vliegangst in een vliegtuig te stappen? Waarom is hij niet verbaasd dat zij zijn vliegtickets kan betalen? Dat past niet in het eerder door haar geschetste plaatje van niet al te ruime financiën. Liefde maakt blind maar niet voor het verhaal van je geliefde toch? Maar het is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, dus dit punt houdt geen stand.
Ach misschien hoort het bij het boek en het verhaal: Wat is waar? Wat natuurlijk ook aardig gesymboliseerd wordt door de woonplaats van Sarah: Las Vegas. Zijn woonplaats beschrijft hij overigens vrij exact, maar bestaat volgens mij niet echt. En last but not least: in het motto van zijn congres maait hij al het gras voor de voeten van 'dat geloof je toch niet'-criticasters weg.

O ja: ‘Dat mijn woning een vrouwenhand ontbeerde, was uitsluitend zichtbaar aan de omvang van mijn bibliotheek,’ is natuurlijk klinkklare onzin!

Als je houdt van Latijn, mythologie, liefdesverhalen en om kunt gaan met soms taaie taal en wat cliché's is Peachez een aanrader.

Peachez een romance Ilja Leonard Pfeiffer

zaterdag 2 mei 2020

De buit van Remco Campert

Leuk spannend verhaal over een jongen die een oude man uit de tram volgt.

De school was een somber, streng gebouw; de ramen zaten zo hoog, dat de kinderen maar nauwelijks over de vensterbank heen konden kijken, en in de slecht-verlichte gangen hing een onaangename lucht, die nooit meer weg zou trekken. Misschien was het niet goed mogelijk om in zo'n gebouw een held te zijn.

Kort verhaal of hoofdstuk (?) uit: De jongen met het mes.

James Dean en het verdriet van Remco Campert

Beetje een raar verhaal. Het begint vrij standaard: arme dichter, drank, net beëindigde relatie, discussie over (nieuwe) poëzie. De dichter zit met een bevriende dichter in een café te drinken, te wachten tot ze kunnen biljarten.
Ineens gaat de dichter naar de kantoorboekhandel waar ze eerder die dag een doof meisje naar binnen zagen gaan om een kaart van James Dean te kopen. Hij verkondigt dat hij dat meisje kaarten van James Dean wil sturen. Als ze haar adres niet hebben richt hij zich tot de jonge verkoopster en gaat door over James Dean en dat hij niet dood is.

(James Dean overleed in 1955. Het boek is uit 1960.)

Verhaal uit De ellendige nietsnut.