zaterdag 16 februari 2019

Wipneus en Pim vangen drie sneeuwspoken

Oei een foutje in een boek. Een paar verkeerd geplaatste komma's kan ik nog wel hebben, maar 'enigste' komt meerdere keren voor en ook 'gehad' in plaats van 'gekregen' vind ik moeilijker te verkroppen. Slechte voorbeelden dus in dit boekje, maar de schrijver van dit deeltje was in wel meer, veel ergere, opzichten niet het beste wat een kind kan overkomen.

Tja, verder is het natuurlijk een leuk boekje. Een spannende strijd tussen drie sneeuwspoken en onze kabouters. Daarmee bedoel ik niet alleen Wipneus en Pim, want hoewel zij aan het einde 'de held van de dag' zijn, hebben andere kabouters minstens zo'n grote rol bij het vangen van de sneeuwspoken. Het is, zoals Wipneus ook al opmerkt, hun eerste avontuur in hun eigen paleis (dus zonder reis).

Ik vind het wel mooi dat de straf voor de sneeuwspoken (die eigenlijk heksen zijn) democratisch bepaald wordt. De kabouters kiezen 100 uur rennen, met als idee dat ze zo ver weg van Kabouterland raken, dat ze nooit meer terug kunnen komen. (Nou maar hopen dat ze niet ergens halverwege omdraaien.)

Wipneus is de held van het duo dit keer. Pim neemt nog wel de leiding bij het maken van een pad door het ijs. Maar Wipneus krijgt de leiding bij het wacht houden en gevangen nemen van de heksen. Die rol vervult hij prima. Hij is ook degene die bedenkt dat de heksen niet zomaar van het drankje zullen drinken, én die daar een oplossing voor heeft.

Gewoon omdat het kan een zin die ik leuk vond:

'Het is niet zo belangrijk, wat het is, maar het moet wel lawaai maken, als je er tegenaan stoot. Dus geen bal of handdoek.'

Nog even wat trivia

Zou koning Goedhart een ander ontbijt krijgen dan zijn kabouters? In Wipneus, Pim en het circus (1960) vond hij pap nog heel vies. Nu wordt het gezamenlijke ontbijt beschreven als: 'Na een lekker bordje pap volgen er nog een paar boterhammen met kaas ...'

Als koning Goedhart een pijp rookt, heeft hij een boze bui.

Pim wordt slim genoemd ('Wipneus en de slimme Pim ...') en nieuwsgierig. (Maar Wipneus is in dit verhaal duidelijk de slimmerik.)

Wipneus en Pim slapen blijkbaar op de bovenste verdieping, samen op een kamer.

Tovermiddelen

Als tovermiddelen gebruiken Wipneus en Pim dit keer:
  • De zonneparel van koningin Rosalinda, die ze krijgen in Wipneus en Pim en de Zonneparel (1964 van broeder Wichard)
  • Een hardloopdrankje van dokter Knippeling.
De toverballen van tante Boterbloem hebben ze bij de hand (wie er eentje inslikt, verandert een uur lang in een dier), maar gebruiken ze niet. De toverballen hebben ze al sinds Wipneus, Pim bij de rovers (1950, van broeder Bruno).

Ze maken ijswater en ijszalf buit, maar ik weet niet of ze dat bewaren. De bezemstelen van de heksen moeten vernietigd worden van de koning.

woensdag 6 februari 2019

Staand in de stroom

Staand in de stroom
las ik de aanbeveling
bronnen van vonken, warmte en vuur.
Daar wil ik zijn.
Stromend bloed onder mijn huid.

Het bleek de waarschuwing op een spuitbus.
Ik weet wat me te doen staat.

zondag 27 januari 2019

Mooi doodliggen van A. F. Th. van der Heijden

Mooi doodliggen begint heel lekker. Een treffend beeld, een realistische dialoog,  en een terugblik waardoor je meteen in het verhaal zit.

Het verhaal: over de zoektocht van twee journalisten naar de waarheid rond een neergestort vliegtuig (MX17 / MH17). Over het (Russische) politieke spel. Over hoe de dood van één van die journalisten met medewerking van hemzelf in scène wordt gezet en de verwoestende uitwerking die dat heeft op de rest van zijn leven. Over de schitterende liefde tussen die journalist en zijn vrouw, en hoe ook die verwoest wordt, niet eindigt overigens, hoewel hun liefdesrelatie wel eindigt.

Maar verderop komt het slordiger en wijdlopig op me over. Een tirade van vier pagina's over de tatoeages van snobs vind ik lang. En ik vraag me af of een Rus naar Hiëronymus Bosch zou verwijzen, maar die schijnt populair te zijn in Rusland dus het zou nog kunnen. Dan schuif ik naar het woordgebruik: waarom het populaire 'tattoo' combineren met het ouderwetse (en niet helemaal correcte) 'Hiëronymus'?
Bosch opvoeren in een roman die over waarheid en leugen gaat, vind ik wel weer mooi.

Er zijn betere voorbeelden van de slordigheid, maar ik ben niet gemotiveerd om ze terug te zoeken. Behalve eentje dan:

Met een nuchtere kijk op de dingen vergrootte je juist het mysterie. 'Ontnuchtering' betekende de mantel van alledaagsheid rond het wonder doen springen, zodat het zich ten volle openbaarde. Een nuchtere houding, dat was reuzen met dreigend molenwiekende armen hardnekkig wensen aan te zien voor onschuldige windmolens die het graan voor ons brood maalden en het hout voor ons haardvuur zaagden.

Ik vind het beeld van de springende mantel hier erg onduidelijk. Ik denk aan het kledingstuk, maar misschien wordt mantel bedoeld als in aardmantel, dan past dat springen ook beter. Ik vraag me ook af wat het woordje 'wensen' doet in de laatste zin. Dat kan allemaal aan mij liggen.
Erger vind ik dat hij hier de verkeerde betekenis van 'ont' pakt. Ontnuchteren is beginnen met nuchter worden, net als ontbijten beginnen met bijten is.
Misschien doet hij het expres, maar ik vind het vervelend. Ik begin me af te vragen wat er nog meer niet klopt in de roman. Dat past dan wel weer goed bij het thema.

Is de terugkerende tinnitus nog meer dan een verwijzing naar ruis, als beeld voor afleidend van de waarheid?

Het is een behoorlijk toegankelijke Van der Heijden, de actualiteit qua verhaal (MH17) en thema (fake news) helpt daarbij denk ik. Het liefdesverhaal van Yulia en Grigori spreekt me aan, zelfs het droevige einde daarvan vind ik mooi (terwijl ik een 'sucker' ben voor verhalen die goed aflopen).
En hoewel ik het boek uiteindelijk met tegenzin heb uitgelezen heb ik ook genoten van sommige stukken.

Wat mij betref geen aanrader als leesboek, wel als je bijvoorbeeld geïnteresseerd bent in Van der Heijden als schrijver.

Dostojevski - Tolstoj - Tsjechov

Gewoon even een overzichtje voor mezelf omdat ik deze Russische schrijvers altijd door elkaar haal. Zeg nou zelf: Misdaad en straf en Oorlog en vrede zijn toch titels die klinken alsof ze door dezelfde auteur geschreven zijn.


Dostojevski (1821 -1881)
Gebroeders Karamazov, Misdaad en straf, De idioot, De speler.

Tolstoj (1828 - 1910)
Oorlog en vrede, Anna Karenina

Tsjechov (1860 - 1904)
De weddenschap, Een trieste geschiedenis, Zaal no. 6 (1892), en De dame met het hondje.

vrijdag 25 januari 2019

Rinkeldekink van Martine Bijl

Lezen dat boekje! Waarom? Het leest prettig weg, ook al is het soms behoorlijk confronterend. Het is hard en hartverwarmend. Het is eerlijk, soms niet, maar daar is ze dan weer eerlijk over. Het is grappig. Het geeft een inkijkje in een leven na een hersenbloeding en met een depressie.

In ‘Rinkeldekink’ schrijft Martine Bijl over het moment van haar hersenbloeding en vooral de periode daarna. Hoe het is als je waanbeelden hebt, als je alles opnieuw moet leren (terwijl je die waanbeelden hebt). Hoe het is als je hoofd het niet meer doet, als je daardoor niet meer doet en zegt wat je eigenlijk wilde, hoe simpel ook. Hoe het voelt als je nog wel slim bent maar toch niet de krant kan lezen. Hoe het voelt als iemand anders in je brein is gekropen.
Maar het gaat ook over een deel van Martine Bijl dat ze altijd al was, de onzekerheid die altijd al in haar zat.

Ze schrijft ook over haar depressie. Of eigenlijk schrijft ze dat ze er niet over kan schrijven, en daarmee zegt ze al een heleboel. Vervolgens schrijft ze er overigens nog meer over. Ze schrijft over een zwarte deken. Door de verhalen krijg je een indruk van hoe het is om met een depressie te leven. Dat is waarschijnlijk niet voor iedereen hetzelfde, maar het geeft een indruk van een depressie, en dat helpt begrijpen.


maandag 31 december 2018

De Val

Ik leg Lise in de poppenbuggy en kijk naar Olivier. Ik loop naar hem toe en klem mijn armen om zijn mollige lijfje. Hij is kleiner dan ik maar toch best groot merk ik. Ik kan hem wel optillen. Hij is zwaarder dan Lise én dan ik dacht. Ik begin te lopen. Ik kan recht vooruit kijken en zien waar ik naartoe ga. Maar als ik mijn hoofd buig zie ik niet mijn schuifelende voeten. Ik zie alleen maar Oliviers blonde hoofd. Dit isIk struikel, we vallen. Allebei op zijn hoofd. Best hard.

Het had veel groter kunnen zijn. Dat er van onder zijn blonde haren lobbig een halo donkerrood over het hoekige patroon van de klinkers kroop, en dat hij dat donkerrood dan weer deels overdekte met een licht-geelroze substantie. Dat hij niet hartverscheurend huilde, maar dat hij op slag roerloos sliep, zijn gezichtje en haren verstild in één kleur.

zaterdag 29 december 2018

Tulpenpassie

Zegt u eens meneer, had men de blozende jonker nog zaterdag, in onze overvolle salon, gevraagd, waar komt u nou precies vandaan? Hij had ons ijverig aangekeken: van een landgoed achter de zee waar felbloeiende velden zich in de maand april tot aan de horizon uitstrekken. En hoe zit dat met die razernij van u, die bloemen? Hij vertelde ons dat de bodem daar uit zand en oude klei bestaat en dat de waterstand zeer hoog wordt gehouden, wat makkelijk zat is omdat het hele land wordt doorkruist met sloten en kanalen die allemaal, tot de kleinste toe, door sluizen en gemalen worden beheerst. Kijk, ik zal het voor u tekenen, het water zit hier, vlak onder de bol en dat is waardoor we die vóór de eigenlijke tijd in bloei kunnen trekken en vervolgens...

uit: de Virtuoos van Margriet de Moor